‘Melkprijs kan 6 tot 10 cent zakken’

Volgens Voorbergen is de FrieslandCampina-prijs een goede graadmeter voor de markt.
Volgens Voorbergen is de FrieslandCampina-prijs een goede graadmeter voor de markt. - LL LL

D e melkprijs daalde al stevig, maar zal volgens de Nederlandse zuivelconsultant Mark Voorbergen nog verder zakken, omdat het aanbod eenvoudigweg groter is dan de vraag. Voorbergen is een bekende naam in de zuivelwereld: hij adviseert als onafhankelijk consultant een hele serie zuivelverwerkers en handelaren over strategische beslissingen. Tijdens een voordracht in Roeselare bracht hij een misschien minder dan verwacht maar nog altijd zwartgallig scenario.

“Tot nu toe is de dalende tendens van de zuivelprijs vooral zichtbaar op commodity markten”, aldus Voorbergen. Daarbij verwijst Voorbergen naar bulkproducten waarop betrekkelijk weinig marge wordt gemaakt, zoals melkpoeder. “Hier heeft zich al een belangrijke kentering afgetekend. Het is belangrijk om altijd te beseffen dat de EU de meeste invloed op de markt heeft”, aldus Voorbergen. Recente prijsdalingen van boter en mageremelkpoeder zijn dan ook vooral te verklaren uit het feit dat de productie vanaf september is gegroeid in Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

Productie niet extreem

Voorbergen vindt de berichtgeving over een baisse in de markt overdreven. Ten opzichte van de grote productievolumes van twee jaar geleden zijn we volgens hem nog nauwelijks van onze plaats gekomen. “Eigenlijk zijn vraag en aanbod op dit moment nog in evenwicht. De markt neemt wel een voorschot op wat nog komen gaat.” En dat is, kortweg, meer productie sinds het wegvallen van het melkquotum sinds 2015 en het vrijkomen van de Europese interventievoorraad.

“In het Berlaymont-gebouw in Brussel ligt in elk geval een deel van de vraag waar de prijs heen gaat besloten”, aldus Voorbergen. De Europese Commissie zit spreekwoordelijk op 400.000 ton mageremelkpoeder en de vraag is hoe en tegen welke prijs de voorraad zal worden afgebouwd. De prijs zal alvast niet heel best zijn volgens de analist, omdat de markt weet dat de Europese Commissie ervan af wil. Een belangrijk deel is al tot veevoerkwaliteit afgewaardeerd en nog langer wachten staat gelijk aan geld verbranden.

Toch is de FrieslandCampina-voorschotprijs in januari 4 cent gezakt. Het is een goede indicator voor wat in West-Europa betaald wordt, denkt Voorbergen, omdat de prijs gebaseerd is op een mandje zuivelaars – waaronder Milcobel. De grootste Duitse zuivelaar, DMK, dook 5 cent omlaag. Bulkzuivel vertegenwoordigt nu een marktwaarde van amper 30 cent per kg, aldus Voorbergen, die hamert op de noodzaak tot het toevoegen van waarde – bijvoorbeeld door het “kraken” van de melk om er ingrediënten uit te halen.

Een andere factor die de melkprijs dwars gaat zitten, is het beleid van de veevoerproducenten. Die zijn de afgelopen jaren toen zuivel duur was overgeschakeld op andere ingrediënten en zullen hun aanvoerketen niet zomaar kunnen bijstellen. In combinatie met de slechte ervaring met interventie, lijkt het vangnet voor de markt weggeslagen.

6 tot 10 cent eraf

De prijs gaat de komende 6 maanden 6 tot 10 cent dalen ten opzichte van eind 2017, denkt Voorbergen. Voor België werd in december een gemiddelde prijs van 36,74 cent opgetekend. Een prijs van rond de 20 cent zal melkveehouders evenwel bespaard blijven. “Als het goed is, zult u nog wel quitte spelen”, aldus Voorbergen richting de aanwezige melkveehouders. Die eerste zes maanden van dit jaar zijn volgens hem goed in te schatten. “Daarna wordt het voor mensen als mij, die de markt volgen, interessant”, aldus Voorbergen.

Prijzen blijven niet dalen omdat buiten de EU de productie onder druk komt te staan. Dit is niet overal zo, maar wel in de belangrijkste exportgebieden.

In Californië speelt de droogte de melkveehouderij parten. Was vroeger het motto van landbouwers “move west”, nu keren ze terug naar het Middenwesten, waar voer wél goedkoop en ruim voorradig is. De overgang zal echter niet zo vlug gaan. Door de droogte aan de Westkust zal de groei van de melkplas ten opzichte van vorig jaar beperkt blijven tot circa 1 procent, denkt Voorbergen, en daarmee blijft de groei van het aanbod de groei van de vraag maar minimaal voor.

In zuivel exporterend land nummer één Nieuw-Zeeland is droogte in bepaalde delen van het land eveneens een probleem. De droogte komt precies tijdens de piekperiode van de Nieuw-Zeelandse productie. Eerder in het seizoen zaten koude en regen de productie dwars. Australië zit in een fase van wederopbouw. De Australische melkveehouderij werd opgeschrikt door een vrij plotseling faillissement.

National Dairy Products ging eind vorig jaar als één van de grootste zuivelophalers in het land bankroet en liet landbouwers met miljoenen Australische dollars aan schulden achter. Praktisch gezien was het lastig voor andere Australische verwerkers om het volume van de vaste leveranciers van National Dairy Products over te nemen. Ook in Latijns-Amerika is de productie weer met een opmars bezig, maar net als bij Australië is sprake van herstel vanaf een laag productieniveau.

Importvraag

De prijsdaling kan ook wat tegengas krijgen van importmarkten. China lijkt toch weer stevig te gaan importeren, na een kortstondige terugval. China kocht sinds een schandaal waarbij in China melk bleek te zijn aangelengd met melamine grote hoeveelheden Europese babyvoeding, en bouwde daarnaast een grote poedervoorraad op. De overheid zet in op importvervanging, maar lijkt met als op de markt voor sojabonen en maïs toch grote volumes uit het buitenland nodig te hebben.

Ook vanuit het Midden-Oosten neemt de vraag mogelijk toe, nu de olieprijs weer verbetert. “Maar,” aldus Voorbergen, “grote exporteurs in Europa verwachten niet dat de rijke markten daar - de Golfstaten - een stabiele groeimarkt zijn.” De groei in de markten wordt mogelijk definitief wat minder nu de olieprijs definitief over haar piek heen lijkt. Algerije is mogelijk een uitzondering: het land ontwikkelt zich tot een soort tweede thuismarkt. De ogen zullen verder Oostwaarts gericht moeten worden, of met het oog op de lange termijn naar Afrika.

In het algemeen zal de toenemende importvraag op de wereldmarkt de zuivelprijsdaling dempen. De vraag is hoe groot het effect zal zijn. Dat hangt ook af van de vraag of de EU maximaal zal profiteren. Hier aarzelt Voorbergen. De EU is zowel in staat tegen een concurrerende kostprijs te produceren, als producten met toegevoegde waarde te maken. De wisselkoers zit echter tegen. De belangrijkste handelsmunt is de Amerikaanse dollar en ten opzichte van deze munt heeft de euro terrein gewonnen. Daardoor is zuivel uit de EU relatief duurder geworden voor afnemers buiten de Eurozone. Al bij al komt Voorbergen tot de conclusie: “zelfs in een positief scenario zal de markt nog 24 maanden onder druk staan.”

Lange termijn

Voorbergen ziet voor de langere termijn een gouden gloed aan de horizon. De vraag naar dierlijke eiwitten vanuit vooral de uitdijende middenklasse in opkomende economieën blijft groeien. “Een Afrikaanse moeder zal wat sneller condensmelk kopen om er een toetje van te maken”, aldus Voorbergen. En vanuit iets meer ontwikkelde landen als China en Vietnam verbreedt de vraag: minder poeders, meer kaas etc. Omdat de vraag verbreedt, kunnen exporteurs hun risico’s beter spreiden en meer marge maken. Uiteindelijk zal dat volgens Voorbergen ook dieper in de keten voelbaar zijn.

Dichter bij huis zoekt de consument meer specifieke producten, waarvoor hij ook bereid is om meer te betalen. Weidegang bijvoorbeeld zal een vlucht blijven nemen, denkt Voorbergen. Niet omdat het per se beter is voor de koeien, maar omdat het plaatje marketingtechnisch schoon is. Maar ook de biologische sector zal nog verder blijven groeien, al denkt Voorbergen dat deze toch minder zal groeien dan weidegang. In het algemeen geldt volgens Voorbergen wel dat duurzaamheidseisen altijd maar toenemen. Dus: het levert een meerwaarde, maar niet tot in de eeuwigheid. Het is een dynamisch proces, en dus moeten boeren de consument in de gaten houden.

Ketendenken

Voorbergen gaat verder: “Maar wat je als melkveehouder ook doet, je moet vooral kiezen voor een keten en daar je beleid op afstemmen. Ga ik voor kostenefficiëntie en de grote massa, of wil ik in een specifieke keten meedoen, met misschien minder volume maar meer geld per liter.”

Produceren voor sportvoeding, biologische afzet of gemaksvoeding: de kans is reëel dat melkveehouders dan wel moeten accepteren dat de verwerker meer invloed krijgt. De afspraken die je binnen een keten maakt, zijn voor de langere termijn. “Het toezicht neemt toe, en daarmee neemt je gevoel van zelfstandigheid af, maar het is wel de richting die zuivelaars op gaan, en die in potentie meer oplevert voor iedereen. Ik zou iedereen willen adviseren: toets je ambities aan die van je verwerker, ” besluit Voorbergen.

J.C.B

Meest recent

Meest recent