Sinds 2003 worden in het kader van het LCV op een 15-tal locaties in Vlaanderen enkele kuilmaïsrassen uitgezaaid met als doel de afrijping van de maïs in Vlaanderen nauwgezet op te volgen. In 2010 werken PVL Bocholt, Hogeschool Gent, departement BIOT, VTI Poperinge, LTCW Sint Niklaas, POVLT Beitem, VITO Hoogstraten, Hooibeekhoeve Geel, PIBO Tongeren en het CIPF mee aan dit observatienetwerk. Voor elke landbouwstreek beschikken we over gegevens van een aantal velden, zodat we ook de eerder streekgebonden evoluties in kaart kunnen brengen. Omdat niet iedere landbouwer vroeg kan of wil starten met de maïszaai worden op 2 zaaidata (een vroege en een late zaai) telkens 3 rassen uitgezaaid.
Uiteraard is de situatie bij elke landbouwer uniek en moet men zelf voldoende tijd nemen om de afrijping van de eigen velden op de voet te volgen. Een te vroege oogst kan opbrengstverliezen en ook sapverliezen in de kuil met zich mee brengen. Wanneer te laat geoogst wordt zal de droge maïs moeilijker ingekuild kunnen worden met vaak bewaarproblemen tot gevolg.
Afgelopen week zijn de eerste stalen genomen op een aantal locaties. De eerste resultaten geven aan dat de afrijping later ingezet is vergeleken met verleden jaar. Dit was verwacht gezien de evolutie van het huidige teeltjaar. Door de gunstige omstandigheden tijdens de zaaiperiode werd redelijk vroeg gezaaid: een groot aandeel van het maïsareaal werd vóór 1 mei al gezaaid. Na een korte onderbreking door de regen kon weer verder gezaaid worden. Enkel de derogatiemaïs werd soms vrij laat gezaaid.
20 april tot 20 mei was koud met ook zeer koude nachten. De maïs kiemde traag en groeide traag. Na de koude kwam de droogte. We zien op lichtere grond veel percelen met schade door droogtestress met hieraan gekoppeld vaak slecht gevulde, kleine kolven. Vóór de bloei zat men dus al met een eerste groeiachterstand. De gemiddelde bloeiperiode lag dit jaar aan de iets late kant. Augustus was een zeer natte en relatief koude maand. Dit heeft de afrijping van de maïs verder vertraagd.
Over de locaties waar we momenteel al gegevens van hebben, zien we de eerste tekenen dat de afrijping ingezet is. De hoogste drogestofgehaltes voor de vroeg gezaaide vroege rassen variëren rond de 25% DS. Gemiddeld kwamen de stalen rond de 22% DS uit, dus nog zeer ver van een hakselbaar stadium. Twee droge, warme weken kunnen natuurlijk veel veranderen maar voorlopig lijkt de oogst nog niet voor meteen.
J. Depoorter (C.I.P.F.), voor LCV
Een wachtdienst is verzekerd voor het geval u een dierenarts nodig hebt en uw dierenarts afwezig is.
Selecteer uw regio en contacteer één van de dierenartsen van wacht.