Breeders Trust legt beslag op administratie FAVV (UPDATE)
Donderdag 21 April 2011
Breeders Trust N.V. heeft op maandagochtend 18 april beslag laten leggen op een deel van de administratie van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de voedselketen' (FAVV). De inval in het overheidsgebouw vond plaats met toestemming van de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Brussel. In aanwezigheid van een technische expert en een deurwaarder werden gegevens van een aantal aardappeltelers opgeëist en meegenomen voor nader onderzoek. Breeders Trust beweert dat een aantal Belgische telers op grote schaal licentiegelden op pootgoedrassen met kwekersrechtelijke bescherming ontduiken.
Breeders Trust is een organisatie die de deelnemende bedrijven bijstaat waar het gaat om de opvolging en handhaving van het kwekersrecht. De organisatie ziet er op toe dat licentiegelden betaald worden voor de vermeerdering van rassen en dat handel binnen de geldende regelgeving plaatsvindt. De huidige aandeelhouders van Breeders Trust zijn Agrico, Danespo, Europlant, HZPC, C. Meijer b.v., Norika en Solana.
Het gebruik van nieuwe rassen met een kwekersrechtelijke bescherming waarover geen licenties worden afgedragen, is al jaren een doorn in het oog van aardappelkweekbedrijven. Breeders Trust is speciaal opgericht door de zeven grootste Noord-Europese pootaardappelhandelshuizen om aan dit oneigenlijke gebruik van nieuwe aardappelrassen een einde te maken.
Vorige week werd al bekend dat Breeders Trust met enkele aandeelhouders een bodemprocedure opstart tegen het FAVV. Deze stap is gezet om bevestigd te krijgen dat zij volgens het Kwekersrecht gelegitimeerd zijn om bij het agentschap informatie op te vragen over het gebruik van pootgoed door Belgische landbouwers. Dit om op een efficiënte wijze hun rechten te kunnen handhaven. Het voeren van deze bodemprocedure zal echter de nodige tijd vergen en een uitspraak wordt pas op langere termijn verwacht.
In deze kwestie gaat het met name om het zogenaamde ‘hoevepootgoed', waarbij pootaardappelen door de landbouwers zelf geteeld en opgeslagen wordt en het jaar erop op het eigen bedrijf weer uitgeplant wordt. Voor dit ‘landbouwersvoorrecht' is een afdracht aan de kweker verschuldigd. Wanneer een nieuw ras wordt opgenomen op de rassenlijst geniet het gedurende 30 jaar bescherming door kwekersrecht.
De Brusselse rechter heeft nu enkele aandeelhouders van Breeders Trust toegelaten zich op hun Kwekersrecht te beroepen om informatie op te vragen, ook al ligt de benodigde informatie in dit geval bij de overheid. Met het oog op de beheersing van quarantaineorganismen en de fytosanitaire controle daarop, vraagt het FAVV immers jaarlijks bij alle Belgische landbouwers op welke rassen en welke oppervlakten pootaardappelen geteeld worden. Het FAVV beschikt dus over de nodige informatie over het gebruik door landbouwers van beschermd materiaal.
Algemeen Boeren Syndicaat reageert op actie van Breeders Trust
Eerder maakten we er melding van dat Breeders Trust, die de belangen van een zevental aardappelselectiehuizen vertegenwoordigt, beslag heeft gelegd op een deel van de administratie van FAVV. Volgens Breeders Trust moet FAVV de gegevens doorspelen van landbouwers die hoevepootgoed telen om na te gaan of daar geen rassen tussen zitten waarvoor kwekersrechten moeten betaald worden.
In een reactie daarop stelt het Algemeen Boerensyndicaat dat, als er kwekersrechten op het vermeerderen van gewassen bestaan, daar ook zal moeten op betaald worden. “Alleen is er op vandaag in België geen structuur of praktische wetgeving die dergelijke inning organiseert. En voor ons is het duidelijk: zolang er geen duidelijke wetgeving is voorzien gaan deze telers vrijuit”, stelt voorzitter Hendrik Vandamme. Volgens hem is het fenomeen ‘kwekersrechten' voor België relatief nieuw. “Vooreerst waren er weinig pootgoedtelers in België en werd bijna uitsluitend het ‘vrije' Bintje als pootgoed geteeld. Pootgoed dat bestemd is voor productie van consumptieaardappelen is in orde voor zover er natuurlijk gecertificeerd pootgoed gekocht wordt. Als men echter dit pootgoed teelt met de bedoeling om daaruit te vermeerderen teneinde daaruit hoevepootgoed te bekomen voor het volgend jaar, dan kunnen wel rechten geïnd worden als een soort van auteursrecht.” ABS is principieel niet tegen het betalen van kwekersrechten op voorwaarde dat de rassen voldoende beschikbaar zijn, dat het inningsbedrag bescheiden is, dat iedereen gelijk is voor de wet en dat de heffing gestort wordt in een fonds dat rassenonderzoek ondersteunt.
Anderzijds staat het voor ABS ook als een paal boven water dat het telen van hoevepootgoed of hoevezaaigoed moet mogelijk zijn. “Er is momenteel vraag naar andere en nieuwe rassen, alleen zijn deze helemaal niet beschikbaar of ze zijn gekoppeld aan een contract. In een ander geval zijn deze rassen peperduur. Vrije toegang tot allerlei rassen en variëteiten blijft echter een must. Het kan niet zijn dat nieuwe rassen automatisch gekoppeld worden aan een afnamecontract. Hierdoor dreigt de vrije markt in het gedrang te komen.
We moeten voorkomen dat hier Amerikaanse toestanden ontstaan waarbij multinationals privé-polities inhuren om het ontduiken van de zogenaamde ‘royalty's'. Hier gaat men zo ver dat via DNA-onderzoek aangetoond wordt dat vermeerdering of rasvermenging is gebeurd. Dit resulteert dan in gerechtelijke vervolging en procedureslagen”, aldus voorzitter Vandamme, waarbij hij pleit voor het behoud van vrijheid van rassen en zaden, redelijkheid in de onderhandeling, eenvoud en economische haalbaarheid.