
In een antwoord op een vraag van Vlaams Parlementslid Jos De Meyer wees Vlaams minister-president Peeters er op dat het FAVV de verspreiding van het virus opvolgt via het abortusprotocol. Dit is een monitoring programma waarbij veehouders en dierenartsen elke abortus bij herkauwers voor verschillende ziektekiemen moeten laten onderzoeken in één van de twee regionale laboratoria voor dierziekten (in Vlaanderen DGZ). In het kader van dat protocol is sedert december 2011 ook het Schmallenbergvirus toegevoegd aan de lijst van ziektekiemen die onderzocht worden.
Anderzijds is aan de dierenartsen gevraagd bijzonder aandachtig te zijn voor klinische indicaties bij runderen, schapen en geiten die mogelijk het gevolg zouden kunnen zijn van een besmetting met het Schmallenbergvirus. Als dat virus niet kan worden uitgesloten wordt gevraagd dat te melden aan DGZ (of ARSIA in Wallonië) en stalen voor onderzoek over te maken.
De ziekte is op dit ogenblik niet aangifteplichtig en er worden ook geen bestrijdingsmaatregelen opgelegd aan de verdachte of getroffen veehouderijen.
In verband met de meldingsplicht, die in Nederland en Frankrijk werd ingevoerd, stelde de minister-president dat in ons land verwerpingen bij runderen schapen en geiten op basis van de wetgeving in verband met brucellose of Q-koorts al moeten gemeld worden en onderzocht door DGZ. Als er bij autopsie van de foetus verdachte letsels worden vastgesteld, wordt door het CODA een test op het Schmallenbergvirus uitgevoerd. Er is dus in ons land geen nood aan een bijkomende meldingsplicht, aldus nog de minister.
Op dit ogenblik is het Schmallenbergvirus ook niet opgenomen in de lijst van notificeerbare dierziekten die in de Europese Unie bestaat. België en Nederland hadden daar in de Landbouwraad van 23 januari jl. nochtans op aangedrongen. Ons land wenste ook dat de Europese Commissie de taak inzake monitoring en bewaking opneemt en dat er ook Europese middelen zouden vrijgemaakt worden, o.m. voor de ontwikkeling van een vaccin.
Wat eventuele steun aan de getroffen bedrijven aangaat, stelde de minister-president dat de schade op dit ogenblik hoofdzakelijk voorkomt bij schapenhouders, waarvan de meeste hobbybedrijven zijn. En hobbybedrijven worden doorgaans niet vergoed voor eventuele schade. De weinige professionele schapenbedrijven die er zijn halen gewoonlijk hun inkomsten ook uit andere bronnen die niet in het gedrang komen, zoals directe inkomenssteun, beheersvergoedingen voor natuur, premies voor zeldzame rassen, vormen van diversificatie, e.a. Die inkomsten maken soms de helft of tweederden van de totale opbrengsten uit, aldus de minister.
In de rundveesector, waarvan er nu reeds een viertal gevallen zijn bekend, zijn de risico's uiteraard groter en zijn er ook veel meer professionele bedrijven. Op dit ogenblik is het echter nog te vroeg om de financiële gevolgen van de huidige problemen voor die sector in te schatten, zo gaf de minister-president nog aan.
Een wachtdienst is verzekerd voor het geval u een dierenarts nodig hebt en uw dierenarts afwezig is.
Selecteer uw regio en contacteer één van de dierenartsen van wacht.