Het koninklijk besluit van 16 februari 2011 tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 november 2006 betreffende de bestrijding van infectieuze boviene rhinotracheïtis (IBR) werd op 25 februari 2011 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Naar aanleiding van een aantal praktische bezwaren die opdoken bij de toepassing van het koninklijk besluit van 22 november 2006, werden in nauwe samenwerking en overleg met het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV), de vertegenwoordigers en experten van de landbouworganisaties, het nationaal referentielaboratorium (CODA) en de dierengezondheidsverenigingen (DGZ) en “Association Régionale de Santé et d'Identification Animales (ARSIA) wijzigingen aangebracht in het besluit om de uitvoerbaarheid op het terrein te verbeteren. Bovendien werden enkele maatregelen scherper gesteld met het oog op het van start gaan van de verplichte bestrijding.
De overgangsperiode zoals voorzien in het koninklijk besluit van 22 november 2006 loopt ten einde op 4 januari 2012. Vanaf 5 januari 2012 zal elke veehouder zijn beslag verplicht moeten onderwerpen aan de voorwaarden voor het verwerven en behouden van een IBR-statuut. Runderen afkomstig van een bedrijf met een I1 statuut mogen vanaf die datum niet meer op de weide en alleen afvoer naar het slachthuis is nog toegelaten voor deze dieren.
Met betrekking tot de kwalificatie van de beslagen werden een aantal wijzigingen aangebracht die het verwerven van een statuut vereenvoudigen, zo is bijvoorbeeld de overgang van een I3 of vrij statuut naar een I4 of officieel vrij statuut mogelijk mits één serologisch onderzoek.
Vanaf 5 januari 2012 mogen runderen afkomstig van een beslag met I2 statuut niet meer deelnemen aan verzamelingen. Deze maatregel is niet van toepassing bij deelname aan erkende rundveemarkten, verzamelcentra voor vleekalveren en handelaarsstallen.
Vanaf deze datum dienen runderen afkomstig van beslagen met een I3 of I4 statuut dan ook niet meer getest te worden bij herintroductie in het beslag na deelname aan deze verzamelingen.
Deze aanpak is nodig om gelijke tred te houden met de IBR-bestrijding in de ons omringende EU-lidstaten. Een aantal lidstaten zijn reeds geheel of gedeeltelijk officieel vrij van IBR, andere beschikken over een goedgekeurd, verplicht nationaal bestrijdingsprogramma waardoor ze aanvullende garanties kunnen eisen. Indien ons land zijn positie op de exportmarkt wil vrijwaren is deze overgang naar een volgende fase in de bestrijding noodzakelijk.
De volledige tekst van deze wet vindt u hier.
Bron: Dienst Sanitair beleid Dieren en Planten van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu
Een wachtdienst is verzekerd voor het geval u een dierenarts nodig hebt en uw dierenarts afwezig is.
Selecteer uw regio en contacteer één van de dierenartsen van wacht.