
Het rapport ‘De Vlaamse regelgeving omtrent co-existentie: een evaluatie in praktijkomstandigheden' moest de Vlaamse regelgeving rond deze co-existentie beoordelen in praktijkomstandigheden. In het rapport staat dat wanneer de isolatieafstand van 50 meter gerespecteerd wordt, er geen gevaar is voor een significante besmetting. Ook zaai, haksel- en dorsmachines kunnen zonder gevaar voor zowel ggo-maïs en gangbare maïs ingezet worden, mits voldoende aandacht besteed wordt aan het kuisen van het materiaal.
Het ILVO had vorig seizoen op een perceel van 12 hectare een partijggo-maïs ingezaaid, omgeven door percelen niet ggo-maïs. De vraag was in hoeverre de zaaimachine, het rondvliegend stuifmeel, en de oogstmachines bron konden zijn van ggo-besmetting op niet ggo-maïs.
Europese en Vlaamse wetgeving stellen dat een teelt vrij van genetisch gemodificeerd organisme is, wanneer 99,1% of meer van het product geen ggo-dna meer bevat. In het Vlaamse co-existentiedecreet staat daarom dat ggo-maïs altijd 50 meter afstand moet houden van gangbare maïs. Dit blijkt volgens het ILVO-onderzoek ruim voldoende. Nergens in de percelen die op 50 meter stonden, kwam het gevonden genoom uit boven de grens van 0,04, ver onder de officiële grens van 0,9.
Machines die gebruikt worden voor de maïsteelt moeten wel gekuist worden. Zo kunnen in elk van de reservoirs van zaaimachines tot 300 korrels blijven steken. Om deze afdoende te kuisen, moeten alle zaaischijven opengemaakt worden en alle achtergebleven korrels manueel verwijderd worden. Volgens wetenschappelijk directeur Marc De Looseduurt dit een kwartier enzou een eenvoudige wijziging aan het ontwerp van de machines dit overbodig kunnen maken.
In de maïshakselaar blijken nagenoeg geen resten achter te blijven. Deze bleek in de praktijkproef dan ook geen risico op besmetting te vormen voor achteraf gehakselde oogsten. Anders was het voor de maïsdorser. Hierin blijft wel heel wat materiaal steken. Het grondig kuisen is tijdrovend en daarom in de praktijk wellicht niet haalbaar. De landbouwer zal dus in de praktijk best een partij niet-ggo maïs voorzien die direct na het oogsten gedorst wordt. Deze niet-ggo maïs zal dus de dorsmachine spoelen. “1.500 vierkante meter is hierbij zeker voldoende”, alus de heer De Loose
De ggo-maïs in Wetteren (mon 810) bood resistentie tegen de maïsstengelboorder, een rups die vooral in Zuid-Europa legering veroorzaakt. Deze maïs zal dus weinig landbouwers weten te interesseren. Interessantervoor onze landbouwers wordt een ILVO-veldproef dit seizoen met ggo-aardappelen, die resistent zijn tegen de aardappelplaag (Phytophthorainfestans).
In onderstaand ILVO-filmpje wordt de veldproef uitgelegd:
Een wachtdienst is verzekerd voor het geval u een dierenarts nodig hebt en uw dierenarts afwezig is.
Selecteer uw regio en contacteer één van de dierenartsen van wacht.