
Bij de start van de voorlichtingsvergadering werd door de VLM-Mestbank al aangegeven dat er heel wat discussie is geweest met de Europese Commissie omtrent het nieuwe mestactieprogramma 2011-2014.?Dit is dan ook meteen de reden waarom de wetgeving er eind vorige week, zo laat, is doorgekomen.
De drijfveer van het nieuwe actieprogramma is dat de waterkwaliteit van Europa uit gevoelig en sneller moet verbeteren dan dat momenteel gerealiseerd/voorzien is.?De bemesting moet verfijnder worden, zodat beter en nog meer kan afgestemd worden op de behoeften van het gewas.?Er kan dus niet meer bemest worden dan de plantbehoeften. Hierom zal de focus komen te liggen op de bemestingsnormen.?Vanuit de Mestbank werd erkend dat ze eigenlijk geen ‘happy'-verhaal brengen, maar dat ze de landbouwers zeker, individueel of in groep, willen begeleiden.
De achtergrond voor het nieuwe actieprogramma ligt erin dat het vorige eind vorig jaar afliep en dat een lidstaat door Europa verplicht is om vierjaarlijks een actieprogramma op te maken.?Indien er geen goedgekeurd programma is, is een inbreukprocedure door Europa mogelijk en is er geen derogatie. Opgemerkt moet worden dat midden deze week nog steeds geen derogatie was goedgekeurd.?“Een oordeel hierover zou op 17 mei te verwachten vallen.?Indien deze er komt zouden zeker minstens dezelfde voorwaarden gelden”, geeft de Mestbank aan.?De voorwaarden zijn rekening houden met de teeltcombinatie, enkel rundveemest op deze percelen toepassen, een mestboekhouding bijhouden, voldoende analyses uitvoeren en 2/3de van de mest aanwenden voor 15 mei. Maar pas op: de derogatie is nog niet goedgekeurd.?Het standpunt van landbouworganisaties is wel dat dit er komt.
In 2014 zou volgens Europa maar 16% van de MAP-meetpunten een overschrijding van de norm van 50 mg nitraat per liter mogen laten zien.?In 2018 zou dit oorspronkelijk 0% moeten zijn.?Door hevige discussies en het aantonen van ons dichte meetnet is bereikt dat in 2018 toch getolereerd wordt dat 5% van de meetpunten een overschrijding van de norm laat zien. Per vier jaar zou de nitraatconcentratie met 10% moeten dalen.
De land- en tuinbouwers kunnen kiezen tussen twee systemen om de maximale stikstofbemesting te bepalen: enerzijds is dit een maximaal gebruik van meststoffen op basis van totale stikstof of anderzijds een systeem op basis van werkzame stikstof. Het systeem op basis van totale stikstof bestond al in het MAP3 mestdecreet. Het systeem op basis van werkzame stikstof daarentegen is nieuw. In de praktijk wordt dit wel al gebruikt bij bemestingsadviezen voor stikstof. Het systeem op basis van werkzame stikstof heeft landbouw- en milieukundig een aantal voordelen en is dus aan te bevelen. Land- en tuinbouwers zullen in een latere fase moeten aangeven voor welk systeem zij kiezen.
Werkzame stikstof is de hoeveelheid stikstof uit meststoffen, die het eerste jaar bruikbaar en benutbaar is voor het gewas. Veel landbouwers kennen het systeem van werkzame stikstof en houden er al rekening mee in hun bemestingspraktijk. Nu wordt het wettelijk ook mogelijk om op die manier te werken.
Om de totale stikstof uit meststoffen om te rekenen naar werkzame stikstof, moeten de werkingscoëfficiënten van de meststoffen in rekening worden gebracht. De werkingscoëfficient van de mest wordt berekend door de werkzame stikstof te delen door de totale stikstof (in kg/ton). De voorgestelde werkingscoëfficiënten zijn voor kunstmest en effluent van biologie 100%.?Dit wil zeggen dat alle stikstof het eerste jaar wordt opgenomen.?Voor mengmest van runderen en varkens, de dunne fractie, andere meststoffen (slib en schuimaarde) bedraagt de werkingscoëfficiënt 60%.?Hier is dus 100 kg stikstof benutbaar voor het gewas het eerste jaar na toediening van 170 kg stikstof. De werkingscoëfficiënt voor stalmest, champost, vaste dierlijke mest ligt op 30%, voor begrazing is dit 20% en voor gecertificeerde gft- en groencompost is dit 15%.
De Mestbank maakt duidelijk de bemerking dat deze getallen vast liggen in de mestwetgeving, maar dat dit in de praktijk niet vast ligt door de seizoensinvloeden en de bewerkingen van de boer.?Deze moet zelf de werkingscoëfficient zo hoog mogelijk zien te krijgen door een emissie-arme mestaanwending op het juiste tijdstip, meestal kort voor zaai. Op deze wijze kunnen (kunst)mestgiften verlaagd worden met goede garanties op goede opbrengsten. Opgelet: bij de bemestingsnorm ‘stikstof uit dierlijke mest' moet steeds de totale stikstofinhoud van de dierlijke mest in rekening gebracht worden, ook in het systeem van werkzame stikstof.
De voordelen van de werkzame stikstof voor de boer zijn dat de bemestingsbehoefte volledig invulbaar is met een flexibelere keuze van meststoffen, dezelfde benadering als bemestingsadviezen worden gevolgd en het BASsistent rekenprogramma van de VLM is afgestemd op dit principe. De boer kan kiezen welk systeem (werkzaam of totaal) hij gebruikt, maar voor het hele bedrijf geldt hetzelfde systeem en eens gekozen voor het systeem van werkzame stikstof, kan niet meer overgestapt worden op het systeem van de totale stikstof.?De Mestbank adviseert duidelijk om het systeem van de werkzame stikstof te gebruiken, dit in het voordeel van de boer.
Globaal genomen zouden de stikstofbemestingsnormen zo'n 8% gedaald zijn ten opzichte van het vorige mestactieplan, volgens de VLM. Nieuw is een veralgemeend onderscheid in de maximale bemestingsnormen tussen zandbodems en niet-zandbodems. De zandbodems zijn alle percelen in de landbouwstreken ‘Kempen' en ‘Vlaamse zandstreek'. De percelen in de zandstreek in Vlaams-Brabant zijn echter niet-zandbodems. Ook alle overige gebieden hebben een niet-zandbodem.
De norm voor stikstof uit dierlijke mest bedraagt 170 kg per ha per jaar.?Deze norm wordt verlaagd als er geen nateelt is bij graangewassen naar 100 kg N/ha. Bij een gewas met lage stikstofbehoefte wordt dit verlaagd naar 125kg en bij het verbouwen van leguminosen naar 120kg (zand) of 125kg (niet-zand).
Voor grasland is er vanaf 2011 een onderscheid tussen grasland dat enkel gemaaid wordt en grasland dat begraasd wordt, al of niet in combinatie met maaien. Enkel maaien betekent dat op geen enkel moment van het jaar dieren grazen. Ook nieuw zijn de verhoogde bemestingsnormen voor de teeltcombinatie één snede gemaaid en afgevoerd gras of snijrogge gevolgd door de hoofdteelt
maïs en de teeltcombinatie graangewassen, gevolgd door een vanggewas t.o.v. een enkelvoudige teelt van maïs of graan.
Voor de groenten wijzigt de specifieke regeling voor groentecombinaties. Die wordt vervangen door maximale bemestingsnormen in zes verschillende categorieën. Steeds geldt de maximale inbreng uit dierlijke mest van 170 kg N/ha. Heel klaar is de situatie hier nog niet en aan het juiste kader wordt nog gewerkt.
Fosfaat gedraagt zich heel anders dan stikstof in de bodem, zo is er een grote voorraad fosfaat in de bodem maar is daar maar een klein deel van beschikbaar voor de plant. Bij een fosfaatverzadigde bodem kan er wel uitspoeling optreden. De doelstelling is dan ook om de overtollige fosfaatvoorraad in de bodem te verlagen.?Dit hopen ze bij de VLM te bereiken door de maximale bemestingsnorm lager te zetten dan het gewas kan exporteren.?Door de lagere norm treedt dus een sanering op. Enkel bij een teeltcombinatie van bijvoorbeeld gras of snijrogge met silomaïs is de fosfaatexport groter, waardoor de bemestingsnorm ook iets hoger kan.
De doelstelling is om jaarlijks de bemestingsnormen voor fosfaat te laten zakken, zodat de sanering telkens groter wordt. Momenteel bedraagt de bemestingsnorm voor grasland dat enkel gemaaid wordt en voor de teeltcombinatie van gras of snijrogge met silomaïs 95 kg/ha. Voor begraasd en gemaaid grasland is dit 90 kg, voor maïs 80 kg en voor alle andere gewassen 75 kg fosfaat.
Gekeken naar het nitraatresidu in het najaar gelden vier drempelwaardes afhankelijk van de mate van overschrijding met een bijhorend specifiek maatregelenpakket.?Voor akker- en voedergewassen gelden andere normen dan voor aardappelen en tuinbouwgewassen omdat deze laatste groep het makkelijkst een probleem heeft met het overschrijden van de nitraatresidunorm. Tevens is er een opdeling naar grondsoort.
De algemene regel geldt nog steeds dat de uitrijperiode in de gebieden buiten de polders loopt van 16 februari tot en met 31 augustus. In de polder is dit wat langer, tot en met 14 oktober. Na de oogst van een gewas kan geen vloeibare dierlijke mest meer toegepast worden, tenzij bij inzaai van een vanggewas voor 1 september.?Een tweede uitzondering is dat er maximaal maar 30 kgN/ha wordt uitgereden.?In praktijk zal dit neerkomen op haast niets meer, omdat de lage dosering maar moeilijk uitgevoerd kan worden.?Effluent van varkensmest zou nog kunnen.
Een afwijking voor het bemesten na 1 september zoals we dat in 2010 nog kenden omwille van de weersomstandigheden zal er vermoedelijk niet meer komen op vraag van Europa.?Dit om het nitraatresidu onder controle te houden en beter te bemesten in functie van het gewas.?Een afwijking is enkel nog mogelijk als omwille van de weersomstandigheden het vanggewas niet voor 1 september kon ingezaaid worden.
Stalmest en champost mag nog steeds van 16 januari tot 14 november uitgereden worden op de stoppel of na de teelt. De opslag ervan op de kopakker gaat meer aan banden worden gelegd.?Vanaf 15 november 2013 kan dit niet meer van 15 november tot 15 januari.?Buiten deze periode kan de opslag nog maximaal één maand, met als doelstelling de tijd te krijgen de stalmest naar het land te brengen alvorens open te spreiden.?De Mestbank communiceert deze maatregel nu al uitdrukkelijk om landbouwers de kans te geven te werken aan opslag of afzet van stalmest.?Deze zal ook eerst drie maanden in opslag moeten liggen voor de uitrijping.?Vanuit een potstal moet het nog wel mogelijk zijn stalmest direct naar het land te brengen, omdat de mest hier al langer aanwezig is en de kans heeft gehad uit te rijpen.
Om de landbouwers vertrouwd te maken met de bemestingsnormen van het nieuwe MAP geeft de Mestbank, in samenwerking met een aantal deskundigen van andere organisaties, over heel Vlaanderen tal van voorlichtingsvergaderingen. Alle land- en tuinbouwers zijn van harte welkom. Inschrijven hoeft niet en deelname is gratis. De data van de voorlichtingsvergaderingen staan in de agenda op www.vlm.be.
De tabellen met de diverse bemestingsnormen staan sinds vorige week gepubliceerd op de website van Landbouwleven. De volledige tekst van het ontwerp actieprogramma 2011-2014 vindt u hier.
Een wachtdienst is verzekerd voor het geval u een dierenarts nodig hebt en uw dierenarts afwezig is.
Selecteer uw regio en contacteer één van de dierenartsen van wacht.