
In het najaar van 2010 werden in opdracht van de Mestbank 10.300 bodemstaalnames uitgevoerd op 7.300 landbouwpercelen in Vlaanderen voor de bepaling van het nitraatresidu. De Mestbank zal de landbouwers in maart persoonlijk informeren over de resultaten van de nitraatresidumetingen op hun percelen alsook over de maatregelen die de landbouwers met een te hoog nitraatresidu moet nemen in 2011.
Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege vaardigde op 11 februari jl. een ministerieel besluit uit met de drempelwaarden voor nitraatresidu. Dat ministerieel besluit, dat verscheen in het Belgisch Staatsblad van 17 februari 2011, bevat tevens de bijhorende maatregelen bij een overschrijding van deze drempelwaarden. De maatregelen zijn begeleidend en sensibiliserend van aard en hebben als doel de landbouwers te helpen bij de realisatie van een lager nitraatresidu in de toekomst. De volledige tekst van dit besluit vindt u hier.
De maatregelen die de landbouwers moeten nemen, variëren naargelang de hoogte van het gemeten nitraatresidu. Hoe hoger het nitraatresidu, hoe strenger de maatregelen. Daarom wordt gewerkt met een systeem van verschillende drempelwaarden. Bij een overschrijding van achtereenvolgens de 1ste, 2de, 3de en 4de drempelwaarde zijn er telkens bijkomende maatregelen vereist om het nitraatresidu onder de laagste drempelwaarde te doen dalen.
De drempelwaarden zijn gedifferentieerd in functie van gewas en bodemtype. Bij de gewassen wordt een onderscheid gemaakt tussen specifieke teelten (voornamelijk groenten en aardappelen) enerzijds en voeder- en akkerbouwgewassen anderzijds. Er wordt rekening gehouden met de hoofdteelt, maar als de nateelt een specifieke teelt is, wordt rekening gehouden met deze nateelt. Bij het bodemtype wordt een onderscheid gemaakt tussen zand-, klei- en andere bodems.
De drempelwaarden die gelden voor de staalnamecampagne van 2010, zijn voorgesteld in Tabel 1. Deze drempelwaarden gelden overal in Vlaanderen. Vanaf de staalnamecampagne in 2011 zullen de drempelwaarden herzien worden op basis van wetenschappelijk onderzoek dat in de loop van 2011 zal afgerond zijn.
|
Teelt |
Bodemtype |
1ste |
2 de |
3 de |
4 de |
|
Specifieke teelten |
Klei en Andere |
90 |
115 |
180 |
220 |
|
Zand |
90 |
115 |
165 |
190 | |
|
Akkerbouw en voedergewassen |
Klei |
90 |
115 |
160 |
200 |
|
Andere |
90 |
115 |
150 |
190 | |
|
Zand |
88 |
113 |
128 |
158 |
De begeleidende maatregelen die de landbouwers met een te hoog nitraatresidu in 2010 moeten nemen in 2011, zijn voorgesteld in Tabel 2. Bij een overschrijding van achtereenvolgens de 1ste, 2de, 3de en 4de drempelwaarde gelden de maatregelen van maatregelenpakketten 1, 2, 3 en 4.
|
Maatregel |
Maatregelenpakket | |||
|
1 |
2 |
3 |
4 | |
|
Stikstofanalyse voorjaar + |
X |
X |
X |
X |
|
Geen derogatie op betrokken perceel |
X |
X |
X |
X |
|
Nitraatresidubepaling najaar |
X |
X |
X |
X |
|
Bijkomende nitraatresidubepaling najaar |
|
X |
X |
X |
|
Nateelt/vanggewas op betrokken perceel |
|
|
X |
X |
|
Bemestingsplan en -register voor alle percelen |
|
|
X |
X |
|
Audit door Mestbank |
|
|
X |
X |
|
Bij overschrijding op groenteperceel: |
|
|
X |
X |
|
Lagere bemestingsnormen op betrokken perceel: Bij overschrijding 3de drempelwaarde: Bij overschrijding 4de drempelwaarde: |
|
|
X
|
X |
De erkende laboratoria deelden de resultaten van de analyses enkele weken na de staalname rechtstreeks aan de landbouwers mee. In maart zal de Mestbank alle land- en tuinbouwers met percelen waar vorig najaar een nitraatresidustaalname is uitgevoerd, aanschrijven. In deze brief zijn de resultaten en de gevolgen van de nitraatresidumetingen in 2010 opgenomen. De brief is vergezeld van een toelichting waarin duidelijk uitgelegd wordt welke stappen de landbouwers moeten zetten om zich in orde te stellen met de opgelegde maatregelen.
Een wachtdienst is verzekerd voor het geval u een dierenarts nodig hebt en uw dierenarts afwezig is.
Selecteer uw regio en contacteer één van de dierenartsen van wacht.