Trendbreuk met verleden
Organisch stofgehalte in bodems neemt opnieuw toe
Vrijdag 17 februari 2012
De voorbije decennia kregen we, onder invloed van diverse factoren, te maken met een afname van het organische stofgehalte in onze bodems. Gelukkig lijkt die trend nu gekeerd. Voor de periode 2008-2011 zat ongeveer de helft van de akkerbouwpercelen en 38 % van de weidepercelen binnen de streefzone. Voor akkerbouwgronden is dat 12 % meer dan in de vorige vierjaarlijkse periode en voor weilanden 6 % hoger. En vooral de bodems met zeer lage tot lage organische stofgehaltes vertoonden in die periode een zeer duidelijke dalende trend.
Dat vertelde Annemie Elsen, hoofd van de dienst Onderzoek en Studies van de Bodemkundige Dienst van België, donderdag tijdens een infonamiddag rond bodemvruchtbaarheid in Leuven.
Landbouwers raken dus blijkbaar meer en meer overtuigd van het nut van een voldoende hoog organische stofgehalte van hun bodems. Er worden duidelijk meer groenbemesters gezaaid dan voorheen en er is ook een trend naar minder diep ploegen of zelfs minimale grondbewerkingen, welke bijdragen tot een verhoging van het organische stofgehalte. Ook de forse uitbreiding van de korrelmaïsteelt (vooral dan in Vlaanderen), die heel wat teeltresten op het veld achterlaat, draagt bij tot deze gunstige tendens.
Voor de landbouwers zal het er in de toekomst op aankomen die gunstige trend aan te houden, maar daarnaast ook rekening te houden met het feit dat bodems met een hoger organische stofgehalte ook meer mineralisatie (vrijstellen van nutriënten, zoals stikstof en fosfor uit dit organische materiaal) kennen, waardoor de risico's op een hoger nitraatresidu op het einde van het teeltseizoen groter wordt. Perceelsspecifiek advies zal hier dus ook noodzakelijk blijven, zo besloot Annemie Elsen.