
In aanvang werden ongeveer 1.800 bedrijven geselecteerd om deel te nemen aan een enquête. De bevraging peilde naar de ernst van het schurftprobleem op die bedrijven, naar de toegepaste antiparasitaire behandelingen en naar voeding. Tien procent van de bedrijven die deze enquête beantwoordden, werd bezocht en nader onder de loep genomen. Bijkomend evalueerde Veepeiler de managementfactoren, zoals de bezettingsdichtheid, temperatuur, vochtigheid en licht, en nam monsters voor verder onderzoek. Huidafkrabsels werden genomen om de schurftletstels te typeren en bloed om waarden in relatie tot het probleem, zoals mineralen en sporenelementen, nader te evalueren.
De helft van de bezochte bedrijven had te maken met een ernstig schurftprobleem, de andere 50% meende weinig of geen problemen te hebben met schurft.
De resultaten van het onderzoek bevestigen dat schurft een typisch probleem is van het Belgisch Witblauw ras. Ook een ander vermoeden, namelijk dat de Psoroptes-mijt de voornaamste veroorzaker is van schurft bij het Belgisch Witblauw rund, bleek bewaarheid. Daarnaast bevestigt dit project de min of meer gekende risicofactoren voor het ontstaan van schurft.
U kunt het risico op schurft verminderen met een goede basishygiëne en een degelijk management op het bedrijf. Hierbij zijn het verwijderen van mijten in de omgeving en het beschermen van de huid (geen verweking door urine en mest) na te streven doelstellingen. Daarnaast kunnen het tijdig instrooien van boxen, het voorzien van voldoende voederplaatsen en het vermijden van overbezetting het risico op schurft (en op stress bij de dieren) inperken.
Ook aankopen vormen een potentieel risico. Op bedrijven waar vaker dieren worden aangekocht, vindt men immers meer schurft.
Laat uw bedrijfsdierenarts een huidafkrabsel nemen om een correcte diagnose te kunnen stellen. Pas na een correcte diagnose is het mogelijk om de juiste behandelingsstrategie te bepalen en zodoende het beste resultaat te bekomen.
Het achterwege blijven van een correcte diagnose kan verklaren waarom een behandeling in bepaalde gevallen niet aanslaat. De behandeling verschilt namelijk naargelang de soort mijt die de schurft veroorzaakt.
Vergeet ook niet om alle dieren te behandelen. Doet u dit niet, dan blijven er dragers over die opnieuw andere dieren kunnen besmetten. En voer de behandeling correct uit: behandel de dieren minstens tweemaal (liefst meer) met een interval van maximum 10 dagen. Vergeet ten slotte niet om de dieren te scheren en eventuele korsten te verwijderen alvorens te behandelen.
Om de veehouder een instrument te bieden dat hem helpt bij de aanpak en preventie van schurft, heeft Veepeiler Rund samen met de dienst Parasitologie van de faculteit Diergeneeskunde UGent, een ‘praktische leidraad voor schurft' ontworpen.
U kunt deze nalezen op de website van DGZ: http://www.dgz.be/publicatie/fiche-schurft. Of u kan hem hier rechtstreeks downloaden.
Gedrukte (geplastificeerde) exemplaren van deze handige fiche zijn gratis aan te vragen bij DGZ via vetinfo@dgz.be of tel. 078/05.05.23.
Hebt u nog vragen over de aanpak van schurft, neem dan gerust contact op met DGZ via dezelfde kanalen: vetinfo@dgz.be of telefonisch op 078/05.05.23.
Jo Maris, Dierenarts Gezondheidszorg Herkauwers / Veepeiler, DGZ
Een wachtdienst is verzekerd voor het geval u een dierenarts nodig hebt en uw dierenarts afwezig is.
Selecteer uw regio en contacteer één van de dierenartsen van wacht.