Door de huidige droogte en de geringere ontwikkeling van het gebladerte, moet men de velden buiten de warme uren inspecteren. Houdt aandachtig de aanwezigheid van eieren (kleine witte of groene eieren, geïsoleerd of in kleine groepen), van rupsen, van recente uitwerpselen en/of gaten in de bladeren, in het oog. Men mag de bieten niet te veel schudden tijdens de waarneming, want de rupsen laten zich op de grond vallen wanneer zij verstoord worden. Naargelang hun larvestadium (6 ontwikkelingsstadia) varieert de grootte van de larven van 0,5 tot 4 cm. Hun kleur varieert van lichtgroen, in de vroege ontwikkeling, naar donkergroen en bruin, in een gevorderd stadium.
Een insecticidebehandeling moet niet overwogen worden vóór de drempel van 3 tot 4 rupsen per plant, noch vóór de aantasting van één plant op twee.
De erkende producten tegen rupsen van de gamma-uil in de biet zijn ofwel op basis van lambda-cyhalothrine (type « Karate » aan 0,075 l/ha), hetzij op basis van deltamethrine (type « Decis 2,5 EC » aan 0,4 l/ha). Deze producten (van de familie van pyrethrinoïden) zijn gevoelig voor warmte en licht. Men moet vroeg in de ochtend behandelen, om van de frisheid en de dauw te profiteren, met een volume van 200 tot 300 l water/ha.
De randen van de velden zijn het meest onderhevig aan deze aantastingen. Dikwijls is het niet nodig om het gehele veld te behandelen. De laatste niet-sporadische aanwezigheid van rupsen in de biet gaat terug tot 2006, 2003 en 1996.
Bron: KBIVB