![]() |
De jongste maanden neemt het aantal meldingen van vossen die schade aanrichten aan neerhofdieren, zoals kippen en ganzen, toe. Daarom heeft Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur Joke Schauvliege de gemeenten een brief gestuurd met meer uitleg over de bestaande maatregelen. Zij bereidt tevens een aanpassing van het Jachtvoorwaardenbesluit voor om met gerichte maatregelen de vossenpopulatie beter te beheersen.
Tijdens de maand juni 2010 werden 289.530.360 kg melk aan de melkerijen geleverd, 1.07 % minder dan de referentiehoeveelheid voor die maand. Door de vetcorrectie werd de referentiefhoeveelheid voor juni 2010 echter wel met 0,83 % overschreden. Door de onderschrijding van april en mei blijven we echter, ook na de verrekening van de junileveringen, met een onderschrijding van 1.33 % of ongeveer 12 miljoen kg. Merken we op dat tot hiertoe in het quotum rekening was gehouden met een geraamde osmose van 20.000 ton, deze hoeveelheid werd nu teruggebracht tot 18.000 ton, wat het quotum op 3.467.588.955 ton brengt. Het referentievetgehalte is ook aangepast naar 38,04 g/L (identiek zoals vorig tijdvak) in plaats van 38,03 g/L.
De Belgapomprijs voor vroege aardappelen van vrijdag 23 juli bedraagt 170 euro/ton, BTW excl. of 180,20 euro/ton BTW incl. De marktstemming is volgens Belgapom prijshoudend, met een aanbod dat kleiner is of gelijk aan de vraag. De Belgapomprijs voor vroege aardappelen is de meest gehanteerde prijs waargenomen op de vorige werkdag voor machinegerooide aardappelen van vroege rassen, veldgewas 35 mm+, frietgeschikt, af producent, los op wagen, voor onmiddellijke levering/ophaling. Deze prijs is een richtprijs en sluit niet uit dat voor product, afwijkende van de vermelde basiskwaliteitsnormen een aangepaste prijs wordt bepaald. Hij wordt vastgesteld door een commissie met 4 vertegenwoordigers uit de sectie verwerking en 4 vertegenwoordigers uit de sectie handel van Belgapom.
Merken we op dat intussen in de praktijk meer en meer problemen opduiken in verband met het niet kunnen voldoen aan de levering van gecontracteerde hoeveelheden.
Het areaal biologische landbouw in de Europese Unie is de jongste jaren sterk toegenomen en vertegenwoordigt nu ongeveer 4,23 % van het totale landbouwareaal in de EU. Oostenrijk, Zweden, Estland, de Tsjechische Rupubliek en Letland hebben de hoogste percentages van biologische landbouw in het totaal van het landbouwareaal. In de EU zijn ongeveer 197.000 landbouwbedrijven met biologische landbouw bezig. Op te merken is wel dat, nietegenstaande de groeiende vraag naar biologische producten, deze toch nog maar 2 % van de voedseluitgaven in de EU vertegenwoordigen.
Al deze gegevens over de biologische landbouw zijn te vinden in een rapport van de Europese Commissie op : http://ec.europa.eu/agriculture/analysis/markets/organic_2010_en.pdf
Zondag zal de Brusselse burgemeester Freddy Thielemans, samen met commissaris Dacian Ciolos en Sabine Laruelle, de federale Belgische minister van Landbouw, om 11 uur op het Sint-Katelijneplein de markt “Smaak van het leven” openen. In de stands zullen voedselspecialiteiten uit alle lidstaten worden aangeboden. Daarnaast is er een cultureel animatieprogramma. Er wordt o.m. Spaanse olijfolie geproefd, er komen volksdansgroepen en er zijn optredens van een Portugese fadozinger en andere muziekgroepen. De markt sluit haar deuren op maandagavond, met een receptie voor de deelnemers aan de conferentie over de toekomst van het GLB na 2013. Tijdens die receptie worden ook de prijzen overhandigd voor de onlangs gehouden wedstrijd voor het beste ontwerp van een EU-biologo. Intussen is dit logo op 1 juli 2010 in werking getreden.
Vorige week werd door Belgapom de laatste notering van Bintje opgemaakt voor dit seizoen. Normaal zou vanaf vandaag gestart worden met de notering vroege aardappelen. Belgapom kondigt nu echter aan dat, bij gebrek aan voldoende volume verhandelde vroege aardappelen, de eerste Belgapom notering vroege aardappelen uitgesteld wordt tot volgende week.
Het PCA volgt momenteel op 8 praktijkpercelen de groei en kwaliteit van Première. De velden liggen allemaal in de streek van Kortemark, Tielt en Deinze. De eerste proefrooiingen vonden plaats vorige week woensdag 23 juni. De percelen waren geplant tussen 18 maart en 14 april. Op 23 juni zaten ze dus gemiddeld op 83 groeidagen (70 tot 97). De gemiddelde bruto-opbrengst bedroeg slechts 16 ton/ha (waarvan 16% +50mm). De voorbije drie jaar werd na een zelfde aantal groeidagen (83) een bruto-opbrengst van 31 ton/ha gehaald.
Tijdens zijn bijeenkomst van morgen dinsdag 29 juni moet de Europese Landbouwraad beslissen over het al of niet toelaten tot de Europese markt voor menselijke en dierlijke voeding van zes transgene maïsrassen, één van Dow AgroScience, één van Pioneer, twee van Monsanto en twee van Syngenta. De Raad kan de voorstellen van de Europese Commissie om deze transgene maïsrassen toe te laten aannemen of verwerpen bij gekwalificeerde meerderheid. Wordt geen gekwalificeerde meerderheid voor of tegen de voorstellen bereikt, dan gaan ze terug naar de Europese Commissie, die dan zelf kan beslissen.
De Belgapomprijs van vrijdag 25 juni bedraagt 80,00 euro/ton (BTW excl.)
of 84,80 euro/ton (BTW incl.).Belgapom spreekt van een vaste markt met een aanbod dat kleiner is dan de vraag. De Belgapomprijs is de meest gehanteerde prijs waargenomen op de vorige werkdag voor Bintje, veldgewas 35 mm+, frietgeschikt, af producent, los op wagen, voor onmiddellijke levering/ophaling. Hij wordt vastgesteld door een commissie met 4 vertegenwoordigers uit de sectie verwerking en 4 vertegenwoordigers uit de sectie handel van Belgapom.
De rendabiliteit van de Vlaamse witloofbedrijven staat sterk onder druk. Kan diversificatie deze typische Vlaamse groente aantrekkelijker maken voor de consument? Een IWT-project (Vlaams Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie) wil op zoek naar innovaties en zo nieuwe kansen voor witloof creëren.
In het Belgisch Staatsblad van 14 juni verscheen een omzendbrief van 12 mei 2010 over het verkrijgen van VLIF-steun voor investeringen in de omkaderingssector van land- en tuinbouw. Praktijkcentra en vergelijkbare instellingen kunnen VLIF-steun verkrijgen voor hun investeringen binnen het kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 april 2007 betreffende steun aan investeringen in de omkaderingssector van land- en tuinbouw en het ministeriële besluit van 15 oktober 2007 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 april 2007.
De steunverlening wordt georganiseerd via oproep.
De omzendbrief die op 14 juni verscheen in het Belgisch Staatsblad regelt de voorwaarden en modaliteiten van de oproep 2010.
U vindt de volledige omzendbrief op www.staatsblad.be
Op de jaarlijkse algemene vergadering van FEFAC is de heer Patrick Vanden Avenne, tot april vorig jaar voorzitter van de Belgische mengvoederfederatie (BEMEFA), en bedrijfsleider van Vanden Avenne-Ooigem, verkozen tot nieuwe voorzitter van FEFAC en dit voor een periode van drie jaar. De verkiezing vond plaats voorafgaand aan het meerdaags FEFAC-congres in Hamburg. Patrick Van den Avenne was de enige kandidaat om de huidige voorzitter Pedro Corrêa de Barros op te volgen. De Belgische mengvoedersector is uiteraard heel fier dat een Belg de komende drie jaar de honneurs mag waarnemen op Europees vlak.
De Belgapomnotering van vandaag 11 juni bedraagt 80,00 euro/ ton (BTW excl.) of 84,80 euro/ton (BTW incl.). Belgapom spreekt van een flauwe marktstemming met een aanbod dat groter is dan de vraag. De Belgapomprijs is de meest gehanteerde prijs waargenomen op de vorige werkdag voor Bintje, veldgewas 35 mm+, frietgeschikt, af producent, los op wagen, voor onmiddellijke levering/ophaling. Hij wordt vastgesteld door een commissie met 4 vertegenwoordigers uit de sectie verwerking en 4 vertegenwoordigers uit de sectie handel van Belgapom.
Volgens de waarnemingen van het Cadco is de aanwezigheid van bladluizen in wintergranen dit jaar uiterst zeldzaam (tussen 0 en 26 bladluizen per 100 stoelen naargelang het veld). Insecticidenbehandelingen zijn dan ook niet nodig, zo stelt het Cadco, ook niet tegen de oranje galmug of graanhaantjes.
De Belgapomprijs van vandaag vrijdag 4 juni bedraagt 80,00 euro/ton(BTW excl.) of 84,80 euro/ton (BTW incl.). Belgapom spreekt van een flauwe markt met een aanbod dat groter is dan de vraag. De Belgapomprijs is de meest gehanteerde prijs waargenomen op de vorige werkdag voor Bintje, veldgewas 35 mm+, frietgeschikt, af producent, los op wagen, voor onmiddellijke levering/ophaling. Hij wordt vastgesteld door een commissie met 4 vertegenwoordigers uit de sectie verwerking en 4 vertegenwoordigers uit de sectie handel van Belgapom.
De warme en droge zomer van 2009 leidde tot een daling van het thuisverbruik van maaltijdbegeleiders. Zo ging het thuisverbruik van verse aardappelen er met 4% op achteruit. Ook het thuisverbruik van verwerkte aardappelen, droge rijst, droge deegwaren, brood en bereide maaltijden daalde in 2009 in volume. Hierdoor bleef het marktaandeel van aardappelen tegenover deze “concurrenten” relatief stabiel.
Het beheercomité voor de zuivelmarkt heeft donderdag jl. positief gestemd over twee voorstellen van de Europese Commissie om vanaf juni boter en magere melkpoeder uit de interventievoorraden te verkopen. Volgens de Commissie is deze mogelijke verkoop verantwoord, gezien de goede marktsituatie op dit ogenblik en het feit dat sommige waarnemers nu reeds waarschuwen voor een oververhitting van de zuivelmarkt, zoals we in 2007 hebben gekend.
Copa,
de overkoepelende organisatie van landbouworganisaties in de EU, is het daar
niet mee eens en waarschuwde er voor dat de zuivelmarkt nog steeds zeer fragiel
blijft. “De melkprijzen liggen op dit ogenblik gemiddeld in Europa rond 27 tot
28 cent/liter, wat eigenlijk nauwelijks beter is dan een jaar geleden.
Bovendien hebben de melkveehouders vorig jaar een daling van hun inkomen gezien
van ruim 11 %. Een nog bijkomende daling zou voor velen onder hen catastrofaal
zijn”, zo stelde Copa secretaris-generaal Pekka Pesonen. Hij riep de Commissie
dan ook uiterst voorzichtig te zijn met het op de markt brengen van
interventievoorraden om te vermijden dat ze tot marktverstoring zouden leiden.
Europees
Landbouwcommissaris Dacian Ciolos stelde dat de manier waarop de zuivelproducten
op de markt zullen gebracht worden (aanbestedingen) aan de Europese Commissie
een volledige controle, zowel over de prijzen als over de volumes, toelaat.
“Wij zullen de marktevolutie van nabij opvolgen om te vermijden dat het huidige
prijsherstel terug zou tenietgedaan worden”, zo verklaarde hij.
Hij
merkte nog op dat in de periode van volle crisis in de zuivelsector vorig jaar
de Europese Commissie 600 miljoen euro heeft uitgegeven om de zuivelmarkt te
ondersteunen, o.m. door de aankoop van 76.000 ton boter en 257.000 ton magere
melkpoeder voor interventie.
Met
het oog op het omzetten van de Europese richtlijn over de benaming van planten
en andere organismen naar Vlaamse regelgeving, wijzigde de Vlaamse Regering
vrijdag 21 mei jl., na advies van de Raad van State, definitief vier
besluiten over de reglementering van de handel in en de keuring van zaaizaden
van groenvoedergewassen, van zaaigranen, van zaaizaad van oliehoudende
planten en vezelgewassen; en van groentezaad en zaad van chicorei voor de
industrie.
De gecoördineerde aanpak van muskusratten in Oost-Vlaanderen heeft succes. Dat bewijzen de resultaten van een intensieve controle-actie van het Vlaams Gewest. In het gecontroleerde gebied (Ronse) werden slechts vier muskusratten gevangen. De toegelaten norm ligt op tien.
Muskusratten
kunnen veel schade veroorzaken aan dijken en grachten. Daarom is het bestrijden
van muskusratten een belangrijke taak van de waterloopbeheerders (gewesten,
provincies, gemeenten).
In
Oost-Vlaanderen staat het provinciebestuur in voor de ondersteuning van de
gemeentelijke rattenbestrijders en voor de globale coördinatie van de
bestrijding. Daarvoor werd Rattenbestrijding Oost-Vlaanderen (RATO) vzw
opgericht. Rato vzw is een interbestuurlijk samenwerkingsverband tussen de
Provincie en de gemeenten. Het kan de bestrijding tegen een kostprijs,
tijdelijk of definitief, overnemen van de besturen die de bestrijding zelf niet
meer willen of kunnen uitvoeren.
De muskusrat
houdt zich niet aan administratieve grenzen. Daardoor kunnen acties (of het
ontbreken van acties) van de verschillende waterloopbeheerders belangrijke
gevolgen hebben. Door de grote vruchtbaarheid en hoge mobiliteit van de
muskusratten kunnen veranderingen op het naburige grondgebied merkbaar zijn.
Partners in het
grensgebied Frankrijk – Wallonië – Vlaanderen hebben daarom besloten hun
krachten te bundelen in het project Cartora. Het project wordt uitgevoerd in de
periode van april 2008 tot maart 2012 en kan rekenen op Europese, Vlaamse en
provinciale steun die wordt verleend uit het Interregprogramma IVa.
Rattenbestrijding Oost-Vlaanderen vzw is de projectpartner. Voor de provincie
Oost-Vlaanderen zijn de betrokken gemeenten Ronse, Kluisbergen, Maarkedal en
Brakel.
Gevangen
muskusratten
In
het eerste semester van 2009 werden door de gezamenlijke aanpak in de vier
gemeenten 207 muskusratten gevangen:
•
Ronse: 147
•
Brakel: 47
•
Kluisbergen: 2
•
Maarkedal: 1
In het tweede
semester van 2009 werden nog eens 25 muskusratten gevangen:
•
Ronse: 19
•
Brakel: 5
•
Maarkedal: 1
•
Kluisbergen: 0
Uit de cijfers
blijkt dat er een gevoelige verbetering van de situatie is. Daarnaast werden in
de loop van het laatste kwartaal 2009 tijdens gezamenlijke vangacties met de
Waalse partner op het grondgebied van Wallonië 322 muskusratten gevangen.
Hierdoor werd de instroom in Oost-Vlaanderen, in het bijzonder in de gemeente
Ronse, sterk beperkt.
Intensieve
controle-actie
In
mei 2010 werd door een onafhankelijke controleploeg van het Vlaams gewest een
vangactie georganiseerd. Na een intensieve speurtocht naar de meest
rattengevoelige plaats in het gebied, werd in Ronse een terrein afgebakend en
een vangactie georganiseerd. Hierbij wordt op een oppervlakte van één vierkante
kilometer (100 hectare) zeer intensief mechanisch materiaal geplaatst om de
volledige restpopulatie te vangen. Er werden nog vier ratten gevangen; de
toegelaten norm ligt op tien.
Het intensieve
werk van de bestrijders wordt met dit fraaie resultaat beloond. Toch is
blijvende zorg noodzakelijk. Door de grote vruchtbaarheid en de hoge mobiliteit
van de muskusratten, kan de situatie zeer snel opnieuw ontsporen. Uit de
voorlopige cijfers van 2010 blijkt dat voor heel Oost-Vlaanderen tijdens het
eerste kwartaal van 2010 al de helft van het totale aantal muskusratten in 2009
werd gevangen. Men zal zich dus moeten blijven inzetten om de goede resultaten
te behouden.
Op woensdag 26 mei ek. richt het Landbouwcentrum voor Voedergewassen (LCV) met zijn partners een actieve machinedemonstratie in met een 25-tal machines voor het maaien, schudden, harken en oprapen van gras. Hiernaast zijn infostandjes aanwezig die toelichting verschaffen over grassoorten en -mengsels, inkuiltechniek en -additieven.?Verder is er aandacht voor brandstofbesparing op tractoren en is er voldoende ruimte voorzien voor informele contacten tussen boer en toeleverancier.
De
machinedemonstratie richt zich tot landbouwers, machineringen en loonwerkers
uit Vlaanderen en Nederland.?Omwille van de grote investeringen die
hooibouwmachines met zich meebrengen is het belangrijk dat zowel boer als
loonwerker zicht hebben op wat er op de markt is.?Het blijft belangrijk om
met eigen ogen vast te stellen welke merken en soorten van machines het beste
werk afleveren en het meest geschikt zijn voor je bedrijf.
Volgens een enquête
die het LCV hield afgelopen winter, gebeurt schudden het meest met eigen
machines (97,4%). Ook voor harken is dit zo (91,8%), opvallend is dat 5,2% van
de landbouwers daarbij een beroep doet op bv. een machinering of gehuurde
machine.?Wat het maaien
betreft, doet 85% van de landbouwers dit zelf, momenteel doet 10,9 % van de
landbouwers hiervoor een beroep op de loonwerker.?Het oprapen van het gras
doet slechts 15,6 % van de landbouwers (soms) zelf, het merendeel (83,7%) laat
dit door de loonwerker doen.
Demo en meer
Het
Landbouwcentrum voor Voedergewassen biedt niet enkel ondersteuning bij de
mechanisatie, maar ook bij de teelttechniek met rassenkeuze en
bemestingsstrategie als speerpunten. Tijdens de demodag proberen ze via
infostandjes heel wat teelttechnische info mee te geven.?Dit zowel via
een algemene toelichting als op de infostands van de deelnemende firma's.?Een vijftigtal
demoveldjes werden uitgezaaid met verschillende grasmengsels en grassoorten.?Wat betreft
inkuilen en bewaring krijgt de landbouwer keuze uit een gans gamma van
kuiladditieven.?Ook hier biedt toelichting op basis van recent onderzoek en
infostands van diverse leveranciers heel wat bruikbare informatie.
Een dagprogramma
(zonder herhaling) is opgesteld waarbij ‘s voormiddags de maaiers demonstreren
en toelichting wordt gegeven bij het project omtrent de brandstofbesparing.?Het
namiddaggedeelte start met het overlopen van de grassoorten en grasmengsels,
waarna de schudders en harken hun kunnen tonen.?Hierna wordt informatie
verstrekt over inkuiltechniek en inkuiladditieven, waarna het oprapen van het
gras gepland staat. De demodag wordt afgesloten met het in werking stellen van
de diverse machines over het ganse demoterrein. Waarna nog uitgebreid de
mogelijkheid is tot een infomoment bij de verschillende deelnemende firma's.
De
demonstratiedag gaat definitief door op woensdag 26 mei 2010 zo liet het LCV
weten.
De demonstratie
gaat door in de gemeente Hechtel-Eksel gelegen in de Kempen.? De organisatie
van de Demodag Grasland is in handen van: PVL Bocholt, Hooibeekhoeve Geel, LTCW
Sint-Niklaas, PCLT Roeselare, Vlaamse Overheid DLV- ADLO en ILVO, Boerenbond,
Landelijke Gilde Eksel, Gemeente Hechtel-Eksel.
Versie
2 van de « Gids Autocontrole : aardappelen-groenten-fruit verwerkende industrie
en handel » gedateerd op 26 maart 2010 werd op 7 april 2010 krachtens artikel 9
van het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende autocontrole,
meldingslicht en traceerbaarheid in de voedselketen door het Federaal
Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen goedgekeurd. Deze gids kan
bekomen worden bij : Belgapom,
Spastraat 8, 1000 Brussel, Tel : 02-339 12 52, Fax : 02-339 12 51, e-mail : belgapom@fvphouse.be; Fresh Trade Belgium, Spastraat 8, 1000
Brussel, Tel : 02-339 12 50, Fax : 02-339 12 50, e-mail : freshtradebelgium@fvphouse.be; Vegebe, Spastraat 8, 1000 Brussel, Tel : 02
339 12 49, Fax : 02-339 12 51,
e-mail
: vegebe@fvphouse.be.
Krachtens
artikel 9 van het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende
autocontrole, meldingsplicht en traceerbaarheid in de voedselketen, wordt de
goedkeuring van 3 januari 2007 (Belgisch Staatsblad 24 januari 2007) door het
Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen van de versie 1 van
de « Gids Autocontrole : aardappelen-groenten-fruit verwerkende industrie en
handel » gedateerd op december 2006, 3 maanden na de datum van publicatie in
het Belgisch Staatsblad opgeschort.
De Belgapomprijs van vrijdag 21 mei bedraagt 85 euro/ton, BTW excl. of 90,10 euro/ton, BTW incl. Belgapom spreekt van een rustige markt met een aanbod dat groter is dan of gelijk aan de vraag. De Belgapomprijs is de meest gehanteerde prijs waargenomen op de vorige werkdag voor Bintje, veldgewas 35 mm+, frietgeschikt, af producent, los op wagen, voor onmiddellijke levering/ophaling. Hij wordt vastgesteld door een commissie met 4 vertegenwoordigers uit de sectie verwerking en 4 vertegenwoordigers uit de sectie handel van Belgapom.
De landbouwconjunctuurindex, die door de Vlaamse overheid wordt opgemaakt aan de hand van een zesmaandelijkse enquête bij 750 landbouwers die deelnemen aan het Vlaamse Landbouwmonitoringsnetwerk, gaat terug de goede richting uit. Dat maakte Vlaams minister voor Landbouw Peeters bekend in een gesprek met onze redactie. Deze barometer is weliswaar nog steeds negatief, maar de stijgende trend van het najaar 2009 wordt toch voortgezet in het voorjaar 2010. De index kan in theorie gaan van - 100 (alle landbouwers negatief) naar + 100 (landbouwers unaniem positief). “Welnu, in het najaar van 2008 stond de index op - 9; dat daalde naar - 22 in het voorjaar 2009, waarna er een lichte stijging genoteerd werd naar - 19 in het najaar van 2009. Maar in het voorjaar 2010 (enquête uitgevoerd in maart 2010), steeg de index verder naar - 9. Toch wel een serieuze ommezwaai die er op wijst dat de landbouwers van mening zijn dat de crisis in hun sector over zijn dieptepunt heen is. De situatie is zeker nog niet positief, maar de landbouwers schatten ze globaal gezien niet langer als dramatisch in”, zo vatte minister-president Peeters samen.
Uiteraard zijn
er verschillen naargelang de sectoren. Van de landbouwsectoren was de
akkerbouwsector het meest pessimistisch gestemd. De index gaat er nog drie punten
op achteruit van - 21 naar - 24. Het feit dat de graanprijzen reeds een aantal
jaren laag blijven en ook de aardappelprijzen een dieptepunt hebben bereikt, is
daar zeker niet vreemd aan.
Dat de index
voor de melkveehouderij ten opzichte van het najaar 2009 verbeterd is, zal
wellicht niemand verwonderen. Hij evolueerde van - 19 naar - 3. Toch blijven de
melkveehouders pessimistisch gestemd over de toekomst van de melkprijzen.
Ook onder de
varkenshouders is de stemming licht verbeterd, met een index die steeg van - 15
naar - 7. Die stijging is vooral te danken aan het vooruitzicht dat de
varkensprijzen zullen stijgen en dat de vraag naar varkensvlees zal toenemen.
Toch evolueren de beoordeling van de economische situatie en de economische
vooruitgang van het bedrijf beide in negatieve zin.
Van de
landbouwsectoren is de vleesveesector de enige waarvan de index boven het
nulpunt uitkomt. Hij evolueerde van - 18 naar + 4.
In de
tuinbouwsector zijn de tendensen uiteenlopend: positief voor de groenten in openlucht
en de groenten en fruitteeltsector onder glas, maar negatief voor de fruitteelt
in openlucht en de sierteelt.
De
conjunctuurindex buigt omhoog voor alle bedrijfsgroottes, maar toch tonen
nadere analyses aan dat de grotere bedrijven negatiever zijn over de huidige
situatie dan de kleinere bedrijven. Wel hebben zij positievere verwachtingen
over de komende 6 maanden.
Uit de
steekproef blijkt verder ook dat de jongere bedrijfsleiders een groter
vertrouwen hebben in de toekomst dan de oudere.?
Ten slotte
blijkt uit de enquête ook dat de land- en tuinbouwers opnieuw meer
investeringen plannen. Waar er eind 2009 nog 71 % negatief antwoordde op de
vraag of ze investeringen planden, zijn er nu 40 % die aangeven de komende 6
maand te zullen investeren.
In samenwerking met diverse partners en doelgroepen wordt een trage wegenstudie uitgevoerd die de basis zal vormen van een duurzaam mobiliteitsbeleid voor de 8 betrokken gemeentebesturen. De herwaardering van trage wegen past binnen de visie van het plattelandsproject Schelde-Leie.
Plattelandsproject
Schelde-Leie
Het
plattelandsproject kwam er in 2008 op vraag van een aantal gemeenten. Het
initiatief situeert zich tussen Schelde en Leie en ligt op het grondgebied van
de stad Deinze en de gemeenten De Pinte, Gavere, Kruishoutem, Nazareth,
Sint-Martens-Latem, Zingem en Zulte. Doel van het project is samenwerken aan
een welvarend, leefbaar en cultuurrijk platteland tussen Schelde en Leie. Het
plattelandsproject groeit van onderuit via samenwerking, inspraak en
participatie van diverse bestuurlijke en maatschappelijke actoren.
Op vraag van
Vlaams minister-president Kris Peeters ondersteunt en coördineert de Vlaamse
Landmaatschappij (VLM) het plattelandsproject.
Trage
wegenstudie
Trage wegen
genieten bij lokale besturen en administraties steeds meer aandacht. De term
‘trage wegen' is een verzamelnaam voor het uitgebreide en kleinschalige
wegennetwerk dat gebruikt wordt door ‘trage' weggebruikers zoals wandelaars,
joggers, fietsers, ruiters, lokale landbouwers, ... Trage wegen vervullen een
breed scala aan functies. Ze
bieden niet alleen de mogelijkheid tot een duurzaam en veilig verplaatsingsgedrag,
maar nemen ook een groot deel van het recreatieve verkeer voor hun rekening.
Daarnaast vervullen heel wat trage wegen een belangrijke rol als toegangs- en
doorgangsweg voor het landbouwverkeer. Ten slotte fungeren veel trage wegen als
drager van diverse ecologische, landschappelijke en cultuurhistorische waarden.
Uit de
gemeentelijke structuurplannen is af te leiden dat alle betrokken gemeenten
wensen te werken aan een duidelijke inventaris, visie en fysische verbetering
van hun trage wegennetwerk. Sommige gemeenten binnen het plattelandsproject hebben
– al dan niet in samenwerking met de provincie – al stappen ondernomen voor de
opmaak van een trage wegenbeleidsplan, maar steeds ontbrak een vervolg wegens
gebrek aan knowhow, professionele ondersteuning en/of een tekort aan middelen
en mensen.
Gelet op de
doelstelling van het plattelandsproject enerzijds en het gegeven dat (trage)
wegen niet stoppen aan gemeentegrenzen anderzijds, is begin 2010 van start
gegaan met het uitwerken van een gemeenschappelijk trage-wegenproject voor het
hele gebied. De voordelen hiervan zijn duidelijk: een gemakkelijkere afstemming
tussen de verschillende gemeenten, een meer efficiënte aanpak en een min of
meer gelijktijdige realisatie op het terrein.
Omdat trage
wegen bij uitstek een plaatselijke materie zijn, is de trage wegenstudie
gebaseerd op een participatief model. Om het draagvlak van het
plattelandsproject te verhogen, is het zeer belangrijk dat lokale gebruikers en
betrokkenen hun inbreng kunnen doen. Zij hebben immers de terreinkennis,
ervaring en voeling met het locale draagvlak, wat cruciaal is om tot een
gedragen lokaal netwerk te komen. Daarom wordt op dit moment, naast de
betrokken gemeente, iedere organisatie of groepering van mensen die op de een
of andere manier actief is in het gebied, uitgenodigd op informatievergaderingen
om zowel in de voorbereidende fase als in de latere evaluatiefase(s) een
bijdrage te leveren.
Betrokkenheid
werkt sterk sensibiliserend voor thema's die aan bod komen: verkeersveiligheid,
streekidentiteit, duurzame verplaatsingen, cultuurhistorie, ... en doet het
bewustzijn rond de teloorgang van het trage wegen patrimonium toenemen.
De uitvoering
van de trage wegenstudie is inmiddels van start gegaan en zal lopen tot eind
2011. Na het afronden van de studie zal een trage wegennetwerk worden
voorgelegd dat maximaal voldoet aan de huidige behoeften op het gebied van
recreatief gebruik, mobiliteit, natuur- en landschappelijke beleving. Het plan
zal een reeks adviezen bevatten over hoe de vooropgestelde doelstellingen
bereikt kunnen worden.
Aangezien
uiteindelijk de gemeenten verantwoordelijk en bevoegd zijn voor deze materie,
vormt de studie een ideale basis om de trage wegen te verankeren in het
gemeentelijk mobiliteitsplan.
De trage
wegenstudie is via openbare aanbesteding toegewezen aan Trage Wegen vzw en
begroot op € 120.000. Diverse betrokken overheden financieren het project, de
Afdeling Land- en Bodembescherming en Natuurlijke rijkdommen (ALBON) van het
departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) van de Vlaamse overheid neemt
38% voor haar rekening en daarnaast financieren de provincie Oost-Vlaanderen en
de Vlaamse Landmaatschappij het resterende bedrag elk voor 50%. De gemeenten
zelf dienen geen financiële bijdrage te leveren.
Vandaag
maakten de bedrijfsleiders van de Wolkenhoeve in Geel tijdens een
persconferentie bekend dat zij in de toekomst op hun varkensbedrijf een
pijnloze alternatieve manier van castreren van hun biggen zullen toepassen. Zij hebben gekozen om de
immunovaccinatie methode te gebruiken.
In
uitvoering van de engagementsverklaring, die in 2008 door de varkenssector werd
ondertekend, voert het Instituut voor Landbouw en Visserij een grootschalig
onderzoek uit om een viertal alternatieven voor het onverdoofd castreren in
praktijkomstandigheden uit te testen. Minister-president Peeters heeft hiervoor
200.000 euro uitgetrokken.
Minister-president
Peeters overhandigde aan varkensbedrijf “De Wolkenhoeve” in 2009 nog de Golden
Pig Award – de erkenning voor het beste Vlaamse varkensbedrijf. ‘Ik ben zeer verheugd dat één van onze
meest vooraanstaande Vlaamse varkensbedrijven zelf het heft in handen neemt om
een alternatieve methode voor het onverdoofd castreren in de praktijk toe te
passen', aldus Minister-President Kris Peeters.
Het
onverdoofd castreren van mannelijke biggen tijdens de eerste levensweek, is een
techniek die door de Europese Unie wordt aanvaard. De castratie wordt
uitgevoerd om bij mannelijke varkens de gevreesde berengeur te voorkomen die
het vlees onverkoopbaar maakt.
Eind
2008 heeft de ganse varkenskolom een engagementsverklaring ondertekend, waarin
ze verklaren zich samen met de Vlaamse overheid actief te willen inzetten om
alternatieven te ontwikkelen voor het onverdoofd castreren.
In
uitvoering van deze engagementsverklaring loopt er momenteel bij het Instituut
voor Landbouw en Visserij
Onderzoek (ILVO) een grootschalig
onderzoek om een viertal alternatieven voor het onverdoofd castreren in
praktijkomstandigheden uit te testen. Minister-President Peeters heeft voor dit
onderzoek 200.000 euro uitgetrokken en ook de sector heeft hiervoor de nodige
financiering op tafel gelegd.
Volgende
alternatieven worden onderzocht:
-
Castreren met CO2 verdoving;
-
Immunovaccinatie;
-
Houden van intacte beren;
-
Castreren met pijnbestrijding.
Deze
alternatieven worden uitgevoerd en gecontroleerd t.o.v. een
controlebehandeling.
In
het najaar mogen de eerste resultaten van dit onderzoek worden verwacht.
De provincie Vlaams-Brabant start een campagne om bacterievuur te herkennen en te melden. Bacterievuur is een ziekte die grote schade veroorzaakt aan planten, zoals appel- en perenbomen of sierstruiken, in tuinen, parken en plantages. Toch is bacterievuur onbekend bij het grote publiek. Wie bacterievuur opmerkt, kan dit melden aan de provinciale controle-eenheid Vlaams-Brabant van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
Bacterievuur?
Nooit van gehoord? Niet abnormaal als men weet dat ook veel plantenliefhebbers
nog nooit van deze ziekte gehoord hebben. Bacterievuur, ook wel perenvuur
genoemd, is nochtans vaak de onbekende boosdoener op appel- en perenbomen of
sierstruiken.
Bacterievuur kan
niet chemisch bestreden worden. Het vraagt heel wat snoeiwerk om deze ziekte in
te dijken. Voorkomen is dus beter dan genezen. Bovendien verspreidt deze ziekte
zich razendsnel en kan hele tuinen, parken en plantages aantasten.
"De
provincie Vlaams-Brabant heeft daarom de ambitie om, samen met een hele reeks
partners als het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
(FAVV), de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), regionale landschappen, afdelingen
van Natuurpunt en de Boerenbond, bacterievuur beter onder controle te houden.
We starten dan ook een informatiecampagne via een folder en een website. Mensen
die deze ziekte herkennen in hun tuin kunnen dit melden bij de provinciale controle-eenheid
Vlaams-Brabant van het FAVV op tel. 016-39 01 11" zegt Monique Swinnen,
gedeputeerde voor land- en tuinbouw.
De brochure kan geraadpleegd of gedownload worden via http://mediatheek.vlaamsbrabant.be
Meer info: www.vlaamsbrabant.be/bacterievuur
De Nederlandse minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Gerda Verburg heeft onderstreept vast te houden aan een reductie van het antibioticagebruik met 50% in 2013. Dat deed ze in een gesprek met de Stuurgroep van de Taskforce Antibioticaresistentie Dierhouderij. Het gesprek vond plaats op initiatief van minister Verburg.
In de stuurgroep
zitten onder voorzitterschap van senator Jos Werner de belangrijkste
veehouderijsectoren in Nederland, zoals pluimvee, varkens, runderen en
kalveren. Ook de KNMvD (Koninklijke Maatschappij voor Diergeneeskunde) en een
onafhankelijk deskundige maken er deel van uit. Het is de eerste keer dat de
sector met de minister sprak over haar doelstellingen die op 9 april in een
brief aan de Tweede Kamer zijn gestuurd. Daarin stelt zij dat in 2011 het
antibioticagebruik met 20% gedaald moet zijn ten opzichte van 2009. Ze wil
verder dat de sector in 2013 een reductie van 50% realiseert.
De Taskforce
heeft minister Verburg gisteren gemeld dat het realiseren van een reductie van
20% volgend jaar niet gemakkelijk zal zijn, maar dat ze zich voluit wil
inzetten voor een verdere reductie van 50% in 2013. Volgens de sector is het
ook moeilijk alle veesectoren over één kam te scheren. Zo geeft bijvoorbeeld de
rundersector aan al weinig antibiotica te gebruiken. De veesector wil zo
spoedig mogelijk een transparant registratiesysteem hebben. Met name de kalver-
en varkenssector zijn hard op weg om dat systeem te realiseren. Een nog op te
richten Veterinaire Diergeneesmiddelen Autoriteit (VDA) kan het systeem
gebruiken om inzicht te krijgen welke veehouders en welke dierenartsen de
meeste antibiotica gebruiken of voorschrijven.
Ook biedt de
sector aan om de zogeheten 'derdegeneratie-antibiotica' vrijwel te weren uit de
veehouderij. Dat zijn middelen die ziekenhuizen op de plank hebben liggen om te
gebruiken als andere antibiotica niet meer helpen. De veesector heeft de
minister toegezegd deze middelen alleen in hoogstnoodzakelijke gevallen te gaan
gebruiken.
Minister Verburg
is blij met de vorderingen die de sector gemaakt heeft om het
antibioticagebruik terug te dringen. Ze is ervan overtuigd dat het de Taskforce
ernst is en heeft haar waardering daarover uitgesproken. Maar gezien het
maatschappelijk belang is een reductie van 20% volgend jaar en van 50% in 1013,
ten opzichte van 2009, noodzakelijk. De minister verwacht half september
concrete voorstellen van de sector waaruit moet blijken hoe de reductie tot
stand komt.
Bij monde van
voorzitter Jos Werner vraagt de Taskforce meer inzet van het ministerie van LNV
om enkele dwarsliggende veehouders en dierenartsen harder aan te pakken. Minister
Verburg beloofde gerichter inzet van de Algemene Inspectiedienst op die groep.
Ook zegde ze toe om de privaatrechterlijke VDA, Algemeen Verbindend te
verklaren voor alle dierenartsen met ingang van de Wet Dieren op 1 juli 2011.
Verder overweegt minister Verburg een toezichthouder vanuit het Rijk aan te
stellen bij de VDA
In het Belgisch Staatsblad van 20 mei jl. verscheen een Decreet van 6 mei 2010 tot oprichting van een begrotingsfonds voor de bevordering en de ontwikkeling van de paardensportactiviteit.
In dit decreet wordt bepaald dat in Wallonië een begrotingsfonds wordt
opgericht voor de bevordering en de ontwikkeling van de paardensportactiviteit.
Vanaf het jaar 2010 wordt een heffing op de opbrengst van de belasting op de
spelen en weddenschappen aangewend voor het fonds. Die heffing bedraagt 2,8 %. Op het bedrag van het krediet toegewezen aan
het fonds kunnen uitsluitend uitgaven van allerlei aard betreffende de
bevordering en de ontwikkeling van de paardensportactiviteit aangerekend
worden. Dit besluit
heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2010.
In het Belgisch Staatsblad van 20 mei 2010 verscheen een Besluit van de Vlaamse Regering van 23 april 2010 tot wijziging van artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2006 tot instelling van een bedrijfsadviessysteem voor land- en tuinbouwers. Dit besluit bepaalt dat binnen de perken van de daartoe goedgekeurde begrotingskredieten de minister volgens de voorwaarden, vastgesteld bij dit besluit, een subsidie kan verlenen voor bedrijfsadvies aan een land- of tuinbouwbedrijfshoofd dat hiervoor een aanvraag heeft ingediend bij de beheersdienst en dat geadviseerd werd door een door de minister erkende adviesdienst. Tot hiertoe was het zo dat een land- of tuinbouwbedrijfshoofd elke twee jaar een subsidie kon aanvragen, waarbij telkens de datum van de ondertekening van het eerste aanmeldingsformulier dat aan de beheersdienst bezorgd is, als start van de tweejarige periode gold. Door het besluit van 23 april jl. wordt dat nu op drie jaar gebracht. Dit nieuwe besluit heeft uitwerking met ingang van 26 februari 2010.
De administratie van de land- en tuinbouwers is tegenwoordig heel complex en vraagt veel tijd om in orde te houden. Daarom worden meer en meer onlinetoepassingen ter beschikking gesteld om te kunnen voldoen aan de administratieve verplichtingen. Het gebruik van deze onlinetoepassingen is echter niet altijd evident voor iedere land- en tuinbouwer. Om dit aan te tonen is de vzw Boeren op een Kruispunt een onderzoek gestart naar het computer- en internetgebruik bij Vlaamse land- en tuinbouwers. Jolien Lips, laatsstejaarstudente opleiding Agro- en biotechnologie aan de Katholieke Hogeschool Sint- Lieven in Sint- Niklaas, voerde het onderzoek uit.
De enquête voor
het onderzoek werd opgesteld in samenwerking met ingenieur Nicole Taragola, een
medewerkster van het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (Eenheid
Landbouw en Maatschappij). In 2005 heeft Nicole samen met een collega, Dirk Van
Lierde, een onderzoek uitgevoerd naar het computer- en internetgebruik bij
Vlaamse tuinbouwers die begeleid worden door de Vlaamse Overheid bij hun
bedrijfseconomische boekhouding. De vzw Boeren op een Kruispunt heeft deze
enquête overgenomen mits enkele aanpassingen.
Naast het
onderzoek van het ILVO heeft de vzw zich ook gebaseerd op de resultaten van de
landbouwenquête van mei 2008 van de Algemene directie Statistiek en Economische
Informatie van de FOD Economie. Hieruit blijkt dat 53 % van de Vlaamse land- en
tuinbouwbedrijven geen computer gebruikt. In absolute cijfers betekent dit dat
16.310 van de 30.666 bedrijven geen computer hebben voor bedrijfsdoeleinden.
De
niet-computergebruikers zijn opgesplitst per leeftijdscategorie van de
bedrijfsleider. De eerste groep bedrijfsleiders zijn jonger dan 35 jaar.
Van deze leeftijdscategorie gebruikt 24 % geen computer. 29 % van de
bedrijfsleiders tussen de 35 en 45 jaar gebruikt geen computer. Van de groep
bedrijfsleiders van 45 tot 55 jaar maakt 41 % geen gebruik van een computer. De
voorlaatste groep zijn de bedrijfsleiders tussen de 55 en 65 jaar, waarvan 65 %
niet met de computer werkt. De grootste groep niet-computergebruikers zijn de
bedrijfsleiders van 65 jaar of ouders, waarvan 90 % geen gebruik maakt van een
computer.
De resultaten
van de enquête
De enquête van
de vzw werd verstuurd naar ongeveer 1 200 Vlaamse land- en tuinbouwers.
Hiervan zijn er 497 bruikbare enquêtes verwerkt. De enquêtes werden op drie
verschillende manieren verspreid, via infovergaderingen van vzw Boeren op een
Kruispunt, via een websitelink en op de landbouwbeurs Agribex. Van de 497
enquêtes heeft de vzw 297 enquêtes ontvangen via de Post, 172 enquêtes via de
websitelink en er werden 50 mondelinge enquêtes afgenomen tijdens de
landbouwbeurs Agribex.
De enquête
informeerde naar de bedrijfsgegevens, de aanwezigheid van een computer, het
huidige gebruik en de beschikbaarheid van computer- en internettoepassingen, de
redenen om geen computer te gebruiken en de gevolgen voor
niet-computergebruikers. De vzw Boeren op een Kruispunt wou vooral weten hoe de
computer gebruikt wordt voor bedrijfsdoeleinden en daarnaast welke toepassingen
onvoldoende beschikbaar zijn op het internet. Het is voor de vzw ook belangrijk
te weten welke redenen de niet-computergebruikers hebben om niet met de
computer te werken.
De 14.356
bedrijven waarvan de land- en tuinbouwers wel een computer gebruiken, gebruiken
de computer voor verschillende internettoepassingen. Ongeveer 65 % zoekt af en
toe of regelmatig informatie op van de overheid. De overige 25 % zoekt dikwijls
of zeer veel informatie op over de overheid.
Een veel
gebruikte toepassing is zeker de online banking. Meer dan de helft van de
geënquêteerden (57 %) doet zijn financiële verrichtingen via de
onlinetoepassingen van hun bank. Slechts 7 % maakt af en toe of gewoon geen
gebruik van online banking.
Uit het huidige
gebruik van de verschillende internettoepassingen blijkt dat het weerbericht in
het algemeen veel gebruikt wordt: 23 % bekijkt zeer veel, dikwijls of regelmatig
het weerbericht via het internet.
De frequentie
van opzoekingen naar prijzen en opbrengsten van de geproduceerde producten is
gelijk verdeeld. Het antwoord “zeer veel” heeft het laagste percentage,
namelijk . ongeveer 10 % voor beide toepassingen. Dit is te verklaren doordat
dergelijke info moeilijk te vinden is op het internet. Vijfentwintig
procent zoekt regelmatig info op over de prijzen en opbrengsten van de
eigen geproduceerde producten.
29 % van de
geënquêteerden vindt dat er onvoldoende info te vinden is over het weerbericht
via het internet. Meer dan 20 % vindt te weinig informatie over prijzen van
machines en bestrijdingsmiddelen. Minder dan 10 % vindt onvoldoende informatie
van de overheid. Tussen de 12 % en 15 % vindt te weinig informatie over de
prijs en/of de opbrengsten van hun eigen geproduceerde producten.
In de enquête
konden de niet-computergebruikers de redenen aanduiden waarom ze niet met de
computer werken. De bijzonderste reden is ‘gebrek aan opleiding': 15% werkt
daardoor niet met de computer, aangevuld met 11 % die gewoon niet kan werken
met de computer. Elf procent heeft ‘te weinig tijd om met de computer te
werken' en 10 % vindt het ‘te veel werk om alle nodige databases in te voeren'.
Daarnaast vindt 8 % dat werken met een computer te moeilijk is; een computer is
gebruiksonvriendelijk.
Land- en
tuinbouwers die niet werken met de computer ondervinden natuurlijk gevolgen. Op
deze vraag zijn er drie opvallende antwoorden gevonden. Negenendertig
procent van alle geënquêteerden vindt dat deze bedrijven ‘niet mee zullen
zijn met hun tijd'. Daarnaast vindt 26 % dat deze bedrijven hun
concurrentiekracht en/of effectiviteit zullen verliezen. Als laatste heeft 18 %
geantwoord dat deze bedrijven uit de sector zullen verdwijnen.
De voorstellen
Op vrijdag 23
april 2010 heeft de vzw Boeren op een Kruispunt de resultaten van de enquête
voorgesteld aan de Vlaamse landbouwadministratie. Met deze resultaten wil de
vzw de overheid overtuigen dat de administratieve verplichtingen van de land-
en tuinbouwers vereenvoudigd moeten worden en best zo lang mogelijk beschikbaar
blijven op papier.
De vzw Boeren op
een Kruispunt heeft verschillende voorstellen voor overheid om deze
problematiek aan te pakken.
Met een eerste
voorstel willen ze niet-computergebruikers toch stimuleren om de computer te
gebruiken. Hiervoor stellen zij voor om computerlessen te organiseren en deze
lessen te laten geven door land- en tuinbouwers die goed kunnen werken met een
computer en het internet.
Het tweede voorstel
richt zich op het drukken van de kostprijs. De aankoop van een computer met de
bijhorende programma's is duur. Voor dit probleem zijn er al oplossingen
van de overheid.
De informatie
rond administratieve verplichtingen is niet voor iedere boer en tuinder
toegankelijk. Het derde voorstel is daarom een algemene portaalwebsite te
creëren voor de land- en tuinbouwers. Deze algemene website zal interessante
links bevatten naar alle instanties die er zijn voor de land- en
tuinbouwsector. Iedere aanwezige overheidsdienst was akkoord met dit voorstel.
De vzw is daarom reeds begonnen aan het ontwerp van deze portaalpagina. De vzw
Boeren op een Kruispunt hoopt dat deze portaalsite boeren-computergebruikers
kan helpen om hun buren, collega's en familieleden zonder computertoegang te
ondersteunen in hun administratie.
Voor de
niet-computergebruikers heeft de vzw Boeren op een Kruispunt ook reeds
initiatief genomen. De vzw heeft een klassement aangemaakt met alle mogelijke
administratieonderdelen die er zijn in de land- en tuinbouwsector. Dit document
is beschikbaar op papier, maar kan ook gratis gedownload worden via http://www.boerenopeenkruispunt.be.
Ten slotte vroeg
de vzw Boeren op een Kruispunt aan de overheid om bij alle nieuwe
beleidsbeslissingen rond administratie rekening te houden met de grote groep
boeren en tuinders, die grote moeite heeft met het bijhouden van hun
bedrijfsadministratie.
De verschillende naopkomstgraminiciden erkend in de biet zijn doeltreffend, doch vrij duur. Zij vertonen een vergelijkbare werkzaamheid tegen de meest voorkomende grassen in de bietenteelt, zoals duist en graanopslag. Daarentegen is raaigras minder gevoelig voor Targa Prestige. Voorts zijn er slechts 2 producten erkend tegen straatgras (Aramo en Tanagra). Alle grassenmiddelen zijn mengbaar met de FAR-componenten.
De kostprijs van
de bestrijding van duist, hanenpoot en wilde haver kan sterk verminderd worden
door deze producten in fracties toe te passen op weinig ontwikkeld onkruid (1
tot 2 bladeren). In het geval van Fusilade Max, Focus Plus, Targa Prestige en
Argil, voldoen 2 fracties van een kwart van de volle dosis, dus in het totaal
een halve dosis.
Daartentegen
wordt de dosisvermindering afgeraden in zware gronden en in het geval dat
resistentie t.o.v. bepaalde graan-graminiciden wordt vastgesteld of vermoed.
De bestrijding
van kweek vergt een bijzondere aandacht. Tegen deze doorlevende grassoort moet
een hogere dosis graminicide gebruikt worden dan tegen de eenjarige grassen.
Fractionering is mogelijk, maar de totale dosis voor kweek moet geëerbiedigd
worden. De bestrijding van kweek kan soms moeilijker zijn indien het
graminicide gemengd wordt met de FAR-componenten
In de velden
waar late opkomst van zomergrassen, zoals hanenpoot of naaldaar verwacht
worden, wordt het aanbevolen Dual Gold of Frontier Elite als bodemherbicide toe
te passen vóór het sluiten van de rijen. Deze producten hebben geen enkele
contactwerking, indien er bij de behandelingen grassen aanwezig zijn, moet bij
dit bodemherbicide een grassenmiddel toegevoegd worden.
De Ministerraad ging akkoord met de ondertekening van de algemene overeenkomst 2010 tussen het Federaal Agentschap van de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) en de erkende verenigingen: Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw (DGZ) en Association Régionale de Santé et d'Identification Animale asbl (ARSIA). Deze overeenkomst geeft de definitie en de afbakening van de taken die het FAVV delegeert aan deze twee verenigingen inzake dierenziektebestrijding. Het bedrag dat wordt uitgetrokken voor de uitvoering van de overeenkomst bedraagt 7.395.563 euro. Dit bedrag, precies hetzelfde als dat van de vorige jaren, stelt de verenigingen in staat een optimale ziektepreventie te verzekeren.
Deze overeenkomst past in het kader van het nieuwe sanitair beleid van het FAVV dat erop gericht is de efficiëntie van ziektepreventie te verhogen en de preventiemaatregelen beter af te stemmen op de reële risico's. Dit programma laat met name toe bij te dragen tot de opvolging van ziektes zoals paratuberculose, blauwtong, Q-koorts...
Een
recente brochure van het Paardenloket stelt dat de verspreiding van het
Jacobskruiskruid een ernstig probleem is voor de paardensector en doet een
oproep om de verspreiding langs bermen en in natuurgebieden tegen te gaan.
Reden voor Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer om minister Joke
Schauvliege hierover nogmaals te bevragen. De minister erkende de problematiek
en stelde dat vooral een goede sensibilisering noodzakelijk is. De Technische
Werkgroep Planten werkt momenteel aan een onderbouwde en gedragen
informatiebundel. Deze zou tegen de zomer reeds ruim bekend gemaakt worden.
Preventief
moet worden geprobeerd, aldus de minister, de vestiging en verdere verspreiding
van de plant te voorkomen. Dit onder meer door weilanden in goede conditie te
houden, en zeker door overbegrazing te voorkomen. Want zeker dit laatste blijkt
regelmatig een probleem te zijn. Schauvliege stelde wel dat het een inheemse
plant betreft met een ecologische waarde en dat het zeker niet de bedoeling kan
zijn de plant te gaan bestrijden op plaatsen waar hij geen risico vormt voor
grazers.
De
gegevens over de verspreiding van het jakobskruiskruid in Vlaanderen zijn
voorhanden. Ze staan in de algemene kartering van wilde planten, Florabank
genoemd. Het percentage van kilometerhokken waarin jakobskruiskruid voorkomt is
tussen 1972 en 2003 toegenomen maar sinds 2003 blijft het percentage
vrijwel constant. In ongeveer 70 percent van de kilometerhokken in Vlaanderen
werd de voorbije jaren jakobskruiskruid vastgesteld.
De
verstedelijking van Vlaanderen heeft bijgedragen tot de toename van het aantal
vindplaatsen, aangezien de soort voornamelijk op verstoorde bodems gedijt. Dan
gaat het onder meer over opgespoten terreinen, ontwikkelingssites en vergraven
en verstoorde wegbermen. De soort kiemt alleen op kale grond en heeft een
sterke voorkeur voor droge, lichtrijke bodems.
Jos
De Meyer: “Volgens sommigen is dit louter een ongewenst kruid op bepaalde
plaatsen maar onze bezorgdheid moet groter zijn. Tijdens de beginfase is de
aanwezigheid van een aantal exoten ook sterk gerelativeerd met alle gevolgen
vandien. Het is belangrijk dat deze problematiek departementoverschrijdend
wordt benaderd. De natuurbeschermingssector, de landbouwsector en andere
sectoren moeten samen naar een oplossing zoeken.”
Al kan er de komende weken nog veel veranderen - juni is immers de vlasmaand - toch mogen wij nu al stellen dat de vlasoogst dit jaar niet het potentieel zal halen van de groeite 2009. Als gevolg van het droge en koude voorjaar kent het gewas vandaag, rekening houdend met het tijdstip van uitzaai, een relatief korte stand. De onderlinge verschillen tussen de percelen zijn ook beduidend groter dan vorig jaar.
Na
de droge aprilmaand is de voorbije weken in de meeste streken een wisselende
hoeveelheid neerslag gevallen. Toch blijven de temperaturen, vooral 's nachts,
nog te laag om van echt groeizaam weer te kunnen spreken. Vooral in sommige
vroege vlasstreken in Frankrijk begint de droogte stilaan zorgwekkend te worden,
en dan voornamelijk voor de later (midden april) gezaaide vlaschaards, waarin
vaak een aanzienlijk percentage tweede opkomst te noteren viel. Op sommige
plaatsen beginnen zich ook structuurfouten af te tekenen.
De
heterogeniteit van de percelen, de relatief lage temperaturen en de graad van
ontwikkeling van de onkruiden maken de onkruidbestrijding dit jaar niet
evident. Bovendien valt, mede door de groeiachterstand van het gewas, nog
altijd te vrezen voor aantasting door aardvlooien en thrips.
Kortom,
de vlasplant heeft dringend nood aan groeizamer weer, maar zelfs als dat er
komt, zal het uitzonderlijke resultaat van vorig jaar niet worden geëvenaard.
Tot
slot vermelden wij nog dat volgens de eerste ramingen in ons land en de beide
buurlanden samen dit jaar ca. 66.500 ha werden ingezaaid, wat ruim 5% minder is
dan vorig jaar. De uitzaaivermindering zette zich m.a.w. door.
Alco Bio Fuel, een joint venture tussen Alcogroup, Vanden Avenne en Aveve/Wal.Agri, dat jaarlijks 150,000 kubieke meter bio-ethanol produceert, meldt dat, na een succesvolle audit, de site in Gent als eerste ter wereld werd gecertifieerd volgens de duurzaamheidscriteria van de nieuwe Duitse wet met het ISCC certificaat.
De
nieuwe Duitse wet met betrekking tot biobrandstoffen is de eerste wet die in voege
is en die op stringente wijze de duurzaamheidscriteria vervat in de nieuwe Europese
richtlijn ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen
(RED) omzet naar Duitse wetgeving, terwijl het ISCC systeem (International Sustainability
& Carbon Certification) een internationaal certificeringssysteem is voor biomassa
en biobrandstoffen.
Sinds
het operationeel worden in juli 2008, is Alco Bio Fuel een van de meest
duurzame biobrandstofproducenten. De biobrandstof wordt gemaakt met de meest
milieuvriendelijke granen die getoetst worden aan de duurzaamheidscriteria.
Alco
Bio Fuel produceert eveneens elk jaar een bijproduct van granen dat rijk is aan
eiwitten. Deze 120,000 ton is bestemd voor de veevoedingssector en vervangt geimporteerde
soja. Hierdoor wordt 100% van de
eiwitten die in het graan aanwezig zijn herbuikt, waardoor de netto-impact op
de landbouw sterk beperkt wordt.
Door
haar uitstekende CO2 balans, aangetoond in het kader van deze certificatie, heeft
de bio-ethanol die wordt bijgemengd in benzine een belangrijke impact op het terugdringen
van broeikasgassen.
Dankzij
dit certificaat toont Alco Bio Fuel aan dat de Europese bio-ethanolbedrijven
die produceren op basis van granen, mits het gebruik van de juiste
technologie, in staat zijn om te voldoen aan alle duurzaamheidscriteria.
De raad van de provincie Vlaams-Brabant keurde het nieuwe reglement over erosiebestrijding goed. Hierdoor kunnen gemeenten subsidies krijgen voor concrete maatrgelen in de strijd tegen erosie.
"Met het
nieuwe reglement gaan we de gemeenten financieel ondersteunen bij de realisatie
van de geplande erosiemaatregelen. Voor de uitvoering van de werken uit een
goedgekeurd erosiebestrijdingsplan kunnen de gemeenten nu reeds een subsidie
van 75 % ontvangen van het Vlaamse Gewest. Om de financiële lasten voor de gemeenten
te beperken en zo de uitvoering van de geplande erosiebestrijdende maatregelen
te versnellen, geven we een aanvullende subsidie. De aanvullende subsidie van
de provincie bedraagt 15 %, zodat de gemeenten zelf nog maar 10 % moeten
betalen" zegt gedeputeerde Monique Swinnen.
Verschillende
gebieden in Vlaams-Brabant hebben immers sterk te lijden onder erosie van
landbouwgronden. Erosie op hellend akkerland leidt niet enkel tot het verlies
van vruchtbare landbouwgrond, maar ook tot modder- en wateroverlast in de
lagergelegen straten. Er komt meer sediment in de waterlopen, die daardoor
sneller dichtslibben en vlugger gaan overstromen.
"We hechten
veel belang aan doeltreffende erosiebestrijding. Met demonstratieprojecten
hebben we landbouwers geïnformeerd en gesensibiliseerd over aangepaste
teelttechnieken. We begeleiden ook de Vlaams-Brabantse gemeenten bij het
opstellen van hun erosiebestrijdingsplannen" zegt Monique Swinnen,
gedeputeerde voor land- en tuinbouw en waterlopen.
Veel
Vlaams-Brabantse gemeenten met erosiegevoelige percelen hebben ondertussen een
erosiebestrijdingsplan opgesteld. Maar de geplande maatregelen worden nog te
weinig uitgevoerd.
Om de uitvoering
van erosiebestrijdingswerken te versnellen biedt de provincie aan de geïnteresseerde
gemeenten nu reeds de diensten van erosiecoördinator aan. Deze erosiecoördinator
begeleidt en ondersteunt de gemeenten bij de uitwerking van effectieve
maatregelen, bij de administratieve behandeling van de verschillende stappen in
de subsidieaanvragen, en bij de communicatie met de bevolking en de
landbouwers.
Eenvoudigere
regels moeten aan de basis liggen van elke hervorming van het gemeenschappelijk
landbouwbeleid (GLB), stelt een resolutie die Europarlementsleden op 18 mei jl.
hebben aangenomen. Ze willen landbouwers het leven makkelijker maken door de
bureaucratie bij aanvragen voor rechtstreekse betalingen te verminderen, de
regels betreffende de elektronische identificatie van dieren te vereenvoudigen
en landbouwers beter te informeren, bijvoorbeeld door de oprichting van een
hulptelefoon in elke lidstaat.
De
resolutie, opgesteld door Richard Asworth, maakt deel uit van een ruimer debat
over de hervorming van het EU-landbouwbeleid in de aanloop naar het nieuwe
financieel meerjarenkader voor de periode vanaf 2013.
Minder
bureaucratie bij aanvragen voor rechtstreekse betalingen
De
Europarlementsleden vinden, dat landbouwers moeten kunnen beschikken over
functionele systemen, die hen in staat stellen om aanvragen voor rechtstreekse
betalingen gemakkelijk en zonder onnodige bureaucratische vereisten in te
dienen. Ter vereenvoudiging van de bedrijfstoeslagregeling vinden ze dat de
jaarlijkse verstrekking van dezelfde gedetailleerde informatie moet worden
afgeschaft. Tegelijkertijd moet de huidige definitie van landbouwactiviteit
worden herzien om ervoor te zorgen dat aanvragers die geen actieve landbouwers
zijn, niet in aanmerking komen. Het GLB moet eenvoudiger, transparanter en
billijker worden, zeggen de Europarlementsleden.
Boetes
- transparant en proportioneel
Het
systeem waarbij landbouwers boetes krijgen voor fouten in betalingsclaims moet
evenredig zijn met de omvang van de inbreuk, en sancties zouden niet moeten
worden toegepast in het geval van kleine vergissingen, en met name niet in het
geval van fouten die niet aan de landbouwer zijn toe te schrijven, stelt de
resolutie.
Verplichtingen
met betrekking tot de randvoorwaarden moeten rekening houden met de grootte van
de bedrijven en gemakkelijk te begrijpen zijn. Controles kunnen volgens de
Europarlementsleden worden gereduceerd of vervangen door steekproefsgewijze
controles, wanneer er in recente jaren slechts een klein aantal overtredingen
is geweest.
In
plaats van controles, zouden meer bijstand en advies middels doeltreffende
informatie- en adviesinstrumenten, zoals een telefonische hulplijn of het
gebruik van het internet, inbreuken kunnen helpen voorkomen en de lidstaten in
staat stellen hun inspectiequota geleidelijk te verlagen, zeggen de leden.
Identificatie
van schapen en geiten
De
resolutie spoort de Commissie aan het in elke lidstaat gebruikte
dieridentificatiesysteem te onderzoeken en te werken aan harmonisering van die
systemen en aan afschaffing van onnodige regelgeving. Het Parlement roept op
tot een drie jaar durende ontheffing voor boetes in verband met de
randvoorwaarden, gekoppeld aan de elektronische identificatie van schapen en
geiten, om landbouwers de tijd te geven om aan de nieuwe en complexe
technologie gewend te raken.
De over het
algemeen regenachtige weersomstandigheden van week 19 (tussen 10 en 16 mei)
waren gunstig voor de werking van de bodemherbiciden. De FAR-behandelingen
moeten verplicht voortgezet worden om het meest hardnekkige onkruid te
verwijderen.
De dosissen
moeten altijd aangepast worden aan het stadium van het onkruid, ervoor zorgend
dat het ontwikkelingsstadium van de kleinste bieten wordt gecontroleerd in
geval een opkomst in 2 fasen :
- Onkruid in het
stadium kiemblad tot 2 bladeren: type 'Betanal' 1 l + 'Tramat500' 0,3 l +
'Goltix' 0,75 l of kg (+ olie 0,75 l).
- Onkruid in het
2-4 bladstadium: type 'Betanal' 1,5 l + 'Tramat 500' 0,3-0,4 l + 'Goltix'
0,75 l of kg (+ olie 0,75 l).
- Onkruid (en
bieten) die het 4 bladstadium overschreden hebben: type ‘Betanal' 2 l + 'Tramat
500' 0,6 l + 'Goltix' 1 l of kg (+ olie 0,75 l).
Op onkruidvrije
velden mag men niet vergeten de nawerking te waarborgen (vanaf het 4-6
bladstadium):
- Normale
gronden: type ‘Venzar' 0,5 tot 0,8 kg
- Gronden met
bingelkruid: Frontier Elite (max. 1 l)
- Gronden met
zwarte nachtschade of hanenpoot: Dual Gold (max. 1,3 l) of Frontier Elite (max
1 l).
Bron: KBIVB
De zwakkere koers van de euro (die 20 % van zijn waarde heeft verloren ten opzichte van de dollar in vergelijking met een jaar geleden), gecombineerd met de relatief geringe aankopen van grondstoffen in Europa, maken de afgewerkte aardappelproducten zeer concurrentieel op de wereldmarkten (Zuid-Amerika, Azië). De ‘relatief goedkope' Belgische frieten zijn daardoor terug te vinden in de rekken van de distributie in de hele wereld. Dat is één van de redenen waarom de Europese verwerkers zo intensief blijven werken, dit in tegenstelling tot de fabrieken in Noord-Amerika en Australië.
Bron: Fiwap
Dank zij de relatief lage temperaturen van de laatste weken is de kwaliteit van de bewaaraardappelen goed bewaard gebleven. Toch signaleert men meer weigeringen als gevolg van drukplekken of teveel beschadigingen. De bakkleur blijft daarentegen globaal gezien goed, maar wij naderen nu een kritieke periode met hogere temperaturen, waardoor de geschiktheid voor friet snel kan afnemen. Controleer daarom regelmatig de temperatuur van de hoop en aarzel niet om stalen te nemen voor een volledige analyse (drukplekken, stootblauw, frietgeschiktheid, kieming,...). De prijsvork van de aardappelen wordt steeds breder en het is vooral de kwaliteit die hierin bepalend is.
Bron: Fiwap.
De regens van 11-12 mei waren gunstig voor de bietenteelt in het algemeen, maar talrijke streken (Henegouwen, West-Vlaanderen, Condroz) lijden nog altijd aan een aanhoudend gebrek aan regen en vochtigheid, geaccentueerd door een droge wind uit het noord-noordoostelijke richting.
Tussen 3 en 15
mei bleven de gemiddelde dagtemperaturen onder de 10°C (gemiddelde temperatuur
van mei te Ukkel : 12,7°C). Dit te koude weer voor het seizoen bleef de normale
ontwikkeling van de bieten belemmeren. De velden gezaaid in maart en begin
april zijn in het 4-6 bladstadium. De velden gezaaid na 10 april zijn over het
algemeen in het 2-4 bladstadium.
In enkele velden
werden nog verdwijningen van kiemplantjes waargenomen. Deze werden veroorzaakt
door klein wild (haas, konijn). Fazanten of duiven slaan plaatselijk toe op de
kiemplantjes (kiemlobben en bladuiteinden uitgetrokken) of verwijderen de
kiemplantjes over meerdere meters op een rij. Deze schade wordt soms ten
onrechte verward met schade door insecten. Er worden af en toe springstaarten
waargenomen rond de kiemplantjes. In twee waarnemingsvelden werden de
allereerste bladluizen (groene en zwarte) waargenomen.
Geen enkele
insecticidenbehandeling is gerechtvaardigd voor de verschillende genoemde
situaties (wild, vogels, springstaarten, bladluizen), noch tegen iedere andere
plaag, dit zowel in de bij de zaai behandelde als in de onbehandelde velden.
Bron: KBIVB
Tijdens een vergadering met de Spaanse voorzitster van de EU-Landbouwraad Elena Espinosa heeft Padraig Walshe, voorzitter van Copa, het verzet van zijn organisatie herhaald tegen de mogelijke heropening van de onderhandelingen met de Mercosurlanden. Tien EU-lidstaten hebben eveneens aangegeven dat de hervatting van deze onderhandelingen met de Zuid-Amerikaanse landen een zeer negatief signaal zou betekenen voor de Europese landbouw die nu reeds met tal van problemen te kampen heeft. “De Europese landen moeten zeer strenge normen respecteren in verband met voedselveiligheid, waardoor hun productiekosten oplopen. Die normen gelden niet in de Mercosurlanden. Zij gebruiken bv. groeibevorderaars in de dierlijke productie, terwijl die in de EU verboden zijn. Ook zijn in die landen de controles op antibiotica veel geringer dan in de Europese Unie. De landbouwers in die landen mogen ook GGO's telen, wat hier niet mag omdat de Europese consumenten er niet willen van weten, zo zegt men. Maar toch worden producten uit die landen ingevoerd.” Ten slotte merkt Padraig Walshe nog op dat ook de Verenigde Staten en Canada geen vlees uit de Mercosurlanden willen invoeren.
In het Belgisch Staatsblad van 17 mei 2010 verscheen een Koninklijk besluit van 6 april 2010 betreffende de bescherming van proefdieren. Het besluit beoogt in het bijzonder wijzigingen aan het koninlijk besluit van 14 november 1993 betreffende de bescherming van proefdieren. De wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, gewijzigd door de wetten van 28 augustus 1991, 26 maart 1993, 4 mei 1995, 23 juni 2004 en 4 juli 2004 en de programmawetten van 22 december 2003 en 9 juli 2004, heeft in zijn artikelen 20 tot 30 de maatregelen beschreven die tot doel hebben de proefdieren te beschermen. Het koninklijk besluit van 14 november 1993 besluit betreffende de bescherming van proefdieren legt de toepassingsmodaliteiten van deze bepalingen vast.
Dat koninklijk
besluit is onderworpen aan de evolutie van de Richtlijn 86/609 inzake de
onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van
de lidstaten betreffende de bescherming van dieren die voor experimentele en
andere wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt en dit besluit werd
gewijzigd door het ministerieel besluit van 7 december 1998 en door de
koninklijke besluiten van 9 december 1998, 24 mei 2000, 26 juni 2001 en 13
september 2004.
De Richtlijn
86/609 evolueert zelf ook, naargelang de technische en wetenschappelijke
gegevens van de Europese Overeenkomst STE 123 voor de bescherming van
gewervelde dieren die worden gebruikt voor experimentele en andere
wetenschappelijke doeleinden. Een wijziging van de technische bijlage A
(richtsnoeren voor de huisvesting en verzorging van dieren) bij deze
overeenkomst werd aangenomen door de Raad van Ministers van de Raad van Europa
op 21 maart 2007. Deze wijziging van bijlage van de Overeenkomst heeft de
Europese Commissie ertoe gebracht om Aanbeveling 2007/526/EG van 18 juni 2007
te publiceren betreffende de richtsnoeren voor de huisvesting en verzorging van
dieren die voor experimentele en andere wetenschappelijke doeleinden worden
gebruikt.
Een voorstel
voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de
bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt,
wordt huidig besproken. Bijlage IV van dit voorstel bevat een aantal gegevens
van deze aanbeveling.
De aanpassing
van deze bijlage 3 van het besluit en de verduidelijking van de bepalingen van
het besluit met betrekking tot de verschillende aangebrachte wijzigingen,
verantwoorden de opheffing van de oorspronkelijke versie van dit besluit van 14
november 1993.
Bijlage 3 van
het ontwerpbesluit bevat gegevens van bijlage IV van het voorstel voor
richtlijn. Het ontwerpbesluit voorziet dat bijlage 3 onmiddellijk van
toepassing wordt op de nieuwe laboratoria die in gebruik worden genomen na de
inwerkingtreding van het nieuwe besluit maar dat voor bestaande laboratoria,
een overgangstermijn van vijf jaar wordt voorzien om zich aan te passen aan de
huisvestingsnormen der dieren conform bijlage 3. Deze laatste bepaling houdt
rekening met de opmerking van de Raad van State.
De
leden van het Agrofront en de distributiesector hebben recent een akkoord
bereikt over een gedifferentieerde bonus voor alle Meritusrunderen. De bonus
wordt door de distributeurs die gebruik maken van het Meritussysteem gestort in
een fonds onder beheer van het Agrofront en komt integraal en rechtstreeks ten
gunste aan de rundveehouder.
Het akkoord
bestaat uit een gedifferentieerde bonus die bestaat uit twee delen:
-
enerzijds een compensatie voor de extra controlekosten en extra bovenwettelijke
kwaliteitsinspanningen die de rundveehouders doen in het kader van het
Merituskwaliteitsproject. Met het oog op een homogenere kwaliteit van
Meritusdieren worden inzake voeding, genetica en dierenwelzijn een aantal
bijkomende garanties toegevoegd aan het Merituslastenboek. Ter compensatie van
de extra kosten en bovenwettelijke kwaliteitseisen staat een bonus van 40 euro.
-
daarnaast bevat de bonus een directe participatie van 20 euro voor de
rundveehouder in de commerciële meerwaarde die resulteert uit het gebruik van
het Merituslabel.
De uiteindelijke
bonus bedraagt 60 euro per karkas dat gecommercialiseerd wordt in het
Meritussysteem. De ondersteuning van het systeem gebeurt op basis van de
gedigitaliseerde Meritus-databank, die bovendien verder ontwikkeld wordt in het
kader van bijkomende kwaliteitsondersteuning. Alle noodzakelijke gegevens
hiervoor worden aangeleverd vanuit de IVB-databank, die alle slachtgegevens
centraliseert. Aangezien het Meritusproject een pilootfunctie heeft inzake
transparantie worden alle dieren na het slachten geklasseerd en gewogen in een
uniforme standaard aanbiedingsvorm nul, die vandaag reeds de meest gebruikte
aanbiedingsvorm is.
Delhaize heeft
als eerste zijn akkoord gegeven voor dit systeem van gedifferentieerde bonus.
Met de andere Meritusgebruikers Makro/Metro, Colruyt en de Bond van
beenhouwers worden momenteel nog onderhandelingen gevoerd. Alleszins moet
discriminatie tussen de verschillende afnemers van Meritusdieren vermeden
wordt. Uiteraard moet het voorstel ook nog ter goedkeuring voorgelegd worden
aan de Belgische mededingingsautoriteiten.
Het bereikte
akkoord is vanuit de distributiesector een belangrijke signaal ter
ondersteuning en behoud van de lokale productie van gecertifieerd
kwaliteitsrundvlees. Bovendien zullen de bijkomende garanties in het lastenboek
voor de consument leiden tot nog hogere en consistentere kwaliteit.
Het akkoord zal
technisch verder uitgewerkt worden met alle betrokkenen in een werkgroep binnen
Belbeef met de bedoeling om toegepast te worden vanaf 1 juli 2010.
De sector ziet veelbelovende mogelijkheden binnen de erkenning als Europees streekproduct. Met een dergelijke AOC-erkenning hoopt men de specifieke kwaliteit en herkomst van Belgisch witblauw rundvlees op een meer commerciële manier uit te kunnen spelen. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vroeg minister-president Kris Peeters naar een stand van zaken.
De toekenning
van een erkenning als Beschermde Geografische Aanduiding gebeurt door de
Europese Commissie en verloopt in twee fases, aldus de minister-president. Een
eerste fase is een beoordeling van het dossier door een Vlaamse adviescommissie
en duurt 6 maanden. Eens doorgestuurd naar de Europese Commissie moet deze
binnen het jaar een beslissing nemen. Na deze beslissing is er nog eens een
bezwaarperiode van 6 maanden waarbinnen iedereen binnen de Europese Commissie
en derde landen bezwaren kunnen indienen. Alles bij elkaar neemt de procedure
dus ongeveer 2,5 jaar in beslag.
Minister-president
Peeters maakte wel een kanttekening bij het feit dat de benaming ‘Belgisch
witblauw rundvlees' ook samenvalt met een rasbenaming. Dit zou mogelijk een
discussiepunt kunnen vormen in de hele procedure.
Op 17 mei zullen
de landbouworganisaties hun voorbereide dossier over de erkenning voorleggen
aan de andere actoren uit de rundvleesketen. Waarna het in de komende maanden,
onder begeleiding van het Departement Landbouw en Visserij en de VLAM, verder
kan worden uitgewerkt.
Jos De Meyer: “Om
het Belgisch witblauw rundvlees beter en meer gericht te kunnen promoten op de
Belgische markt en op de Europese exportmarkten, is een specifieke
nichebenadering binnen de globale rundvleesmarkt wenselijk. Hopelijk kunnen we
binnenkort daarvoor een beroep doen op een eigen Beschermde Geografische
Aanduiding.”
Voedingsmiddelen
die zijn geproduceerd met behulp van nanotechnologie moeten een
risicobeoordeling ondergaan voordat zij kunnen worden goedgekeurd en op de
Europese markt worden gebracht. Tot die tijd zullen zij niet op de lijst van
nieuwe voedingsmiddelen in de EU mogen worden opgenomen, zegt de
milieucommissie van het Parlement.
Nieuwe
voedingsmiddelen worden gedefinieerd als voedsel dat niet op de EU-markt was vóór
15 mei 1997 toen de eerste wetgeving over nieuwe voedingsmiddelen werd
ingevoerd. Het voorstel voor nieuwe wetgeving is bedoeld om de procedure
voor het toestaan van nieuwe voedingsmiddelen te vereenvoudigen en te
centraliseren. Het doel is de bescherming van de voedselveiligheid: enkel
voedingsmiddelen op de EU-lijst mogen op de markt komen.
Voedsel dat met
behulp van nanotechnologie wordt geproduceerd, zal voorlopig niet op de lijst
mogen worden geplaatst, ten minste totdat de mogelijke gevolgen beter bekend
zijn, zei de commissie milieu en volksgezondheid dinsdag 10 mei door de
aanname van het verslag.
Voorbeelden van
nanotechnologie bij voedselproductie zijn een wasachtig laagje op vruchten en
groenten om de houdbaarheidsperiode te verlengen. Het kan ook worden gebruikt
om sausen en dressings gemakkelijker uit te schenken, zodat de consument ook
het laatste restje uit de fles kan krijgen.
Volgens de
Europese Commissie zijn er momenteel geen nanovoedingsmiddelen op de markt. De
Nederlandse rapporteur van het verslag, Kartika Liotard zegt hierover:
"Wij hebben er op aangedrongen dat geen voedingsmiddelen die door
nanotechnologie worden gemaakt of nanodeeltjes bevatten op de markt kunnen worden
gebracht tenzij zij een gevalideerde risicoberekening hebben ondergaan en
veilig gebleken zijn."
Geen gekloonde
dieren op uw bord
Anderzijds is de
commissie van oordeel dat voor voedsel afkomstig van gekloonde dieren of hun
jongen aparte wetgeving moet komen. De Europese Commissie en de Raad wilden
regelgeving rond gekloonde dieren ook in de nieuwe wet opnemen maar de Europarlementariërs
hebben om een apart wetsvoorstel gevraagd om voedsel te verbieden dat uit
gekloonde dieren of hun nakomelingen voortkomt.
Liotard:
"Voor zover wij weten, is er geen voedsel dat van gekloonde dieren
afkomstig is op de Europese markt en het Parlement wil dat dit in de toekomst
zo blijft. De Commissie probeert om wetgeving naar voren te brengen over deze
controversiële kwestie zonder zelfs een openbaar debat. Wij eisen dat deze
kwestie in een afzonderlijke verordening wordt behandeld. Wij willen niet dat
dieren worden gekloond voor de voedselproductie en wij willen ook geen
nakomelingen van gekloonde dieren op de markt."
De droogte waargenomen tussen 8 april en 2 mei was
ongunstig voor een snelle en homogene opkomst van de cichoreivelden.
Naargelang de streek hebben de hagelbuien (onweders van
zondag 2 mei) plaatselijk enige schade veroorzaakt aan de cichorei in
ontwikkeling. Andere streken (Henegouwen, Condroz) hebben tot nog toe weinig of
geen regen gehad en lijden sterk onder de aanhoudende droogte. Sommige velden
in Henegouwen en Limburg, die sinds weldra een maand gezaaid werden, hebben nog
steeds geen regen gehad en vertonen nog steeds geen (of zeer weinig) opkomst.
De opkomst is dus bijzonder heterogeen volgens de
zaaidatum, de streken en de plaatsen op het veld.
Derhalve geven de opkomsttellingen van de
waarnemingsvelden cichorei, 20 dagen of meer geleden gezaaid, momenteel
een gemiddelde opkomst van ± 46% (gemiddelde van 17 velden, met opkomsten
tussen 0 en 93 planten/10 meter). De opgekomen velden zijn over het algemeen in
het kiemlobstadium.
Er werd tot nog toe geen schade door plagen of ziekten
gesignaleerd.
Bron: KBIVB
Bladvlekkenziekte is, zoals de voorbije weken, op enkele locaties beperkt tot matig aanwezig in de LCG-waarnemingsvelden. Vooral in West-Vlaanderen werd meer bladvlekkenziekte waargenomen, elders in Vlaanderen is deze echter nog maar weinig aanwezig.
Zolang niet alle
bladlagen ontwikkeld zijn en dus het stadium “laatste blad” niet bereikt is,
hoeft dit meestal niet onrustwekkend te zijn. In deze groeistadia van de tarwe
is een bladseptoriabestrijding immers zelden rendabel. Het is afwachten of bij de
vorming van de voorlaatste en laatste bladlaag, de bladvlekkenziekte mee “opklimt”
in het gewas. Wanneer in deze ontwikkelingsstadia het voorlaatste en vooral het
laatste volledig ontwikkelde blad bladvlekken zou vertonen, moet een vroege
behandeling overwogen worden.
De regenrijke
weersomstandigheden van de voorbije dagen waren echter zeer bevorderlijk voor
de verspreiding en ontwikkeling van bladvlekkenziekte. Percelen waar nu reeds bladvlekkenziekte
wordt waargenomen, moeten in de komende weken zeer goed opgevolgd worden om na
te gaan of en wanneer een behandeling tegen bladvlekkenziekte moet worden uitgevoerd.
Bron: LCG-akkerbouwbericht
Naargelang de locatie bevindt de tarwe zich momenteel in het stadium “tweede tot derde knoop”. Hier en daar zijn enkele rassen pas in het stadium “eerste knoop”. De tarwe is door het koele weer weinig geëvolueerd ten opzichte van vorige week en groeit dus momenteel vrij traag. Het blijft wachten op warmere weersomstandigheden.
Bron:
Akkerbouwbericht LCG
Na de droogte
die sinds 8 april werd waargenomen waren de onweders op zondag 2 mei gunstig
voor talrijke gezaaide velden. Sommige streken hebben echter weinig of geen
regen gehad (Henegouwen, Limburg, Condroz). Vlaams-Brabant, Waals-Brabant en
sommige streken in Henegouwen hebben daarentegen geleden onder hevige
hagelbuien en sommige velden werden ernstig getroffen (vooral in de streek van
Nijvel en Seneffe).
De aanhoudende
koude en de noordoostenwind waargenomen sinds begin mei belemmeren nu wel de
goede ontwikkeling van de teelt.
De eerste
opkomsttellingen, uitgevoerd in de waarnemingsvelden gezaaid sinds gemiddeld 20
dagen, geven momenteel een gemiddelde opkomst van ± 81 % (gemiddelde van
50 velden) Het verlies van plantjes is te wijten aan de hagel van 2 mei, aan
wildschade (schade door hazen werd in meerdere velden waargenomen) en aan
verlies ten gevolge van vorst waargenomen rond 22 april.
Naargelang de
streek en de plaatsen op het veld zijn deze opkomsten soms zeer heterogeen
(opkomsten begrepen tussen 22 en 54 planten/10 m). De afwezigheid van regens
(behalve het onweer van 2 mei, plaatselijk zeer hevig) heeft zijn weerslag op
de ontwikkeling van de jonge bieten, vooral in Hengouwen en Condroz waar er
zeer weinig regen geweest is sinds begin april.
Behalve de
plaatselijke schade door klein wild, werd er tot op heden geen schade door
plagen of ziekten gesignaleerd. De schade door vogels (duiven, fazanten), die
de uiteinden van de jonge bladeren en kiemlobben hebben uitgetrokken, wordt
dikwijls waargenomen in de velden gezaaid in april.
Bron: KBIVB
De Belgapomnotering van woensdag 12 mei bedraagt 90 euro/ton, BTW excl. of 95,40 euro/ton, BTW inclusief. Belgapom spreekt van een rustige markt met een aanbod dat groter is dan of gelijk aan de vraag. De Belgapomprijs is de meest gehanteerde prijs waargenomen op de vorige werkdag voor Bintje, veldgewas 35 mm+, frietgeschikt, af producent, los op wagen, voor onmiddellijke levering/ophaling. Hij wordt vastgesteld door een commissie met 4 vertegenwoordigers uit de sectie verwerking en 4 vertegenwoordigers uit de sectie handel van Belgapom.
Op het rassenproefveld wintertarwe te Koksijde (met 26 rassen) werden vorige week de eerste aantastingen met gele roest vastgesteld op de rassen Homeros en Mulan. Deze week vertoonden een viertal rassen gele roest, met name Manager, Profilus, Homeros en Mulan.
In vorig
LCG-bericht werd ook melding gemaakt van gele roest in een proefveld triticale
te Tiegem. Er werd ons gesignaleerd dat de gele roest er momenteel verder opklimt
in het gewas en de haardvorming uitbreidt. Het is belangrijk om zeer aandachtig
te zijn voor gele roest, zeker op rassen die gevoelig zijn voor deze ziekte. De
regenrijke weersomstandigheden en koele temperaturen spelen normaal gezien in
het voordeel van de gele roest.
Gele roest dient
snel behandeld te worden. Zelfs bij lichte aantastingen kan een vroege
bestrijding economische verantwoord zijn. Het is dus belangrijk om uw velden
regelmatig te controleren op aanwezigheid van gele roest, ook in deze vroege
stadia van de tarwe!
Het is
belangrijk om de rassen die gevoeligst zijn voor gele roest (zoals Akteur, Altigo,
Altos, Hattrick, Iridium, Koreli, Manager, Mulan, Oakley, Pepidor, Robigus, Selekt,
Toisondor, Tuareg, alsook Winnetou) zeer regelmatig te controleren op gele
roest. Dit is zeker noodzakelijk bij gunstige weersomstandigheden voor de ontwikkeling
van gele roest!
Wanneer
haardvorming van gele roest optreedt is het aangewezen om onmiddellijk een
fungicidebehandeling uit te voeren met een curatief werkend fungicide (op basis
van ofwel epoxiconazool, cyproconazool, ...).
Wanneer geen
haardvorming waargenomen wordt, maar bij het oprichten van de tarwe aantasting
van de gele roest verder uitbreidt, kan deze best ook worden behandeld. Als
algemene stelregel geldt dat wanneer op meer dan 2% van de bladeren gele roest
wordt waargenomen, best onmiddellijk een fungicidebehandeling wordt uitgevoerd
met een curatief middel.
Een nauwgezette
opvolging van de percelen waar gele roest werd waargenomen, is noodzakelijk om de
correcte beslissing te nemen volgens bovenstaande richtlijnen. Gele roest kan
immers heel snel uitbreiden!
Een nieuwe vereenvoudigde procedure is sinds dit jaar van kracht voor het vergoeden van wildschade. Dit in plaats van de omslachtige juridische weg via de vrederechter. Toch kwamen er vanuit het werkveld onrustwekkende signalen rond de toepassing van de nieuwe regeling. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer ondervroeg minister Joke Schauvliege hierover. Deze bevestigde dat inderdaad 41 van de 101 ingediende dossiers onontvankelijk werden verklaard.
De minister erkende dat er sinds het begin van de uitvoering van het besluit inderdaad een aantal problemen werden geconstateerd. Voor een gedegen evaluatie is het nog te vroeg. Een evaluatie van problematieken, specifiek rond de ganzenproblematiek, is bij de diensten in voorbereiding, verzekerde de minister. Aspecten zoals budgettaire weerslag, personeelsimpact en ervaren problemen bij het toepassen van de regels zullen na één jaar werking worden geëvalueerd.
Aantal dossiers per provincie:
- West-Vlaanderen: 58 waarvan 20 niet ontvankelijk
- Oost-Vlaanderen: 15 waarvan 6 niet ontvankelijk
- Antwerpen: geen aanvragen
- Vlaams-Brabant: 6 waarvan 3 niet ontvankelijk
- Limburg: 22 waarvan 12 niet ontvankelijk
Sommige dieren, die in het wild voorkomen, richten schade aan bij landbouw, tuinbouw of andere activiteiten: meestal gaat het om vraat of vertrappeling van teelten. Wanneer er jacht toegelaten is op die soorten, dan is de vermijding van wildschade in principe een verantwoordelijkheid voor de jagers. Maar op sommige diersoorten is de jacht altijd gesloten (bv. Kolgans of Kleine rietgans). Andere soorten hebben een beschermd statuut (bv. Aalscholver of Bever) en soms verschuilen de dieren zich in reservaten waar niet gejaagd mag worden.
Wanneer die wildschade dan belangrijke proporties aanneemt, is het aan de overheid – die door natuurbescherming de jacht of bestrijding onmogelijk maakte - om die schade te vergoeden. Door de wijziging van artikel 25 van het jachtdecreet op 31 mei 2006 werd de basis gelegd voor een eenvoudiger schadevergoedingssysteem voor landbouwers die getroffen worden door wildschade. Uiteindelijk keurde de Vlaamse Regering vorig jaar het ontwerpbesluit goed dat de vergoeding regelt van wildschade en schade door beschermde soorten.
Op 23 april jongstleden vond het eerste Rondetafelgesprek plaats tussen vertegenwoordigers van de Duitse en Nederlandse varkenssector. Het gesprek werd geïnitieerd door het Productschap voor Vee en Vlees (PVV).
Verschillende
sectordeskundigen bespraken tijdens deze eerste 'Bonner Runde' de kansen en
uitdagingen voor de Duits-Nederlandse varkenssector, en bediscussieerden welke
mogelijkheden voor een betere, grensoverschrijdende samenwerking er zijn.
Dagvoorzitter
was Professor Brigitte Petersen, voorzitter van het onderzoeksplatform GIQS,
Grenzüberschreitende Integrierte Qualitätssicherung. Zij concludeerde aan het
eind van de bijeenkomst dat de behoefte aan het optimaliseren van de
Duits-Nederlandse samenwerking er is. Daarom moeten besproken onderwerpen in de
nabije toekomst concreet worden ingevuld met gemeenschappelijke standaarden en
een transparante, gestructureerde informatie-uitwisseling.
Al
aan het begin van het rondetafelgesprek bleken de deelnemers positief te staan
tegenover intensievere samenwerking tussen de landen, omdat dit synergievoordelen
kan bieden. Duitsland is van oudsher een belangrijke afnemer van Nederlandse
varkens en biggen, terwijl Nederland een belangrijke markt is voor Duitse
vleesproducten. Nu al vindt er, in de vorm van grensoverschrijdende projecten
zoals het onderzoeksproject 'Safeguard', bilaterale samenwerking en afstemming
plaats. De deelnemers aan de Rondetafel bijeenkomst wilden niet alleen de
krachten bundelen, maar dit ook uitdragen en zo de gezamenlijke
concurrentiepositie binnen Europa versterken.
Vertrouwen en
transparantie
Hoe kan de
kwaliteit van de samenwerking verbeterd worden? ‘Het hoofddoel moet zijn de
samenwerking een duurzaam karakter te geven, op grond van transparantie en
vertrouwen' aldus Jos Jongerius, secretaris van het Productschap voor Vee en
Vlees (PVV). Hierbij speelt de kwaliteit van de communicatie binnen de branche
een cruciale rol. 'Het moet duidelijk zijn, dat wij, hoewel we concurrenten
zijn, uitsluitend als gelijkwaardige partners een optimaal product op de markt
kunnen brengen, met hogere toegevoegde waarde, dat ook aan de behoefte van de
verbruiker voldoet', voegde Jongerius toe. Daarover moet de branchepartijen het
eens zijn, en gezamenlijk eenduidige doelen definiëren.
Communicatie
Over dit punt
was de rondetafel het eens. Vervolgens werd voorgesteld een gestructureerde
informatie-uitwisseling te organiseren tussen de afzonderlijke schakels van de
keten, met inbegrip van de retail en de wetgevende instanties. Deze
informatie-uitwisseling moet niet alleen de product- en productiekwaliteit ten
goede komen, maar ook de traceerbaarheid en daarmee het consumentenvertrouwen
verhogen.
Gemeenschappelijke
standaard
Een heldere
communicatie en informatie-uitwisseling kunnen in de dagelijkse praktijk direct
voordeel opleveren voor zowel productie als handel en afzet. De deelnemers
waren het er daarnaast over eens dat ontwikkeling van gemeenschappelijke
standaarden zeer belangrijk is, zowel op het gebied van diergezondheid en
dierenwelzijn, als ook in de diverse schakels van de productieketen
Samenvatting
Conclusie van
het rondetafelgesprek was, dat de besproken onderwerpen concreet moeten worden
ingevuld. Gezien het belang van goede samenwerking tussen de Duitse en
Nederlandse sector waren alle deelnemers het erover eens dit eerste Ronde-tafelgesprek
een vervolg behoeft. 'We hebben een nieuw communicatieplatform geschapen waarin
niet alleen actuele thema's bediscussieerd kunnen worden, maar waar ook ideeën
geproduceerd, besproken en praktijkrijp gemaakt worden. Een goede basis dus
voor verdere, grensoverschrijdende samenwerking en afstemming', vatte
dagvoorzitter Professor Brigitte Petersen samen.
In uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 1993 betreffende de organisatie van het examen tot het verkrijgen van het bekwaamheidsgetuigschrift in de bosbouwkunde, zal de examencommissie een examen organiseren tot het verkrijgen van dit getuigschrift.
Het
examen omvat :
1.
een schriftelijk gedeelte (zaterdag 18 september 2010)
2.
een praktisch en mondeling gedeelte (zaterdag 20 november 2010)
Het
examenprogramma omvat :
1.
Ecologie, studie van het milieu
1.1.
Klimaat : temperatuur, neerslag, luchtdruk en wind
1.2.
Materiaalcycli : watercyclus, stikstofcyclus en fosforcyclus
1.3.
Bodem : grondsoorten, humus en profielontwikkeling
1.4.
Successie, verstoring, stress en competitie
2.
Plantkunde
2.1.
Morfologie en anatomie : stengel, wortel, blad, bloem, zaad en vrucht
2.2.
Fysiologie : fotosynthese, lengte- en diktegroei
2.3.
Voortplanting : geslachtelijk en ongeslachtelijk, bestuiving en bevruchting,
factoren van invloed op bloei, zaadzetting en kieming
2.4.
Dendrologie : herkenning, natuurlijk verspreidingsgebied en ecologie van de
voornaamste bomen en struiken in het Vlaamse landschap
3.
Vegetatiekunde
3.1.
Inleiding tot de voornaamste begrippen in de vegetatiekunde :
natuurlijkheidsgraad, vegetatieopnamen, hiërarchisch systeem, ken- en
differentiërende soorten, verzadigdheid, formaties
3.2.
Voornaamste eigenschappen (typische soorten, relaties met bodem en klimaat,
verspreiding, zeldzaamheid, natuurlijkheid) van de plantengemeenschappen in het
Vlaamse landschap relevant voor bosbouw en natuurbeheer
4.
Fauna
4.1.
Gedrag van populaties, overlevingsstrategieën, verspreidingsecologie,
predator-prooirelaties
4.2.
Jacht en populatiebeheer
4.3.
Kenmerken van de belangrijkste diersoorten voor natuurbehoud en jacht
4.4.
Elementaire kennis van ziekten overgebracht door dieren
5.
Natuurbeheer
5.1.
Inleidende begrippen : historische ecologie, verzuring, vermesting, verruiging,
verdroging en versnippering
5.2.
Patroon- versus procesbeheer
5.3.
Omvormingsbeheer inclusief natuurontwikkeling versus onderhoudsbeheer
5.4.
Beheervormen : maaibeheer, begrazing, plaggen, branden, nulbeheer en kappen
5.5.
Beheer van kleine landschapselementen en akkerbeheer
5.6.
Inleiding tot beheerplannen en monitoring in functie van natuurbehoud
6.
Visstandbeheer
6.1.
Kenmerken van de voornaamste vissoorten
6.2.
Visserijbiologische indeling van wateren
6.3.
Elementaire kennis over visstandbeheerplannen
7.
Bosbouw
7.1.
Inleidende begrippen : licht- en schaduwboomsoorten, stamtalvermindering,
etagevorming, bestandsontwikkelingsfasen, bedrijfstijd
7.2.
Bosbedrijfsvormen : hakhout, middelhout en hooghout
7.3.
Bosbedrijfssoorten : kaalslag, zoomslag, schermslag, plenterslag en femelslag
7.4.
Bestandsbeschrijving : menging, sluiting
7.5.
Bosbehandeling : inboeten, vrijstellen, zuiveren, dunnen, aanduiden van
toekomstbomen, omloopstijd
7.6.
Bosaanleg en herbebossing : standplaatsverbetering, natuurlijke en kunstmatige
verjonging, bosboomkwekerij, plantgoedbeoordeling, plantverband, planttechniek
en wildbescherming
7.7.
Bosfuncties : sociaal, economisch en ecologisch
7.8.
De positie van het bos in Vlaanderen : oppervlakte, bosbouwstreken,
verspreiding, samenstelling, eigendomsverdeling
7.9.
Bosbeheerplan : mozaiekcyclusconcept, bestandenkaart, kapregeling
8.
Dendrometrie
8.1.
Hoogte- en diktemetingen, vormgetal, verloop
8.2.
Volumebepaling : liggende bomen, bomen op stam, bosbouwkundige tarieven,
bestandsvoorraad
8.3.
Aanwasbepalingen, productietabellen
9.
Bosbescherming
9.1.
Schade door abiotische factoren : weersinvloeden, voedingstoestand en brand
9.2.
Aantastingen door levende organismen : schimmels, bacteriën, virussen en
insecten
9.3.
Schade door menselijke invloeden waaronder luchtverontreiniging
10.
Houttechnologie
10.1.
Bouw van loofhout en naaldhout
10.2.
Identificatie van de belangrijkste houtsoorten aanwezig in de Vlaamse bossen
10.3.
Houtgebreken
10.4.
Fysische eigenschappen van hout
10.5.
Mechanische eigenschappen van hout
10.6.
Chemische samenstelling van hout
11.
Wetgeving
11.1.
Inleiding tot de wetgeving en de staatsstructuur, inclusief elementaire kennis
omtrent het opstellen van een proces-verbaal, opsporen en vervolgen van
inbreuken
11.2.
Wetgeving op de vogelbescherming
11.3.
Jachtwetgeving
11.4.
Wetgeving op de riviervisserij
11.5.
Wetgeving open ruimte, inclusief ruimtelijke ordening en bescherming van
landschappen
11.6.
Bosdecreet
11.7.
Natuurdecreet, inclusief soortbescherming en beschermde gebieden
Bij
het praktisch en mondeling gedeelte vallen de volgende onderdelen weg :
9.
Bosbescherming (valt helemaal weg)
10.
Houttechnologie (behalve « 10.2. Identificatie van de belangrijkste houtsoorten
aanwezig in de Vlaamse bossen » wat wel moet gekend zijn, ook voor het
mondeling en praktisch gedeelte)
11.
Wetgeving (valt helemaal weg)
Inschrijving
voor het examen
De
kandidaturen dienen per aangetekend schrijven ingediend te worden bij Inverde
vzw, Duboislaan 1b, 1560 Hoeilaart, vóór 10 september 2010. Om de juiste
documenten te verkrijgen kan getelefoneerd worden naar Inverde : 02-658 24 94.
Bijkomende
inlichtingen en documentatie kunnen bekomen worden bij de centrale diensten van
het Agentschap Natuur en Bos en bij Inverde op voornoemd adres.
Onlangs is een
vier jaar durende onderzoek 'Optimaliseren verlichting bij leghennen om
verenpikken te verminderen en productie te verbeteren' afgerond. In drie
opeenvolgende proeven heeft Wageningen UR Livestock Research, met subsidie van
het Productschap Pluimvee en Eieren en Philips Lighting onderzocht of het
optimaliseren van kunstlicht in de stal bij kan dragen aan een oplossing voor
het verenpikken.
Lichtsterkte en
de soort verlichting hebben grote invloed op het zien en het natuurlijke gedrag
van kippen. Een kip zal bij voorkeur actief zijn bij lichtsterktes boven de 50
lux. Daarnaast heeft de kip ultraviolet (UVA) licht nodig om meer details te
zien in de omgeving en om soortgenoten beter te kunnen herkennen.
Pluimveehouders kiezen vaak voor een lichtbron op basis van bepaalde kenmerken,
zoals energieverbruik en dimbaarheid. Verlichting in pluimveestallen – vaak
witte TL-verlichting – bevat nauwelijks of geen UVA licht.
In
alle proeven was de lichtsterkte 40 lux en steeds zijn Lohman Brown en Lohman
Selected Leghorn leghennen, met intacte snavels gebruikt. Op verschillende
momenten werd waargenomen dat hennen meer naar de bodem en minder naar elkaar
pikten, bij kunstlicht dat ook UVA uitstraalt. Echter, dit positieve effect
leek wel samen te hangen met tijdige en voldoende aanwezigheid van strooisel.
Met andere woorden, er moeten voldoende prikkels en mogelijkheden tot het
uitvoeren van natuurlijk gedrag aanwezig zijn (strooisel, voeder etc.). Over
het algemeen hadden de nieuwe lampen geen effect op de technische resultaten in
de opfok- en legperiode.
Bron: Productschap
PVE
De provincie Vlaams-Brabant lanceert een nieuwe oproep voor het indienen van projecten die in aanmerking komen voor Europese middelen. Het gaat om projecten ter verbetering van de leefbaarheid van het platteland die zich afspelen buiten de twee Leader-gebieden en stadskern Leuven. Ze kunnen tot 65% van de projectenkosten terugbetaald krijgen.
Plattelandsprojecten komen in aanmerking als ze binnen één van deze invalshoeken vallen:
· bevorderen
van de toeristische activiteiten
optimalisatie
toeristische infrastructuur, onthaalknooppunten, streekeducatieve begeleiding,
ontwikkelen diensten voor plattelandstoerisme, ...
· basisvoorzieningen
voor bevolking en plattelandseconomie voorzieningen
voor spel en opvang, woonzorgregio's, opzetten van vrijwilligersorganisaties
voor ouderen, sociale tewerkstelling voor plattelandstaken, acties inzake
toegankelijkheid, dienstverlening rond woonkwaliteit en woningvoorraad,
servicecentra, ...1.
nieuwe submaatregel: ontwikkeling van de paardenhouderij als nieuwe economische
drager op het platteland;
· dorpskernvernieuwing en -ontwikkeling, renovatie van bestaand patrimonium tot dorpshuizen of gemeenschapshuizen, heraanleg openbaar domein tot ontmoetingsruimte voor bewoners, opmaak dorpsontwikkelingsvisies , ...
· instandhouding en opwaardering landelijk erfgoed, restauratie kleinschalig niet beschermd cultuurhistorisch erfgoed, behoud, bescherming en herstelling van landelijk bouwkundig erfgoed, nieuwe kunst en cultuur elementen, herbestemming en herbruik van agrarisch erfgoed, versterken en herstellen van landschappelijk kwaliteitsvolle elementen, ...
· intermediaire
dienstverlening – opleiding en vorming ruraal ondernemerschap
begeleiding,
dienstverlening, netwerkvorming voor nieuwe vormen van ondernemerschap op het
platteland, zoals ondersteuning streekproducten, sensibilisering rond groene
zorg ...
De uiterste
indiendatum voor projecten is 15 oktober 2010. Na goedkeuring ontvangt het
project voor 65 % subsidie afkomstig van Europa, Vlaanderen en de provincie.
Meer
info: www.vlaamsbrabant.be/platteland of bij het plattelandsloket op tel:
016-26 74 11 of platteland@vlaamsbrabant.be
Gemiddeld zijn de berekende voorschotmelkprijzen van een aantal Europese melkerijen, in maart 2010 27,32 euro per 100 kg standaardmelk, dit is melk met 4,2% vet, 3,4% eiwit, 500.000 kg per jaar, kiemgetal van 24.999 en een celgetal van 249.999 per ml. In vergelijking met februari 2010 is dit een daling van 0,68 euro per 100 kg vergeleken met vorige maand. Gemiddeld zijn de melkprijzen evenwel 0,74 euro/100 kg (= 2,8%) hoger vergeleken met maart vorig jaar. Dat blijkt uit berekeningen die zijn uitgevoerd door het Productschap Zuivel in samenwerking met de European Dairy Farmers in opdracht van LTO-Nederland.
Voor ons land
kan worden opgemerkt dat door aanpassing van de vet- en eiwitprijs van Milcobel
de melkprijs deze maand ten opzichte van februari steeg met 1,05 euro/100 kg
standaardmelk. Maakt men de vergelijking met de Milcobelprijs van maart 2009,
dan ziet men een forse stijging van 7,34 euro/100 kg standaardmelk of 33 %.
Door die stijging zit Milcobel opnieuw in het Europese koppeloton, terwijl het
in maart 2009 helemaal achteraan bengelde.
Na advies van de Raad van State hecht de Vlaamse Regering haar definitieve goedkeuring aan de wijziging van artikel 2 van haar besluit tot vaststelling van de lijst van toelaatbare zonevreemde functiewijzigingen. Het verruimt de mogelijkheden voor de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning voor een functiewijziging naar wonen in een voormalig landbouwbedrijf.
Tussen
2000 en 2009 is de tewerkstelling in de landbouw in de EU met 25 % gedaald,
overeenstemmend met een verlies van 3,7 miljoen voltijdse arbeidsplaatsen. Dat
blijkt uit cijfers die vandaag door Eurostat werden bekendgemaakt. In 2009 telde
Eurostat nog 11,2 miljoen personen die voltijds in de landbouw werkten, waarvan
5,4 miljoen in de 15 ‘oude' lidstaten en 5,8 miljoen in de 12 ‘nieuwe'
lidstaten.
In
diezelfde periode is het arbeidsinkomen per arbeidskracht in de landobuw in de
EU-27 met 5 % toegenomen, zo voegt Eurostat er aan toe.
De
evolutie is uiteenlopend tussen de ‘oude' en de ‘nieuwe' EU-lidstaten. Zo
daalde de tewerkstellking in de EU-15 (de ‘oude' lidstaten) tussen 2000 en 2009
met 17 % en in de 12 nieuwe lidstaten met 31 %. Anderzijds steeg het
arbeidsinkomen per arbeidkracht in de landbouw in de 12 nieuwe lidstaten de
jongste tien jaar met 61 %, terwijl het in de EU-15 met 10 % daalde.
Voor
ons land spreekt Eurostat van een afname van de tewerkstelling met 14,8 %, terwijl
bovendien het reële arbeidsinkomen per arbeidskrachtin de landbouw in ons land
tussen 2000 en 2009 met 22, 1 % daalde.
In het Belgisch Staatsblad van 7 mei 2010 verscheen een Besluit van de Vlaamse Regering 19 maart 2010 betreffende de organisatie van de fokkerij van voor de landbouw nuttige huisdieren. Dit besluit regelt de organisatie van de fokkerij van runderen, varkens, paardachtigen, schapen, geiten en andere diersoorten zoals hertachtigen, pluimvee, loopvogels en konijnen. Het treedt in werking op 1 januari 2011.
In de energiewetgeving is
in een
aantal beschermingsmaatregelen voorzien. Zo heeft een huishoudelijke
elektriciteitsverbruiker
in Vlaanderen recht op een gratis hoeveelheid elektriciteit, zijn er
sociale
minimumprijzen en zijn er maatregelen die voorkomen dat klanten die
problemen
hebben met het betalen van hun facturen zomaar afgesloten worden.
Volgens
Boeren op een Kruispunt heeft 90 percent van de land- en
tuinbouwbevolking echter
maar één teller. Zij worden aanzien als bedrijf en genieten dus geen
enkele
sociale bescherming. Reden voor Vlaams volksvertegenwoordiger
De vergoedingen voor de beheerovereenkomsten van de VLM met startdatum 1 januari, werden eind april uitbetaald. In totaal gaat het om een bedrag van 10.723.000 euro. Opmerkelijk is het succes van de beheerovereenkomst Water (BO Water). Uit de meetresultaten blijkt duidelijk dat de BO Water sterk bijdraagt aan de verbetering van de waterkwaliteit.
Met de beheerovereenkomsten investeren Vlaanderen en Europa blijvend in agrarisch natuurbeheer en in een leefbaar platteland. Van de 10.723.000 euro aan vergoedingen die werden uitgekeerd, betaalt Vlaanderen 6.054.000 euro en de rest draagt Europa bij.
Ruim 1.254.400 euro werd uitbetaald voor het uitvoeren van diverse maatregelen zoals het natuurvriendelijk beheren van akkers, graslanden en perceelsranden (465.573 euro), het aanleggen en onderhouden van kleine landschapselementen (397.672 euro), het beschermen van akkervogels en weidevogels (88.101 euro) en het bestrijden van erosie (303.077 euro). Het gaat hierbij allemaal om beheerovereenkomsten gesloten na 1 januari 2007.
Het grootste deel van de vergoedingen - in totaal bijna 9.468.800 euro - gaat naar de beheerovereenkomsten Water, waarvan ruim 8.966.700 euro wordt uitgekeerd aan landbouwers die een beheerovereenkomsten Water sloten met startdatum 1 januari 2007.
Samen met de landbouwers werkt de Vlaamse Landmaatschappij aan de bescherming van het grond- en oppervlaktewater. Door het sluiten van een beheerovereenkomst Water engageren landbouwers er zich toe de hoeveelheid dierlijke mest die op landbouwpercelen wordt gebracht, te beperken tot maximaal 140 kg N/ha/jaar. De totale stikstofbemesting ligt minstens 30 % lager dan de bemestingsnormen van het Mestdecreet.
De beheerovereenkomst Water is resultaatgericht. Dit betekent dat de landbouwer enkel een vergoeding ontvangt indien hij een vooropgesteld resultaat behaalt. Concreet worden in het najaar bodemstalen genomen om te bepalen hoeveel nitraatstikstof zich in het bodemprofiel (0-90 cm) bevindt. Hoe lager dit nitraatresidu, hoe kleiner de kans op uitspoeling naar oppervlakte- en grondwater en hoe lager ook de nitraatconcentraties in het water. De grenswaarde bedraagt, naargelang de startdatum van de beheerovereenkomst, 90 kg (beheerovereenkomsten Water gestart voor 1 januari 2007) of 86 kg stikstof per hectare (beheerovereenkomsten Water gestart na 1 januari 2007).
In 2009 werden in totaal ruim 20.000 bodemstalen genomen op ruim 13.000 percelen, verdeeld over een 1.500-tal landbouwers. Het gemiddelde nitraatresidu bedroeg 47 kg stikstof per hectare. 89% van de stalen bleef onder de vooropgestelde grenswaarde.
Uit de resultaten
blijkt dat bepaalde teelten stikstof beter benutten en dus minder stikstof in
de bodem achterlaten dan andere. Zo scoren bieten en granen duidelijk beter dan
aardappelen.
BO Water bestaat tien jaar
De beheerovereenkomst
Water bestaat inmiddels tien jaar. De balans van de BO Water is duidelijk
positief. Zo daalde het gemiddelde nitraatresidu van een gemiddelde van 80 kg
stikstof per hectare tijdens de beginjaren tot minder dan 50 kg stikstof per
hectare nu. Het percentage bodemstalen met een nitraatresidu lager dan de
grenswaarde steeg in diezelfde periode van 68% naar een kleine 90%. Hieruit
blijkt duidelijk dat de deelnemende landbouwers hun teelttechnieken verder
hebben verfijnd in functie van een milieuvriendelijke bemesting aangepast aan
het gewas en de bodem.
Bron: Mestbank
In het Belgisch Staatsblad van 6 mei 2010 verscheen een omzendbrief van 15 april over aanpassingen van de VLIF-steunmaatregelen voor landbouwcoöperaties voor verwerking, afzet en dienstverlening. Deze omzendbrief bepaalt dat de VLIF-steunverlening aan de landbouwcoöperaties voor verwerking tijdelijk wordt opgeschort. De steunverlening aan landbouwcoöperaties voor verwerking zal voorwerp uitmaken van een nieuwe regelgeving. De VLIF-steunaanvragen van landbouwcoöperaties voor verwerking die ingediend worden na de ingangsdatum van deze omzendbrief zullen behandeld worden overeenkomstig de nieuwe regelgeving.
Deze
omzendbrief trad in werking vanaf 15 april 2010.
In 2009 werden door 56 pootgoedtelers 392 percelen ter keuring ingeschreven bij de Vlaamse Keuringsdienst, dit voor een totale oppervlakte van 1.075,8 ha. Dit betekent na een jarenlange daling terug een forse sprong voorwaarts. Onder de aangemelde percelen bevonden zich ook 6 percelen van 4 Nederlandse telers die hun pootgoed in 2009 vermeerderden op Vlaams grondgebied. Door Vlaamse grenstelers werden dan weer 147,1 ha ingeschreven, geteeld in Nederland en tijdens het seizoen opgevolgd door NAK (Nederlandse Algemene Keuringsdienst), maar de certificering van het geoogst product is de bevoegdheid van de Vlaamse keuringsdienst. Ook opmerkelijk: in 2009 waren er 4 nieuwe telers die voor het eerst gecertificeerd pootgoed vermeerderden.
Bintje versterkt nog zijn dominante positie.
Andere belangrijke rassen zijn Lady Rosetta, Spunta en Kennebec. In de
veldkeuringen kon vastgesteld worden dat Erwinia en Rhizoctonia iets minder aanwezig
waren, met een vergelijkbaar aandeel declasserigen na de veldkeuringen.
Eenmaal de nacontrole achter de rug echter
werd vastgesteld dat in totaal 34% van de aangemelde Vlaamse percelen
gedeclasseerd werden in 2009.
Bron: PCA
Op het proefveld wintertarwe te Koksijde zijn de eerste aantastingen met gele roest vastgesteld! Vorige week werd reeds gesignaleerd dat op een proefveld triticale in Tiegem reeds een behoorlijke infectie met gele roest werd waargenomen. De gele roest is dus, net als de vorige jaren, weer vrij vroeg in het seizoen aanwezig. Het is dus belangrijk om zeer aandachtig te zijn voor gele roest, zeker op rassen die gevoelig zijn voor deze ziekte.
De regenrijke
weersomstandigheden en koele temperaturen spelen normal gezien in het voordeel
van de gele roest, maar ervaringen uit de voorbije jaren leren ons dat de gele
roest ook bij droger en warmer weer toch snel kan verspreiden.
Gele roest dient
snel behandeld te worden. Zelfs bij lichte aantastingen kan een vroege
bestrijding economische verantwoord zijn. Het is dus belangrijk om uw velden regelmatig
te controleren op aanwezigheid van gele roest, ook in deze vroege stadia van de
tarwe!
Het is
belangrijk om de rassen die gevoeligst zijn voor gele roest (zoals Akteur, Altigo,
Altos, Hattrick, Iridium, Koreli, Manager, Mulan, Oakley, Pepidor, Robigus, Selekt,
Toisondor, Tuareg, alsook Winnetou) zeer regelmatig te controleren op gele
roest. Dit is zeker noodzakelijk bij gunstige weersomstandigheden voor de ontwikkeling
van gele roest!
Wanneer
haardvorming van gele roest optreedt is het aangewezen om onmiddellijk een
fungicidebehandeling uit te voeren met een curatief werkend fungicide (op basis
van ofwel epoxiconazool, cyproconazool, ...).
Wanneer geen
haardvorming waargenomen wordt, maar bij het oprichten van de tarwe aantasting
van de gele roest verder uitbreidt, kan deze best ook worden behandeld. Als
algemene stelregel geldt dat wanneer op meer dan 2% van de bladeren gele roest
wordt waargenomen, best onmiddellijk een fungicidebehandeling wordt uitgevoerd
met een curatief middel.
Een nauwgezette
opvolging van de percelen waar gele roest werd waargenomen, is noodzakelijk om de
correcte beslissing te nemen volgens bovenstaande richtlijnen. Gele roest kan
immers heel snel uitbreiden.
Bron:
Landbouwcentrum Granen Vlaanderen
In het Belgisch Staatsblad van 5 mei 2010 verscheen een ministerieel besluit van 22 april 2010 betreffende het beroep van beenhouwer en spekslager. Het regelt het afleveren van een bewijs van beroepsbekwaamheid aan beenhouwers en/of spekslagers. Het trad reeds in werking op 28 december 2009.
Het besluit
bepaalt wat volgt:
De regens van dit weekend en de hitte van de afgelopen dagen waren gunstig voor de opkomst van onkruid. Voor de zaai uitgevoerd vanaf 12 april moet reeds een tweede naopkomstbehandeling uitgevoerd worden in de loop van deze week om de maximum termijn van 6 tot 8 dagen na de eerste doorgang te respecteren.
Na een succesvolle nieuwe campagne voor het indienen van de verzamelaanvraag 2010 via e-loket, blijft het e-loket (www.landbouwvlaanderen.be) ook na 21 april ter beschikking van de landbouwer.
Indienen nieuwe verzamelaanvraag
Voor
landbouwers die hun verzamelaanvraag nog moeten indienen, blijft e-loket ook na
21 april 2010 een mogelijkheid en kan de aanvraag nog worden ingediend tot en
met 31 mei 2010, rekening houdend met volgende:
Aanvragen
die tot en met 17 mei worden ingediend, komen nog in aanmerking voor
uitbetaling van steun, maar met een korting van 1% per werkdag te laat
ingediend
Aanvragen
die na 17 mei worden ingediend komen niet meer in aanmerking voor steun
Landbouwers
die geen steun aanvragen maar wel nog moeten voldoen aan hun aangifteplicht uit
het mestdecreet, kunnen hun verzamelaanvraag nog tot en met 31 mei indienen via
het e-loket
Wijzigen van ingediende aanvragen
Het
wijzigen van een ingediende verzamelaanvraag kan via het e-loket tot 31 oktober
2010. Dit is enkel mogelijk voor de landbouwers die de verzamelaanvraag
elektronisch hebben ingediend. Wijzigingen tot en met 31 mei worden zonder meer
aanvaard, zonder kortingen op de uitbetaling, op voorwaarde dat de
oorspronkelijke aangifte tijdig was ingediend. Van 1 juni tot en met 31 oktober
2010 hangt het aanvaarden van een wijziging af van het type wijziging of
eventuele controles (administratief of ter plaatse) die op het dossier reeds
werden uitgevoerd.
In het Belgisch Staatsblad van 4 mei 2010 verscheen een ministerieel besluit van 22 april 2010 tot wijziging van het ministerieel besluit van 7 mei 2008 betreffende de vaccinatie tegen blauwtong. In dit besluit wordt bepaald dat de primovaccinatie of de herhalingsvaccinatie van de dieren van de in artikel 4, § 1, vermelde diersoorten en diercategorieën moet worden uitgevoerd vóór 31 december 2010 volgens de voorschriften van de bijsluiter van dit vaccin. Het gaat hier om alle runderen, met uitzondering van mestkalveren, en alle schapen. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, d.w.z. op 4 mei 2010.
Met ruim 223 uren zonneschijn was de voorbije aprilmaand zeer zonnig. Het KMI spreekt van een ‘zeer abnormale' situatie, wat betekent dat het slechts éénmaal om de tien jaar zou voorkomen. Toch is het pas van april 2007 dat het record qua zonneschijnduur in april werd gebroken, nl. 301 uur, ongeveer 4,5 maal meer dan in april 1970, toen de zon slechts 67 uur scheen.?
Met zoveel zon is het ook normaal dat april warmer was dan een ‘normale' aprilmaand. De gemiddelde temperatuur bedroeg in april 2010 10,3 °C, dat is 1,3 °C meer dan normaal en de gemiddelde maximumtemperatuur lag in de voorbije aprilmaand op 15,7 °C, 2,6 °C hoger dan normaal. Ook hier zorgde april 2007 voor de records, met een gemiddelde temperatuur van 14,3 °C en een gemiddelde maximumtemperatuur van 20,5 °C. ‘s Nachts was het in april 2010 echter kouder dan normaal. De gemiddelde minimumtemperatuur bedroeg slechts 4,7 °C, waar normaal 5 °C kan verwacht worden. Het feit dat de wind overheersend uit het noordoosten kwam in plaats van normaal het zuidwesten, is daar zeker niet vreemd aan.
Die overheersende noordoostenwind was trouwens ook oorzaak van aanhoudende droogte. In april 2010 viel slechts 15,7 liter regen per vierkante meter, waar normaal 53,1 liter per vierkante meter te verwachten is. Die regen viel in 6 dagen, terwijl het normaal in april 17 dagen regent. Ook hier echter opnieuw geen record, want, zoals men zich zal herinneren, viel er in april 2007 geen druppel neerslag. April 2001 was daarentegen een verzopen maand, met niet minder dan 134,3 liter neerslag per vierkante meter.
Samen met de uitzonderlijk lage relatieve luchtvochtigheid (65 % in plaats van 78,6 %) zorgde die geringe neerslaghoeveelheid voor een sterk drogend effect op de velden. Gelukkig was er de neerslag van begin mei om die tekorten opnieuw aan te vullen.
Met steun van de Vlaamse Overheid loopt er momenteel een demonstratieproject omtrent ‘geïntegreerde aanpak van de gezondheidszorg bij schapen en melkgeiten.' De problematieken die opgevolgd worden, zijn de wormbesmettingen en de leverbotinfecties. Deze aandoeningen beïnvloeden in belangrijke mate de resultaten en de rendabiliteit van het houden van schapen en geiten.
De coördinator
van het project is de VSH vzw, Vlaamse Schapenhouderij met zetel te Beitem.
De partners zijn:
- DGZ vzw,
Dierengezondheidszorg Vlaanderen te Drongen;
- ZTC, het Zoötechnisch
Centrum van de KULeuven te Lovenjoel;
- KHK, de
Katholieke Hogeschool der Kempen te Geel;
- PCBT, het
interprovinciaal proefcentrum voor de biologische teelt te Beitem.
Inhoudelijk zijn
de stappen:
1. Een enquête
van de grotere schapenbedrijven in verband met graslandgebruik en
ontwormingsstrategie.
2. Worm- en
leverbotinfecties opvolgen op bedrijfsniveau.
3. Organisatie
in elke provincie van een demo omtrent deze problematieken.
4. Proef om de
ontwormingsstrategieën te vergelijken.
5. Na
consultatie van o.a. ook buitenlandse gegevens een brochure opmaken.
Voor de
melkgeiten en meer specifieke de biologische melkgeitenhouderij worden een
drietal informatiesessies georganiseerd.
In het kader van
dit project wordt per kwartaal een elektronische nieuwsbrief verspreid.
Deze nieuwsbrief
wordt gratis bezorgd na een email aan: griet.dewaele@west-vlaanderen.be
Meer info kan je
ook vinden op www.schapengeiten.be
Afgelopen donderdag 29 april heeft op initiatief van Vlaams minister-president Kris Peeters een overleg plaatsgevonden met de diverse schakels in de pluimveesector op het Proefbedrijf voor de veehouderij in Geel. Bedoeling van de vergadering was om na te gaan welke extra maatregelen kunnen genomen worden om het antibiotica-gebruik in de sector verder terug te dringen. Naast afgevaardigden van de pluimveehouders en de landbouworganisaties waren er vertegenwoordigers aanwezig van de pluimveeslachthuizen, de mengvoederbedrijven, de veeartsen, de broeierijen, Dierengezondheidszorg Vlaanderen, de federale overheid, de dierenfaculteit van de Universiteit Gent, het Proefbedrijf voor de veehouderij, het Instituut voor Landbouw en Visserijonderzoek en het Departement voor Landbouw en Visserij.
De vergadering kwam tot
volgende hoofdconclusies:
1/ Er is nood aan
geaggregeerde cijfers over het antibioticagebruik op Belgisch niveau om
duidelijke reductiedoelstellingen te kunnen naar voren schuiven.
Het antibioticagebruik
wordt momenteel enkel op individueel pluimveebedrijfsniveau geregistreerd en
bijgehouden. Om een doeltreffend reductiebeleid te kunnen voeren waarbij
duidelijke reductiedoelstellingen naar voren worden geschoven, is evenwel een
aggregatie van deze cijfers op nationaal niveau noodzakelijk.
2/ De verschillende schakels
van de pluimveekolom engageren zich om op korte termijn een aantal extra hygiënemaatregelen
in kaart te brengen, die moeten leiden tot een hogere gezondheidsstatus van het
pluimvee en een verminderd antibioticagebruik.
In het verlengde van het door
de Vlaamse overheid vorig jaar gefinancierde demonstratieproject ‘hygiënemanagement
op het pluimveebedrijf', hebben de diverse geledingen van de pluimveesector
zich nu geëngageerd een aantal nieuwe hygiënemaatregelen uit te tekenen die de
gezondheidsstatus van het pluimvee moeten verbeteren, waardoor het gebruik van
antibiotica verder zou moeten kunnen verminderd worden.
Vooral bij de productie van
eendagskuikens, één van de meest kritische schakels in de keten, zouden een
aantal bijkomende hygiënemaatregelen kunnen ingezet worden.
3/ Verbeteren van de interne
communicatie binnen de sector. Vraag van de sector naar meer pro-actieve
informatie door de federale overheid en de wetenschappelijke instellingen
Vanuit de vaststelling dat
de gegevens over de gezondheidsstatus van de globale pluimveestapel en de evolutie
van de antibioticaresistentieproblematiek niet altijd voldoende bekend zijn bij
de diverse schakels van de sector, wordt sterk aangedrongen op het verbeteren
van de interne communicatie binnen de sector.
Daarnaast wordt gepleit
voor een meer pro-actieve communicatie door de federale overheid en de
wetenschappelijke instellingen. Dit moet de sector in staat stellen om op een
meer anticiperende manier om te gaan met nieuwe problemen.
Minister-President Kris Peeters
heeft daarom de beslissing genomen een aantal maal per jaar met de diverse spelers in de pluimveekolom
samen te zitten, wat moet leiden tot een meer vooruitziende aanpak van de
problemen in de ganse sector.
Sinds kort werden door de Vlaamse regering onderhandelingen opgestart met Europa over het mestbeleid. Volgens Europa dienen alle maatregelen in het teken te staan van het halen van de doelstellingen van de nitraatrichtlijnen. Hierdoor kan er op dit ogenblijk geen sprake zijn van een differentiëring van de nitraatresidunormen naar gewas en/of bodem, tenzij men kan aantonen dat dit geen negatief effect heeft op het halen van de doelstellingen van de nitraatrichtlijn. Er mag, volgens de commissie, niet meer gewerkt worden met bemestingsnormen die gebaseerd zijn op maximale, maar wel op gemiddelde producties. Wie toch wil streven naar maximale opbrengsten dient te bewijzen dat bijkomende bemesting niet negatief inwerkt op de doelstellingen nitraatrichtlijn. Tevens dienen er extra initiatieven genomen te worden in de tuinbouw en in de polders en is er nood aan een duidelijk plan om de fosfaatproblematiek aan te pakken.
De Belgapomnotering van vrijdag 30 april bedraagt 90,00 euro/ton, BTW exl., of 95,40 euro per ton BTW incl. Belgapom spreekt van een rustige markt met een aanbod dat groter is dan of gelijk aan de vraag. De Belgapomprijs is de meest gehanteerde prijs waargenomen op de vorige werkdag voor Bintje, veldgewas 35 mm+, frietgeschikt, af producent, los op wagen, voor onmiddellijke levering/ophaling. Hij wordt vastgesteld door een commissie met 4 vertegenwoordigers uit de sectie verwerking en 4 vertegenwoordigers uit de sectie handel van Belgapom.
De Europese Commissie besliste donderdag 29 april jl. om ook voor het schooljaar 2010-2011 een schoolfruitprogramma te financieren. 25 van de 27 EU-lidstaten zullen in het tweede jaar van dit programma deelnemen. Alleen Finland en Zweden doen niet mee.
In het kader van dit programma stelt de Europese Unie 90 miljoen euro beschikbaar om fruit en groenten op een goedkope manier in scholen te kunnen uitdelen. Ook de lidstaten zelf en sommige private organisaties dragen bij in de financiering van deze programma's. Italië (21 miljoen euro), Duitsland (10 miljoen euro), Roemenië (9,6 miljoen euro) en Polen (9,2 miljoen euro) zijn de voornaamste genieters.
Bedoeling van het programma is om de kinderen goede eetgewoonten aan te leren die ze, zo blijkt uit studies, dan ook op latere leeftijd aanhouden. Volgens de Commissie zijn acties noodzakelijk, want niet minder dan 22 miljoen Europese kinderen hebben overgewicht en 5 miljoen daarvan lijden aan obesitas. Door gezonde eetgewoontes aan te leren, kan men dit probleem helpen oplossen, zo stelt de Europese Commissie.
“Vrouwen vormen bij uitstek de ruggengraat van de landbouwsector. Hun aanwezigheid in de landbouwbedrijven neemt voortdurend toe. Op dit ogenblik vertegenwoordigen ze reeds 47 % van het totaal aantal arbeidskrachten in Portugal, 40 % in Italië en Oostenrijk en 30 % in Denemarken. Het werk van de vrouwen verdient dan ook meer erkenning.” Met deze woorden onderstreepte Adriana Bucco, voorzitter van de vrouwencommissie van het COPA, tijdens een seminarie dat op 27 april jl. door het huidige EU-voorzitterschap in het Spaanse Caceres werd georganiseerd, het belang van de vrouwen in de Europese landbouw.
Copa roept de
Europese Commissie op om nieuwe studies uit te voeren om een beter inzicht te
krijgen in de situatie van de vrouwen en om een aangepast beleid te kunnen
uitstippelen. Belangrijk daarbij is volgens Copa dat de vrouwen op dezelfde
voet behandeld zouden worden als mannen op gebied van sociaal statuut, dat ze
zouden kunnen genieten van aangepaste sociale verzekeringsstelsels en ook
toegang zouden krijgen tot subsidies die aan landbouwbedrijven worden toegekend.
Vorming is een ander belangrijk element, zodat ook de vrouwen zouden kunnen
getuigen van innovatie om hun bedrijven te kunnen aanpassen aan de nieuwe
situaties.
Ten slotte wees
mevrouw Bucco nog op het belang van de vertegenwoordiging van vrouwen in de beslissingsorganen.
“Meer en meer vrouwen werken in de landbouw en men moet hun ervaring kunnen
aanwenden bij beslissingen”, zo stelt ze.
Copa
secretaris-generaal Pekka Pesonen voegde er nog aan dat inspanningen moeten
worden gedaan om de criteria van Barcelona te respecteren, o.m. in verband met
opvang van kinderen in landelijke gebieden. Ook is het noodzakelijk om te
voorzien in bedrijfshulp in geval van ziekte of zwangerschapsverlof, want het werk in de landbouw vereist
zeven dagen op zeven aanwezigheid.
Bemefa zoekt Europese samenwerking voor het project maatschappelijk verantwoorde soja. Dat maakte voorzitter Marc Huon gisteren bekend naar aanleiding van de algemene vergadering van de organisatie in Ieper. Verenigingen van mengvoederfabricanten uit Engeland, Finland, Nederland en Zweden werden aangesproken om in afwachting dat de RTRS-standaard operationeel wordt, een gemeenschappelijke standaard, die door Bemefa werd uitgewerkt, aan te nemen met als doel een consortium op te richten waarvan het de ambitie is om tegen 2015 nog enkel maatschappelijk verantwoorde soja in te voeren.
Naargelang de
locatie bevindt de wintertarwe zich in het stadium “begin stengelstrekking tot
eerste knoop”. Hier en daar begint ook de tweede knoop reeds te verschijnen. Dat
blijkt uit de waarnemingen die door het LCG op 26 en 27 april jl. werden
gedaan. Wat ziektedruk
betreft, werd oogvlekkenziekte sporadisch waargenomen op de waarnemingsvelden. Ook
op praktijkpercelen komt hier en daar een aantasting van oogvlekken voor, maar
op basis van deze waarnemingen besluit het LCG dat nergens de aantastingsgraad
zo uitgesproken is dat een bespuiting tegen oogvlekkenziekte moet overwogen
worden. Er werd
voorlopig één enkel blaadje met meeldauw waargenomen op alle waarnemingsvelden.
Ook op de praktijkvelden die reeds gecontroleerd werden, werd weinig meeldauw
vastgesteld. Bladvlekkenziekte
is, zoals vorige week, op enkele locaties in beperkte tot matige mate aanwezig.
Vooral in West-Vlaanderen en Limburg werd wat bladvlekkenziekte waargenomen, in
de andere provincies is deze echter nog maar weinig aanwezig. In de
waarnemingen die uitgevoerd worden op de proeven van het LCG werd, net als
vorige week, nog nergens gele roest waargenomen, dit in tegenstelling tot vorig
jaar toen reeds zeer vroeg gele roest werd waargenomen. Ook op praktijkvelden heeft
het LCG nog geen meldingen gekregen over aanwezigheid van gele roest. Gezien de
situatie van vorige jaren, is voldoende aandacht voor een vroege aantasting van
gele roest zeer belangrijk. Er werd net als
vorige week nog nergens bruine roest waargenomen. Bron:
Landbouwcentrum Granen Vlaanderen
Zoals reeds gemeld heeft de Vlaamse overheid steun voorzien voor het toepassen van de verwarringstechniek in de fruitteelt. Gisteren werd dit op een fruitbedrijf in Sint-Truiden door Vlaams minister-president Peeters nogmaals in de verf gezet. Phytofar, de Belgische Federatie van de Gewasbeschermingsmiddelenindustrie, verwelkomt dat initiatief om de toegang tot moderne gewasbeschermingstechnologie te bevorderen.
“De
gewasbeschermingsmiddelenindustrie is een onderzoeksgedreven industrie die het voorbije
decennium tussen de 7 en de 10% van haar omzet herinvesteerde in onderzoek en
ontwikkeling. Momenteel kost het volledige ontwikkelingstraject van een
gewasbeschermingsmiddel gemiddeld 189 miljoen euro (Mc Dougall, 2009). Van wieg
tot markt neemt het gemiddeld per product 10 jaar aan Onderzoek &
Ontwikkeling en vervolgens nog heel wat flankerend onderzoek om het in te passen
in het bedrijfsmanagement. Deze inspanning is een voortdurend engagement om de land- en tuinbouw de
juiste oplossingen voor hun problemen te kunnen aanbieden. Oplossingen die getoetst
zijn aan de striktste Europese normen inzake veiligheid voor mens en omgeving”,
aldus Phytofar.
“Sinds de jaren
80 ondersteunt de industrie het principe van geïntegreerde gewasbescherming.
Het eerste onderzoek op de technologie van het gebruik van insecteigen
geurstoffen om de paring tussen mannetjes en wijfjes van motten te verstoren,
de zogenaamde verwarringstechniek, ontstond ook in die periode. In de tweede
helft van de jaren '80 investeerde de industrie in partnerschappen met PCFruit
en andere Vlaamse kenniscentra om deze techniek verder praktijk te testen. Het
duurde nog tot 2007 vooraleer de eerste erkenning in België een feit was. Dit initiatief
zou de laatste obstakels moeten wegnemen.”
“Gewasbeschermingsmiddelen
zijn een belangrijk aspect in de strijd tegen ziekten, plagen en onkruiden. Ze
worden doelgericht ingezet om de gezondheid van planten te beschermen en te herstellen
en kostbare grondstoffen zoals land en water optimaal te benutten. Tot op de
dag van vandaag kan geen enkel landbouwproductiesysteem zonder. Gewasbescherming
vergt veel managementcapaciteiten van de hedendaagse landbouwer. Het zit
ingebed in een complex geheel van bedrijfsvoering dat veel inzicht, kennis,
technologische ondersteuning en permanente vorming vraagt. Het staat mijlenver
weg van de perceptie in de publieke opinie. Phytofar is dan ook verheugd dat
deze know-how
geapprecieerd en ondersteund wordt om de Vlaamse land- en tuinbouwers toe te
laten competitief duurzame voedingsmiddelen en grondstoffen te produceren voor
de consument en de verwerkende industrie”, aldus nog de mededeling van Phytofar.
In het Belgisch staatsblad van 29 april 2010 verscheen een bericht van 19 april 2010 waarin bepaald wordt dat de migratieperiode van trekvogels, bedoeld onder artikel 1, 23, van het ministerieel besluit van 3 april 2006 houdende tijdelijke maatregelen ter bestrijding van aviaire influenza, eindigt op 30 april 2010 om middernacht. Tijdens die migratieperiode moeten pluimveehouders strengere voorzorgsmaatregelen in acht nemen.
De Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu deelt mee dat het middel Antak, op basis van 688 g/l n-decanol, toegelaten is voor gebruik tegen ongewenste scheutvorming in de tabaksteelt, vanaf 15 mei tot en met 12 september 2010. De toelating werd verleend in toepassing van artikel 39 van het K.B. van 28/02/1994 betreffende het bewaren, het op de markt brengen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik. Dit artikel maakt het mogelijk een toelating te verlenen in bijzondere omstandigheden. Dit geldt enkel voor een beperkt en gecontroleerd gebruik, en indien de plantaardige productie door onvoorziene, op geen enkele andere manier te bestrijden gevaren wordt bedreigd. Zonder een gepast antischeutmiddel zou de Belgische tabaksproductie ernstig in het gedrang komen.
Bron: Fytoweb
Het is waarschijnlijk de tiende keer op rij dat Marnix Vermeulen de eerste aardappelen op de REO Veiling kan aanvoeren. Ze zullen echter vandaag niet alleen op de klok verschijnen, omdat zijn collega Kristof Van Lerberghe uit Westrozebeke ook zijn eerste aardappelen vandaag aanlevert. Beide telers zijn toch zo'n tien dagen later dan andere jaren vanwege het koude voorjaar.
Marnix Vermeulen uit Moorslede teelt al jaren primeuraardappelen. Bescheiden maar fijn, zou je de teelt kunnen noemen. In een koepelserre van 600 m² teelt hij met de nodige zorgen zijn aardappelen. In november beginnen reeds de voorbereidingen door het handmatig afkiemen van de poters waardoor er meer schoten en meer stengels zijn. In het begin van januari gaan ze dan voor gekiemd de grond in. Ploegen en aanaarden én oogsten gebeurt handmatig. Zodra de eerste knollen een verkoopbare maat hebben, begint het werk. Vandaag dinsdag bracht Marnix Vermeulen vier kistjes van telkens 15 kilogram van het ras Berber. Ook Kristof leverde vier kistjes witte eerstelingen in twee verschillende maten.
De droogte van de laatste weken, die aanvankelijk gunstig was voor het uitvoeren van de uitzaaiwerkzaamheden in de vlasteelt, begint nu toch in sommige gevallen voor onrust te zorgen. Zowel de laatst gezaaide percelen als de vroegere vlaschaards zouden best wat neerslag kunnen gebruiken.
De uitzaai verliep dit jaar in verschillende fasen. In Frankrijk werd ca. 70% van het areaal rond 15 maart ingezaaid. De stand van deze percelen is naar verluidt doorgaans zeer goed te noemen. Het vlas dat rond 25 maart werd gezaaid - ca. 20% van het areaal - kende iets meer problemen. Sommige percelen hadden o.a. te lijden van hagelschade, en in een aantal gevallen werd de uitzaai overgedaan. De resterende 10% van de oppervlakte werd midden april gezaaid.
In eigen land concentreerde de uitzaaiactiviteit zich voornamelijk tussen 10 en 17 april. Niettegenstaande de droogte die erop volgde, kende het gewas in de meeste gevallen een vlotte opkomst. Rond midden maart was in ons land ook al wat vlas gezaaid, vooral dan in de Polders.
De Nederlandse uitzaai was vrijwel gelijkmatig verdeeld over twee perioden, nl. midden maart en midden april. Het vlas uit de eerste fase heeft naar verluidt wat afgezien; de later gezaaide partijen, daarentegen, kenden een goede opkomst.
Als gevolg van de nachtvorst en de lage temperaturen kende de vlasplant tot nu toe een eerder trage ontwikkeling. Het schrale weer was er tevens de oorzaak van dat tijdelijk heel wat aardvlooien werden gesignaleerd, waardoor veel van de vroegst gezaaide vlaschaards dienden behandeld.
Bron: ABV
In het Belgisch Staatsblad van 28 april 2010 verscheen een Ministerieel besluit van 6 april 2010 houdende wijziging van artikel 5 van het ministerieel besluit van 3 maart 2006 betreffende de zoogkoeienpremie
Dit besluit
bepaalt wat volgt:
Artikel 1. Aan
artikel 5 van het ministerieel besluit van 3 maart 2006 betreffende de
zoogkoeienpremie, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 28 april 2008 en
25 juni 2009, wordt een paragraaf 8 toegevoegd, die luidt als volgt :
"
§ 8. In afwijking van paragraaf 1 en 2 worden voor de campagne 2010 de beschikbare
premierechten in de reserve toegekend aan de jonge landbouwers, vermeld in
paragraaf 1, die zich in de periode van 2 januari 2008 tot en met 1 januari
2010 voor de eerste keer hebben gevestigd als landbouwer in hoofdberoep.
De
aanvraag van de jonge landbouwers, vermeld in het eerste lid, heeft betrekking
op maximaal acht bijkomende premierechten.
De
premierechten worden zo toegekend dat de landbouwers die in de periode van 2
januari 2008 tot en met 1 januari 2009 gestart zijn, twee bijkomende premierechten
minder ontvangen dan de landbouwers die in de periode van 2 januari 2009 tot en
met 1 januari 2010 gestart zijn, tenzij dat aantal lager is met toepassing van
de voorwaarde, vermeld in paragraaf 1, 5°."
Art.
2. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2010.
De Nederlandse minister van Landbouw Gerda Verburg vraagt 7 Europese landen om intensief te gaan samenwerken op het gebied van duurzaam voedsel. Op haar initiatief komen ze volgende maand in Den Haag samen. Dat kondigde ze aan in Londen, waar ze de tweede editie opende van het internationale seminar ‘Future of Food'.
De directeuren
van de voedselministeries in Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië,
Spanje en Zweden komen in mei voor het eerst bij elkaar onder voorzitterschap
van Nederland. De landen gaan voorbeelden uitwisselen op gebied van duurzaam
produceren, ze bepalen welke gezamenlijke doelen er zijn en welke middelen
overheden hebben om verduurzaming van productie en consumptie te bereiken.
Ook de rol van
Europa en de Europese Commissie komt aan de orde, want verduurzaming van de
voedselproductie is volgens minister Verburg een internationale opgave.
"De wereld heeft in 2050 9 miljard monden te voeden. Toenemende welvaart
zorgt voor een ander voedselpatroon, zoals meer consumptie van zuivel en vlees.
Tegelijk zal er minder schoon water en vruchtbare grond beschikbaar zijn en
hebben we te maken met de gevolgen van klimaatverandering in de vorm van
droogte of overstromingen. Tegen deze achtergrond is het verduurzamen van de
mondiale voedselproductie en -consumptie een noodzaak."
Internationale
dimensie
De
internationale dimensie van het voedselsysteem is de kern van minster Verburg
in haar openingsspeech van het seminar Future of Food in Londen, waar de rol
van banken en retailers in het internationale voedselsysteem wordt besproken.
Haar boodschap sluit nauw aan bij het doel van het seminar om wetenschappers,
beleidsmakers, ondernemers en maatschappelijke organisaties bij elkaar te
brengen rond het thema 'toekomst van het mondiale voedselsysteem'.
Inspanning retailers
en banken
De retailers zijn
volgens minister Verburg op de goede weg, daartoe aangezet door een groeiende
groep consumenten die duurzamer producten wenst. Zij moedigt de supermarkten
aan om nog producten aan te bieden die gemaakt zijn met respect voor mens,
milieu en dier. "Ik hoop zo ook af te komen van het bijna immorele stunten
met vlees."
Op de
achtergrond speelt de financiële sector een beslissende rol. Minister Verburg
haalt het ING-rapport 'The third industrial revolution' aan, over zogeheten multicommitted
companies, MCC's. Een groeiend aantal bedrijven richt zich niet alleen maar op
het maken van winst, maar neemt ook mensenrechten, good governance en een
verantwoord gebruik van grondstoffen in hun strategie op. "En wat opvalt
bij deze MCC's is dat ze meestal een hogere beurswaarde hebben dan
vergelijkbare bedrijven die minder scoren op verantwoord ondernemen."
Volgens Verburg
moeten banken vaker MCC's of gelijksoortige bedrijven steunen, andere bedrijven
in een meer duurzame richting sturen, maar ook niet terugschrikken om geld
terug te trekken uit niet duurzame financiële projecten en beleggingen.
"Dat vind ik hun morele plicht. Zeker de instellingen die afgelopen jaar
met miljarden overheidssteun overeind zijn gehouden."
Future of Food
Het eerste Future
of Food seminar was in november 2008 in Brussel en had als thema de kloof
tussen veeleisende consumenten en de uitputting van natuurlijke bronnen. Het
thema van de editie 2010 van Future of Food in Londen is de rol van banken en retailers
in het voedselsysteem.
De
sterke groei in 2008 door de ‘back to basics'-trend viel in 2009 volledig stil
en resulteerde in een lichte terugval van de hoeveverkoop. De aankoop van de
basisingrediënten zoals verse aardappelen en vers vlees kende vorig jaar een
algemene terugval. Ook op de hoeve gingen deze basisingrediënten achteruit.
Hoevezuivel deed het in 2009 beter dan gemiddeld. Verse groenten daarentegen
stegen op de hoeve minder dan gemiddeld.
Vooral
de gezinnen met een beperkt inkomen en de minder welgestelde gepensioneerden
vonden vorig jaar minder vaak de weg naar de hoeve. De hoeveomzet daalde, na
een uitstekend 2008, met 2% naar 114,2 miljoen euro. De daling kwam vooral op rekening
van de verse aardappelen. De terugval van de hoeveverkoop was iets sterker in
Vlaanderen dan in de rest van het land. Vlaanderen blijft wel zeer belangrijk
voor de hoeveverkoop. 72% van de omzet wordt in deze regio gerealiseerd.
Dat
blijkt uit onderzoek dat GfK Panel Services Benelux uitvoerde in opdracht van
VLAM.
Tijdens de afgelopen week (d.i. tusssen 19 en 25 april) werden de laatste bieten gezaaid. Op datum van maandag 26 april bedroeg de totale gezaaide oppervlakte 59.045 ha. Zij bedroeg 63.617 ha in 2009, 63.867 ha in 2008, 84.691 ha in 2007, 83.254 ha in 2006 en 86.602 in 2005. Er is dus dit jaar een inkrimping van het areaal met 4,572 ha of 7,2 % in vergleijking met vorig jaar. Ten opzichte van vijf jaar geleden is het bietenareaal gekrompen met ongeveer 1/3de.
Voor
het cliënteel van de suikerfabriek van Fontenoy werden er enkele gevallen van
herzaai (± 10 ha) gemeld, als gevolg van oppervlakkige korstvorming
bij enkele vroeg gezaaide velden tussen 18 en 24 maart (tussen 25 maart en 4
april bedroeg de regenval te Ukkel ± 40 mm). Het totale aantal hectaren herzaai
in 2009 was ± 85 ha en in 2008 ± 100 ha.
De
weersomstandigheden van de afgelopen week waren zeer gunstig voor een snelle
opkomst van de bieten gezaaid vanaf 12 april (week 15).
Er
werd geen schade door nachtvorst (voornamelijk waargenomen in het Zuiden van
het land, rond 21-22 april) gemeld. Er werd plaatselijke schade door klein wild
(haas, konijn), bosmuizen en slakken gemeld.
Bron:
KBIVB
Door de afwezigheid van regen sinds 8 april (en momenteel voorspeld tot 30 april) en door het verwachte gebrek aan doeltreffendheid van de vooropkomst, stellen veel landbouwers zich de vraag hoe het nu moet met de onkruidbestrijding in de bietenvelden.
Het KBIVB
herhaalt dat :
- de
eerste FAR behandeling moet uitgevoerd worden van zodra het eerste onkruid
nauwelijks zichtbaar is (stadium zichtbare kiemlobben, nog gesloten of
nauwelijks ontplooid), hetzij voorlopig 10 tot 15 dagen na de zaai.
- voor de
klassieke situaties en bij afwezigheid van moeilijk te bestrijden onkruid, moet
men een mengsel 0,5 of 0,75 ‘Betanal' - 0,2 ‘Tramat500' - 0,5 ‘Goltix' of ‘Pyramin'
+ 0,5 olie gebruiken.
- bij een
klassieke onkruidflora met melde, kamille, varkensgras, ganzenvoet, kleefkruid,
duivekervel, akkerviooltje, zwarte nachtschade,... : een product van het
type 'Goltix' verkiezen.
- bij een
flora overwegend bingelkruid, kruisbloemigen of zwaluwtong : een product
van het type 'Pyramin' verkiezen.
- bij een
aanzienlijke aanwezigheid van ganzenvoet, melde, bingelkruid, varkensgras of
kleefkruid : de dosis ‘Betanal' tot 1,0 verhogen.
- wanneer
hondspeterselie, varkensgras of ganzenvoet samen voorkomen met bingelkruid of
kruisbloemigen : 'Goltix' aangevuld met 0,1 'Venzar' gebruiken.
- in de
velden sterk aangetast door hondspeterselie, kamille, varkensgras, herik of
koolzaadopslag en bingelkruid : 0,02 Safari in plaats van ‘Venzar'
gebruiken. Wachten tot 70 % van de bieten opgekomen zijn. De dosis 0,5 ‘Goltix'
niet wijzigen.
Bovendien mag
men niet vergeten dat :
- de
tweede FAR behandeling moet uitgevoerd worden binnen de 6 tot 8 dagen na de
eerste doorgang.
- vroeg in
de ochtend behandelen, zonder wind, profiteren van de ochtenddauw en het volume
water verhogen.
- het
stadium van de biet is van weinig belang, op voorwaarde dat de dosis 0,3 ‘Tramat'
niet overschreden wordt.
- ochtendvorst
vormt geen belemmering voor de bespuiting indien men behandelt op de dooi.
- Frontier
Elite of Dual Gold mogen niet toegediend worden vóór het 4-bladstadium van de
bieten.
Het Agentschap voor Landbouw en Visserij, afdeling Markt- en Inkomensbeheer deelt mee dat eind april 2010 het saldo van de slachtpremie kalveren voor de campagne 2009 wordt uitbetaald.
Het
saldo van de slachtpremie kalveren wordt uitbetaald aan de landbouwers die
geldige premieaanvragen hebben ingediend voor de campagne 2009.
Voor
de campagne 2009 wordt net zoals de vorige jaren het budgettaire plafond voor
de slachtpremie kalveren, dat op Europees niveau is vastgesteld, overschreden.
Wanneer het plafond is overschreden, wordt een korting op de uitbetaalde premie
toegepast. Het totaal aantal aangevraagde kalveren bepaalt in grote mate het
bedrag dat per premiegerechtigd kalf kan uitbetaald worden. Voor de campagne
2009 werd voor 229.540 kalveren een slachtpremie aangevraagd, wat het hoogste
aantal van de voorbije 5 jaar is. Ter
vergelijking: voor de campagnes 2008 en 2007 werd respectievelijk voor 211.270
kalveren en 204.794 kalveren slachtpremie aangevraagd.
De
slachtpremie kalveren kan maximaal 50,00 euro per dier bedragen. Als gevolg van
de plafondoverschrijding wordt het premiebedrag per dier met 44,5 % verminderd.
De slachtpremie voor kalveren bedraagt voor de campagne 2009 bijgevolg 27,75 euro
(50,00 euro x 0,555) per premiegerechtigd dier. Voor de campagne 2008 kon een
bedrag van 29,75 euro per premiegerechtigd dier uitbetaald worden.
Bij
de betaling wordt rekening gehouden met:
-
eventuele voorschotten die reeds eind november 2009 werden uitbetaald (dit
voorschot bedroeg vóór modulatie 24,50 euro per premiewaardig kalf voor de
afgesloten dossiers met een slachtdatum in de periode van 1/01/2009 tot en met
30/06/2009);
-
de modulatieheffing;
-
eventuele kortingen voor het niet naleven van de premievoorwaarden;
-
eventuele kortingen voor laattijdige indiening van de premieaanvraag (1 %
korting per werkdag vertraging, de uiterste indieningsdatum was 28 februari 2010);
-
eventuele kortingen voor de onvolledige aangifte van gronden;
-
eventuele kortingen voor het niet naleven van de randvoorwaarden.
Deze
premie wordt uitbetaald door middel van een overschrijving op het
bankrekeningnummer zoals geregistreerd in het identificatiebestand van het
Agentschap voor Landbouw en Visserij.
Het Agentschap voor Landbouw en Visserij, afdeling Markt- en Inkomensbeheer deelt mee dat op 30 april de steun voor de agromilieumaatregelen PDPOI en PDPOII die het Agentschap beheert, wordt uitbetaald aan de landbouwers.
Het
betreft de steun voor groenbedekking, mechanische onkruidbestrijding,
vlinderbloemige gewassen, de biologische productiemethode en milieuvriendelijke
sierteelt 2009 (PDPOI en PDPOII). Aan de landbouwers die in 2009 beschikten
over een lopende verbintenis en die tijdig een geldige en conforme
verzamelaanvraag hebben ingediend, wordt de steun voor de agromilieumaatregelen
uitbetaald. Bij berekening van de steun werd een korting toegepast ingeval van
te late indiening van de verzamelaanvraag, niet-naleving van een specifieke
verbintenisvoorwaarde, het niet-naleven van de randvoorwaarden (enkel
PDPOII-verbintenissen).
Lopende
verbintenis
Om
in aanmerking te komen voor de uitbetaling van de premie voor groenbedekking,
mechanische onkruidbestrijding, vlinderbloemige gewassen, de biologische
productiemethode en milieuvriendelijke sierteelt, moest u voor de campagne 2009
beschikken over een lopende PDPOI-verbintenis (startjaar 2005 of 2006) en/of
over een lopende PDPOII-verbintenis (startjaar 2007, 2008 of 2009).
In
rekening gebrachte oppervlakte
Voor
de uitbetaling van de steun voor groenbedekking (PDPOI), mechanische
onkruidbestrijding (PDPOI en/of PDPOII), vlinderbloemige gewassen (PDPOI en/of
PDPOII), de biologische productiemethode (PDPOI en/of PDPOII) en
milieuvriendelijke sierteelt (PDPOI of PDPOII) wordt rekening gehouden met de
door de landbouwer aangegeven oppervlakte met als respectievelijke perceelsbestemming
GB, MO1 of MO2, MOB, EIW, VLI, B, BIO, SI1 of SE1 of SB1, SI2 of SE2 of SB2 en
met de geconstateerde oppervlakte hiervan. Voor het bepalen van de
geconstateerde oppervlakte wordt niet enkel rekening gehouden met de
vaststellingen ter plaatse (gemeten oppervlakte en niet-nagekomen
verbintenissen) maar ook met de vaststellingen van de administratieve controle,
o.a. met de referentieoppervlakte van de aangegeven percelen. Ingeval de
aangegeven oppervlakte conform (kleiner of gelijk) is met de referentieoppervlakte
van een perceel zal de aangegeven oppervlakte worden uitbetaald, zo niet zal de
referentieoppervlakte van het perceel in rekening worden gebracht.
Laattijdigheid
Voor
de landbouwer die zijn verzamelaanvraag laattijdig indiende (dus na 21/04/2009
en vóór 19/05/2009) wordt het steunbedrag met 1% per werkdag vertraging
verminderd. Aanvragen die echter na 18/05/2009 werden ingediend, geven geen
recht meer op de steun voor de agromilieumaatregelen.
Korting
ten gevolge van niet-naleving randvoorwaarden (enkel van toepassing voor
PDPOII-verbintenissen)
Als
bij een controle wordt vastgesteld dat de landbouwer aan één of meerdere
randvoorwaarden niet voldoet, wordt er afhankelijk van de ernst van de niet–naleving
een vermindering op de uit te betalen steun voor de agromilieumaatregelen
toegepast. Voor de agromilieumaatregelen wordt er een bijkomende beheerseis nl.
“opslagvoorwaarden voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen” gecontroleerd. De
vermindering ten gevolge van een niet-naleving van de randvoorwaarden wordt
enkel toegepast op de PDPOII-verbintenissen.
Een
korting kan enkel worden toegepast indien de niet–naleving betrekking heeft op
een landbouwactiviteit of op de landbouwgrond van dat bedrijf.
Als
de niet-naleving het gevolg is van een nalatigheid van de landbouwer wordt de
steun in principe verminderd met 3%. Afhankelijk van de ernst, omvang en
permanent karakter van de niet-naleving kan dit percentage verlaagd worden tot
1% of verhoogd worden tot maximaal 5%.
Als
de niet-naleving het gevolg is van een opzettelijke niet-naleving van één van
de randvoorwaarden wordt in principe een kortingspercentage toegepast van 20%.
Dit percentage kan, afhankelijk van de ernst, de omvang en het permanent
karakter van deze opzettelijke niet–naleving, verlaagd worden tot 15% of
verhoogd worden tot maximaal 100%.
Als
de niet-naleving een herhaling is van eerdere niet-naleving van eenzelfde
randvoorwaarde, wordt het kortingspercentage vermenigvuldigd met de factor
drie, echter beperkt tot een maximum van 15%. Een herhaling van een
niet-naleving wordt gedefinieerd als een meer dan eenmaal binnen een periode
van drie opeenvolgende jaren geconstateerde niet-naleving van dezelfde
beheerseis of norm, mits de landbouwer van de eerdere niet-naleving in kennis
is gesteld en de mogelijkheid heeft gehad de nodige maatregelen te nemen.
Afrekening
Gedetailleerde
informatie over de uitbetaalde bedragen voor de voor campagne 2009 toegekende steun
voor de agromilieumaatregelen beheerd door het Agentschap voor Landbouw en
Visserij (waaronder de betaling van groenbedekking, mechanische
onkruidbestrijding, vlinderbloemige gewassen, de biologische productiemethode
en milieuvriendelijke sierteelt) zal ter beschikking worden gesteld van elke
landbouwer.
Via
het e-loket (www.landbouwvlaanderen.be) kunnen
landbouwers hun afrekening consulteren vanaf half mei.
De
landbouwers worden verzocht deze afrekening af te wachten vooraleer eventueel
contact op te nemen met de buitendienst voor het krijgen van bijkomende
inlichtingen of vooraleer bezwaar in te dienen.
In samenwerking
met de West-Vlaamse Proeftuin voor Industriële Gewassen en Wavi vzw
ontwikkelde het Provinciaal Onderzoekscentrum voor Land- en Tuinbouw (POVLT)
een teeltkit voor witloof. Met deze teeltkit kunnen kinderen uit het
basisonderwijs op een eenvoudige manier zelf witloof kweken in de eigen klas. De teeltkit ‘Delven
naar het witte goud' is volledig gratis en bestaat uit een teeltemmer, gevuld
met witloofwortels. Aan deze wortels voegt de leerkracht of de kinderen water
toe en enkele voedingsstoffen (worden ook meegeleverd). Na 21 dagen kan er
geoogst worden. Samen met de teeltkit werd er ook een handleiding en een
lespakket ontwikkeld. Dit lespakket vertelt aan de hand van beelden uit de
praktijk hoe de teelt van witloof verloopt van het kleurrijke zaadje tot de
witloof op je bord. Het witloof
wordt volgens het principe van de hydroteelt gekweekt. Net zoals het in de
praktijk gebeurt in heel wat West-Vlaamse bedrijven. Reeds vele jaren
verdeelt de Provincie in het najaar champignonteeltkits onder de West-Vlaamse
scholen. Deze actie kende telkens een groot succes en zorgde ervoor dat veel
West-Vlaamse kinderen konden kennis maken met de onbekende teelt van de
champignon, het leerden proeven en appreciëren. Scholen kunnen
een teeltkit online bestellen tot en met maandag 3 mei 2010 via de website [www.onthaalopdeboerderij.be]. De
teelkits worden op 5 mei verdeeld via drie afhaalpunten, verspreid over de
provincie. De actie kadert
in het project ‘Duistere groenten', gefinancierd door de Vlaamse Overheid,
Departement Landbouw en Visserij. Meer info: Landbouweducatie, bart.verhaeghen@west-vlaanderen.be of 050 40 71 69
Met
dezelfde doelstellingen werden nu deze witloof - teeltkits ontwikkeld. Witloof
is een belangrijke Belgische lekkernij waarvan de teelt in het duister veelal
onbekend is. Het is ook een delicatesse die niet door alle kinderen gesmaakt
wordt.
Niettegenstaande de Belg zich bewust is van het belang van groenten en fruit in een evenwichtige voeding, blijkt dit onvoldoende uit zijn gedrag. Maar liefst 28% van de Belgen at op een gemiddelde dag in 2009 geen groenten en fruit. Er blijven nog veel kansen liggen voor de Belg om de dagelijkse aanbevolen hoeveelheid van 300 g groenten en 2 à 3 stuks fruit per dag te halen (aanbeveling van de Vlaamse Hoge Gezondheidsraad). Sensibiliseringscampagnes blijven dus nodig.
De gemiddelde winkelprijs van verse groenten en vers fruit lag in 2009 gevoelig lager dan het jaar voordien (respectievelijk -4,7% en -2,8%). Onder andere hierdoor kocht de Belg vorig jaar meer verse groenten dan in 2008 (+4%). Vers fruit wist niet te profiteren van de lagere prijzen en sloot het jaar zelfs af met een daling van 1,5% in volume. Ook qua besteding moest fruit fors inleveren (-4,5%). De groentebestedingen bleven quasi op peil.
De doorsnee Belg kocht in
2009 77,2 kg vers fruit voor een totaal bedrag van 159 euro en 61,2 kg verse
groenten voor een totaal bedrag van 123 euro.
De grootdistributie bleef, met bijna de helft van de groente- en fruitverkoop, veruit het belangrijkste distributiekanaal en wist vorig jaar zelfs aandeel te herwinnen van de hard discount.
Deze evoluties werden geregistreerd door GfK PanelServices Benelux en InSites Consulting in opdracht van VLAM.
Vandaag telt Veeportaal 13.000 gebruikers onder de veehouders. Ruim de helft van alle veehouders maakt gebruik van Veeportaal om geboortemeldingen te registeren In december 2009, enkele maanden na de lancering van Veeportaal, heeft DGZ een grootschalig tevredenheidsonderzoek gehouden bij de gebruikers van Veeportaal. 2.677 respondenten hebben deze enquête beantwoord.
De overgrote meerderheid van de respondenten
verwachtte bij opstart dat Veeportaal een administratieve vereenvoudiging met
zich mee zou brengen en hen zou helpen om tijd te besparen. 44% van de
respondenten zegt dat deze verwachtingen volledig zijn ingelost en 46% vindt
dat ze gedeeltelijk zijn ingelost.
Van de respondenten maakt 63% minstens
eenmaal per week gebruik van het systeem, vooral voor het registreren van
meldingen (geboorte, vertrek, beweging) en het plaatsen van bestellingen.
Globaal genomen zijn de respondenten
tevreden. 61% zou het systeem dan ook beslist aanbevelen aan anderen en 35% zou
het misschien aanbevelen. Slechts 4% zou het niet aanbevelen.
Vooral de uitgebreide mogelijkheden die het
systeem biedt, worden als positief ervaren. Ook de begeleiding door DGZ en de
beschikbare documentatie scoren goed. Als zwakke punten worden de
gebruiksvriendelijkheid en de toegang tot de opleidingen aangegeven.
Niet-Veeportaalgebruikers die de enquête
beantwoord hebben (zo'n 15% van de respondenten), geven aan dat de drempel om
met digitale systemen te werken voor hen nog hoog ligt. Toch verwacht 71% dat
ze in de toekomst met Veeportaal zullen werken voornamelijk voor
(geboorte-)meldingen en het plaatsen van bestellingen.
Aandachts- en actiepunten
Verder reikten de respondenten een hele
reeks opmerkingen en suggesties voor verbeteringen aan. Bij inventarisatie van
deze informatie bleek dat vooral problemen bij opstart, de opleidingen en de
gebruiksvriendelijkheid van de modules vertrek, geboorte en vervoer een
bijzondere aandacht verdienen.
Om hieraan tegemoet te komen, heeft DGZ een
aantal concrete actiepunten geformuleerd:
- Nieuwe aanvragers krijgen hun
gebruikersnaam en paswoord voor Veeportaal nu vlotter dan voorheen.
- Binnenkort zal er een vernieuwde
handleiding ter beschikking zijn, beknopter dan de voorgaande en beter
afgestemd op de specifieke behoeften per diersoort.
- DGZ heeft dit voorjaar in elk van de
Vlaamse provincies informatiesessies georganiseerd op maat van veehouders met
gelijklopende vragen over eenzelfde thema.
- DGZ overlegt met de opleidingscentra om de
opleidingen beter af te stemmen op de concrete noden van de veehouders.
- Ten slotte werkt DGZ – samen met de overige partners in het project, namelijk
het FAVV, zusterorganisatie ARSIA en het ICT-bedrijf dat instaat voor de
ontwikkeling van Veeportaal – structureel aan wijzigingen om de applicatie aan
te passen voor een groter gebruiksgemak.
Bron: DGZ Vlaanderen vzw
In 2009 kocht de gemiddelde Belg 32,1 kg vers vlees. Dit is een daling met 500 g tegenover het jaar voordien. Ook in bestedingen viel de markt van vers vlees wat terug. Een gemiddeld gezin gaf in 2009 284,3 euro uit aan vers vlees. Dat is 0,8 euro minder dan in 2008. Ook de aankoopfrequentie en het aantal kopende gezinnen daalden lichtjes.
Het vleesverbruik van de Belg wordt de voorbije jaren steeds meer gedomineerd door de vleesmengelingen, die inmiddels goed zijn voor een derde van de totale aankopen van vers vlees. Daarna volgen varkensvlees en rundvlees met respectievelijk 30% en 27%. In 2009 koos de Belg ook voor meer variatie in zijn vleesaankopen. De kleinere categorieën kalfsvlees, schapen- en lamsvlees wonnen immers terrein.
De Waal is een grotere vleeseter dan de Vlaming en de Brusselaar. Het vleesverbruik neemt ook opvallend toe met de gemiddelde leeftijd.
De grootdistributie en de slager blijven ook in 2009 de belangrijkste aankoopkanalen van vers vlees en halen een volumeaandeel van respectievelijk 44% en 27,2%. De opmars van de hard discount lijkt ten einde: hun volumeaandeel daalde van 6,9% in 2008 naar 6,4% in 2009.
Voorgaande zijn de bevindingen van GfK PanelServices Benelux dat in opdracht van VLAM het thuisverbruik volgt bij 4.000 Belgische gezinnen.
Naar
aanleiding van de alarmerende berichten over de nieuwe superbacterie bij
kippenkwekerijen, herinnert BioForum Vlaanderen eraan dat de biologische
veehouderij bij wet geen antibiotica preventief mag gebruiken. “Maar dat hoeft
ook niet. Een veehouder kiest met zorg rassen uit die robuust zijn, die trager
groeien, hij zorgt voor biologisch kwaliteitsvoer, voor een vrije uitloop, voor
een goede huisvesting met daglicht in voldoende ruime stallen, voor de
mogelijkheid tot soorteigen gedrag. Zo verhoogt hij de natuurlijke weerstand
van dieren. Weerstand en welzijn gaan hand in hand”, zo stelt men.
Door
een betere algemene weerstand worden minder dieren ziek, of worden de dieren
minder ernstig ziek in het geval van infecties. En genezen ze sneller.
Om
het over kippen te hebben: het rapport 'Verantwoorde en communiceerbare
argumenten bij biologische producten: dierenwelzijn' (Animal Sciences Group van
de Universiteit van Wageningen, stelt het volgende: (...) Ook in de biologische
pluimveehouderij is de infectiedruk met parasieten hoger door het aanbieden van
strooisel en buitenuitloop (.–). Contact met daglicht in de buitenuitloop is
echter positief voor de stofwisseling van pluimvee (+++). Door gebruik van langzaam groeiende
vleeskuikens zijn er over het geheel genomen minder gezondheidsproblemen in de
biologische vleeskuikenhouderij (+++). Ook vertonen deze minder uitwendige beschadigingen (+++). De kans op uitwendige
beschadigingen is groter bij tekorten aan eiwitten en aminozuren, wat een
probleem kan gaan vormen als de grondstoffen voor voer 100% biologisch moeten
zijn (0/.–).
De
langzaamgroeiende vleeskuikens hebben een langere levensduur (+++) dan de
reguliere rassen, wat door betere houderijomstandigheden als positief kan
worden aangemerkt. Ook worden in de
biologische pluimveehouderij minder ingrepen toegepast dan gangbaar, de snavels
blijven intact bij biologische hennen.
De
plussen en minnen staan er niet zomaar, zo stelt BioForum: (-) duidt op een
mindere prestatie, representatief voor een klein deel van de Nederlandse
biologische sector of alleen theoretische onderbouwing. (+++) staat voor een betere
prestatie, representatief voor grootste deel van de biologische sector: harde
claim. Bovenstaande beweringen zijn dus niet zomaar verzonnen.
Ook
het gedrag van biologisch gehouden kippen scoort volgens dit rapport
opmerkelijk beter: meer natuurlijk en gevarieerd gedrag, minder angst, minder
gedragsafwijkingen. Welzijn en gezondheid gaan hand in hand.
De
studie “Vergelijking van de gezondheid en het welzijn van biologische versus
intensieve braadkippen” uitgevoerd door Frank Tuyttens e.a. bij ILVO, het
(Vlaams) Instituut voor Landbouw-en VisserijOnderzoek kwam tot gelijkaardige
bevindingen, zo stelt BioForum Vlaanderen nog.
In het Belgisch Staatsblad van 26 april 2010 verscheen een Besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2010 houdende toekenning van een uitzonderlijke steun aan melkveehouders die getroffen zijn door de zuivelcrisis. Het trad op 30 maart 2010 in werking.
Dit
besluit bepaalt wat volgt:
Artikel 1. In dit
besluit wordt verstaan onder minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het
landbouwbeleid en de zeevisserij.
Art.
2. Overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1233/2009 van de
Commissie van 15 december 2009 houdende vaststelling van een specifieke
marktondersteunende maatregel in de zuivelsector, wordt aan de melkveehouders
een uitzonderlijk steunbedrag toegekend.
De
minister stelt het steunbedrag per melkveehouder vast op basis van de
individuele referentiehoeveelheden, vermeld in artikel 2 van het besluit van de
Vlaamse Regering van 15 april 2005 betreffende de toepassing van de heffing in
de sector melk en zuivelproducten, waarover de producent beschikt op 31 maart
2010. De som van de individuele steunbedragen is beperkt tot het regionale
maximum.
Het
regionale maximum, vermeld in het tweede lid, wordt vastgesteld overeenkomstig
artikel 2 van het samenwerkingsprotocol tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse
Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 6 december 2005 met betrekking
tot heffing in de sector van melk en zuivelproducten en met betrekking tot de
situatie voor het tijdvak 2009-2010.
In
het eerste en tweede lid wordt verstaan onder melkveehouder : de producent,
vermeld in artikel 1, 6°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 april
2005 betreffende de toepassing van de heffing in de sector melk en
zuivelproducten.
Art.
3. De steun wordt uitbetaald aan de rechthebbenden door het Agentschap Landbouw
en Visserij binnen de termijn, vermeld in artikel 2.2 van Verordening (EG) nr.
1233/2009 van de Commissie van 15 december 2009 houdende vaststelling van een
specifieke marktondersteunende maatregel in de zuivelsector.
Art.
4. Dit besluit treedt in werking op 30 maart 2010.
Art.
5. De Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij, is
belast met de uitvoering van dit besluit.
De aangiftecampagne 2010 voor de verzamelaanvraag is achter de rug (de formulieren moesten op 21 april binnen zijn) en het gebruik van het e-loket blijkt in sterk stijgende lijn: niet minder dan 13.053 landbouwers hebben hun dossier elektronisch ingediend, dit op een totaal van 34.207 aanvragen. Dit is ruim 2,3 keer het aantal van vorig jaar (5550).
Het feit dat enerzijds het e-loket als bijzonder gebruiksvriendelijk ervaren wordt, en dat anderzijds ook boekhoudbureaus dit instrument ontdekt hebben, liggen aan de basis van de grote stijging van het aantal aangiftes via e-loket.
Vlaams minister-president en tevens bevoegd voor landbouw, Kris Peeters stelt met genoegen vast dat steeds meer landbouwers gebruik maken van het e-loket en van de mogelijkheid om althans een deel van hun administratieve verplichtingen via elektronische weg te vervullen.
Op alle locaties waar door het Landbouwcentrum Granen waarnemingen worden gedaan, bevindt de wintertarwe zich in het stadium “begin stengelstrekking tot eerste knoop”.
Oogvlekkenziekte
werd niet waargenomen op de waarnemingsvelden die deze week werden
gecontroleerd. Op praktijkpercelen komt hier en daar een aantasting van
oogvlekken voor, maar op basis van deze waarnemingen kunnen we nergens besluiten
dat de aantastingsgraad zo uitgesproken is dat een vroege bespuiting tegen
oogvlekkenziekte moet overwogen worden.
Er
werd voorlopig nog geen meeldauw waargenomen op de waarnemingsvelden. Ook op de
praktijkvelden die reeds gecontroleerd werden, werd geen meeldauw vastgesteld.
Bladvlekkenziekte
is op enkele locaties al in beperkte tot matige mate aanwezig. Vooral in West-Vlaanderen
werd wat bladvlekkenziekte waargenomen, in het binnenland is deze echter nog
weinig of niet opgemerkt.
In
de waarnemingen die uitgevoerd worden op de proeven van het LCG werd nog
nergens gele roest waargenomen, dit in tegenstelling tot vorig jaar toen reeds
zeer vroeg gele roest werd waargenomen. Ook op praktijkvelden hebben we nog
geen meldingen gekregen over aanwezigheid van gele roest. Gezien de situatie
van vorige jaren, is voldoende aandacht voor een vroege aantasting van gele
roest zeer belangrijk.
Er
werd nog nergens bruine roest waargenomen.
Zoals
dit de vorige jaren ook het geval was, wordt er dit jaar opnieuw bij bepaalde rassen
wintertarwe in sommige velden een gedeeltelijke geelverkleuring van de bladtop
waargenomen. De soms sterk wisselende klimaatsomstandigheden van het huidige
voorjaar met onder andere schraal weer, lage temperaturen (ook 's nachts)
liggen hoogstwaarschijnlijk aan de basis van dit verschijnsel. Deze symptomen
doen zich voor zowel op percelen waar nog geen bladbehandeling uitgevoerd werd,
als op percelen waar dit reeds wel gebeurde. Vastgesteld wordt dat
bladbehandelingen uitgevoerd rondom een periode met schraal weer en lage
temperaturen (ook 's nachts), deze symptomen in de hand kunnen werken.
Bron:
Landbouwcentrum Granen Vlaanderen
Met de recente omzendbrief die verschenen is op 14 april inzake de sanering van afvalwater afkomstig uit een private waterwinning heeft de minister een duidelijker interpretatie gegeven aan het bestaande decreet van 2002.
Deze
verduidelijking is vooral van toepassing met terugwerkende kracht, zowel voor
diegenen die reeds betaald hebben als diegenen die een bezwaar hebben
ingediend. Dit geldt voor iedereen vanaf het moment dat het decreet in werking
is getreden.
Dit
antwoordde Minister Joke Schauvliege op een actuele vraag van Karlos Callens.
Karlos
Callens: “Het probleem schetst zich vooral bij landbouwers die hun eigen
waterwinning hebben en geen afvalwater lozen in de gemeentelijke
infrastructuur. Zij hoeven geen heffing op afvalwater te betalen”.
Over deze
interpretatie was er onduidelijkheid. Dit bleek vooral uit de resem
bezwaarschriften die werden ingediend naar aanleiding van facturen die bij
eigenaars in de bus vielen. Dit is nu door deze omzendbrief rechtgezet.
Vooral het
feit dat deze interpretatie van toepassing is met terugwerkende kracht en dus
op alle lopende dossiers vanaf het moment dat het decreet in werking is
getreden, is voor Karlos Callens een hele opluchting.
Om een goedkopere en effectievere onkruidbestrijding te bekomen is het essentieel om de eerste FAR behandeling (0,5 ‘Betanal' - 0,2 ‘Tramat500' - 0,5 ‘Goltix' of ‘Pyramin') uit te voeren van zodra het eerste onkruid zichtbaar is (zichtbare kiemlobben, nog gesloten of nauwelijks ontplooid). Het is het verschijnen van het eerste onkruid dat de eerste FAR tussenkomst bepaalt en niet het stadium van de bieten. De tweede tussenkomst met lage dosis moet vervolgens uitgevoerd worden binnen een maximum interval van 6 tot 8 dagen.
Uitstel van deze
eerste tussenkomst zal gunstig zijn voor de ontwikkeling van het onkruid. Na
het stadium ‘eerste opkomst - kiemlobben' zal zijn vernietiging hogere en dus
duurdere dosissen vereisen.
Zelfs zonder
regen, zoals momenteel aangekondigd voor meerdere dagen, moet de eerste FAR
behandeling een product met wortelwerking bevatten (type ‘Goltix' of ‘Pyramin')
want het is de menging van de 3 componenten die een optimale werking van de
gebruikte lage dosis toelaat.
Gezien het
risico op ochtendvorst aangekondigd voor de volgende dagen, is het nodig om de
voorgestelde dosis voor de eerste FAR behandeling te respecteren.
Aanbevolen
behandeling voor de eerste naopkomst (onkruiden in het stadium opkomst -
zichtbare kiemlobben) :
- Gebruik
een mengsel van het type : 'Betanal 160 SE of SE' aan 0,5 l/ha + 'Tramat
500 SC' aan 0,2 l/ha + 'Goltix' 70WG of 700 SC aan 0,5 kg/ha + olie aan 0,5
l/ha.
- De dosis
'Betanal 160 SE of SE' zal aangepast worden aan 1 l/ha bij sterke aanwezigheid
van ganzenvoet, melde, bingelkruid, varkensgras of kleefkruid.
- De keuze
van het bodemherbicide (type 'Goltix' of type 'Pyramin') wordt bepaald door het
type onkruid aanwezig (of verwacht) (zie verder).
- Behandel
vroeg in de ochtend, zonder wind, profiteer van de ochtenddauw en verhoog het
volume water.
- Het
stadium van de biet is niet van belang, op voorwaarde dat de dosis ‘Tramat' aan
0,3 l/ha niet overschreden wordt.
Keuze van het
bodemherbicide :
- Bij een
klassieke onkruidflora met of zonder melde, kamille, varkensgras, ganzenvoet,
kleefkruid, duivekervel, akkerviooltje, zwarte nachtschade,... : gebruik een
product van het type 'Goltix'.
- Bij een
flora overwegend bingelkruid, kruisbloemigen of zwaluwtong : verkies een
product van het type 'Pyramin'.
- Wanneer
hondspeterselie, varkensgras of ganzenvoet samen voorkomen met bingelkruid of
kruisbloemigen, gebruik 'Goltix' aangevuld met 0,1 kg van een product van het
type 'Venzar'.
Reserveer de
duurdere producten (kant-en-klaar mengsel, Safari, type 'Matrigon') voor
situaties waarin ze werkelijk nodig zijn.
- Safari is
enkel nodig in velden overwoekerd door hondspeterselie, kamille, varkensgras,
herik of koolzaadopslag en in bijzondere gevallen van bingelkruid. Vermijd het
gebruik zolang minder dan 70 % van de bieten opgekomen zijn.
- Een product
van het type ‘'Matrigon' aan 0,5 l is enkel nuttig tegen hondspeterselie of
gevlekte scheerling, en enkel bij groeizaam weer.
Frontier Elite
of Dual Gold moet men vermijden vóór het 4-bladstadium van de bieten.
Herhaling van de
toegestane limiet van de totale dosissen van actieve stoffen :
- fenmedifam
(product van het type 'Betanal') : 960 g/ha
- ethofumesaat
(product van het type 'Tramat') : 1.000 g/ha/3 jaar
- chloridazon
(product van het type 'Pyramin') : 2.600 g/ha/3 jaar
Bron: KBIVB
De Huysmanhoeve in Eeklo wordt nieuw leven ingeblazen. De Provincie Oost-Vlaanderen wil, samen met de Stad Eeklo en het Plattelandscentrum Meetjesland vzw, de Huysmanhoeve uitbouwen tot 'Portaal van het Meetjesland'. Het Plattelandscentrum Meetjesland vzw neemt het dagelijks beheer van de Huysmanhoeve op zich en zal de publiekswerking van de hoeve verder uitbouwen. Concreet zal het Plattelandscentrum Meetjesland instaan voor de organisatie van ontspannende en educatieve activiteiten rond de thema's cultuur, toerisme, landbouw en platteland.
Deze
samenwerking tussen overheden en een privépartner is uniek. Nooit eerder werd
het beheer van een provinciale site door een vzw opgenomen.
Aankoop hoeve
door Provincie
In
1991 kocht de Provincie Oost-Vlaanderen een deel van deze eeuwenoude hoeve,
meer bepaald het woonhuis, het poortgebouw en enkele aanliggende gronden, aan.
In 2003 kocht de
Provincie de rest van de hoeve met opnieuw een deel aanpalende gronden. Vanaf
dan beschikt de Provincie over een site van 52.000 m², aangekocht voor een
bedrag van 501.000 EUR.
Renovatie
Als
eerste werd het woonhuis, met Europese gelden, gerenoveerd en uitgebouwd tot
een streekcentrum waar toeristen algemene informatie over het Meetjesland
konden verkrijgen. Dat streekcentrum is operationeel sinds 2002.
Sindsdien is ook
de bakoven gerenoveerd en werd de voormalige varkensstal omgebouwd tot
vergaderruimte. Recent nam ook het Vlaams Vulgarisatiecentrum voor Bijenteelt
er zijn intrek in afwachting van de installatie van de bijenhal (annex
honingslagerij).
In totaal
spendeerde de Provincie Oost-Vlaanderen tot nu toe 1 800 000 EUR aan de aankoop
en renovatie, Europese subsidies niet meegerekend.
Unieke
samenwerking
Voor
de verdere ontsluiting van de Huysmanhoeve voor het grote publiek, zullen
publieke en private actoren samenwerken, nl. de Provincie Oost-Vlaanderen, de
Stad Eeklo en het Plattelandscentrum Meetjesland vzw.
Stad Eeklo
De
samenwerking met de Stad Eeklo is logisch: het is de oudste hoeve van de stad
en met de gerestaureerde bakoven kan er een link worden gelegd met de lokale
'Herbakkerslegende'. Bovendien wil de Stad Eeklo het Heemkundemuseum en het
Jenevermuseum herlocaliseren. De Huysmanhoeve biedt hier mogelijkheden.
De
Stad Eeklo zal voor de komende drie jaar telkens 250 000 EUR voorzien voor de
verdere uitbouw van de hoeve en de publiekswerking.
Plattelandscentrum
Meetjesland vzw
In
samenwerking met de Provincie werkte het Plattelandscentrum een project uit
binnen het Programmeringsdocument Plattelandsontwikkeling (PDPO-project).
Dat project
omvat:
• ingebruikname
van de bakoven: het geven van cursussen
• verdere
uitbouw van de hoeve met een moes- en kruidentuin, een vertelzolder, een
winkelpunt voor Meetjeslandse hoeve- en streekproducten, een fietsverhuurpunt,
een evenementenplein ...
• samenwerking
met en integratie van het Heemkunde- en Jenevermuseum
• educatieve
ontsluiting van de bijenhal
• aanpassingen
aan het bezoekerscentrum
Open voor het
publiek vanaf 13 mei 2010
Vanaf
donderdag 13 mei 2010 zet de Huysmanhoeve de deuren open voor het publiek. Het
bezoekerscentrum is die dag open van 10 tot 17 uur.
Openingsuren<