Verdere teeltopvolging in wintertarwe
Nu verschillende wintertarwepercelen in aar komen, kan er volgens het Landbouwcentrum Granen Vlaanderen (LCG) gedacht worden aan de bescherming tegen aarfusarium.

Deze schimmel verspreidt zich het best bij hevige neerslag en wind gedurende de bloeiperiode. Voor de kieming en de infectie door de sporen zijn vocht en een hoge luchtvochtigheid bevorderlijk. In die periode is er zo'n 40 tot 80 mm neerslag nodig om het risico te verhogen. Komend weekend is neerslag voorspeld, hou dus de weersomstandigheden in de gaten, naast de gevoeligheid van het gezaaide ras, klinkt het advies.
Het ideale tijdstip om te behandelen is alle aren uit-vroege bloei. Er is enige marge tot midden bloei. Wanneer de aar is uitgebloeid, heeft een behandeling nog weinig zin. Het moment van bloeien is namelijk een toegangspoort voor aarfusarium. Deze groeifase is dus het best beschermd.
Juiste productkeuze en tijdstip van behandeling
Bij verhoogd risico op fusariuminfectie (maïs of tarwe als voorvrucht, niet ploegen of slecht inwerken van gewas- en stoppelresten na maïs of tarwe, gevoelig ras…), is het aan te raden om de aarbehandeling specifiek naar fusarium toe uit te voeren. Hierbij dient men rekening te houden met het behandelingstijdstip en de fungicidekeuze.
Het best kan je 3 dagen vóór tot 3 dagen na de infectie spuiten. In de praktijk komt dit overeen met een behandeling juist vóór de bloei.
Het LCG bemerkt in zijn berichtgeving dat het aarfusarium Microdochium nivale, het best bestreden wordt met een prothioconazoolmiddel. Dit vertoont een goede werkzaamheid naar het complete fusariumcomplex. In Frankrijk wordt gesteld dat de strobilurinen aan belang verliezen ten aanzien van Microdochium nivale wegens het optreden van resistente stammen.
Gezien moeilijk kan voorspeld worden welke fusariumsoort aanwezig zal zijn, en op het veld de soorten niet te onderscheiden zijn, is het best om de aarbehandeling rond de bloei toe te passen, waarbij de fungicidebehandeling de werkzame stof(fen) bevat gericht tegen zowel Microdochium nivale als de fusariumgroep. Enkel fungiciden op basis van prothioconazool zijn werkzaam tegen beide fusariumsoorten (Microdochium nivale én de fusariumgroep). Het is belangrijk om de dosis van de fungiciden te respecteren, zowel voor de bestrijding van aarfusarium als voor de reductie van het DON-gehalte in het graan. Suboptimale doseringen (lagere doseringen) kunnen zelfs aanleiding geven tot een verhoging van het DON-gehalte.
Nooit volledige bestrijding
De inzet van de meest effectieve fungiciden op het ideale tijdstip zal aarfusarium nooit volledig bestrijden. Een efficiëntie van 80 tot 90% wordt als het best haalbare gezien voor wat betreft de schimmel. De DON-reductie is meestal nog iets geringer. Een combinatie van maatregelen blijft dus belangrijk.
Eens de symptomen van aarfusarium vastgesteld worden in het perceel, is het te laat om nog een specifieke behandeling uit te voeren.





