Innovatie in emissiereductie botst op erkenning en implementatie
De stikstofdoelstellingen voor de veehouderij zijn duidelijk. De oplossingen niet. Het aantal erkende technieken om ammoniakemissies te reduceren blijft beperkt, terwijl nieuwe innovaties moeilijk en traag toegang vinden tot erkenning en toepassing in de praktijk. Voor veehouders maakt dat de weg naar een conforme vergunning tegen najaar 2029 bijzonder lastig en onzeker. Tijdens een Tour de Boer voor beleidsmakers gingen sector en beleid in gesprek over hoe die kloof kan worden overbrugd.

Het Vlaamse stikstofdecreet verplicht veehouderijen om tegen 30 september 2029 te voldoen aan een individueel berekend stikstofplafond. In de praktijk botst de sector echter op een structureel probleem: het aanbod aan erkende ammoniakemissiereducerende maatregelen blijft beperkt en is voor sommige diercategorieën nauwelijks toereikend.
Innovatie is daarom cruciaal om de reductiedoelstellingen te halen. Maar het traject van ontwikkeling tot erkenning en implementatie is vandaag complex, tijdsintensief en onzeker.
Knelpunten en oplossingen
Op 4 juni organiseerde het Interreg-project Rambo in Mollem een ‘Tour de Boer voor beleidsmakers’ en bracht het landbouwers, innovatoren, beleidsmakers en adviesorganen samen. Met deze bijeenkomst wil het project knelpunten in het traject van innovatie tot erkenning en implementatie in kaart brengen en oplossingen aanreiken om innovatie sneller tot in de praktijk te krijgen.
Tijdens het debat werden 4 structurele knelpunten scherpgesteld die vandaag de doorstroming van innovatie naar erkenning en toepassing afremmen. Tegelijk werden ook oplossingen aangereikt om het traject te versnellen.
Proefstalregeling onvoldoende werkbaar
Hoewel het huidige decreet voorziet in proefvergunningen voor emissiereducerende technieken, blijft de praktische toepassing beperkt. Technieken in proefopstelling kunnen vandaag niet meetellen voor de emissiereductiedoelen die bedrijven moeten realiseren. Pas na officiële erkenning kunnen ze bijdragen aan de PAS-referentie, wat het gebruik in de praktijk sterk afremt.
Daarnaast gelden strikte voorwaarden. Zo zijn er maximaal 4 proefstalvergunningen per techniek mogelijk, terwijl die 4 locaties net het minimum vormen om een emissiefactor te bepalen. Dit creëert een spanningsveld tussen beleidskader en praktische toepassing.
De panelleden waren het erover eens: er is nood aan een werkbare proefstalregeling. Er is dan ook duidelijk bereidheid om deze situatie aan te pakken. Zoals Bram Van Hecke, vertegenwoordiger van het Vlaams kabinet Omgeving en Landbouw aangaf: “De juridische hiaten in de proefstalregeling moeten worden weggewerkt. De sector heeft baat bij een sluitend juridisch kader, met voldoende flexibiliteit in de toepassing, zodat de regeling effectief toepasbaar wordt in de praktijk.”
De uitdaging blijft groot, gezien de politieke gevoeligheid van het stikstofdossier. Toch is de verwachting dat een werkbare proefstalregeling meer testlocaties mogelijk maakt en zo de basis vormt voor een snellere doorstroming naar erkenning.
Innovatiesteun onvoldoende afgestemd op pioniers
De innovatiesteun van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) wordt door alle partijen erkend als een belangrijk instrument om innovatie te stimuleren. Tegelijk bevestigt het debat dat pioniers vandaag onvoldoende ondersteund worden.
Innovatoren dragen het grootste risico bij de ontwikkeling, investering en doormeting van nieuwe technieken. Na erkenning kunnen dezelfde technieken door veehouders vaak onder financieel gunstigere voorwaarden worden toegepast. Dat zet druk op de bereidheid om te investeren in innovatie. Vanuit het panel werd daarom erkend dat er nood is aan het herbekijken van de steunpercentages en voorwaarden, zodat innovatiesteun voor pioniers minstens gelijkwaardig wordt gemaakt aan reguliere VLIF-steun.
Meetrichtlijnen zijn complex en remmend
Het meetrichtlijnenprotocol wordt door de sector als complex, technisch en duur ervaren. Vooral de validatievereisten van sensoren en het maken van meetplannen vormen een belangrijke drempel. Daarnaast is er het aanvoelen van een afstand tussen innovatoren en adviesorganen. Die kloof zorgt ervoor dat dossiers moeilijk op de juiste manier worden opgebouwd, wat leidt tot vertraging in de aanvraagprocedure.
De oplossing wordt vooral gezien in meer structurele ondersteuning: opleiding en betere begeleiding bij het opstellen van meetplannen; actieve ondersteuning bij het schrijven van meetplannen en aanvraagdossiers; een betere afstemming tussen innovators en beoordelende instanties. Een correct opgebouwd dossier verhoogt immers significant de kans op een vlottere beoordeling.
Erkenningsprocedure is lang en onzeker
Ook de doorlooptijd en transparantie van de erkenningsprocedures vormen een knelpunt. Meetplannen moeten vaak verschillende keren worden herwerkt, waardoor de opstart van een meetcampagne kan oplopen tot ongeveer 1 jaar. De terugkoppeling vanuit adviesorganen focust vooral op wat niet conform is, terwijl er volgens de sector meer nood is aan richtinggevende feedback over hoe dossiers wél kunnen worden aangepast. Tijdens het debat werd duidelijk dat hier een belangrijk aangrijpingspunt ligt: goed voorbereide dossiers kunnen de doorlooptijd aanzienlijk verkorten. Daarmee wordt ook de samenhang tussen de knelpunten duidelijk: betere begeleiding bij het schrijven van meetplannen en een werkbare proefstalregeling zorgen voor sterkere aanvraagdossiers, en dus voor een snellere erkenning.
Innovatie sneller tot in de praktijk te brengen
Uit het debat komt een duidelijke rode draad naar voren. Om het traject van innovatie naar erkenning en implementatie te versnellen, zijn 3 sleutels cruciaal. Een werkbare proefstalregeling zorgt voor voldoende testlocaties, wat noodzakelijk is om sneller met metingen te starten. Maximale en gerichte ondersteuning van pioniers via innovatiesteun compenseert risico’s en houdt investeren in innovatie aantrekkelijk. Sterke begeleiding bij meet- en erkenningsprocedures zorgt voor kwalitatief sterke dossiers, wat de beoordeling vergemakkelijkt en de erkenning versnelt. Deze 3 elementen versterken elkaar. Door ze samen aan te pakken, ontstaat er een doorlopende flow van innovatie naar erkenning en toepassing in de praktijk.
Van debat naar beleidsaanbevelingen
De inzichten uit dit panelgesprek worden, samen met de resultaten van een gelijkaardige Tour de Boer voor beleidsmakers in Nederland op 14 juli, verder uitgewerkt in een whitepaper. Daarin worden beleidsaanbevelingen geformuleerd om het traject van innovatie naar erkenning en implementatie te versnellen en landbouwers meer zekerheid te bieden. Deze whitepaper wordt tegen het einde van de zomer bezorgd aan beleidsmakers in Vlaanderen en Nederland.
Rambo is een Interreg-project dat inzet op het versnellen van ammoniakreducerende innovaties in de varkens- en pluimveehouderij, met een focus op brongerichte maatregelen. De voorbije 3 jaar werden verschillende innovatieve technieken onderzocht. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar emissiereductie, maar ook naar economische haalbaarheid, dierenwelzijn en toepasbaarheid in bestaande stallen.
Het project ontwikkelde onder meer een duurzaamheidsmatrix, een handige tool die veehouders helpt bij het kiezen van een passend emissiereducerend systeem, afgestemd op hun bedrijfssituatie. Daarnaast zet het project sterk in op kennisdeling en individuele begeleiding van landbouwers.





