Startpagina Schapen

Rendabel begrazen met 1.000 ooien

Het Kempische heideschaap herovert haar streek. Tien jaar geleden begon Maarten D’hondt, coördinator bij Kemp vzw, met de gestage opbouw van een kudde. Nu heeft de vzw bijna 2.000 schapen onder haar beheer. Daarbij stuurt ze nog enkele freelance herders aan.

Leestijd : 7 min

Wij zijn een dienstverlenend, nomadisch landbouwbedrijf”, stelt Maarten D’hondt onomwonden. Als coördinator van de vzw Kemp heeft hij momenteel bijna 2.000 schapen onder zijn hoede. Binnen de vzw stuurt hij op dit moment bijna vijf voltijdse eenheden personeel aan, waarvan het grootste deel herders zijn. Twee andere herders werken als zelfstandige, maar binnen zijn planning.

Economisch model?

Om dat te bereiken heeft hij een hele weg afgelegd. “Ik had van thuis uit schapen. Toen ik nog niet zo lang van de schoolbanken was (hij haalde een diploma Landbouw en Biotechnologie optie Groenvoorziening in Roeselare, red.) vroeg de Vlaamse milieumaatschappij of ik een bedrijfsterrein wilde begrazen voor hen. Ik passeerde er elke dag op weg naar m’n werk, dus deed ik dat met plezier, voor niets.”

Klanten betalen de arbeid die komt kijken bij begrazing, net zoals ze de persoon die hun gras maait zouden betalen.
Klanten betalen de arbeid die komt kijken bij begrazing, net zoals ze de persoon die hun gras maait zouden betalen. - DC

“Toen viel me op dat veel bedrijven gras op het terrein hadden in de buurt. Gras dat ik kon begrazen. Het idee dat ik voltijds met schapen kon werken nestelde zich in mijn hoofd. Maar zat er een economisch model in? Met wol of lamsvlees valt niets te verdienen, leerde een eerste berekening me. Je steekt eraan toe als je alle arbeid in rekening brengt. En toen had ik nog Bleu de Maine, een beter bevleesd ras”, vertelt Maarten begeesterd.

De charme van de Kempen

Hij begroef het idee. Enkele jaren later leidde de liefde hem naar de Kempen. Daar kwam hij in contact met de vzw Kemp. In die tijd beschikte de vereniging over een twintigtal Kempische heideschapen. De oprichters wilden het toerisme in de regio aanwakkeren. Werken rond het authentieke Kempische heideschaap leek hen dé manier om de Kempen op de kaart te zetten.

De van oorsprong West-Vlaamse Maarten viel alvast voor de charmes van het robuuste, eigenzinnige heideschaap uit zijn nieuwe streek. Als vrijwilliger ontfermde hij zich over de bescheiden kudde. “Ik verzorgde ze en zocht plaatsen waar ze konden grazen: weides, bouwpercelen, eigenlijk overal waar mensen het toelieten”, beschrijft hij.

Nederlands succesverhaal

Opnieuw kreeg Maarten het idee dat er meer in zat. Opzoekingen leidden hem naar Nederland, waar schapenhouder Sjraar van Beek schapenbeheer doet in stijl, met personeel, honden, een auto... “Hij heeft dertig jaar ervaring met schapenbegrazing. In zijn businessmodel betalen zijn klanten de arbeid die komt kijken bij begrazing. Logisch, eigenlijk. De persoon die je gras maait moet je toch ook betalen? Dat is meer dan de brandstof die in de machine gaat. Ja, toen viel mijn frank”, lacht Maarten.

“De volgende stap was groeien. Als je grasmachine maar 1 ha per dag kan afrijden ben je 20 keer duurder dan wanneer ze er 20 doet. De vzw stond achter het plan. Als we het Kempisch heideschaap willen behouden voor de toekomst, dan moet het een functie krijgen, dat is de realiteit.”

Exponentiële groei

Al snel stapelde de vzw de opdrachten op. Erfgoedsites als de Kempense zwerverskolonies, natuurgebieden zoals landschap De Liereman en bedrijven als Sibelco, dat de dijken rond zijn groeves laat begrazen. Zelfs het militair domein Thielenheide deed een beroep op de diensten van de heideschapen. Het zorgde voor de fondsen die nodig waren om een herder in dienst te nemen.

“De eerste twee herders die we aannamen waren niet opgewassen tegen hun taak. In 2013 waagde ik de sprong. Ik zei m’n job op en begon als voltijds herder. Dat eerste lammerseizoen deed ik alleen: 270 ooien die vol zaten, bijna een verdubbeling voor onze kudde! Kort daarna kochten we een extra kudde aan. Met twee herders draaiden we toen twee grote kuddes. In 2014 kwam er nog een kudde van 250 schapen bij.”

Met hulp van de burger

Met de drie kuddes zat de vzw op zijn tandvlees. Toen toonden de inwoners van de streek hun appreciatie voor de kuddes: via volksfinanciering of crowdfunding haalde de vzw € 30.000 op in amper twee maanden tijd. De aandeelhouders steunden elk één schaap uit de kudde. Ze kregen een certificaat en een boekje voordeelbonnen voor de activiteiten en producten van de vzw.

Flexi-netten uitgerust met electrische klokken houden de grazende schapen ter plaatse.
Flexi-netten uitgerust met electrische klokken houden de grazende schapen ter plaatse. - DC

Dankzij die financiële injectie kocht de vzw nog een vierde kudde in 2014, en een vijfde het jaar erop. Daarnaast investeerde de vereniging in auto’s, infrastructuur, honden, flexi-netten, electrische klokken om stroom op die netten te zetten... Op de dag van vandaag beschikt de vzw over een stal met milieuvergunning voor 460 ooien, vier voertuigen, een grote (44 schapen) en een kleine (10 schapen) schapenaanhangwagen, twee platte aanhangwagens en een tractor.

Ook het personeelsbestand groeide noodgedwongen aan. Extra herders, vrijwilligers, stagiairs en artikel 60’ers - werklozen die via het OCMW opnieuw kunnen integreren in de arbeidsmarkt - dienden zich aan bij Kemp. Vandaag begeleiden de herders van Kemp ook mentaal gehandicapte mensen in een zorgtraject.

Onderaannemers met franchisemodel

“Toen we overlaatst de schapen schoren telden we 1.130 volwassen dieren. Van de voorbije lammerperiode blijven nog 450 ooilammeren over. Zo’n 100 ooien hebben we verkocht aan één van onze onderaannemers. Een 150-tal ramlammeren mesten we vet. 220 anderen konden we levend verkopen aan een ander project”, somt Maarten op. De vzw heeft intussen zijn bovengrens bereikt, vindt hij.

“Jaarlijks 750 ooien laten dekken is het maximum. Ik wil maximum 1.000 ooien zelf regisseren, maar ik heb wel meer opdrachten. Die geef ik via een franchisemodel door”, legt Maarten zorgvuldig uit. Twee onderaannemers hoeden elk een kudde van de vzw, een derde aannemer werkt met z’n eigen kudde en materiaal. “Bedrijven kunnen bij ons beginnen als werknemer om de job te leren. Vervolgens hoeden ze onze schapen als zelfstandige herder. Nadien bouwen ze hun eigen kudde uit.”

Kwaliteit waarborgen

Het franchisemodel is een goed beredeneerde keuze. “In Nederland zag ik dat de rendabiliteit van een bedrijf daalt eens je de 1.000 ooien voorbij snelt. 2.000 schapen houden, dat is ook niet de taak van een vzw. Nee, wat wij horen te doen is schapenbegrazing bekendmaken, business ontwikkelen en knowhow verzamelen. Dankzij het franchisemodel geven we die knowhow door, zodat we eenzelfde kwaliteit uitdragen”, verklaart Maarten.

Begrazingscontracten, met een duidelijk omschreven opdracht, zijn verantwoordelijk voor twee derde van de inkomsten van de vzw.
Begrazingscontracten, met een duidelijk omschreven opdracht, zijn verantwoordelijk voor twee derde van de inkomsten van de vzw. - DC

De portefeuille van Kemp vzw telt nu 24 klanten. Een derde daarvan zijn steden en gemeentes. “Oelegem stapte onlangs nog in, en gisteren heeft ook stad Lommel bevestigd”, meldt Maarten trots. Een ander derde van de klanten situeert zich in de publieke sector: Kempens Landschap, Natuurpunt, het Agentschap Natuur en Bos... Tenslotte zijn ook bedrijven als Sibelco en Nike, die meer maatschappelijk verantwoord willen ondernemen, vaste klanten, net als eigenaars van terreinen met zonnepanelen.

“Ik zet volop in op klanttevredenheid. Gras groeit elk jaar opnieuw, eens je een klant kan houden hoef je geen nieuwe meer te zoeken. En goede referenties maken dat nieuwe klanten zelf naar ons toe komen.”

Inkomsten?

Begrazingscontracten, met een duidelijk omschreven opdracht, zijn verantwoordelijk voor twee derde van de inkomsten van de vzw. Daarnaast ontvangt ze, als landbouwbedrijf, subsidies, de premie voor zeldzame huisdieren in het bijzonder. De verkoop van levende dieren brengt ongeveer even veel op als de subsidies.

“Ik verkoop heel veel ramlammeren en ooien”, beschrijft Maarten. “Die dienen als stamboekmateriaal, of onderaannemers kopen ze om een eigen kudde op te starten. Zo’n onderaannemer die een kudde koopt, in het kader van ons franchisemodel, dat levert ons een beetje winst op.”

Het vlees van de relatief magere Kempische heideschapen levert weinig geld op. “Moest dit geen vzw zijn, dan zouden we die tak afstoten en enkel levend verkopen”, merkt Maarten op. “Het vlees verkopen past gewoon in onze filosofie. Ons Kempenlam is een erkend streekproduct. Via www.vandeboer.be en ons eigen hoevewinkeltje - enkel open op vrijdagnamiddag - spreken we de korte keten aan. Een bevriende foodtruck verwerkt ons vlees tot ‘Kempenburgers’. Eén supermarktketen toonde interesse in ons Kempenlam, om lokale supermarkten te bevoorraden. Als de gesprekken vlot gaan zou dat volgend jaar al realiteit kunnen zijn.”

Hippe wollensokken

De vzw organiseert ook evenementen om bekendheid te genereren en de schapen een plaats te geven in de gemeenschap. “Op onze Lammetjesdag verwelkomden we 5.000 bezoekers dit jaar. ‘s Winters trekt ook onze Driekoningenwandeling - met de kudde richting stal wandelen - veel belangstelling. Maar gek genoeg is het vooral onze bingo-avond die geld in het laatje brengt”, glimlacht Maarten.

Op dit moment is de wol een nulrekening. Met de inkomsten ervan betaalt vzw Kemp twee scheerders voor twee dagen werk.
Op dit moment is de wol een nulrekening. Met de inkomsten ervan betaalt vzw Kemp twee scheerders voor twee dagen werk. - DC

Het scheerevenement is dan weer eerder een publiekstreffer. Het gebeuren lokte dit jaar zelfs de openbare omroep naar de stal. Brengt scheerwol dan niets op? “Op dit moment is de wol een nulrekening: we betalen twee scheerders voor twee dagen werk. Vroeger kregen we zo’n 30 cent per kg, waarna de opkopers de wol naar China verscheepten. Sinds twee jaar sorteren we onze wol. De beste kwaliteit verkopen we aan € 1,95 per kg. In Groot-Brittanië wassen, karen en spinnen ze die dan. De breiwol, sokken en mutsjes die ze ermee maken verkopen we in onze hoevewinkel”, zet Maarten uiteen.

Ambacht

B-kwaliteitswol gaat voor ongeveer 50 cent per kg naar isolatiematten voor woningbouw, of tapijtenfabrikanten. De laagste kwaliteit geeft de vzw aan een bioboer die er zijn rabarber mee mulcht, tegen het onkruid. De vzw Kemp en haar coördinator lijken na ruim tien jaar in elk aspect van de bedrijfsvoering hun weg te hebben gevonden. Nu komt het aan op fijnstemmen en optimaliseren. Ze hebben niettemin leergeld betaald. Dat kunnen ze anderen besparen.

De wol van beste kwaliteit komt opnieuw in de hoevewinkel te liggen in de vorm van breiwol, sokken en mutsjes.
De wol van beste kwaliteit komt opnieuw in de hoevewinkel te liggen in de vorm van breiwol, sokken en mutsjes. - DC

Maarten speelt met het idee van een ambachtscursus schapenbegrazing, en ook consulting - betaald advies - behoort tot de toekomstmogelijkheden. “Dat zou ik heel graag doen. Ik coach graag. Verder denk ik dat het nuttig is om onze kennis in Vlaanderen te delen. Er zijn hier veel herders die hun kennis voor zichzelf houden. Die kennis moesten wij uit Nederland halen, en dat heeft ons veel geld gekost.”

DC

Lees ook in Schapen

Q-koorts bij Nederlandse melkschapen

Actueel Op een melkschapenbedrijf in Brakel (Nederland) is Q-koorts vastgesteld. De besmetting werd gevonden via de landelijke tankmelkmonitoring uitgevoerd door Royal GD. Het nationaal referentielaboratorium voor dierziekten Wageningen Bioveterinary Research (WBVR, deel van Wageningen University & Research) heeft de diagnose inmiddels bevestigd.
Meer artikelen bekijken