In de oudheid was de maretak, zeker een zeldzaam exemplaar dat op een eikenboom groeide, een heilige plant waaraan allerlei goede eigenschappen werden toegedicht. In de nieuwjaarsnacht werd de maretak met veel vertoon door de druïde, gekleed in maagdelijk witte gewaden, met een gouden sikkel losgesneden. Het werd dan gebruikt in allerlei rituelen en voor het brouwen van geneeskrachtige dranken.