Startpagina Landbouw en natuur

Landbouw in en rond natuurbeheerplannen

In het RULA-magazine, de bijlage van Landbouwleven, belichten we deze keer de niet altijd evidente combinatie van landbouw en natuur. Zo worden wel wat landbouwers (plots) geconfronteerd met natuurbeheerplannen. Maar wat is dat juist?

Leestijd : 9 min

Een natuurbeheerplan (NBP) is een plan waarin de toekomstvisie van een bepaald terrein wordt vastgelegd. Het betrokken terrein kan zowel in eigendom of beheer zijn van één persoon of organisatie, maar ook van meerdere. In het plan wordt de huidige toestand van het terrein beschreven en worden concrete meetbare doelstellingen en maatregelen vooropgesteld over hoe het terrein de komende 24 jaar zal beheerd en ontwikkeld worden door de eigenaar(s) of beheerder(s).

De opmaak van een natuurbeheerplan is verplicht voor natuurdomeinen (terreinen in beheer van het Agentschap voor Natuur en Bos) en voor openbare terreinen opgenomen als habitat of Natura 2000. Het kan daarnaast echter ook op vrijwillige basis worden aangevraagd voor alle terreinen die beheerd worden ten behoeve van het natuurbehoud: bossen, parken, grasland, hoogstamboomgaarden, kleine landschapselementen… Op zich kunnen landbouwgronden hier niet in opgenomen worden, tenzij ze expliciet beheerd worden ten behoeve van natuurbehoud (bijvoorbeeld weidevogelbeheer…).

Afhankelijk van het type natuurbeheerplan (over de types komen we verder terug), kunnen er subsidies verkregen worden van de Vlaamse overheid.

Een goedgekeurd natuurbeheerplan heeft doorgaans een looptijd van 24 jaar.
Een goedgekeurd natuurbeheerplan heeft doorgaans een looptijd van 24 jaar. - Foto: Natuurbeheerplan Reigershof

Drie pijlers om rekening mee te houden

In elk NBP moet rekening gehouden worden met 3 pijlers, overeenstemmend met de 3 functies van een natuurterrein.

Eerst en vooral moet je rekening houden met de ecologische functie (‘Planet’): behoud van biodiversiteit, verbetering van milieukwaliteit of landschapsecologische integratie. Centraal in het NBP staat het toekomstige ‘natuurstreefbeeld’, met name de gewenste ecologische toestand voor het terrein in de toekomst. Daarnaast moet er ook rekening gehouden worden met de economische functie (‘Profit’): het optimaal benutten van ecosysteemdiensten, de zogenaamde natuurvoordelen, zoals de duurzame levering van goederen en diensten, het in evenwicht brengen van kosten en baten. Ten slot moet je ook rekening houden met de sociale functie (‘People’): andere dan ecologische en economische waarden, zoals erfgoedwaarden, belevings- en recreatieve waarde, landschappelijke waarden, de rol van het terrein voor het wetenschappelijk onderzoek

Drie natuurstreefbeelden

Het omschrijven van ecologische doelen in een NBP kan in 3 types natuurstreefbeelden worden opgedeeld: vegetatie, leefgebieden van soorten of procesgestuurde natuur.

Onder het natuurstreefbeeld vegetatie wordt gestreefd naar natuurlijke vegetatietypes. Denk hierbij aan Europese habitats (bijvoorbeeld duinen of bossen), regionaal belangrijke biotopen (dotterbloemgrasland), of andere ecologisch waardevolle vegetatie (bijvoorbeeld bloemrijk grasland).

De leefgebieden van soorten leggen daarnaast de focus op de aanwezige en/of gewenste fauna, in 3 onderscheiden niveaus: Europees beschermde soorten, soorten waarvoor een goedgekeurd soortenbeschermingsprogramma bestaat of soorten beschermd onder het Soortenbesluit.

Tot slot richt de ‘procesgestuurde natuur’ zich voornamelijk op de natuurlijke processen (bijvoorbeeld spontane bosontwikkeling of overstromingsdynamiek).

Vier types natuurbeheerplannen

Het Decreet Natuurbehoud onderscheidt 4 types natuurbeheerplannen, met elk een verschillende natuurambitie en daaraan gekoppelde mogelijkheden en gevolgen.

Het Decreet Natuurbehoud onderscheidt 4 types natuurbeheerplannen, met elk een verschillende natuurambitie.
Het Decreet Natuurbehoud onderscheidt 4 types natuurbeheerplannen, met elk een verschillende natuurambitie. - Beeld: ANB

Type 1 richt zich op het behoud van de reeds aanwezige natuurwaarden en betreft de meest toegankelijke vorm als NBP. Het is dan ook enkel mogelijk voor private terreinen die niet gelegen zijn in VEN of SBZ. Er kunnen aan type 1 – NBP geen subsidies of fiscale voordelen worden gekoppeld, maar de beheermaatregelen kunnen wel vrijgesteld worden van vergunningsplicht.

Vanaf een NBP type 2 moet voldoen worden aan de criteria van geïntegreerd natuurbeheer en zijn de voorwaarden om erkend te worden als NBP zwaarder. Daartegenover staat dat er vanaf een type 2 subsidies voor de opmaak van het NBP kunnen worden aangevraagd, alsook subsidies voor de openstelling en/of het beheer.

Type 2 vereist dat minstens 25% van de oppervlakte van het NBP wordt ingevuld conform het gewenste natuurstreefbeeld. Bij een type 3 wordt dit opgetrokken tot een oppervlakterealisatie van 90% of hoger.

Type 4, tot slot, combineert de type 3-voorwaarden met een erkenning als natuurreservaat. Een type 4 NBP opent ook de deur naar het aanvragen van aankoopsubsidies, bovenop de subsidiemogelijkheden die reeds in een type 2 of 3 worden geboden. De aanvraag tot erkenning van een natuurreservaat kan enkel ingediend worden door de beheerder van het terrein met toestemming van de eigenaar.

Vijf delen van een natuurbeheerplan

Elke NBP wordt in 5 delen opgedeeld. In de verkenning wordt de beheervisie in grote lijnen uiteengezet. De visie kan ruimer zijn dan enkel de effectief deelnemende percelen en zal ook het zogenaamd ‘globaal kader’ aanduiden. Vervolgens wordt het terrein geïnventariseerd.

In elk NBP moet rekening gehouden worden met 3 pijlers, overeenstemmend met de 3 functies van een natuurterrein: de ecologische, de economische en de sociale functie.
In elk NBP moet rekening gehouden worden met 3 pijlers, overeenstemmend met de 3 functies van een natuurterrein: de ecologische, de economische en de sociale functie. - Foto: NBP Reigershof

Het tweede deel, de inventaris, omvat onder meer een momentopname van de aanwezige vegetatie, het reliëf, de kleine landschapselementen… om de latere doelstellingen concreet uit te werken.

Als derde deel worden de beheerdoelstellingen concreet vastgelegd. Dit deel omvat de concrete en meetbare doelstellingen die het toekomstbeeld van de terreinen zullen bepalen. Deze beheerdoelstellingen concretiseren de uitwerking van de 3 pijlers ‘Planet, People en Profit. Indien voedselproductie als economische functie wordt weerhouden voor het NBP, moet deze zone concreet worden omschreven en afgebakend op kaart (bijvoorbeeld: hooiland met nabegrazing, teelt met zaaidichtheid…).

Voor deze doelstellingen wordt vervolgens een plan van aanpak opgemaakt. Per beheerdoelstelling wordt in kaart gebracht wat er nodig is en op basis daarvan worden de beheermaatregelen ( het vierde deel) beschreven. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds de eenmalige maatregelen, die doorgaans worden uitgevoerd omdat de actuele situatie te sterk afwijkt van de gewenste situatie (bijvoorbeeld kaalkap, aanplant…) of anderzijds terugkerende maatregelen die tijdens de looptijd van het natuurbeheerplan verschillende keren worden uitgevoerd (bijvoorbeeld maaien, dunnen…)

Tot slot wordt in het vijfde deel de werkwijze voor een concrete opvolging en evaluatie beschreven. Dit voorziet in ieder geval in een zesjaarlijkse controle of het natuurstreefbeeld wordt bereikt. Desgevallend kan er een bijsturing gebeuren van de beheerdoelstellingen en/of -maatregelen.

Procedure aanvraag tot goedkeuring van een natuurbeheerplan

Het indienen van een NBP-aanvraag, gebeurt door de beheerder(s) of een gevolmachtigde.

Eerst en vooral dient het verkennende deel, de beheersvisie, te worden goedgekeurd door het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). Na deze goedkeuring wordt een ontwerp-natuurbeheerplan opgemaakt. Dat wordt onderworpen aan een openbaar onderzoek en aan een adviesronde indien het gaat om een NBP type 2, 3 of 4. Tijdens dit openbaar onderzoek kan een bezwaar worden ingediend bij het Agentschap voor Natuur en Bos. (zie kadertekst)

Naar aanleiding van de bezwaren en alle adviezen, kan de indiener het NBP nog aanpassen om hieraan tegemoet te komen. Nadien wordt een beslissing genomen over het ontwerp van natuurbeheerplan door het ANB (of door de Vlaamse regering (of haar gemachtigde in geval van een natuurdomein).

Het goedgekeurde natuurbeheerplan wordt bij uittreksel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en wordt door het ANB opgenomen in een register en meegedeeld aan de gemeente(n) waarin het terrein geheel of gedeeltelijk ligt.

De beheerder-aanvrager kan een administratief beroep instellen tegen de beslissing binnen de 30 dagen na kennisgeving, maar voor derden staat enkel een vernietigingsberoep bij de Raad van State open. Deze procedure moet worden ingesteld binnen de 60 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad en houdt een loutere wettigheidstoetsing in. De Raad van State gaat daarbij enkel na of het besluit juridisch correct tot stand is gekomen: of het niet in strijd is met de betrokken regelgeving, internationale verdragen en of de overheid de juiste bevoegdheden heeft en de juiste procedure werd gevolgd. In tegenstelling tot de indiening van een bezwaarschrift, is het voor het instellen van een verzoek tot nietigverklaring bij de Raad van State sterk aangeraden om hiervoor een gespecialiseerde advocaat te raadplegen, aangezien dit een juridisch-technische aangelegenheid is. Uw raadsman kan ook een eerste inschatting maken van de slaagkansen.

Gevolgen van de erkenning als natuurbeheerplan

Een goedgekeurd natuurbeheerplan heeft doorgaans een looptijd van 24 jaar, tenzij expliciet anders bepaald, met een vaste zesjaarlijkse evaluatie. Daardoor kunnen de beheerdoelstellingen en beheermaatregelen tussentijds bijgestuurd worden, indien nodig.

Wanneer de beheerder wil afwijken van de beheermaatregelen zoals bepaald in het goedgekeurd NBP, kan dat onder bepaalde voorwaarden ook zonder een formele wijziging. De realisatie van het globaal kader en de beheerdoelstellingen mogen echter niet in het gedrang komen. De voorwaarden inzake natuurbeheer die zijn opgenomen in het natuurbeheerplan moeten worden gevolgd en de afwijking van de beheermaatregelen mogen geen gevolgen ressorteren buiten het terrein. Als niet aan die voorwaarden is voldaan, moet eerst een formele wijziging van het natuurbeheerplan ingediend en goedgekeurd worden. Indien de uitvoering onmogelijk is geworden, kan eveneens een opheffing van het natuurbeheerplan aangevraagd worden.

Opgelet, wanneer een bestaand NBP beperkt gewijzigd wordt (bijvoorbeeld een uitbreiding met nieuwe percelen), geldt een vereenvoudigde wijzigingsprocedure zonder nieuw openbaar onderzoek!

Gevolgen bij de erkenning als natuurreservaat

Op de percelen in natuurreservaten rust een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van algemeen nut, zodat een duurzaam gebruik en langdurig beheer als natuurreservaat verplicht is. In een erkend reservaat zijn een aantal activiteiten verboden, tenzij uitdrukkelijk toegestaan via het goedgekeurde beheerplan of een ontheffing, zoals het beoefenen van sporten, het gebruik van gemotoriseerde voertuigen, het plaatsen van constructies, het gebruik van pesticiden…

Er dient bovendien rekening mee worden gehouden dat een type 4 NBP (natuurreservaat) een ‘natuurgebied’ is in de zin van de Vlaamse milieuregelgeving, zodat de afstandsregels uit Vlarem ook gelden ten aanzien van de percelen in deze natuurbeheerplannen.

Tot slot kan een aankoopsubsidie worden verleend voor de aankoop van gronden in een type 4 natuurbeheerplan, wanneer de aankoop tot doel heeft de grond te laten erkennen als natuurreservaat. De aankoop moet ook de doelmatigheidstoets doorstaan, die het nut van de aankoop voor het natuurbehoud beoordeelt. Voor deze aankoopsubsidies moet aan verschillende voorwaarden – tegelijk – zijn voldaan. Eerst en vooral moet er een goedgekeurd type 4 natuurbeheerplan zijn. De aan te kopen grond moet ook passen in het globaal kader van de goedgekeurde verkenning: hier schuilt dus ook het belang van de ligging binnen of buiten het globaal kader. Verder mag de grond geen (mede-)eigendom zijn van een overheid (met uitzondering van OCMW's, kerkfabrieken, polders en wateringen: deze percelen komen wél in aanmerking).

De relatie tussen natuurbeheerplannen en pachtgoederen

Het natuurcontract Het Vlaams Pachtdecreet van 13 oktober 2023 (in werking getreden op 1 november 2023) introduceerde een nieuw instrument: het natuurcontract. Dit is een overeenkomst voor een niet verpacht terrein dat gelegen is in een groengebied (bosgebied, natuurgebied… en dus niet in agrarisch gebied) en dat deel uitmaakt van een goedgekeurd NBP type 3 of 4. In de overeenkomst kan het pachtdecreet uitdrukkelijk uitgesloten worden, zodat de partijen flexibelere afspraken kunnen maken die beter aansluiten bij de natuurbeheerdoelstellingen.

Geen recht van voorkoop Onder bepaalde voorwaarden verliest de pachter zijn recht van voorkoop bij de verkoop van gepachte gronden. Naast de al bestaande uitzondering bij aankoop door een openbaar bestuur dat de grond zelf wil aanwenden voor een concreet doel van algemeen belang, voegde het nieuw Vlaams Pachtdecreet een bijkomende uitzondering toe. Er is ook geen recht van voorkoop meer wanneer een openbare verpachter gronden aankoopt met het oog op bebossing of opname in een natuurbeheerplan. Dit is echter ook aan voorwaarden onderworpen: het NBP moet binnen de 3 jaar gerealiseerd worden en de leefbaarheid van het bedrijf van de pachter mag niet in het gedrang komen (genaamd de ‘leefbaarheidstoets’), anders kan die pachter toch zijn voorkooprecht laten gelden.

Daartegenover staat een langere verjaringstermijn voor naasting, indeplaatssstelling of schadevergoeding bij aankoop door een openbare verpachter voor bebossing of opname in een NBP. De verjaringstermijn loopt pas ten einde na het verstrijken van 25 jaar na de kennisgeving van de realisatie.

Opzegging voor natuurdoeleinden Tot slot biedt het Vlaams Pachtdecreet bijkomende mogelijkheden om een pachtovereenkomst op te zeggen met het oog op de realisatie van natuur of bos. Dit is echter steeds onderworpen aan de leefbaarheidstoets, die geldt als beschermingsmechanisme tegenover de verruimde opzegmogelijkheden. De rechter moet de geldigverklaring van de opzegging weigeren of beperken tot bepaalde percelen of een kleinere oppervlakte, indien de leefbaarheid van de bestaande bedrijfsvoering van de pachter ernstig zou worden verstoord. Wanneer de landbouwpercelen gelegen zijn in groengebieden of SBZ, geldt slechts een beperkte leefbaarheidstoets (bijvoorbeeld: huiskavel of zelfrealisatie), maar wanneer deze in agrarisch gebied gelegen zijn moet een volwaardige leefbaarheidstoets worden doorgevoerd. In een arrest van 20 februari 2025 (nr. 31/2025) bevestigde het Grondwettelijk Hof overigens reeds dat deze leefbaarheidstoets nog niet van toepassing is op opzeggingen die al vóór 1 november 2023 werden gegeven onder de bepalingen van de oude Pachtwet.

Een eerste mogelijkheid is opzegging op ieder ogenblik voor bebossing of natuurrealisatie (art. 10, §1, 7° VPD). Deze opzegmogelijkheid is onderworpen aan strikte voorwaarden. De betrokken percelen moeten een aaneengesloten geheel van minstens 0,5 ha vormen, de realisatie wordt gedurende minstens 24 jaar aangehouden, de percelen liggen in groene gebieden of in een habitatrichtlijngebied én de opzeg mag niet dienen voor de uitvoering van een boscompensatieverplichting. Zowel private eigenaars als overheden (met uitzondering van gemeenten) kunnen van deze mogelijkheid gebruikmaken.

Gemeenten kunnen daarentegen op ieder ogenblik opzeggen voor bebossing of natuurrealisatie, nadat de gemeenteraad de doelstelling heeft goedgekeurd, en voor zover de gemeente de betrokken percelen niet zelf in een ruimtelijk uitvoeringsplan als agrarisch gebied heeft aangeduid.

Ten slotte is er de mogelijkheid tot opzegging bij het verstrijken van een pachtperiode (art. 11 Pachtdecreet), waarbij een openbaar bestuur de gronden wil aanwenden voor een concreet doel van algemeen belang. Ook bij deze laatste 2 mogelijkheden is de leefbaarheidstoets van toepassing, en kan de opzeg niet worden ingeroepen voor boscompensatieverplichtingen.

Jan Opsommer en Janna Bauters

Lees ook in Landbouw en natuur

Meer artikelen bekijken