Startpagina Landbouw en natuur

Pieter Coopmans: “Geef boeren medeverantwoordelijkheid over natuur en betaal hen ervoor”

Na 23 jaar boeren in de schaduw van de abdij van Herkenrode is Pieter Coopmans uitgegroeid tot een uithangbord van landbouw en natuur. Toch blijft het ook voor hem een lastige evenwichtsoefening. “Als ik er hier ooit de brui aan zou geven, is er geen hoop meer op samenwerking.”

Leestijd : 8 min

Wie de abdijsite van Herkenrode bij Hasselt bezoekt, kan niet anders dan onder de indruk zijn van de omgeving. Dat landbouw- en natuurlandschap wordt al meer dan 2 decennia beheerd door Pieter Coopmans. Hij nam de uitdaging aan om hier te boeren, met alle voor- en nadelen die daarbij komen kijken. “Ons prachtige landschap is gemaakt door boeren, waarom krijgen we dan zo weinig vertrouwen?”

Vanwaar komt je passie voor landbouw en natuur?

Ik ben niet afkomstig van een landbouwbedrijf, maar mijn nonkel was hobbymatige veehandelaar. Door met hem mee op pad te gaan, leerde ik de landbouwsector kennen. Maar ik had ook een grootvader die actief was in Vogelbescherming Vlaanderen. Ik kreeg dus zowel de liefde voor landbouw als voor natuur van kleins af aan mee. Ik besloot om tuinbouwschool te volgen in Sint-Truiden, maar merkte al vrij snel dat de traditionele fruitteelt niet mijn ding was. Na het middelbaar sloeg ik een andere richting in en ging bosbouw studeren in Vilvoorde.

Boeren op een speciale locatie

Boer worden op deze abdijsite is geen evidente stap. Hoe kwam je hier terecht?

Ik was hobbyboer met een paar schapen en koeien. Samen met mijn toenmalige echtgenote kwam ik in de regio van Hasselt wonen en via een grote omweg kreeg ik de kans om hier te komen boeren. Dat begon met 5 ha grond, maar groeide vrij snel uit tot 90 ha. Die enkele schapen werden er 150 en de teller voor de Hereford-koeien staat vandaag op 60. En dan kwamen er nog 7 ezels bij.

Op de abdijsite van Herkenrode lopen ondertussen 60 Hereford-koeien.
Op de abdijsite van Herkenrode lopen ondertussen 60 Hereford-koeien. - Foto: NK

Wat is de geschiedenis van deze abdij en haar landerijen?

De Abdij van Herkenrode was een klooster van de Cisterciënzer-orde, waar nonnen woonden en werkten. Heel deze omgeving is zo’n 600 jaar geleden ontgonnen. Van bos en heide werden akkerland en weide gemaakt, zodat het klooster zelfvoorzienend kon zijn in hout voor verwarming en zodat het zijn eigen voedsel kon produceren. In die tijd was er meer dan 5.000 ha in eigendom, het was een van de grootste kloosters van de Lage Landen. Maar in de Franse Revolutie werd het ingenomen en verkocht aan industrie. Er namen hier een weverij, een stokerij en zelfs een suikerbietenfabriek hun intrek. Dat raakte in verval en in de jaren 80 woonden en werkten er verschillende landbouwfamilies op en rond de abdij, maar ook dat hield geen stand. In 1998 kocht de Vlaamse overheid de site en zijn er heel wat restauraties gebeurd. En in 2003 ben ik hier van start gegaan en 3 jaar geleden nam ik mijn intrek in het huis hier op de hoeve.

Welke afspraken zijn er gemaakt tussen jou als landbouwer en de eigenaar?

Pakweg de helft van de eigendom is van de Vlaamse overheid, de andere helft is nu in handen van Toerisme Vlaanderen. Maar eigenlijk heb ik het meest contact met de boswachter. Met hem maak ik de praktische afspraken over wat er moet gebeuren. Een pachtcontract heb ik niet. Het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) geeft me elk jaar een kosteloze gebruiksovereenkomst. Herita, een vzw die historische plekken in Vlaanderen beheert, geeft een vergoeding voor het beheer van de schrale gronden in nulbemesting op hun eigendom. Het beheer van deze hagen, bermen en andere landschapselementen verloopt via een publieke aanbesteding. Tegenover het feit dat ik gronden gratis mag bewerken, staan dus wel heel wat voorwaarden. Nulbemesting bijvoorbeeld, geen gebruik van kunstmest of pesticiden en onderhoud van de vele landschapselementen.

Gebonden aan voorschriften

Kosteloos mogen wonen en 90 ha bewerken, dat klinkt velen waarschijnlijk als muziek in de oren.

Dat snap ik, maar er zijn heel veel kanttekeningen. Ten eerste ligt mijn opbrengst een pak lager dan op andere landbouwbedrijven. Niet alleen doordat ik amper mag bemesten en geen pesticiden mag gebruiken. Ik ben ook gebonden aan heel wat voorschriften over wat er mag verbouwd worden, wanneer het gezaaid en geoogst mag worden… Maïs mag ik hier niet verbouwen, tenzij ik een uitzondering aanvraag. Van een hectare gras haal ik niet meer dan 3 ton hooi. Dan weet je genoeg.

Kan je rekenen op premies?

Omdat ik geen eigenaar ben van de gronden, heb ik geen recht op de premies die gelinkt zijn aan natuurbeheer, zoals extensieve begrazing. Deze zijn voor de eigenaar. De basisbetaling en de premie voor biologische landbouw zijn wel voor mij. Maar elke biolandbouwer weet dat er de laatste jaren enorm is geknipt in de biopremies.

Is het vermarkten van het runds- en lamsvlees een interessante inkomensbron?

Voor corona deden we dit via korte keten, maar daar zijn we mee gestopt. Het gebrek aan een regionaal slachthuis waar je welkom bent met kleine aantallen biologische dieren, is een groot probleem. Ik kijk dus heel erg uit naar de heropening van het slachthuis in Kortenaken. Momenteel starten we de korteketenverkoop stilaan weer op. Dat doen we trouwens ook met onze breiwol, want het is een prachtig natuurproduct van onze schapen.

Hoe ziet je teeltplan eruit?

We telen wat er nodig is om de dieren te voeden. Dat is bijvoorbeeld grasklaver, granen in combinatie met vlinderbloemigen, zoals erwten in mengteelt met gerst. Er worden ook faunamengsels getest voor derden. Maar af en toe telen we ook gewassen voor externe afzet. Zo heb ik in het verleden rode bieten en vezelhennep geteeld. En wie weet komen er volgend jaar biologische pompoenen, we zien wel. Maar de akkerbouw is heel beperkt. Eigenlijk is er maar 3 van de 90 ha echt bruikbaar voor akkerbouw.

Was biologisch telen op deze locatie een must, of is het ook een ideologische beslissing?

Omdat ik op deze gronden van de Vlaamse overheid sowieso geen pesticiden en later ook geen kunstmest mocht gebruiken, was het logisch om het bedrijf biologisch te certificeren. Zo compenseer je de lagere opbrengst toch een beetje, maar het sluit ook aan bij mijn visie over landbouw en natuur.

In welke mate sta je in voor het onderhoud van het landschap?

Ook dat is mijn taak, maar ik word er niet altijd voor betaald. En dat voelt fout. Ik heb dit probleem al meermaals aangekaart, maar het ANB geeft aan dat ze me hier enkel voor kunnen vergoeden als ze deze opdrachten eerst bekendmaken via een openbare aanbesteding. Bij Herita verloopt dit zo en krijg ik wel een vergoeding voor het beheer, maar dit betekent ook dat iedereen hiervoor een offerte mag indienen. De kans bestaat dus dat iemand anders er met de grond vandoor gaat en de gronden van Herita maken de helft uit van mijn areaal. Landbouwers betalen voor beheer van de gronden en landschapselementen in hun areaal blijkt dus niet vanzelfsprekend. Terwijl dit net grote voordelen heeft, want de landbouwer kent het landschap rond zijn boerderij en percelen het best. Geen slecht woord over loonwerkers of groenaannemers, maar zij komen maaien wanneer het in hun agenda past, niet wanneer de condities optimaal zijn voor dat specifieke perceel of landschapselement.

Pieter Coopmans is al 23 jaar bioboer in de schaduw van de abdij van Herkenrode. Hij is uitgegroeid tot een uithangbord van landbouw en natuur.
Pieter Coopmans is al 23 jaar bioboer in de schaduw van de abdij van Herkenrode. Hij is uitgegroeid tot een uithangbord van landbouw en natuur. - Foto: NK

Medeverantwoordelijkheid en medezeggenschap over natuur

Zit je regelmatig samen met de overheidsinstanties die de regels voor dit gebied bepalen?

Veel te weinig. Het meeste contact heb ik met de boswachter. Hoewel hij geen landbouwachtergrond heeft, staat hij open voor de realiteit van de landbouwer. Maar dat zijn jammer genoeg uitzonderingen. Vroeger had iedereen die bij bijvoorbeeld het ANB werkte, een link met landbouw. Vandaag is dat niet meer zo en dat merk je. Ik ken er mensen die openlijk zeggen ‘als de boeren nu gewoon zouden doen wat wij zeggen, dan was alles opgelost’. Sorry, maar dat werkt niet.

Jarenlang was er tolerantie tussen landbouw en natuur, zelfs begrip. Maar er zijn politieke beslissingen genomen die de spanning hoog doen oplopen. Beide partijen worden nerveus als natuur te veel op landbouw begint te lijken en omgekeerd. Ik heb een diploma landbouw, natuurmanagement en jacht. Ik denk dat ik weet waarover ik spreek.

Wat is er nodig om landbouw en natuur weer dichter bij elkaar te brengen?

Mijn overtuiging is dat landbouw medeverantwoordelijkheid en medezeggenschap moet krijgen over natuur. Vandaag willen overheden en groene verenigingen het natuurlandschap het liefst zelf beheren, maar heel vaak gaat het mis, omdat er geen terreinkennis of ervaring is, zeker in nieuwe gebieden. Als boeren dan toch ingeschakeld worden, worden ze bij de minste fout haast afgedreigd met boetes of verlies van de gronden. Ik heb er helaas ervaring mee. Dat kan zoveel beter. De sleutel zit volgens mij in landbouwers betalen voor de inspanningen die ze voor de natuur kunnen leveren.

Mijn overtuiging is dat landbouw medeverantwoordeljikheid en medezeggenschap moet krijgen over natuur

Hoe zie je dat in de praktijk?

Er wordt bijvoorbeeld veel geklaagd over het verdwijnen van kleine landschapselementen op het platteland. Als een haagkant je meer opbrengt dan maïs, dan weet ik zeker dat boeren er geen maïs zullen zetten. Maar vandaag krijg je één keer een premie om de haag te planten, en daarna zijn alle lasten voor eigen rekening. Door die haagoppervlakte mee te nemen in de verzamelaanvraag, creëer je een jaarlijkse financiële compensatie.

Maar er zijn nog voorbeelden. Hoogstamfruitbomen verdwijnen uit graasweides, omdat landbouwers die de vruchten willen gebruiken, er in het forfaitaire belastingsysteem of via provinciebelasting evenveel voor betalen als voor laagstamplantages. Waarom is er een verbod gekomen op het scheuren van blijvend grasland? Omdat aardappelen meer opbrengen dan weide. De overheid wil dat verschil niet betalen, maar waarom moet de boer dat dan wel doen? Ik ben heel bezorgd over de situatie in het Turnhouts Vennengebied. Ik begrijp niet waarom het óf landbouw, óf natuur moet zijn. Waarom krijgen de landbouwers daar niet de kans om tegen een eerlijke vergoeding het natuurlandschap te beheren? Je wil toch liever een plaatselijke boer die elk kievitsnest weet liggen en wacht met maaien tot die ene natte plek droog is, dan een aannemer die zijn planning volgt en elke week een andere chauffeur stuurt?

Samenwerking is noodzakelijk

Hoe zie je de toekomst?

We moeten blijven proberen om samen te werken. En er ligt een grote verantwoordelijkheid voor de politiek om mee te zoeken naar echte oplossingen. Ik kijk veel naar Nederland. Daar heb je die kloof tussen landbouw en natuur ook, en misschien is ze daar zelfs groter dan hier. Maar daar wordt er op een veel efficiëntere manier samengewerkt. Denk aan de Nederlandse polders, waar landbouwbedrijven het heel goed doen. Maar bij ons, bijvoorbeeld in Doel, moeten boeren weg, wordt de boel onder water gezet en importeren ze waterbuffels. Dan voel je toch dat er dan iets mis is? Ik twijfel niet aan de kennis van onze ambtenaren, maar ik vermoed dat ze hun gezond verstand niet altijd mogen gebruiken.

In elk geval blijf ik mijn mening geven – vaak ten koste van mezelf – én openstaan voor samenwerkingen met iedereen met een open blik. Want ik weet dat als ik er hier in Herkenrode ooit de brui aan zou geven, er geen hoop meer is voor samenwerking tussen landbouw en natuur. En ik wil graag hoopvol blijven.

Nele Kempeneers (Pennenvrucht)

Lees ook in Landbouw en natuur

Meer artikelen bekijken