Startpagina Landbouw en natuur

Eigen ervaringen met een natuurbeheerplan helpen om landbouwers bij te staan

Leestijd : 9 min

De meeste land- en tuinbouwers kennen het ILVO van de talrijke onderzoeksthema’s die een ruime schare domeinen beslaan. Het areaal van het ILVO in Merelbeke-Melle grenst echter ook aan natuurgebieden. De meer dan 220 ha van het instituut zijn namelijk gelegen in een open kouterlandschap, ook gekenmerkt door stukjes natuur, aan een natuurgebied en omringd door stedelijke kernen van Merelbeke en Melle, en de plattelandsdorpen Gontrode en Lemberge.

“Het grootste deel van het ILVO-areaal wordt ingenomen door proefvelden met allerhande gewassen en stallen en serres”, vertelt Thijs Vanden Nest, boerderijmanager van het ILVO. “Daarnaast beschikken we ook over weiden. Zoals ook in de praktijk wel eens het geval is, hebben die weiden een uiteenlopende kwaliteit." Hij neemt ons mee naar het grensgebied van Merelbeke-Melle met Oosterzele. Hier kronkelt de Gondebeek doorheen enkele ILVO-percelen.

Weinig productief overstromingsgebied

Thijs geeft duiding over het verleden van dit gebied. “Enkele decennia geleden kocht het ILVO deze weiden van een landbouwer die er grazend vee op hield. We lieten er na aankoop ook ons vleesvee op grazen. Nadat het ILVO besliste om het rundveeonderzoek te focussen op melkvee stopten we met vleesvee. Deze weiden werden vanaf dan enkel nog gebruikt om jongvee te laten grazen of om te maaien. Aangezien de graskwaliteit hier ondermaats is, was dit eigenlijk niet ideaal.

In dit gedeelte van de vallei van de Gondebeek staan de weiden al van oudsher regelmatig onder water door overstroming of ze zijn op zijn minst drassig door de hoge grondwaterstand en de minder doorlaatbare bodem. Het maairitme werd hier eerder bepaald wanneer het kon, dan wanneer het ideaal is voor de voederwaarde. En in droge jaren was de snede die we van deze weide nog konden maaien mooi meegenomen. Deze maaiweiden werden enkel bemest met kali en stikstofkunstmest. De bodem heeft hier immers onvoldoende draagkracht om met een gevulde mesttank te berijden. Deze weiden hadden vooral meerwaarde daar ze nog productie gaven in een droge periodes, maar kenden toch een vrij extensief beheer. Deze weiden liggen ook helemaal aan de buitenste grens van onze Onderzoekskouter.”

Natuurbeheerplan ‘Onderzoekskouter-Gondebeekvallei’

Sinds enkele jaren valt dit kleine gedeelte van het ILVO-areaal onder de Speciale Beschermingszones (SBZ) ‘Bossen van het zuidoosten van de zandleemstreek’. Het ILVO was dus verplicht om voor haar gronden in die SBZ voor natuur een natuurbeheerplan op te maken. Dat kreeg de naam ‘Onderzoekskouter-Gondebeekvallei’.

“De aanzet hiervoor dateert al van de periode 2021-2022”, herinnert Thijs zich. “De ILVO-afdeling Landbouw en Maatschappij vond dit een uitgelezen kans om praktijkervaring op te doen in een materie waar vandaag de dag ook heel wat landbouwers in of nabij een SBZ mee te maken krijgen. Een landbouwer is niet verplicht om een natuurbeheerplan op te maken, maar indien hij dit wel wil doen, dan kan hij dankzij zo’n plan hulp krijgen om deze zone te beheren en subsidies ontvangen voor het onderhoud ervan.”

ILVO koos er dus bewust voor om de opmaak van het natuurbeheerplan niet uit te besteden. “Eigen ILVO- onderzoekers zonder natuurspecialisaties doorliepen alle stappen die bij zo’n plan komen kijken, om de procedure proefondervindelijk te ervaren en te evalueren. Als overheidsinstantie gingen we voor hulp wel aankloppen bij het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). Zo’n plan opstellen vergt namelijk een doordachte aanpak en ook een grondige kennis van de natuurdoelen en de bijhorende terminologie. Het was een traject van vallen en opstaan, waar we heel wat uit leerden. Ook voor onze wetenschappers doken er gaandeweg immers heel wat vragen op."

Het natuurbeheerplan werd door de bevoegde overheid goedgekeurd op 23 oktober 2023. Het omvat 5 percelen in beheer van ILVO, met een totale oppervlakte van 5,3 ha waarvan 4,6 ha in SBZ. Deze percelen liggen op grondgebied Merelbeke-Melle, ter hoogte van de Landskoutersesteenweg in het valleigebied van de Gondebeek. Het natuurbeheerplan Onderzoekskouter-Gondebeekvallei geldt voor een periode van 24 jaar, met evaluaties om de 6 jaar, en bevat zowel eenmalige maatregelen als beheermaatregelen en de monitoring ervan.

Eigen beheer leert meer over praktische aanpak

Thijs Vanden Nest: “We kozen er inderdaad ook bewust voor om het beheer van de SBZ in eigen handen te houden. Je kunt dit immers ook uitbesteden aan door Vlaanderen erkende terreinbeherende verenigingen. Wij willen als terreineigenaar ook zelf ons gebied actief beheren. Deze ervaring laat toe om landbouwers in gelijkaardige situaties te kunnen adviseren.”

Zo’n ligging in SBZ-gebied heeft namelijk een grote impact. “Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in SBZ is ingeperkt. En ons beheerplan laat chemische onkruidbestrijding, zelfs plekgewijs, niet meer toe. Dat is vooral een probleem bij aanwezigheid van giftige planten, waar we voorlopig nog geen last van hebben. Daarnaast valt ook de bemesting weg. Het zijn 2 factoren die je grasland compleet veranderen. De weiden worden dus onbruikbaar als productief grasland. Er rijzen dan ongetwijfeld vragen als ‘wat moet ik hier als landbouwer in de toekomst mee doen?’.

Ook bij het ILVO konden ze die situatie ervaren. Thijs Vanden Nest toont ons de aanwezigheid van gestreepte witbol. “Dat is een grassoort die koeien in de wei niet graag eten, maar gehakseld zullen ze het wel mee opeten. Dit gras bloeit vroeg en verspreidt op die manier snel zaad.

Thijs Vanden Nest toont ons de gestreepte witbol. “Zowel natuurkundig als landbouwkundig is het te vermijden om een sterke overheersing van deze grassoort te hebben.”
Thijs Vanden Nest toont ons de gestreepte witbol. “Zowel natuurkundig als landbouwkundig is het te vermijden om een sterke overheersing van deze grassoort te hebben.” - Foto: AV

Bij het maaien van het perceel na 15 juni, gevolgd door wat regen, kan het in de komende jaren plots dominant aanwezig zijn en andere grassen en dicotylen verdringen. Zowel natuurkundig als landbouwkundig is het dus te vermijden om een sterke overheersing van gestreepte witbol te hebben. Deze grassoort was reeds aanwezig samen met kweek, maar het is natuurlijk geen eenvoudige opgave om verdere verspreiding en dominantie te vermijden.

Een andere terugkerende vraag is: ‘hoe moet ik het beheer in die eerste jaren aanpakken?’ Het betrokken landbouwperceel wordt immers ineens bestempeld als natuur, met onder meer bijhorende maaivoorschriften (na 15 juni en rond 15 september). In de beginjaren heeft het perceel geen landbouwdoel meer, maar is het ook nog geen echte natuur... Het gehalte aan nutriënten in de bodem verandert immers niet plotsklaps. Zo is bijvoorbeeld het fosfaat niet ineens weg, dat duurt generaties! En als je opbrengst daalt omdat je geen stikstof en kali meer geeft, dan daalt bovendien nog de fosfaatexport.”

Het ILVO nam daarom in haar natuurbeheerplan expliciet een vroegere maaidatum op. “Door al te maaien rond 1 mei nemen we de bloeistengels van enkele grassen weg, wat meer ruimte laat voor de doorgroei van andere kruiden. Hier en daar een paardenbloem in je gras is echt niet erg”, stelt Thijs. “We mogen hier dus driemaal maaien per jaar en al een eerste keer na 1 mei. Als de eerste snede vroeg genoeg kan genomen worden, dan wordt de voederwaarde minder verdund. In veel jaren is het in die periode echter nog erg nat, waardoor deze snede soms theorie blijft en geen praktijk. De 2 latere snedes worden eerder als structuurrijk hooi gezien. De opbrengsten van deze extensieve graspercelen zijn ongeveer gehalveerd naar zo’n 5 à 6 ton DS, met een hoog ruwecelstofgehalte. Wanneer we pas na 15 juni zouden mogen maaien, dan is dit ‘oud’ gras, wat ons weinig oplevert. Driemaal maaien draagt ook bij aan een hogere fosfaatexport dan slechts tweemaal maaien.”

Verschillende zones met elk hun doel

Waar de Gondebeek onder de Landskoutersesteenweg duikt, staat een infobord om duiding te geven aan passanten en geïnteresseerden over de evolutie van een intensief naar een extensief landgebruik. Hier krijgen we een mooi overzicht van het SBZ-gebied (donkergroen op de kaart) dat bestaat uit verschillende zones.

Langsheen de SBZ wordt op infoborden duiding gegeven over de verschillende zones in het gebied.
Langsheen de SBZ wordt op infoborden duiding gegeven over de verschillende zones in het gebied. - Foto: AV

“In het gebied rechts van het infobord (3 op de kaart) lag al jaren een weide met veel kweekgras die onmogelijk kon heringezaaid worden. Hoewel deze weide niet tot het SBZ-gebied behoorde, namen we deze zone mee op in ons natuurbeheerplan. Eind 2023 plantten we hier bijna 4.000 bomen van een 7-tal soorten. Deze bebossing zorgt hier voor de ontbrekende schakel in de ecologische verbinding tussen het Aelmoezeneiebos en de Makegemse bossen.

Mogelijk zullen we in dit bosje in de toekomst aan hakhoutbeheer doen. Het hakselhout zou binnen enkele jaren een nuttige aanvulling kunnen zijn bij de compostering.”

Eind 2023 plantte het ILVO hier bijna 4.000 bomen van een 7-tal soorten. Deze bebossing zorgt voor de ontbrekende schakel in de ecologische verbinding tussen het Aelmoezeneiebos en de Makegemse bossen.
Eind 2023 plantte het ILVO hier bijna 4.000 bomen van een 7-tal soorten. Deze bebossing zorgt voor de ontbrekende schakel in de ecologische verbinding tussen het Aelmoezeneiebos en de Makegemse bossen. - Foto: AV

Ook het perceel productief grasland (5) ten zuiden van de straat ligt niet in de SBZ en werd ook niet in het natuurbeheerplan opgenomen. Het gras ligt er op het moment van ons bezoek gemaaid te wachten op de komst van de hakselaar.

Thijs toont ons aan de overkant van de straat de amfibieënpoel (6). Die werd aangelegd dankzij de financiële ondersteuning van de gemeente Merelbeke-Melle. De gemeente liet recent bij de herinrichting van de straat onder het wegdek ook amfibieëntunnels aanleggen voor een veilige doorgang van bijvoorbeeld padden. In de zone tussen de Gondebeek en de poel werden ook bomen geplant.

De amfibieënpoel werd aangelegd dankzij de financiële ondersteuning van de gemeente Merelbeke-Melle.
De amfibieënpoel werd aangelegd dankzij de financiële ondersteuning van de gemeente Merelbeke-Melle. - Foto: AV

Ook aan de overkant van de straat, ten noorden van de beek, is er in de SBZ een zone met extensief grasland zonder bemesting of gewasbescherming (1). Deze zone wordt meestal 2 keer, soms 3 keer, per jaar gemaaid. Korter bij de beek ligt extensief ruig grasland met groepjes bomen (2). Dit perceel wordt enkel, wanneer het eens kan, geklepeld.

Op het perceel tussen de Meersstraat en dit intensief grasland werd dit jaar eenmalig maïs gezaaid, voornamelijk om het lastige kweekgras te kunnen aanpakken. Vanaf volgend jaar gelden voor percelen naast een SBZ ruimere bufferzones waar er geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt mogen worden. Dit zal dus ook voor dit perceel gelden. Volgend jaar komt hier dus opnieuw grasklaver.

Onderzoek koppelen aan de SBZ

Met dit natuurbeheerplan wil het ILVO, samen met de partners binnen het landschapsproject Rodeland, onder meer de biodiversiteit in het gebied opkrikken. Tegelijk biedt dit plan aan het ILVO als onderzoeksinstelling de kans om op lange termijn onderzoek te voeren naar de effecten van extensief landbouwbeheer, zoals onder andere de voederwaarde en samenstelling van gras afkomstig van extensief beheerd grasland, de vruchtbaarheid van de bodem, de oppervlakte- en grondwaterpeilen, het effect van schaduw op vee bij hitte, de productie en verwerking van hout… Naast het realiseren van landbouwnatuur, kan worden ingezet op het bestuderen en waarderen van natuur voor landbouw, de zogenaamde functionele agrobiodiversiteit.

Maar ook voor het ILVO is het nog wat koffiedik kijken in welke mate hun ervaringen met dit natuurbeheerplan landbouwers zullen kunnen helpen in de praktijk. Vandaag de dag zijn er immers nog geen concrete onderzoeksprojecten aan deze SBZ gekoppeld.

Thijs Vanden Nest: “Wij willen als terreineigenaar zelf ons gebied actief beheren. Deze ervaring laat toe om landbouwers in gelijkaardige situaties te kunnen adviseren.”
Thijs Vanden Nest: “Wij willen als terreineigenaar zelf ons gebied actief beheren. Deze ervaring laat toe om landbouwers in gelijkaardige situaties te kunnen adviseren.” - Foto: AV

“Binnen dit project is het voor mij interessant om vragen waar de boer het eerst mee geconfronteerd wordt bij een SBZ te duiden. Zoals eerder aangehaald is een belangrijke vraag ‘wat moet ik doen met dit gras?”, stelt Thijs. “Bij het maaien van het gras houd ik daarom de gewichten bij. Ik check per staal welke voederwaarde het gras heeft. Om de 3 jaar nemen we een bodemstaal voor analyse om te bekijken of de nutriënten evolueren, en dat is voorlopig nog niet het geval. Op 3 plaatsen bepalen we jaarlijks de botanische samenstelling. We zien steeds meer dicotylen. Op bepaalde plekken zijn dat gewenste vlinderbloemigen, op andere plekken ongewenste zuring. Dat is vooral een lastig kruid wanneer er zaadvorming mogelijk is. Voordien hadden we hier ook al veel last van kweekgras, en dat is zeker niet veranderd. We zien ook een toename van boterbloem. In de natuur is dit geen probleem, maar in verse toestand is het wel een te vermijden plant voor grazend vee. Gelukkig zorgt voordrogen voor een verlies van giftigheid.

Het is voor mij interessant om vragen te duiden waarmee de boer het eerst geconfronteerd wordt bij een SBZ

Landbouwers die terugvallen op nulbemesting, zien hun opbrengsten sterk dalen, maar voor mij is het een grotere uitdaging om ongewenste planten te vermijden als gewasbescherming niet meer mag en als herzaaien ook geen optie meer is.”

Thijs Vanden Nest besluit onze rondgang: “De focus ligt dikwijls op deze SBZ-zone, maar binnen ons ILVO-areaal is er natuurlijk veel meer groen dan dit. Her en der zijn er groenzones en bosjes te bespeuren. Wij krijgen soms ook de vraag waarom we hier niet meer bloemenranden rondom onze percelen aanleggen. Dat is echter delicaat om als landbouwonderzoeksinstelling te doen. Je mag niet vergeten dat we op het ILVO ook heel wat veredeling en zaadproductie doen. Daarvoor heb je bufferzones van algauw 100 en meer meters nodig om inkruisingen van buitenaf te voorkomen en raszuiverheid te behouden. Dit maakt dat we die randen frequenter maaien dan wat meestal geadviseerd wordt. Zoals je ziet, worden we als onderzoeksinstellling op die manier geconfronteerd met soms wel tegengestelde belangen en uitdagingen, maar de ‘Onderzoekskouter-Gondebeekvallei’ past hier intussen mooi in het totaalplaatje. Het is een win-win: binnen de landbouwsector biedt deze aanpak aan het ILVO bruikbare kennis en inzichten en met de mensen uit de natuursector zijn we op die manier in dialoog en kunnen we de inzichten vanuit de landbouwsector aanbrengen.”

Anne Vandenbosch

Lees ook in Landbouw en natuur

Landbouw in en rond natuurbeheerplannen

Landbouw en natuur In het RULA-magazine, de bijlage van Landbouwleven, belichten we deze keer de niet altijd evidente combinatie van landbouw en natuur. Zo worden wel wat landbouwers (plots) geconfronteerd met natuurbeheerplannen. Maar wat is dat juist?
Meer artikelen bekijken