Werkgroep Bos t’Ename helpt mee aan behoud van Oost-Vlaams witrode runderen
Het Bos t’Ename wordt beheerd door Natuurpunt. De vrijwilligers van de Werkgroep Bos t’Ename realiseerden er een natuurboerderij. Behalve geiten en konijnen hebben ze er enkele Oost-Vlaamse witrode runderen, die ingezet worden om te grazen. Zo helpen de vrijwilligers mee om dit runderras in stand te houden.

In en rond Ename (Oudenaarde) beheert Natuurpunt sinds 2002 zowat 185 ha. Een groot deel daarvan is bos. Een kleiner deel omvat enkele weides en akkers. “Dit gebied werd vroeger vooral gebruikt als jachtterrein en een klein beetje voor landbouw en veeteelt. Natuurpunt kreeg de kans om dit te kopen en toen zijn we met de lokale vrijwilligers beginnen nadenken wat we hier willen realiseren en hoe we dat willen realiseren”, vertelt vrijwilliger Pieter Blondé.
Uitgesproken samenwerkingsstrategie
Ondanks dat het terrein onder de Natuurpunt-koepel valt en dat er elders al eens zware woorden vallen tussen ‘de landbouw’ en Natuurpunt, ziet Pieter Blondé in het Bos t’Ename vooral raakvlakken tussen natuur en landbouw op het terrein. “Het is meer dan louter raakvlakken, wij gaan hier voor een uitgesproken samenwerkingsstrategie met de landbouw. Voor elke activiteit op de weiden, hooilanden of akkers vragen we ons eerst af of we dit door een lokale landbouwer kunnen laten doen. Hooilanden moeten gemaaid worden, weides of andere terreinen moeten begraasd worden, een akker krijgt grondbewerking en moet geoogst worden… Als het kan en als we er een lokale landbouwer voor vinden, dan is dat altijd de eerste keuze. Soms gebeurt het dat we geen geïnteresseerde landbouwer vinden, omdat de perceeltjes te klein zijn, of een te steile helling hebben of omdat ze moeilijk toegankelijk zijn. Dan bekijken we of we dat dan zelf, met de vrijwilligers kunnen doen. Maar in de eerste plaats willen we dat natuur en landbouw elkaar vinden en elkaar versterken”, zegt Pieter.

Hij heeft daarvan een mooi voorbeeld. “Dit is Natura 2000-gebied waarvoor een beheerplan moet gemaakt worden. Europa legde ons op dat er meer bosuitbreiding moest zijn. Onze groep vrijwilligers wou eigenlijk net iets minder bosuitbreiding. Wij deden het voorstel om een wastine te creëren. In de middeleeuwen was dat een stuk gemene, onbewerkte grond waarop de gemeenschap ganzen, varkens, koeien of schapen liet grazen. Door de verschillende soorten begrazing ontstaat dan een lappendeken van weides, bosjes met boompjes en struikenvolumes. Europa was akkoord met die aanpak.”
Geen Galloway-runderen
Een aantal weides worden gemaaid door of begraasd door runderen van 5 lokale landbouwers. De natuurboerderij heeft ook haar eigen weidedieren. “Toen Richard Eeckhaut, voormalig schepen voor Landbouw in Oudenaarde, van onze plannen hoorde, kwam hij met het idee om voor onze eigen begrazing niet voor de klassieke Galloway-runderen te gaan, maar voor koeien van het Oost-Vlaamse witrode ras. We zijn daarin meegegaan en we zijn waarschijnlijk het enige natuurgebied waar dit ras jaarrond graast. Lokale verankering en erfgoed zijn belangrijk voor ons. Door te kiezen voor Oost-Vlaamse witrode runderen, slaan we 2 vliegen in 1 klap. Het is bovendien een robuust ras dat helemaal geschikt is om constant buiten te leven. Enkel voor de verplichte vaccinaties en voor inseminaties komen de koeien naar onze kleine stal. Het is misschien slechts een kleine bijdrage die wij kunnen leveren voor het in stand houden van het ras, door voor nieuwe bloedlijnen te zorgen, maar wel een die volledig past in onze filosofie”, stelt Pieter Blondé.

De keuze voor kunstmatige inseminaties ligt voor de hand. “De runderen grazen op delen die voor het publiek toegankelijk zijn. Dan wil je geen volwassen stier hebben die de bezoekers zou kunnen aanvallen. Als er een stierkalfje geboren wordt, wordt dat relatief snel een os. Het is soms wel een uitdaging om een koe naar de stal te krijgen voor KI, als je merkt dat ze tochtig is. Het afkalven doen de dieren zelfstandig, al houden we altijd een oogje in het zeil. De koeien in het natuurgebied zijn eerder schuw en zelden agressief. Je zou denken dat ze het malse gras verkiezen van de weides, maar ze vertoeven ook graag tussen de beschutting van de bomen.”
Sociale kudde
“Door zelf een kleine kudde runderen te houden, zorgen we voor een andere dynamiek op het terrein dan wanneer we stukken laten begrazen. Bij het laten begrazen kiezen de veehouders doorgaans voor afmestdieren of jongvee en die komen slechts voor een korte periode. Onze eigen runderen blijven het jaar rond op het terrein en vormen een sociale kudde. Ze hebben een hiërarchie, ze hebben min of meer vaste plekken waar ze naartoe trekken, ze vormen hun eigen paden, ze geven aan elkaar door welke planten lekker zijn…”, weet Pieter.

Momenteel telt de groep Oost-Vlaamse witrode runderen slechts 6 dieren. “We zijn gestart met aangekochte dieren. De dubbeldoelkoeien die al gemolken werden, hebben een te grote uier om comfortabel in de natuur te grazen. Nu we zelf onze kudde vermeerderen, is dat eruit. Ons streefdoel is een kudde van 8 koeien. Nu zijn het er minder, door blauwtong en vooral omdat we andere prioriteiten hadden, zoals het herbouwen van de natuurboerderij. Voor ons blijven de runderen een middel en geen doel. Uitzonderlijk gaat er eens een oudere koe ‘preventief’ naar het slachthuis en dat vlees wordt dan verkocht aan de vrijwilligers en sympathisanten. Het is niet dat we afhankelijk zijn van de verkoop.” Voor de runderen laat Werkgroep Bos ’t Ename zich begeleiden door landbouwer André Merchie.
Ook bij de andere dieren op de natuurboerderij in Ename wordt gewerkt met lokale of bedreigde rassen, zoals het Kempische geitenras en Goudbrakelkippen. Daarvoor krijgt de werkgroep bijstand van de Steunpunt Levend Erfgoed en lof van Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns, die in april de herbouwde natuurboerderij plechtig kwam openen.
Belgische trekpaarden
Voor het wegslepen van boomstammen uit het bos en voor het bewerken van de akkers die niet toegankelijk zijn met een tractor, doet de werkgroep een beroep op trekpaarden. “Aanvankelijk hadden we eigen trekpaarden, maar nu werken we al enige tijd met privé- trekpaarden.
Daarnaast werken de vrijwilligers aan de plantenrijkdom van het terrein. “De korenbloem en de klaprozen waren vroeger overal aanwezig op en rond de Vlaamse velden, met kleine verschillen aan de bloem per regio. We stellen vast dat die steeds minder vaak voorkomen. Er is geen plaats voor de korenbloem in de intensieve graanteelt. Dat is geen verwijt, en zeker niet naar de landbouwers zelf, maar vooral een vaststelling. De onkruiddruk moet om economische redenen zo laag mogelijk gehouden worden. Dan kom je uit bij granen met korte stengels en graan dat heel dicht bij elkaar gezaaid wordt, zodat alle andere planten versmacht worden.”
Van Ename naar Asper
“Op ons terrein in Ename vonden we geen enkele lokale korenbloem meer terug. De redenen waarom of hoe ze verdwenen zijn, zijn voor ons op zich niet zo belangrijk, maar wel dat we dat gegeven kunnen herstellen. We hebben dan de zoekperimeter vergroot, tot buiten ons terrein. Daar vonden we wel een soort van hybride korenbloem. Die wordt verkocht in de handel, met grotere bloemblaadjes en fellere kleuren, maar met veel minder stuifmeel. Daardoor is die hybride variant niet geschikt. We zijn dan nog verder gaan zoeken. Het meest dichtbij dat we een vermoedelijk originele, lokale korenbloem vonden, was aan de molen van Asper (aan de grens met Zingem). Daar hebben we zaad van genomen en die verspreiden we nu hier.”
Oude granen en strokenteelt
Ook in de keuze van de gewassen kiest de werkgroep voor oude rassen en technieken. Dit jaar werd onder meer een biergerst van geuzebrouwerij 3 Fonteinen met de hand ingezaaid. Het graan wordt gemalen door lokale molenaars, onder meer door de IJzerkotmolen en door enkele lokale windmolens. Eén perceel werd ingezaaid als ‘strokenteelt’, met een strook gerst, een strook akkerflora en een strook aardappelen.

De natuurboerderij ontvangt enkel groepen op afspraak (geen individuen of wandelaars) en dat is een bonte mengeling van mensen uit sociale of zorgprojecten, universitairen en andere personen in opleiding en soms ecologische bouwers. Deze laatste groep kan in en rond het boerderijgebouw heel wat oude en nieuwe ecologische bouwwijzen bekijken (lemen muren, strobalenbouw, zongedroogde bakstenen…).