Kalkoenensector moet zelf initiatief nemen voor AEA-lijst
De Vlaamse kalkoenensector moet tegen 2030 een ammoniakreductie realiseren van 60%. Parlementslid Bart Dochy stelt voor dat de overheid zelf technieken op de lijst zet die al in Nederland of Duitsland erkend zijn. Minister Brouns stelt evenwel dat het initiatief bij de kalkoenensector ligt.

De Vlaamse kalkoenenhouderij (zowat 28 bedrijven) bevindt zich volgens Bart Dochy (cd&v) in een technologische impasse. “Tegen 2030 moet een ammoniakreductie van 60% realiseren, maar de huidige lijst van Ammoniak-EmissieArme stalsystemen en technieken (AEA-lijst) bevat geen enkele erkende techniek voor kalkoenen”, schetst hij de situatie.
Buurlanden hebben wel kader
“Terwijl Vlaanderen achterblijft, beschikken de buurlanden wel over een wettelijk kader en over bewezen technieken die specifiek zijn afgestemd op kalkoenen. In Nederland is dat verankerd in de RAV-wetgeving en in Duitsland in de TA Luft-richtlijnen. Het simpelweg kopiëren van die technieken naar de Vlaamse lijst zou de sector de nodige rechtszekerheid bieden, zonder dat de individuele boer moet opdraaien voor de onbetaalbare kosten van nieuwe wetenschappelijke metingen”, stelt Bart Dochy. Hij polst in een schriftelijke parlementaire vraag naar de mogelijkheid dat de overheid zelf referentiemetingen laat uitvoeren in een kalkoenenstal, gezien de kleinschaligheid van de sector.
Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&v) erkent dat de relatief kleine Vlaamse kalkoenensector hier voor een grote uitdaging staat. “Voor de bepaling van emissiefactoren of -reducties is een voldoende aantal metingen vereist, gespreid over verschillende bedrijven en onder vergelijkbare landbouwkundige randvoorwaarden. Voor een kleine sector zoals de kalkoenensector vormt het een grote praktische uitdaging om voldoende gelijke stalsystemen te vinden. Maar het is belangrijk dat de technieken die we erkennen voldoende zekerheid bieden”, antwoordt de minister.
Metingen via onderzoeksproject
Eén referentiemeting in 1 stal is volgens de minister geen goed idee. “Een referentiemeting in 1 standaardstal biedt op zich een beperkte meerwaarde, want dit geeft onvoldoende inzicht in de effectiviteit van specifieke technieken. Het is relevanter om metingen uit te voeren op reductietechnieken in een bestaande stal, zodat de werkelijke reducties onder praktijkomstandigheden worden vastgesteld. Dergelijke metingen zijn mogelijk in bijvoorbeeld een onderzoeksproject”, stelt minister Brouns. Hij roept de sector (nogmaals) op om dossiers in te dienen.





