Startpagina Bedrijfsnieuws

BASF toont innovatief karakter op proefveld

“Het innovatieve karakter van BASF komt weer tot uiting op ons proefveld in Obaix”, zo gaven adviseurs Michiel Hubau en Dirk Butaye aan bij een bezoek aan hun proeven.

Leestijd : 5 min

De onkruidbestrijdingsproef was wel een beetje in het water gevallen en leed ook onder de droogte. Na uitzaai van de onkruiden was er enkele weken een droogte, om dan eind mei 60 l water/m2 te krijgen op een half uur tijd. Daardoor kon er weinig van de proefveldwerking gezegd worden, het proefveld was één dichtgeslagen vlakte. Typisch is wel het varkensgras dat erdoor komt.

Toch moeten we zeggen dat objecten waar middelen zoals Frontier Elite, Akris en of Stomp Aqua gespoten waren, heel mooie resultaten lieten zien.

Conaxis: nieuw herbicide

Het doel van het proefveldbezoek was ook om de werking van het nieuwe herbicide Conaxis te laten zien. Hier is er een erkenning voor in erwten, veldbonen, soja, koolzaad en een 120 dagenregeling voor aardappelen. “Dit laatste specifiek met het oog op de bestrijding van doornappel”, merkte Dirk Butaye op. “Conaxis bevat de actieve stoffen clomazon en dimethenamid-P. Deze zitten in Conaxis wel in een gewasveilige formulering, wat zeker belangrijk is voor groenten en aardappelen. Het gaat over een capsulesuspensieformulering waarbij de actieve stof niet in één keer vrijkomt en dus gewasveiliger is.” Conaxis geeft niet alleen een goede werking op doornappel, maar onder meer ook op zwarte nachtschade.

Nieuwe aardappelfungiciden

In de aardappelteelt kon Michiel Hubau 2 nieuwe aardappelfungiciden voorstellen, namelijk Privest en Suprova. Allereerst vestigde hij de aandacht op een goede spuitstrategie tegen de aardappelplaag: het afwisselen en combineren van actieve stoffen uit verschillende chemische families, om resistentieproblemen te voorkomen.

“Privest bestaat uit de stoffen ametoctradin en kaliumfosfonaten en kan je als een ‘multisite fungicide omschrijven. De kaliumfosfonaten werken via 2 principes. Een eerste principe is een indirecte werking door de natuurlijke afweer van de plant te verhogen. De kaliumfosfonaten versterken de immuniteit van de plant voor de aardappelplaag. Een tweede werkingsprincipe van de kaliumfosfonaten is een directe werking op de schimmeldraden. Een infectie die net begonnen is, kan je dus nog bestrijden. Omwille van de versterking van de immuniteit moet je Privest vooral als preventief middel inzetten vooraan in het spuitschema.” Privest werkt tegen alle huidige phytophthorastammen, is een kant-en-klaar product met 2 werkingswijzen en biedt een systemische actie voor de bescherming van nieuwe bladeren.

Suprova is een tweede nieuw plaagfungicide van BASF en het is ook werkzaam tegen alle huidige phytophthorastammen. De actieve stoffen zijn hier ametoctradin en propamocarb. Deze bieden een verschillende, maar complementaire werkingswijze. Suprova kan vroeg, maar zeker ook wat later in het seizoen toegepast worden.

Durilon: nieuw insecticide

Durilon is een nieuw insecticide ter bestrijding van bladluizen in suikerbieten dat Michiel Hubau kon voorstellen. “Het is ook gebaseerd op een nieuwe actieve stof, namelijk dimpropyridaz, bij BASF noemen ze dit ook Axalion. Durilon is dit voorjaar bij ons erkend volgens een 120 dagenregeling en zit in een nieuwe groep qua werkingswijze. Dit maakt het interessant om aan resistentiemanagement te doen, want ook bij insectenbestrijding is het heel belangrijk om in teelten te gaan alterneren tussen de verschillende groepen insecticiden. Opmerkelijk is dat het enkel inwerkt op ‘zuigende’ insecten, waardoor nuttige insecten worden gespaard.”

De actieve stof zorgt ervoor dat de bladluis na maximaal 2 uur stopt met haar voedselopname en binnen 36 à 72 uur afsterft. Dit vermindert de virusoverdracht sterk. “Durilon heeft een opwaarts systemische werking, waardoor nieuwe bladgroei niet beschermd is.” De nawerking is volgens Hubau zeker 2 weken, mogelijk zelfs 3 weken.

Beter stikstofmanagement

Michiel Hubau vestigde nog de aandacht op 2 middelen uit het aanbod van BASF om zowel kunstmest als drijfmest beter te benutten. “Het eerste middel, Limus Perform 2.0, is een ureaseremmer die de omzetting van ureum naar ammonium gaat vertragen. In veel gevallen gebeurt die omzetting te snel en gaat die gepaard met een plaatselijke pH-stijging, waardoor ammonium omgezet wordt naar ammoniak. Deze ammoniak kan snel vervluchtigen, stikstof die naar de lucht gaat, daar heb je niets aan en is dus slecht voor zowel gewassen als voor het milieu. Limus Perform 2.0 gaat deze ammoniakvervluchting beperken. Het is een vloeibaar middel dat aan vloeibare stikstof in de tankmix wordt toegevoegd. Daarnaast zorgt het ervoor dat de bemesting wat flexibeler kan toegepast worden en moet de toepasser minder rekening houden met ideale weersomstandigheden bij het spuiten.”

Een tweede product dat werd aangehaald en dat ook nieuw is in het BASF-portfolio, is Ampliqan Perform. Dat is een nitrificatieremmer die gebruikt kan worden bij vloeibare kunstmeststoffen die ammonium of ureum bevatten en bij drijfmest. “Dit middel vertraagt de natuurlijke omzetting van ammonium via nitriet naar nitraat door selectieve afremming van nitrosomonasbacteriën. Zeker op lichte bodems is er een voordeel met dit middel. Daar wordt stikstof sneller uitgespoeld, Ampliqan Perform verhindert dat. Daarnaast worden de emissies van lachgas beperkt, wat tevens goed is voor ons leefmilieu.”

Michiel Hubau legde ook uit dat de plant meer ammonium gaat opnemen, waardoor de zone rond zijn haarwortels verzuurt. “Daardoor kunnen andere elementen, naast stikstof, beter opgenomen worden door de plant. Denk dan vooral aan fosfor. Dit is een indirect positief effect van Ampliqan Perform.”

Dirk Butaye wees op nog een voordeel. “Half februari mag je grasland bemesten, maar op dat moment groeit het gras nog niet. Met Ampliqan Perform zorg je ervoor dat je vroege stikstofbemesting niet verloren gaat vóór het gras deze kan opnemen. Ook bij bieten, aardappelen en maïs is het een gelijkaardig verhaal. De eerste weken kiemen de zaden en poters en hebben die nog niet zoveel stikstof nodig. Dan is het interessant als dit wat later in het groeiseizoen nog beschikbaar is of komt.”

Michiel Hubau wees op de win-winsituatie: “De landbouwer wint omdat hij zoveel mogelijk uit zijn bemesting haalt. Het milieu wint doordat er minder stikstofemissies zijn.”

Fungicidebestrijding in tarwe

In wintertarwe lag er een uitgebreide proefveldwerking aan rond de inzet van fungiciden. Dirk Butaye bemerkte dat door het vroege, snelle seizoen én door de hoge bruineroestdruk tijdig de T2-bespuiting moest uitgevoerd worden dit voorjaar. “Dit om het laatste blad maximaal te beschermen, zonder te wachten tot de aar er was.”

Collega Michiel Hubau vulde aan met te stellen dat het laatste blad de grootste bijdrage levert aan de finale opbrengst. “Dit blad wil je dan ook zo lang mogelijk gezond houden.” Vroeg de T2-plaatsen, zorgde dan wel voor minder lange nawerking. Gelukkig heeft BASF sterke middelen in haar aanbod, die een lange nawerking garanderen. Daar proberen ze het verschil te maken met andere middelen op de markt. BASF wees in dit kader op de kracht van de Revysol-oplossingen.

“De T1-bespuiting gaat vooral gele roest en een eventuele vroege druk van bruine roest en septoria aanpakken. Daarvoor worden Avidaxa, Balaya, Daxur, Navura en Xenial naar voren geschoven. De T2- bespuiting moet de tarweplant verder zo lang mogelijk gezond houden”, aldus Hubau. “Voor deze toepassing hebben oplossingen zoals Imtrex EC + Balaya, Priaxor EC + Lenvyor, Librax + Avidaxa of + Mizona, Revystar Gold, Revytrex en Verydor zich als het meest doeltreffend bewezen.” Hij gaf aan dat hun oplossingen middelen zijn die spreekwoordelijk een marathon aankunnen en niet dienen om enkel een sprintje te lopen.

Tim Decoster

Lees ook in Bedrijfsnieuws

Meer artikelen bekijken