Syngenta focust op afwisselen van middelen
Tijdens het bezoek aan het proevenplatform van Syngenta in de regio van Bassilly (provincie Henegouwen) stelde Syngenta enkele nieuwe oplossingen voor de onkruid- en ziektebestrijding in granen en groenten voor. Het algemene advies in de diverse teelten was het afwisselen van producten met een verschillend werkingsspectrum, om zo een goede bestrijding van ziektes te verkrijgen.

Biostimulanten en biologische gewasbeschermingsmiddelen nemen al zo’n 10 jaar een steeds belangrijkere plaats in binnen het portfolio van Syngenta. Biostimulanten helpen planten om beter bestand te zijn tegen omgevingsstress (droogte, hitte, hagel)en helpen hen met het beter opnemen van nutriënten. Ze kunnen ook een impact hebben op de bodemgezondheid.
Adviseur Akkerbouw Mario Lagrou stelde 2 nieuwe biostimulanten voor. Talete optimaliseert de waterhuishouding van planten. Je kan het gebruiken bovenop de normale watergift om een meerproductie van 5 à 10% te halen of – bij een reductie van de normale watergift tot 20% – om de normale productie te behalen. Talete kan je inzetten in aardappelen, uien, zacht- en hardfruit en in de sierteelt. “Vorig jaar haalde een Limburgse frambozenteler er een meerproductie van 8% mee”, zei Lagrou. Retrosal verhoogt dan weer de weerstand van bovenstaande gewassen tegen zoutstress. “Het product is onder meer nuttig in de kuststreek en helpt bladverbranding door een teveel aan zout te verminderen. Maar ook algemeen kan je het inzetten bij gefertigeerde teelten.”
Precisiebespuitingen
Op de markt zijn momenteel slechts 8 doppen gehomologeerd met 90% driftreductie-efficiëntie, waaronder de 3D90, ontwikkeld door Syngenta. Met een hellingshoek van 55°, te gebruiken tot 5 bar druk, maakt deze dop een betere penetratie van het product in het gewas mogelijk, voor een meer homogene bedekking van de hele plant en het beter raken van kleine onkruiden.
Onkruidbestrijding in granen
Door de opkomst van onder meer windhalm, duist en raaigras wordt de onkruidbestrijding in granen steeds complexer. “De opkomst van resistentie tegen werkzame stoffen leidde tot een hernieuwde focus op onkruidbestrijding in de herfst en een verminderde afhankelijkheid van maatregelen in het voorjaar”, aldus Mario’s collega Christian Walravens.
“Door het nakende opgebruik van de actieve stof flufenacet in de graanteelt (10 december) is een combinatie van 3 l/ha Defi (met de actieve stof prosulfocarb) met diflufenican (of diflufenican + Avadex) in het vooropkomststadium aangewezen”, zei Walravens. “Je kan de zaai ook uitstellen, 2 tot 3 weken vóór de zaai een vals zaaibed toepassen, de zaaidichtheid verhogen of kiezen voor een ras dat de bodem beter bedekt. Andere opties om de onkruiddruk te verminderen, zijn vruchtwisseling, het zaaien van koolzaad, het toepassen van een herbicide tegen grassen om het veld schoon te maken, en ploegen.
Ziektebestrijding in granen
Voor de T2-bespuiting in granen vertrouwt Syngenta op het carboxamide solatenol (de handelsnaam voor de werkzame stof benzovindiflupyr) in fungiciden zoals Velogy Era en Elatus Plus. Maar de strategie blijft het combineren van actieve stoffen met een verschillend werkingsmechanisme in functie van antiresistentie. “Combineer daarom solatenol met een triazool en een strobilurine”, aldus Mario Lagrou. “ Oplossingen voor de T1 zijn Aquicine Duo (600 g/l vloeibare zwavel + 300 g/l kaliumfosfonaten) – een fungicide met een multisite werkingsmechanisme – en Amistar Prime (ook bekend als Idencia Prime; 280 g/l fenpropidin + 150 g/l azoxystrobin), dat we dit jaar introduceerden.”
In het granenperceel lagen de wintertarwerassen Pondor, Addiction en Champion aan, met als doel om de intrinsieke waarde van triazolen ten opzichte van elkaar aan te tonen. In Pondor waren vooral bruine roest, septoria en witziekte zichtbaar. Lagrou adviseerde om tussen de bespuitingen maximum 3 weken aan te houden en om de T2-bespuiting op de laatste bladeren toe te passen, omdat die het meest bepalend zijn qua productie van je graan. “De T1 zet je meestal rond het tweede-knoopstadium in. Zit je in een vrij vroeg seizoen met een hogere ziektedruk, start dan met een T0 om de ziekte te onderdrukken, met de T1 op een normaal tijdstip. Door de duurwerking van actieve stoffen zoals carboxamide heb je een vrij lange werking, die de ziektesporen kan liquideren. Gebruik ook een andere triazole voor T1 dan voor T2.”
In een timingproef speelde Syngenta zowel met het tijdstip van de eerste bespuiting als met de grootte van het interval. Fenpropidin, 1 van de 2 actieve stoffen in het middel Amistar Prime, is van oudsher een middel tegen witziekte. Maar als je het combineert met triazolen of strobilurines krijg je een veel betere en snellere opname van de andere actieve stoffen. Een andere oplossing is de combinatie Elatus Plus 0,75 l/ha + Priori Era 350 SC 1l/ha (triazool + strobilurine + carboxamide).
Plaagbestrijding in aardappelen
Voor de plaagbestrijding in aardappelen adviseert Syngenta om preventief te behandelen, om te behandelen met meerdere actieve stoffen, om je dosering te behouden, om je interval aan te passen naargelang de omstandigheden en om aandacht te hebben voor je spuittechniek. Syngenta legde ook een onkruidproef aan in aardappelen, waarin het de meerwaarde van Defi tegen zwarte nachtschade wil aantonen. De resultaten daarvan waren tijdens het proefveldbezoek nog niet bekend.

Valse meeldauw in uien en kolen
Teeltadviseur Groenten Tim Dheygere stelde de Orondis-middelen van Syngenta voor. Het Orondis Plus Ortiva-combipack is intussen zowat de referentie voor de bestrijding van valse meeldauw in uien. In 2025 kwam zijn broertje Orondis Evo op de markt voor gebruik in prei, sla, hop en sierteelt. In prei heeft het, samen met een uitvloeier, een goede werking tegen papiervlekkenziekte en roest. Dit jaar lanceerde Syngenta ook Orondis Vip, dat de 2 krachtige actieve stoffen oxathiapiproline en metalaxyl-M in 1 formulering combineert. Dit middel heeft een toelating in alle kolen, spinazie, sla, prei en uien en is superieur tegen valse meeldauw. Samen met een uitvloeier zet je het best tijdig en maar 1 keer in.
Onkruidbestrijding in maïs
Syngenta had op zijn proefvelden ook 2 proeven rond de onkruidbestrijding in maïs liggen. In de proef met een twintigtal gezaaide onkruiden werden ook onkruiden die van nature aanwezig zijn aangetroffen. De bedoeling van de proef is om het werkingsspectrum van de diverse middelencombinaties op de gezaaide onkruiden te bepalen. Melganzenvoet en varkensgras overheersten in de proef. Tegen dit laatste onkruid zijn Peak (750 g/kg prosulfuron) en Casper (550 g/kg dicamba + 50 g/kg prosulfuron) ideale producten. Opvallend was ook dat kamille overal in de velden opdook. Dit onkruid is meestal gerelateerd aan natte omstandigheden in het voorjaar. Met Peak plus een uitvloeier kan je zelfs meerjaarse kamille gemakkelijk bestrijden.





