Vlaanderen is niet de hekkensluiter in Europa, maar net een voortrekker
Het invoeren van Vlaamse normen voor het houden van kalkoenen is een juridische strijd geworden tussen Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-V) en de Landsbond Pluimvee als vertegenwoordiger van de kalkoenenhouders. In zijn ant-woord op een schriftelijke vraag van Lydia Peeters (Anders) verduidelijkt de minister waarom hij niet wil wachten op Europese normen voor kalkoenen.

De normen voor kalkoenen blijven de Vlaamse politiek beroeren, ondanks dat het een kleine sector is. Volgens de cijfers van de Mestbank waren er in België in 2024 nog 24 kalkoenenhouders met meer dan 100 dieren. Die waren samen goed voor 367.623 dieren per jaar of iets minder dan 7.000 ton kalkoenvlees. In 2021 waren er nog 34 bedrijven met 389.512 dieren. In Europa is België een heel kleine speler inzake kalkoenvlees. Het aandeel van de Belgische productie in Europa schommelt elk jaar rond de 0,4%.
Tweede keer naar Raad van State
De Vlaamse regering keurde in maart de invoering goed van normen voor het houden van kalkoenen. Dit was een tweede poging, nadat de Landsbond Pluimvee de eerste Vlaamse normen met succes had aangevochten bij de Raad van State. Ook tegen de tweede versie van de Vlaamse normen voor kalkoenen heeft de Landsbond een vraag tot vernietiging ingediend bij de Raad van State.
In een eerder interview met
Niet wachten op Europa
Minister Weyts wil evenwel niet wachten op de invoering van Europese normen. Dat wordt duidelijk in het gecoördineerde antwoord van hem en minister van Landbouw Jo Brouns (cd&v) op de schriftelijke vraag van Lydia Peeters. De vragen werden aan beide ministers gesteld, de antwoorden komen van minister Weyts. “Er is momenteel geen Europees kader voor kalkoenen in voorbereiding. De Europese Commissie heeft dan wel de intentie aangekondigd om de Europese regelgeving in het kader van dierenwelzijn te herzien, maar behalve voor het transport van dieren, zijn hierover nog geen concrete voorstellen beschikbaar. Een volgend voorstel is aangekondigd voor eind 2026”, zegt de minister.
Niet de hekkensluiter, wel de voortrekker
“De diersoorten die in dit voorstel behandeld zullen worden, zijn nog niet bekend, maar de algemene verwachting is dat dit eerste voorstel over een frequenter gehouden diersoort zoals legkippen of varkens zal gaan. De kans dat kalkoenen al opgenomen zullen worden in dit eerste voorstel is eerder klein. Koppel hieraan het langdurige proces van Europese besluitvorming en het is duidelijk dat we nog vele jaren verwijderd zijn van een Europees regelgevend kader voor de bescherming van kalkoenen, als dat er al komt. Ik wil hierop niet wachten en wil nu reeds stappen vooruitzetten om het welzijn van de kalkoenen in Vlaanderen te beschermen. Vlaanderen is niet de hekkensluiter binnen Europa, maar net een voortrekker”, stelt minister Weyts daar.
Dat Vlaanderen voorloopt op Europa hoeft volgens minister Weyts geen probleem te zijn. “Vlaanderen kan eventuele Europese regelgeving net inspireren, zoals in eerdere dossiers al gebeurd is. In dat geval hebben onze Vlaamse kalkoenenhouders een voorsprong”, klinkt het in het gecoördineerde ant-woord.
Geen impactanalyse
Voorts wordt duidelijk dat er geen economische impactanalyse gemaakt is voor de invoering van de normen voor kalkoenen. Wel is er overleg geweest met de sector, in 2025. “Hun opmerkingen zijn meegenomen. Er werden verschillende aanpassingen doorgevoerd aan het ontwerp om rekening te houden met de opmerkingen van de Landsbond Pluimvee. Zo worden de normen voor de bezettingsdichtheid in de laatste fase enkel nog uitgedrukt in kg per m² en niet ook in aantal dieren. Voorts werd de maximale groeisnelheid uit het besluit geschrapt en werd verduidelijkt dat ook machinaal vangen toegelaten is”, antwoordt minister Weyts.
“De Landsbond Pluimvee had nog bezwaar tegen het voorzien van verrijkingsmateriaal zoals strobalen en platformen. Hierop kon echter niet worden ingegaan, omdat deze maatregelen van hoge waarde zijn om het welzijn van de kalkoenen te verhogen en omdat er voor de tegenargumenten geen wetenschappelijk bewijs kon aangeleverd worden”, staat in het antwoord van de minister. De Landsbond Pluimvee stelde eerder dat er geen wetenschappelijk bewijs was dat dergelijk verrijkingsmateriaal het dierenwelzijn bevordert.
Minder borstblaren met platforms
Dat bewijs zou er intussen wel zijn. “Volgens het in februari 2026 verschenen EFSA-rapport Welfare assessment of turkeys hebben kalkoenen een hoge gedragsmatige behoefte om in de hoogte te kunnen rusten. Een gebrek aan mogelijkheden hiertoe kan leiden tot problemen van onvoldoende rust en groepsstress. Volgens het EFSA-rapport hebben kalkoenen een hoge motivatie om in de hoogte te rusten. Het uiteindelijke gebruik van platformen is afhankelijk van de toegankelijkheid van de platformen, het tijdstip van de dag (er is een hoger gebruik tijdens de nacht), de leeftijd van de dieren en van het feit of de dieren bekend zijn met de platformen. Het gebruik van platformen resulteert in een lagere prevalentie van borstblaren. Over de impact op vleugel- en borstbeenbreuken is geen informatie beschikbaar, maar bij kalkoenen is de problematiek van vleugel- en borstbeenbreuken niet dezelfde als bij legkippen, waar deze vaak voorkomen door de broze botkwaliteit van de dieren. Dit laatste speelt bij kalkoenen niet.
Over economische schade zijn geen gegevens beschikbaar, maar de wetenschappelijke gegevens wijzen erop dat het gebruik van platformen leidt tot minder letsels. Wat de karkaskwaliteit betreft, zal er dus eerder sprake zijn van economische baten dan van schade.”
Uitstel voor infrastructurele ingrepen
Als de Raad van State de Landsbond Pluimvee deze keer niet volgt (of meer tijd nodig heeft), treden de nieuwe normen in werking op 1 januari 2027. Volgens de minister is er een redelijke overgangstermijn. “De aanpassingen die moeten gebeuren, zoals het voorzien van verrijkingsmateriaal, vereisen geen infrastructuurwerken of planologische aanpassingen. De enige bepaling die dat wel vereist, is het voorzien van openingen in het dak en/of de muren om natuurlijk licht toe te laten. Daarom wordt specifiek voor het voldoen aan deze bepaling meer tijd gegeven. Het voorzien van natuurlijk licht wordt pas van toepassing op 1 januari 2031 voor bestaande stallen, wat een voldoende lange overgangstermijn is. Er lijken geen planologische redenen te zijn waarom een kalkoenenhouder niet zou kunnen voldoen aan deze bepaling tegen 1 januari 2027.”





