Startpagina Varkens

PRRS aanpakken begint met weten waar het virus circuleert

Te lichte biggen, oplopende uitval en een ontevreden afnemer: op een zeugenbedrijf met 280 zeugen stapelden de problemen zich op. Aanvankelijk leek er geen duidelijke verklaring voor de tegenvallende resultaten, tot verder onderzoek een belangrijke boosdoener aan het licht bracht: het PRRS-virus.

Leestijd : 4 min

Met gerichte begeleiding via Veepeiler Varken kreeg het bedrijf de gezondheidsproblemen opnieuw onder controle.

Op zoek naar de oorzaak

Op een zeugenbedrijf in een driewekensysteem werden biggen verkocht op 25 kg. Die dieren waren te mager, vertoonden regelmatig diarree en huidletsels en de uitval liep op tot meer dan 15%. Ook de afnemer was ontevreden over de slechte conditie van de biggen, waardoor het voor de veehouder duidelijk was: er moest iets veranderen. Hij schakelde de hulp van Veepeiler Varken in om de oorzaak van de problemen te achterhalen.

Caroline Bonckaert, regiodierenarts bij Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ), startte de Veepeiler-begeleiding met een grondige analyse aan de hand van autopsies op gestorven biggen. Die wezen uit dat de huidletsels veroorzaakt werden door de bacterie Staphylococcus hyicus, ook bekend als de veroorzaker van roetbiggen. De belangrijkste bevinding was echter de aanwezigheid van het PRRS-virus (porcien reproductief en respiratoir syndroom-virus of PRRSV). Dit bleek de onderliggende, cruciale factor die de gezondheidsproblemen op het bedrijf veroorzaakte.

Vaccinatie en bioveiligheid onder de loep

Samen met de veehouder en de bedrijfsdierenarts werkte dierenarts Bonckaert een plan van aanpak uit. Het vaccinatiebeleid werd kritisch onder de loep genomen en waar nodig aangepast.

Aangekochte gelten kregen voortaan direct na aankomst een PRRSV-boostervaccin om hun immuniteit te versterken. Ook de zoekberen, die eerder over het hoofd waren gezien, werden nu gevaccineerd tegen PRRSV. Zij kunnen namelijk de viruscirculatie in stand houden als ze niet worden meegenomen in het vaccinatieschema. Daarnaast werd ook bij de zeugen viruscirculatie vastgesteld. Om die tijdelijk onder controle te krijgen, kregen de zeugen een eenmalige dosis met een geïnactiveerd PRRSV-vaccin.

Naast het vaccinatieschema werd er ook aandacht besteed aan de bioveiligheid. In de kraamstal waren al verschillende goede praktijken ingeburgerd. Bij castratie werd steeds gewisseld van mesje en er werd een aparte naald per toom gebruikt. Toch werden bijkomende verbeteringen doorgevoerd:. naalden bij de zeugen werden sneller vervangen, er kwamen aparte laarzen per stal en restbiggen werden apart gehuisvest om verdere verspreiding van het virus te voorkomen.

Monitoring brengt het besmettingsmoment in beeld

Om het effect van de maatregelen op te volgen en het moment van besmetting met PRRSV in kaart te brengen, werden extra analyses uitgevoerd. Daarbij werden zowel bloedstalen van biggen van verschillende leeftijden als processing fluids (vocht uit gecoupeerde staartjes en castratiemateriaal) onderzocht.

De processing fluids testten negatief, wat erop wees dat de biggen niet al bij de geboorte besmet waren. Mogelijk speelde de eenmalige vaccinatie met het dode vaccin hierbij een rol. Bij testen bij biggen van 3, 6 en 9 weken oud werd wel beperkt PRRS-virus aangetoond.

Om de situatie verder op te volgen, schreef het bedrijf zich op aanraden van Caroline Bonckaert in voor de PRRS-Monitor Biggen. Dankzij deze monitor kon de viruscirculatie op het bedrijf nauwkeurig worden opgevolgd.

Eén uitzondering met grote gevolgen

De gezondheidssituatie van het bedrijf verbeterde geleidelijk. De uitval daalde, de biggen werden gezonder en ook de zeugen gingen erop vooruit. Toen de biggen sterk positief bleven testen voor PRRSV, werd sequenering uitgevoerd. Die analyse toonde aan dat het om het vaccinvirus ging en niet om een veldvirus. Dat was een geruststellende vaststelling. Sequenering is een belangrijk onderdeel van het PRRS-programma, omdat hiermee bepaald wordt om welke virusvariant het gaat.

Toch doken na verloop van tijd opnieuw problemen op. Processing fluids wezen opnieuw op viruscirculatie bij de jonge zeugen, met zieke dieren en verwerpingen tot gevolg. Een grondige evaluatie van alle risicofactoren bracht de oorzaak aan het licht. Door tijdsgebrek was één keer afgeweken van de quarantaineprocedure voor aangekochte gelten. Die ene uitzondering bleek voldoende om de problemen opnieuw te doen oplaaien.

Consequent zijn loont

De varkenshouder volgde de adviezen strikt op, scherpte de bioveiligheidsmaatregelen opnieuw aan en zette de monitoring verder. Met succes: het bedrijf kreeg de situatie weer onder controle en kon opnieuw gezonde en kwaliteitsvolle biggen afleveren.

Deze praktijkcasus toont hoe verraderlijk en veelzijdig PRRS kan zijn. Het virus kan ongemerkt aanwezig zijn en toch voor veel schade zorgen. Tegelijk maakt dit voorbeeld duidelijk hoe belangrijk gerichte diagnostiek, consequente bioveiligheid en structurele monitoring zijn.

Met hulpmiddelen zoals de PRRS-Monitor krijgen varkenshouders snel zicht op de viruscirculatie op hun bedrijf, kunnen ze de situatie op de voet volgen en tijdig ingrijpen wanneer dat nodig is.

Caroline Bonckaert en Charlotte Brossé (DGZ)

Lees ook in Varkens

Propigs is klaar voor de toekomst

Varkens De positie van varkenshouders in de keten versterken: dat was het doel bij de oprichting in 1966. 60 jaar later floreert Propigs. De enige Belgische coöperatie voor de afzet van varkens is immers springlevend en kerngezond. Op 16 en 18 juni vierden de leden-varkenshouders het verleden én de toekomst.
Meer artikelen bekijken