Stikstofdecreet is nog niet op de schop
Het Grondwettelijk Hof zal zich ten vroegste begin van volgend jaar uitspreken over de vernietigingsbesluiten die zijn ingesteld tegen het Stikstofdecreet. Dat betekent dat de onzekerheid die er daarover al meer dan 2 jaar is, nog verder aansleept.

Vlaams minister Jo Brouns (cd&v), die Landbouw en Omgeving in zijn portefeuille heeft, meent dat de interdisciplinaire Commissie tegen het einde van dit jaar een eerste advies zal kunnen geven om de omslag te maken van depositie- naar emissiebeleid. Hij zei dat in de eerste bijeenkomst na het zomerreces van de Commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement op 15 september.
Werkbaar alternatief
Commissielid Lydia Peeters (Anders) polste op die bijeenkomst bij de minister of het bestaande kader niet wordt ondergraven zolang er geen werkbaar en juridisch robuust alternatief klaarstaat. Peeters betoogde dat de economische inzet groot is. Honderden landbouwbedrijven kregen intussen opnieuw een vergunning, maar ook belangrijke industriële en infrastructurele dossiers steunen op het huidige kader.
Er blijft volgens Lydia Peeters ook politieke onduidelijkheid. Ze verwees naar het perscommuniqué van de cd&v-voorzitter op de nieuwjaarsreceptie begin vorig jaar waarin die duidelijk zei: “Het stikstofakkoord moet op de schop, dat moet weg.” Intussen heeft Brouns zelf een paar keer gezegd dat hij wil werken aan een emissiegericht stikstofbeleid.
De interpellante wilde van de minister ook nog horen hoe hij de nieuwe Nederlandse stikstofaanpak beoordeelt. In het bijzonder is ze benieuwd naar de keuze voor bedrijfsspecifieke emissienormen en het voornemen om de rol van de kritische depositiewaarde (KDW) fundamenteel te wijzigen.
Wettelijk kader
Minister Jo Brouns herhaalde dat het zijn absolute prioriteit blijft dat de Vlaamse landbouwers en hun gezinnen en bij uitbreiding alle ondernemers in Vlaanderen, weten waar ze aan toe zijn. Het Stikstofdecreet, waartegen momenteel een vernietigingsberoep hangende is bij het Grondwettelijk Hof, biedt daarvoor volgens hem tot op vandaag het wettelijke kader. Als lid van de uitvoerende macht heeft hij geen zicht noch impact op de agenda van de rechterlijke macht. Maar in de tussentijd wordt gewerkt binnen het bestaande kader, en de vergunningverlening draait op basis van het geldende decreet.
Brouns zegt dat hij de Nederlandse beleidsintenties van dichtbij opvolgt. “Het zijn vooral de rekenkundige onderbouwingen en de studies aan de hand waarvan de krijtlijnen geconcretiseerd zullen worden, die interessant kunnen zijn voor Vlaanderen”, zei hij. In Nederland heeft men de KDW verankerd in de wetgeving, met alle gevolgen van dien, en nu lijkt men die keuze te willen omdraaien. Brouns zei dat in Vlaanderen die keuze niet als dusdanig werd gemaakt en dat hij benieuwd is naar de Nederlandse onderbouwing om de KDW in een wetgeving te vervangen door een rekenkundige ondergrens.
Eerste advies
De Wetenschappelijke Interdisciplinaire Commissie heeft Brouns aangegeven dat ze tegen het einde van het jaar haar werkzaamheden zou moeten kunnen laten doorvertalen in een eerste advies om de omslag te maken van depositie- naar emissiebeleid. Op basis van die inzichten wordt er een nieuwe stikstofaanpak ontwikkeld conform het regeerakkoord.
In de hypothese dat het Grondwettelijk Hof het decreet geheel of gedeeltelijk zou vernietigen zal volgens minister Brouns ook heel wat afhangen van de effectieve redenering van het Grondwettelijk Hof en van de concrete aspecten die vernietigd worden, alsook van de duur van een eventuele overgangsperiode.
Decretale verlenging
Volgens Brouns is het onmogelijk om zich al grondig voor te bereiden op een concreet scenario omdat het decreet vanuit verschillende invalshoeken wordt aangevallen. Het is voor de minister wel een evidentie dat de nodige stappen worden gezet om de vergunningen van bestaande bedrijfsactiviteiten tijdelijk decretaal te verlengen. Bovendien moet de situatie geremedieerd worden door een rechtszeker kader voor vergunningverlening te maken.
Brouns benadrukt dat het standpunt van de Vlaamse Regering heel duidelijk is: het Stikstofdecreet biedt momenteel het kader voor de vergunningverlening. Aan dat decreet blijft men uitvoering geven. Minister Brouns voegde daar aan toe dat hij in het regeerakkoord de opdracht heeft gegeven om te werken aan een nieuw beleid.





