Startpagina Actueel

Waarom de uitrijperiode voor effluent niet verlengd werd

Het was de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) die ‘nog vragen had’, waardoor de uitrijregeling voor effluent eind augustus niet verlengd werd. Dat blijkt uit het antwoord van Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns in de commissie Landbouw van 16 september.

Leestijd : 6 min

Met de invoering van het zevende mestactieprogramma (MAP 7) werd de uitrijperiode voor effluent vanaf dit jaar ingeperkt: sinds 1 september gelden bijkomende beperkingen voor het uitrijden ervan. Eind augustus vroeg Boerenbond om de uitrijperiode dit najaar uitzonderlijk met 4 weken te verlengen, want door het droge en warme weer konden landbouwers minder mest uitrijden, terwijl de omstandigheden eind augustus en begin september opnieuw gunstiger waren. Er werd eindelijk regen aangekondigd. Boerenbond verwees daarbij naar een positief advies van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) om effluent dit jaar 4 weken langer als kalimeststof te kunnen inzetten. Dat die verlenging er niet kwam, zette kwaad bloed bij heel wat landbouwers en hun organisaties. Te meer omdat minister Brouns al vaak verkondigde geen voorstander te zijn van de zogenaamde ‘kalenderlandbouw.’ In de commissievergadering mocht de minister antwoorden op vragen daarover van meerderheid en oppositie.

Arnout Coel van N-VA opende het debat met de vraag hoe de minister de aangekondigde flexibilisering van de uitrijperiode concreet vorm wil geven en welke criteria hiervoor zullen gehanteerd worden. Coel informeerde daarbij ook naar welke lichten nog niet ‘op groen’ stonden voor de gevraagde verlenging.

Moeilijk om landbouw in kalenderlogica te duwen

“De klimaatverandering laat zich voelen bij de landbouwers, ook als het gaat over het uitrijden van mest of de bemesting van onze bodem. De droge en warme zomer die we achter de rug hebben, drukt ons opnieuw met de neus op de feiten. Het is meer dan ooit gebleken dat het heel moeilijk is om de landbouw binnen die kalenderlogica te blijven duwen. Dat zal alleen nog maar toenemen door de klimaatverandering”, stelt de minister.

“Decretaal is het vandaag mogelijk om afwijkingen tot 14 dagen toe te staan op de bestaande start- en stopdata van bemesting. Voorafgaand aan het eventueel toestaan van een afwijking moet daarover altijd een advies gevraagd worden aan een expertencommissie, die zowel landbouwkundig als milieukundig de impact van die afwijking moet beoordelen. Op die manier wordt een potentieel negatief effect op de waterkwaliteit maximaal vermeden. De praktijk leert dat dit ons onvoldoende handvatten biedt om in te spelen op de veranderende omstandigheden”, duidt de minister.

Opslagcapaciteit in vraag gesteld

Over de reden om niet in te gaan op de gevraagde verlenging, is de minister duidelijk. “Er was het gunstige advies van ILVO. De Vlaamse Landmaatschappij (VLM) had nog een aantal vragen. Er was dus geen algemene overeenstemming. Het ging dan ook over de opslagcapaciteit in het najaar. Daar zit eigenlijk de spanning bij een aantal verwerkers, die ik wel begrijp. Er is wel wat minder uitgereden, maar in verhouding niet om te zeggen dat er een gigantisch opslagprobleem was. Misschien is dat er in het najaar, in december, of in januari. Maar dat is net mijn punt: we moeten durven niet te wachten tot februari met mest uitrijden als dat in januari ook al kan. We moeten vermijden dat we elk jaar dat soort discussies hebben”, meent de minister.

Minister Brouns wil naar een kader gaan dat meer mogelijkheden biedt, maar eveneens meer verant- woordelijkheid bij de landbouwer durft te leggen. “Dat is een deel van het ruimere debat over de toekomst van de landbouw: de verantwoordelijkheid bij de landbouwer-ondernemer durven te leggen, ook als het gaat over het bewerken van de bodem en over de bodemgezondheid in relatie met mest, zoals in dit geval, zeker in het voorjaar en zeker bij veilige teelten, zoals grasland. Ik denk dat het genoegzaam bekend is dat je daar voldoende comfort en veiligheid kan bieden. Als u aan mij vraagt hoe ik kijk naar hervormingen en veranderingen, dan is dat bijvoorbeeld iets waaraan ik denk. Dat gaat over grasland en het voorjaar. Daar is een wetenschappelijk advies. Durf dan het vertrouwen en de verantwoordelijkheid bij de landbouwer te leggen”, zegt minister Brouns.

Meer flexibiliteit en nuance

Wil minister Brouns dan alle datums op de schop? “Misschien nog niet, maar ik denk wel dat daar veel meer flexibiliteit en nuance in moet kunnen worden gebracht. Als in januari het klimaat ernaar is, waarom zouden we dan niet kunnen starten? Dat gaat natuurlijk samen met de beschikbaarheid van voldoende opslag. Dat zijn kosten. Daar moet je dan in investeren als landbouwer. Maar in het kader van een gezond bodemleven is op het juiste moment bemesten wel belangrijk. Elke landbouwer en milieubeschermer is het er vast mee eens dat net de steeds meer uitdagende weersomstandigheden ons toch wel nopen tot het vergroten van die opslagcapaciteit. Dat zorgt er namelijk net voor dat landbouwers kunnen bemesten volgens de noden van de plant. Ook bij de verwerkers is dat een belangrijk thema”, zegt Brouns.

“Zeker met de recente wijzigingen in de regelgeving daar, is er daar natuurlijk ook de vraag naar opslagcapaciteit, die dan ook vergund moet worden. Ik begrijp de problematiek daar. Dat het belangrijk is, maakt het echter niet simpel. Ook dat is helaas genoegzaam bekend. Veel landbouwers willen investeren in die mestopslag, maar botsen daarbij op de stikstofregels. Nochtans hoeft dat niet tegenstrijdig te zijn. Mest op het juiste moment uitrijden is net positief, ook in het kader van de stikstofreductie. Voor de opslag van effluenten heb ik mijn diensten alvast ook laten verduidelijken dat die stikstofimpact verwaarloosbaar is. Voor drijfmest wordt ook verder gewerkt aan het wegwerken van die drempels. De betrokkenen zitten nog dit jaar samen voor een evaluatie en bespreking van het hele mestbeleid. Het lijkt me dus nuttig en logisch dat ook deze elementen daar ter sprake zullen komen”, kijkt de minister vooruit.

Niet elk jaar dezelfde discussie

“We zitten vandaag in de situatie dat we op het vlak van het mestbeleid de grootste inspanningen ooit van onze landbouwers verwachten. Ze nemen volop die handschoen op en nemen hun verantwoordelijkheid als het gaat over de relatie met de waterkwaliteit. MAP 7 is het strengste MAP ooit, maar in die logica moeten we ook durven mee te nemen dat, gelet op de klimaatverandering, de nodige flexibiliteit moet worden gestoken in het kader dat we hebben, om aan de landbouwrealiteit te kunnen voldoen. En dat botst ooit wel. Daar moeten we eerlijk in zijn. Toen het in augustus te heet was en we met die 15 augustus zaten, waren er landbouwers die zeiden dat dit echt wrong met hun landbouwhart omdat het gewoon niet goed zat, maar dat ze vastzaten, dat ze dat moesten doen. En de weersvoorspellingen tegen eind augustus waren niet van die aard dat er weer groei zou zijn, zodat men dat gewoon even kon verlengen en het opgelost zou zijn. Ik heb daar dus echt gewrongen mee gezeten. Ook rond het effluent was er nog intern debat. Dit kan zich dus niet ieder jaar zo herhalen. We moeten met zijn allen – ook hier in het parlement – naar een meerderheid zoeken om naar een meer performant mestbeleid te kunnen gaan, dat meer is afgestemd op de landbouwrealiteit”, werpt de minister van Landbouw en Omgeving op.

Brouns krijgt hiervoor alvast de steun van coalitiepartner N-VA, of toch van 1 parlementslid van N-VA. “Ik denk dat we goed dat evenwicht moeten zoeken met voldoende flexibiliteit om een goede landbouwpraktijk mogelijk te maken. Als landbouwers zelf weten dat iets voor hun gewas op dat moment de juiste bemesting is, deels met adviezen en zo erbij, maar dit niet voldoet aan de kalender of de exacte datum die in het decreet is voorzien, dan heeft dat eigenlijk een contraproductief effect. Dan zijn we niet goed bezig, noch voor die landbouwer, noch voor dat gewas en noch voor het milieu. Tegelijk moeten we altijd borgen dat we de doelstellingen van ons mestbeleid rond waterkwaliteit overeind houden en zelfs sterker dan vandaag binnen bereik brengen”, stelt Arnout Coel.

Uitvoeringsbesluit in de maak

Minister Brouns kondigde nog aan dat het uitvoeringsbesluit, waarin een aantal dingen geregeld worden inzake flexibilisering van de uitrijperiode, er in het najaar moet komen. “Het is belangrijk dat we dat ook samen kunnen doen. Ik weet dat dit een gevoelig thema is, waarbij de waterkwaliteit vooropstaat, maar we moeten die stap wel durven zetten. Als het over de verantwoordelijkheid gaat, dan gaat het vooral over het vertrouwen dat we geven aan de landbouwer. Als men bij grasland uiteindelijk zelf mag beslissen wanneer men dat gaat doen, op basis van een advies om zich wat in te dekken, dan is men ook verantwoordelijk voor de residu’s. Dat is natuurlijk een uitdaging. Laten we daar eerlijk in zijn. Bij grasland is dat misschien veel minder zo. Daar is dan wel de nuance in te maken. We moeten dat zeker durven meenemen in de evaluatie van het mestbeleid”, besluit de minister.

Filip Van der Linden

Lees ook in Actueel

Trump wil meststoffen kopen van Wit-Rusland

Actueel De Verenigde Staten willen massaal potas (kali) aankopen van Wit-Rusland. Dat heeft de Amerikaanse president Donald Trump aangekondigd op 22 september. De deal is opmerkelijk omdat Wit-Rusland een heel trouwe bondgenoot is van Rusland in de oorlog tegen Oekraïne.
Meer artikelen bekijken