Startpagina Actueel

Overheden kijken steeds bewuster naar de landbouwgronden die ze bezitten

Het onderzoek van Hans Vandermaelen van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) over landbouwgrond in handen van overheden en semioverheden heeft een en ander in beweging gezet. De verkoop van landbouw-gronden door gemeenten, OCMW’s en kerkfabrieken stopt niet, maar steeds meer overheden kijken bewuster naar hun landbouwpatrimonium.

Leestijd : 9 min

Dat het onderwerp leeft, bewees de grote opkomst op de trefdag van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) in Brugge van 8 oktober. Er waren zelfs meer geïnteresseerden dan er plaatsen beschikbaar waren.

53.000 ha landbouwgrond is in handen van Vlaamse overheden of semioverheden als kerkfabrieken. Vroeger stond voor en boer grond kunnen pachten van een overheid of kerkfabriek gelijk aan het winnen van de loterij, want een overheid verkoopt niet en gaat niet dood. Wie pachtte van een overheid zat gebeiteld, soms voor verschillende generaties.

Verkoopwaarde is dominant

De voorbije decennia werden die landbouwgronden steeds vaker verkocht door die overheden. De pachten die betaald worden, zijn in verhouding verwaarloosbaar in de boekhouding van steden en gemeenten, terwijl de verkoopwaarde wel interessant is om bijvoorbeeld een begroting in evenwicht te kunnen brengen. In de door overheden verpachte boerderijgebouwen gaat de verkoop nog sneller, omdat de kosten voor de verpachter (onder andere onderhoud) daar vaak nog minder in verhouding staan tot de inkomsten dan voor grond. “De verkoopwaarde blijft belangrijker dan de gebruikswaarde”, stelde Hans Vandermaelen.

Hij wees er enkele jaren geleden op dat zo’n verkoop vaak nefast is voor de pachtende landbouwer. Die heeft vaak niet het kapitaal om op te bieden tegen andere geïnteresseerden, ook al omdat zo’n verkoop vaak onaangekondigd komt, zodat je er als landbouwer moeilijk een potje voor kan opzij zetten. Soms kan de landbouwer de gronden niet langer bewerken als die van eigenaar veranderen. Het gebeurt al eens dat een landbouwer door verkoop van de grond die hij pacht meer dan 10% van zijn te bewerken areaal kwijtgeraakt. Dat kan voor problemen zorgen in contracten met afnemers, terugbetalingen van leningen of inzake mestafzet. Soms kan een verkoop van pachtgrond er zo voor zorgen dat een landbouwbedrijf moet stoppen.

20% van boeren is structureel afhankelijk van publieke gronden

Met het in kaart brengen van de landbouwgronden in handen van overheden, werd ook de omvang en de impact van de verkopen duidelijk. Naar schatting is in Vlaanderen 1 landbouwbedrijf op de 5 structureel afhankelijk van het kunnen pachten van landbouwgrond van een overheid. Dat zijn 3.652 Vlaamse landbouwbedrijven die minstens 10% overheidsgrond in hun areaal hebben. In West-Vlaanderen is bijna 6% van alle landbouwoppervlakte in eigendom van een overheid.

Drie tendensen zorgen voor extra zorgen. Een eerste is de steeds groeiende nood aan financiële middelen bij tal van overheden, van de federale tot de gemeenten en de semioverheden. De recente ingrijpende besparing op de middelen uit het Gemeentefonds door de regering Diependaele zal de verkoop van landbouwgronden door gemeenten ongetwijfeld een duwtje of zelfs een flinke duw geven.

Aansluitend wil men de financiering van de erediensten bekijken. De kosten voor de erediensten en het onderhouden van religieuze gebouwen wegen te zwaar op de budgetten van gemeenten. Daar wordt aangestuurd op zelfredzaamheid van de geloofsgemeenschappen. Dat kan voor een golf van verkopen van landbouwgrond zorgen bij de kerkfabrieken. Van dat gegeven zijn maar weinig politici zich bewust.

Als derde factor is er de vergrijzing in de landbouw. Een groot aandeel van de Vlaamse landbouwers is ouder dan 50 of ouder dan 60. Daardoor verwacht men een golf van pachten die worden opgezegd telkens een landbouwer met pensioen gaat. Zo’n opzegging kan voor de publieke eigenaar het signaal zijn om iets te gaan doen met die dan pachtvrije gronden. Dat kan dan verkoop zijn of het ‘voeren van beleid’.

Beleid voeren via erfpacht

In het voeren van beleid met landbouwgrond in handen van overheden werden op de netwerkdag van de VLM heel wat voorbeelden gegeven van het werken met een erfpacht voor 27 jaar in plaats van met een klassieke pacht. In de klassieke pacht is de teeltvrijheid primordiaal en is er weinig sturing mogelijk. Bij een erfpacht daarentegen kan men als overheid wel voorwaarden opleggen. Al hebben de meeste sprekers op de netwerkdag het liever over ‘vrijwillige engagementen die de – nieuwe – pachter van de landbouwgrond kan aangaan en waarbij de pachtgrond als incentive wordt beschouwd.

Bij de voorwaarden kan het er bijvoorbeeld over gaan dat de pachter een actieve landbouwer moet zijn of net een startende landbouwer of zij-instromer. Bij de vrijwillige engagementen gaat het dan vaak om een opbod van bijkomende maatregelen bovenop de bestaande normen. Dat kan gaan van teeltrotatie en gebruik van kunstmest of gewasbeschermingsmiddelen tot het aanleggen van kleine landschapselementen (poelen voor amfibieën). De keerzijde van het voeren van beleid met een erfpacht is dat er dan een controle moet zijn van de aangegane engagementen of opgelegde voorwaarden.

In het IJzerbekken heeft de VLM na een open oproep bijvoorbeeld 32 ha landbouwgrond gratis toegekend aan 12 landbouwbedrijven voor 5 jaar (te verlengen met nog eens 5 jaar). De selectie van de landbouwbedrijven kwam er na een heel complexe afweging. De maatregelen die de boeren nemen, moeten niet noodzakelijk op de aangeboden grond gebeuren. Met het toekennen van 32 ha zijn er op 120 ha maatregelen genomen voor onder meer de waterkwaliteit in het IJzerbekken, het inzaaien van complexe groenbedekkers met schapenbegrazing, het gefractioneerd bemesten van aardappelen, niet-kerende bodembewerking en mechanische onkruidbestrijding. Gratis grondgebruik voor vrijwillig aangegane engagementen van boeren kreeg veel lof op deze trefdag.

Andere middelen om boeren te motiveren om maatregelen te nemen, zijn een al dan niet tijdelijke korting op de pachtvergoeding, bijvoorbeeld om boeren in de praktijk te laten ervaren dat bepaalde maatregelen bedrijfsmatig geen verlies opleveren.

Niet op, maar met de percelen

Hans Vandermaelen pleitte er aansluitend voor om bij het voeren van beleid met publieke landbouw-gronden verder te kijken dan de percelen zelf. “Het lijkt logisch dat als een overheid wil inspelen op bijvoorbeeld erosie of waterkwaliteit, dat die overheid dan eerst kijkt naar de eigen percelen. Terwijl overheden ook ruimer kunnen kijken: niet ‘op’, maar ‘met’ de percelen. Je kan bijvoorbeeld een pachtvrij perceel aanbieden aan wie in de ruime omgeving erosiemaatregelen neemt of helpt om de waterkwaliteit te verbeteren”, stelde hij.

Hans Vandermaelen van ILVO roept overheden op om in hun beleid met eigen landbouwgronden verder te kijken dan de perceelsgrenzen.
Hans Vandermaelen van ILVO roept overheden op om in hun beleid met eigen landbouwgronden verder te kijken dan de perceelsgrenzen. - Foto: FVDL

De stad Kortrijk staat nog maar aan het begin van het bewust omgaan met de landbouwgronden die ze in bezit hebben. De landbouwpercelen die in afstand het verst gelegen zijn van de stad, worden het liefst als eerste verkocht. Het beleid dat ze met de gronden voeren, beperkt zich voorlopig tot de landbouwgronden op het eigen grondgebied en op dat van de buurgemeenten. Slechts 7% van de 524 ha landbouwgronden die ze in bezit hebben, ligt op het grondgebied van Kortrijk. Met de buurgemeenten erbij komt men in Kortrijk aan zowat de helft van de landbouwgronden. De stad heeft 72 pachters, die samen jaarlijks afgerond 300.000 euro pacht betalen. De meeste boeren pachten 5 ha of minder, maar een paar boeren pachten 15 of 20 ha en zijn vermoedelijk heel afhankelijk van die publieke gronden. In 2025 besliste Kortrijk om de hoeves te verkopen en 20% van de gronden. Dat was het moment waarop men is beginnen nadenken welke gronden men wil behouden en welke niet.

Inzake het voeren van beleid gebruikt Kortrijk zijn landbouwareaal vooral als ruilgrond. Als een boer bijvoorbeeld 1 of meer percelen kwijtraakt omdat de stad aan rivierherstel wil doen of omdat ze een sportcomplex wil uitbreiden, kan men die gedupeerde boer een pachtgrond aanbieden in Kortrijk of in een buurgemeente. De voorwaarde daarbij is uiteraard dat die grond op dat moment pachtvrij is. Die puzzel is niet altijd makkelijk te leggen.

Overheden kennen hun pachters niet

Verschillende sprekers op deze trefdag wezen erop dat er heel veel zaken zijn die zij niet weten als verpachtende overheid. Van de pachtende boeren kennen ze bij wijze van spreken soms enkel de naam en het rekeningnummer vanwaar ze de pacht overschrijven. Het is zoeken naar meer informatie: leeftijd van de pachter, waarvoor hij/zij de pachtgrond gebruikt, het belang van dat perceel voor zijn of haar bedrijf, zijn er (familiale) opvolgers, hebben ze interesse om die gronden eventueel te kopen …

En er is nog een niveau van ontbrekende informatie. Steden hebben er geen zicht op welke andere overheden of kerkfabrieken landbouwgrond in bezit hebben op hun grondgebied, zoals zij ook geen zicht hebben op de plannen en intenties van verderaf gelegen steden en gemeenten waar zij grond hebben liggen. Lokale overheden staan ervoor open om landbouwgronden met elkaar te ruilen als er een match is. Er is dienaangaande ontzorging nodig voor de overheden. Die vragen zich soms ook af of dit een kerntaak is voor hen. Er gaan ook stemmen op om de groep van publieke eigenaars uit te breiden tot bijvoorbeeld Natuurpunt en gelijkaardige organisaties.

Ook de provincie West-Vlaanderen is nog zoekende naar welke rol ze kan spelen in dit verhaal. Mogelijk neemt de provincie de leiding in de inventarisatie van de publieke landbouwgronden of krijgt de provincie de rol van regisseur, om publieke grondbezitters met elkaar te verbinden. De provincie is zelf een speler inzake landbouw- en andere gronden, maar voorlopig nog niet vanuit een landbouwvisie. Er wordt nagedacht over bijvoorbeeld de nabestemming van woningen die niet kunnen beschermd worden tegen wateroverlast en die gesloopt zullen worden. Zowel inzake het eigen grondenbeleid als inzake het opnemen van nieuwe rollen, klinkt het bij West-Vlaanderen dat de budgetten beperkt zijn.

Intercommunale als regisseur?

In de Vlaamse Ardennen (Oost-Vlaanderen) wil men het liefst de regierol inzake publieke landbouwgronden bij een intercommunale leggen of bij een andere overkoepelende instelling waar men kennis en ervaring heeft inzake grondbeleid. Tegelijk zou er binnen het jaar onder de gemeenten in het Landschapspark Vlaamse Ardennen een gemeenschappelijk uitgiftebeleid komen voor te verpachten landbouwgrond in publiek bezit. Daarbij kunnen de gemeenten zelf beslissen of ze daar al dan niet in meegaan.

Bij de stad Aalst is men omstreeks 2021 en 2022 begonnen met het inventariseren van de landbouwgronden in bezit. Het was een monnikenwerk om uit te zoeken in welke zone de percelen liggen (landbouw of natuur), welk landbouwgebruik erop is, hoe de percelen ontsloten zijn en wie ze gebruikt (de pachter is niet noodzakelijk de gebruiker). Ook deze stad wil graag relaties zoeken met andere overheden die landbouwgronden in bezit hebben op hun grondgebied. Aalst bekijkt voorts de toewijzingscriteria van zijn uitgiftebeleid (herverpachten van pachtvrije percelen), met een voorkeur voor jonge professionele landbouwers. Dat percelen aansluiten op andere percelen van de potentiële pachter of dat die pachter een inwoner van de stad is, is soms moeilijk in objectieve criteria te vatten.

Moeilijke evenwichtsoefening

Op de trefdag in Brugge pleitten zowel Vlaams minister van Plattelandsbeleid Hilde Crevits als de West-Vlaamse gedeputeerde voor Landbouw Bart Naeyaert, beiden cd&v, ervoor dat overheden hun landbouwgronden niet zouden verkopen. “Met de aangekondigde besparingen groeit de verleiding om gronden te verkopen. Dat zal altijd een moeilijke evenwichtsoefening zijn. We kunnen die publieke landbouwgronden inzetten voor terechte ambities inzake duurzaamheid en bodem, als de voorwaarden haalbaar zijn voor de boer. We moeten die voorwaarden daarom samen met de boer bepalen”, stelde Bart Naeyaert.

Bart Naeyaert meldt dat de provincie West-Vlaanderen ideeën heeft om publieke eigenaars van landbouwgrond met elkaar in contact te brengen.
Bart Naeyaert meldt dat de provincie West-Vlaanderen ideeën heeft om publieke eigenaars van landbouwgrond met elkaar in contact te brengen. - Foto: FVDL

Wie de rol van regisseur krijgt, blijft een moeilijk vraagstuk. Er staan nog vraagtekens bij het beleidsniveau, de budgetten, de toegang tot gegevens en de keuzes en criteria waarmee gewerkt zou kunnen worden door 1 of meer regisseurs. Sommigen verwijzen naar het ILVO voor een overkoepelend beleid, omdat daar alvast een deel van de kennis en ervaring opgebouwd is. Anderen verwijzen naar de Vlaamse Landmaatschappij. Bart De Schutter, gedelegeerd bestuurder van de VLM, maakte in Brugge duidelijk dat de Vlaamse Landmaatschappij hiervoor geen mandaat gekregen heeft. “De VLM hecht veel belang aan dit thema. En het onderwerp leeft. Dit thema gaat verder dan de vraag wie eigenaar is. Er liggen kansen voor biodiversiteit, waterkwaliteit en voedselproductie. Overheden moeten hierin samen een rol spelen, want dit is een verhaal dat niet stopt aan de gemeentegrens”, stelde De Schutter.

Bart De Schutter van de VLM ziet in publieke landbouwgronden kansen voor waterkwaliteit en biodiversiteit.
Bart De Schutter van de VLM ziet in publieke landbouwgronden kansen voor waterkwaliteit en biodiversiteit. - Foto: FVDL

In landbouwmiddens – waar men de VLM vaak vooral kent van reglementen, controles en boetes – is er niet overal veel animo om de VLM het beheer te laten sturen van alles samen 53.000 ha publieke landbouwgrond. De volgende trefdag over landbouwgronden in publiek bezit wordt georganiseerd op 21 oktober 2027 in Hasselt.

Filip Van der Linden

Lees ook in Actueel

Voka wil Vlaams-Brabantse agrofoodsector tegen 2035 uitbouwen tot Europese koploper

Economie Voka-KvK Vlaams-Brabant wil de agrofoodsector in de provincie tegen 2035 uitbouwen tot Europese leider in voedingsbiotechnologie en de referentie voor gezonde en duurzame voeding. Dat stelt de ondernemersorganisatie in de Toekomstvisie 2035 voor. Daarin pleit ze voor meer innovatie, een sterkere samenwerking binnen de agrofoodketen, een gunstig investeringsklimaat en een voorspelbaar regelgevend kader om het groeipotentieel van de sector te benutten. “Niet minder, maar een veel innovatievere landbouw en agrofood-industrie zijn de toekomst”, zegt gedelegeerd bestuurder van Voka-KvK Vlaams-Brabant Kris Claes.
Meer artikelen bekijken