Startpagina Nieuws van maatschappijen

Reiter-bandhark gedemonstreerd door Rommelaere Agri

Halfweg het jaar 2020, toen de coronacrisis volop losgebarsten was, nam Renaat Rommelaere het eerste – uiteraard toen digitale– contact met Reiter, de Oostenrijkse fabrikant van bandharken. Ondertussen zijn de eerste machines in ons land verkocht en volgden er demo’s.

Leestijd : 4 min

In 2007 ontwikkelde Thomas Reiter zijn eerste bandhark. Hij was toen vooral geprikkeld door het verhaal van Amerikaanse luzerneboeren die zo’n machine gebruikten.

Thomas wou echter een versie bouwen, aangepast aan ‘onze’ omstandigheden. Dat zijn vooreerst, Oostenrijkse omstandigheden met bergachtige en steenrijke gronden.

De voordelen hiervan komen ook de Belgische landbouwer ten goede.

Kleine pick-up

Specifiek om geen stenen te verzamelen werd een pick-up met kleine diameter ontworpen en met slepend opgehangen tanden die allen gemonteerd zijn op één centrale as. Door de slepend gemonteerde tand is er een grote veerwerking van die opraaptand om over stenen of andere onzuiverheden, zoals droge drijfmestkoeken, te gaan. Daardoor wordt er zeer zuiver materiaal opgeraapt.

De pick-up is heel klein uitgevoerd qua diameter.
De pick-up is heel klein uitgevoerd qua diameter. - Foto: Reiter

De opraper met kleine diameter heeft nog een voordeel, namelijk de korte afstand tussen de pick-up en de transportband. In kort, natter najaarsgras is dit handig en worden verstoppingen vermeden. De gewasstroom blijft vlot doorlopen en rijsnelheden rond 20 tot 22 km/uur zijn mogelijk, legt Renaat Rommelaere uit. De opstaande ribbels op de afvoerband zijn verhoogd om een agressieve, vlotte afvoer van het materiaal te hebben.

Nog opmerkelijk bij de constructie is de kammenrol, die gemonteerd is boven de pick-up. Deze helpt het gewas vlot naar de afvoerband te brengen, maar trekt ook het verzamelde materiaal los. Daardoor is er een gelijkvormig, maar vooral luchtig zwad en kan het gewas nog op zwad drogen.

De pick-up is eigenlijk één centrale as met opraaptanden en kan vrij op en neer bewegen over een afstand van in totaal 15 cm voor een goede aanpassing aan de bodemcontouren.

Glijschotels en wielen

Iedere opraper –bij een getrokken bandhark zijn dit er 2, bij een frontaal gemonteerde is dit 1 deel – wordt ondersteund door 4 vrij te roteren glijschotels. Doordat er 4 stuks per element zijn, is er een goede bodemvolging en geen te hoge bodemdruk. Doordat ze vrij draaien is er ook minder beschadiging van de graszode, zodat deze sneller kan hergroeien.

Op de wendakker blijven alle wielen aan  de grond.
Op de wendakker blijven alle wielen aan de grond. - Foto: Reiter

Het centrale frame (bij een getrokken versie) staat op 2 loopwielen. Links en rechts heeft iedere pick-up nog zo een loopwiel gekregen. Zo wordt het machinegewicht over 4 wielen verdeeld. Deze blijven altijd aan de grond tijdens het werk, ook tijdens het keren op de kopakker. Enkel de pick-ups worden opgeheven en kunnen over zwaden van 90 cm hoog vrij bewegen.

Een getrokken bandhark is uitgerust met een centrale oliepomp, die door de tractoraftakas wordt aangedreven. Vervolgens worden van hieruit de pick-up, kammenrol en afvoerband hydraulisch aangedreven. Bij een frontbandhark wordt alles vanaf de tractor hydraulisch aangedreven. De machine is Isobus-bediend en het open- en toevouwen gebeurt via de tractorhydrauliek.

Verdienmodel

Volgens Renaat Rommelare kan met deze bandhark tot 300 euro/ha verdiend worden. Hij heeft achter dit bedrag een uitgebreide berekening zitten. Vooreerst acht hij het niet meer nodig om een schudder aan te kopen en te gebruiken. Er is al de techniek om te maaien en om breedwerpig open te spreiden. Volg dan met de Reiter-bandhark, die een luchtig zwad aflegt, waardoor het gewas verder kan drogen. Renaat Rommelaere vergelijkt deze techniek met de techniek die onze grootouders gebruikten door het gras op hooiruiters te laten drogen.

Doordat het gewas op zwad droogt, is er een snellere hergroei mogelijk. De groeipuntjes van het gras worden ook niet beschadigd door een schudder. Rommelaere rekent dat er 2 tot 4 groeidagen gewonnen kunnen worden per maaisnede. Op een jaar tijd zijn dit toch enkele dagen én meer droge stof dat gewonnen wordt, en dit bij een gelijkblijvende bemesting en bij minder dieselverbruik. Doordat er geen agressieve cirkelhark gebruikt wordt, is het voeder minder bevuild met zand en ligt het asgehalte van de kuil of pakken lager.

Opmerkelijk is de kammenrol boven de opnamerol.
Opmerkelijk is de kammenrol boven de opnamerol. - Foto: Reiter

Nog volgens Rommelaere gaan we in de toekomst meer andere gewassen telen en maaien dan gras, zoals bijvoorbeeld luzerne. Dit is een echt medicijn voor de veestapel en voor een aanbrenger van mineralen, maar het is een heel gevoelig gewas, waarbij bladverlies van de stengel vermeden moet worden. Een bandhark is bij deze gewassen een must.

Test in stro

De Reiter Rspiro R3-bandhark heeft als test eens een perceel stro gekeerd, rij om rij bandhark versus cirkelhark. De cirkelhark veegt het stro samen (samendrukken) en verlegt het stro met een kwart draai. De Reiter Respiro R3 lift het stro op en legt het los 180 graden terug af, de onderkant komt volledig boven te liggen.

Dit gaf als resultaat dat na 3 uur de zwaden van de bandhark konden geperst worden en dat de cirkelhark zwaden moesten wachten tot de volgende dag. In de winterperiode kon men het verschil in de balen terugvinden. Daar waar de balen van de cirkelhark meer samengeklit waren, vielen de balen van de bandhark volledig los open met stro dat nog mooi intact was.

Tim Decoster

Lees ook in Nieuws van maatschappijen

Meer artikelen bekijken