Startpagina Nieuws van maatschappijen

Syngenta maakt zijn ambities kenbaar

Sinds juni dit jaar vervult Johan De Dobbelaere de rol van Sales Head BeLux én die van gedelegeerd bestuurder van Syngenta NV. Het is een man die vooreerst degelijk geworteld is in de landbouwpraktijk én die ambities heeft met Syngenta. Die presenteerde hij graag aan Landbouwleven.

Leestijd : 5 min

Johan De Dobbelaere nam de fakkel over van Martin Van Gheluwe en heeft zelf nog een agrarisch bedrijf met focus op varkens, vleesvee en teelten zoals korrelmaïs, wintertarwe en hybride gerst.

Uitdagingen

Hij beseft als geen ander dat de landbouw voor grote uitdagingen staat in de toekomst en noemt onder andere de Farm To Fork-strategie, de Green Deal en de Europese ambitie om tegen 2030 het aantal gewasbeschermingsmiddelen met de helft te reduceren.

“Voeg daar nog het feit aan toe dat de consument nieuwe vragen/eisen stelt aan voeding en de veranderende wetgeving (MAP 7 dat er aankomt). Kortom, we komen met de landbouwsector in een transitie en dat heeft consequenties voor het telen van gewassen”, stelt Johan De Dobbelaere.

Innovatieve oplossingen

Bij Syngenta willen ze daarom volop inzetten op nieuwe, innovatieve oplossingen. “Uiteraard blijven we actief in gewasbeschermingsmiddelen. Zonder deze is het nog niet mogelijk om enkele gewassen rendabel te telen. We zetten vooreerst in op ‘biologicals’, dat zijn biocontrols en biostimulanten. We introduceren dit stap per stap, te beginnen met de biostimulanten, en we willen tegen 2026 8% van onze omzet hieruit halen”, legt Johan de ambities van Syngenta uit.

Hij beklemtoont dat de biostimulanten een andere werking hebben dan de ‘plantenchemie’ zoals we die nu kennen. “De biostimulanten moeten een plant weerbaarder maken, deze activeren, zodat die uit zichzelf efficiënter kan omgaan met bijvoorbeeld nutriënten in de bodem.

Externe factoren hebben op dit proces een invloed. Dat kan het ene jaar al beter lukken dan het andere, afhankelijk van de seizoensinvloed. Daardoor is het niet altijd makkelijk om hun werking klaar en duidelijk aan te tonen. Proefveldwerking over meerdere jaren heen moet dit wel kunnen aantonen.”

Prioriteit bij beproeving

De ambitie bij Syngenta is om in de komende jaren jaarlijks een nieuw biologisch product op de markt te brengen. “Maar de werking hiervan moet via proefveldactiviteit bewezen zijn alvorens we het op de markt lanceren”, benadrukt De Dobbelaere. “Hier komt mijn boerenervaring om de hoek kijken. Er komen bij mij thuis veel vertegenwoordigers over de vloer die willen verkopen. Mijn gezond verstand zegt dan: de werking van middelen, producten, diensten moet bewezen zijn, alvorens ik iets aankoop.”

Daarom geeft hij te kennen dat Syngenta zijn middelen zowel intern via eigen proefveldwerking test, als extern via partnerschappen met onderzoeksinstellingen. Bij ons zijn dat bijvoorbeeld de Universiteit van Gent en Inagro, om er maar 2 te noemen.

Maar liefst 20% van de proeven die Syngenta nu uitvoert, is gericht op biologische producten. In dit kader werd in 2020 Valagro, een Italiaans bedrijf, overgekocht dat al 40 jaar actief was in biostimulanten. “Op die manier was er direct veel ervaring in huis, het is Syngenta dus menens met biostimulanten”, geeft De Dobbelaere krachtdadig aan.

“Ter gelegenheid van Interpom gaan we een eerste nieuwe biostimulant lanceren, namelijk Quantis. Dit middel moet zorgen voor meer knollen per ha, wat interessant is voor de pootgoedteler. Hiernaast zorgt het voor uniformere knollen en dus voor een meeropbrengst via een hogere vergoeding per ha”, legt De Dobbelaere uit.

Bodem scannen

“Een andere ambitie die we hebben bij Syngenta is om meer in te zetten op de bodem. Hier komt nogmaals mijn eigen boerenervaring bij kijken. Toen ik destijds de monocultuur maïs onderbrak op het ouderlijk bedrijf, zag ik direct de positieve effecten die een gewasrotatie met zich mee brengt. De bodem reageerde direct op deze maatregel en ik zag een opbrengstverhoging bij de volgende teelt”, aldus De Dobbelaere.

“We gaan vanaf nu de landbouwer helpen door zijn bodem in kaart te brengen via de Interra Scan.” (zie ook Landbouwleven editie 13 oktober 2022). “Dat is een bodemscanner die aan een 4x4- terreinvoertuig is gemonteerd en die de bodem scant, maar niet in de bodem gaat. Er mogen zelfs gewassen of een groenbemester aanwezig zijn. De enige vereiste is dat de ‘jeep’ over het land kan rijden.

Zo bekomen we een kaart met 800 metingen per ha en enkele manuele referentiemetingen. Het doel is dat we zowel akkerbouwers als veehouers bijvoorbeeld aan de hand van de bodemscan, variabel kunnen laten zaaien het volgende teeltseizoen en dat zij hiervan het voordeel ondervinden.

De Interra Scan kan ook bepalen hoeveel koolstof de bodem kan opslaan. Dit is een heel belangrijk onderwerp momenteel”, gaat De Dobelaere verder.

Dienstverlening

Syngenta evalueert momenteel de marktbenadering hoe ze de ‘service’ om de bodem in kaart te brengen, kan aanbieden. Dat is niet afhankelijk van het gewas. Door te weten wat er in de bodem zit – qua nutriënten bijvoorbeeld – kan er een verder plan opgesteld worden voor het telen van gewassen.

“Uit eigen ervaring op mijn bedrijf heb ik al de positieve effecten gezien van het zaaien van maïs met een variabele zaaihoeveelheid per ha, nadat eerder een bodemscan was gedaan.

Als we het over de bodem hebben, is het ook belangrijk om inzicht te hebben in hoe het gesteld is met zijn structuur. Het bodemleven is hiervoor een goede indicator. Hier kunnen we een zicht op krijgen via onze bodeminsectensensor Edapholog. Die meet 2 soorten insecten (mijten en springstaarten), waaraan een index gekleefd wordt; om zo aan te geven hoe gezond een bodem is. Bij Inagro en op onze Interra Farm wordt dit toestel getest en gedemonstreerd.”

Partner zijn

“Het toedienen van chemie en meststoffen zal in de toekomst minderen, we moeten dus efficiënter omgaan met wat voorhanden is. Onze eigen bodem goed verzorgen, diversiteit bevorderen, zal het verschil maken in de toekomst”, stelt Johan De Dobbelaere. “Dan belanden we terug bij de biostimulanten die eerder in dit verhaal aan bod kwamen. Velen beproeven dit nu al. Ze hebben hun waarde, de landbouwer moet er verder mee leren werken.

We zijn er zeker van dat nieuwe innovatieve technieken en oplossingen, ook service zoals het inzichtelijk maken van de bodem, helpen om de teelt te optimaliseren.”

De landbouwer is een deel van de oplossing voor de voedselzekerheid, “Syngenta wil een partner zijn om oplossingen voor de uitdagingen van de landbouwer te vinden”, omschrijft Johan De Dobbelaere hun taak. “Vroeger waren we middelenleverancier, dat zullen we blijven in de toekomst. Nu komt daar meer het aspect ‘dienstverlener’ bij kijken. Hiervoor verwijs ik naar de bodemscanner, naar de begeleiding bij de inzet van biostimulanten en naar het helpen bij het nemen van agronomische beslissingen”, besluit De Dobbelaere.

Tim Decoster

Lees ook in Nieuws van maatschappijen

Meer artikelen bekijken