Hogan: onacceptabel dat Mercosur onze landbouw niets biedt
Mercosur biedt de EU-landbouw vooralsnog helemaal geen extra ruimte op haar markt. Dat heeft Eurocommissaris Phil Hogan gezegd. Het Zuid-Amerikaanse handelsblok Mercosur moet wat hem betreft binnen een handelsakkoord de EU meer markttoegang verlenen voor zuivel, olijfolie, wijn en enkele andere specifieke producten.

Eurocommissaris Phil Hogan vindt dat Mercosur niet alleen opening van de EU-landbouwmarkt moet eisen, maar zelf ook opening van haar markt moet voorstellen. Volgens de Ier heeft de EU het Zuid-Amerikaanse handelsblok zelf jaarlijkse importquota voor 70.000 ton rundvlees, 600.000 ton bio-ethanol en 100.000 ton suiker voorgesteld. Bovendien is de EU bereid haar markt voor sappen en citrusvruchten helemaal te openen. Andersom bieden de Zuid-Amerikanen alleen opener markten voor diensten en industrie, maar vooralsnog geen centimeter op het gebied van landbouw.
Hogan noemt dat verrassend en zegt dat zonder concrete marktopening van Zuid-Amerikaanse zijde ook op landbouwgebied de eerder aangekondigde eindfase van onderhandelingen niet kan ingaan. Hogan ontmoet de landbouwministers van Mercosur deze week in Buenos Aires in de kantlijn van een grote topconferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). De eerste onderhandelingen begonnen in 1999, liepen op niets uit en werden vervolgens herstart in 2010.
Mercosur bestaat uit Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay. Het zijn landen met een grote vlees, graan, mais en sojaproductie. Venezuela is vanwege mensenrechtenschendingen geschorst. In de EU is met name de vleeslobby sterk gekant tegen een handelsovereenkomst, omdat de Zuid-Amerikaanse standaarden op dierenwelzijns- en milieugebied lager zijn.
WTO-top van start
Tijdens de week durende WTO-top is de inzet van Mercosur dat rijke landen hun markttoegang vergroten, door zowel importtarieven te verlagen als non tarifaire beperkingen – zoals bijzondere bureaucratische verplichtingen of lange douaneprocedures – te verminderen. De zogeheten G33 van ontwikkelingslanden wil hetzelfde. De groep, aangevoerd door China en India, wil ook meer rechten krijgen om voedselvoorraden te managen en om bij een snelle instroom van buitenlandse producten de markt deels te sluiten.
Hierover is een principeakkoord gesloten bij een topconferentie van de WTO een jaar eerder in Nairobi, de hoofdstad van Kenia. De mate waarin ontwikkelingslanden meer rechten bekomen, is echter nog punt van stevige discussie. De VS en in mindere mate ook de EU en Japan vinden dat China en India zichzelf ten onrechte nog classificeren als ontwikkelingslanden.
De landen zijn naar het gemiddelde inkomen gemeten nog arm, maar huisvesten ook rijke metropolen als Shanghai en Mumbai. Bovendien vindt de VS dat strategische voorraden en speciale clausules om de markt tijdelijk te mogen sluiten, misbruikt kunnen worden om eigen, weinig doelmatig werkende landbouwers te steunen.
De stelling van de VS is dat dergelijk beleid alleen gericht mag zijn op noodsituaties en niet het karakter van permanente mark beïnvloeding mogen aannemen. De top in Buenos Aires moet opmaat zijn naar een brede overeenkomst over handelsliberalisering. Of dit gaat lukken, is de vraag. De onderhandelingen voor een dergelijk akkoord, officieel de Doha Ontwikkelingsronde, lopen sinds 2001.






