Startpagina Actueel

Zonder landbouw geen bedrijfswoning meer

In landbouwgebied blijft een woning die aan landbouwactiviteit gekoppeld is niet langer een bedrijfswoning wanneer de landbouwactiviteit stopt. Het gebouw wordt dan een zonevreemde woning en de bijhorende landbouwgrond moet maximaal terugkeren naar landbouw.

Leestijd : 3 min

Minister Jo Brouns (cd&v), die landbouw en ruimtelijke ordening in zijn portefeuille heeft, betoogde in de commissie Leefmilieu van het Vlaams parlement op 20 januari dat het voor hem buiten kijf staat dat landbouwgebied in de eerste plaats moet worden voorbehouden voor landbouwactiviteiten. Dat maakt volgens hem dat bedrijfswoningen die bij de landbouw horen zonevreemd worden als de boer ermee stopt.

Zonevreemde functiewijzigingen

Brouns reageerde in de bijeenkomst op een vraag van volksvertegenwoordigster Lydia Peeters (Anders). Zij kaartte de toepassingsvoorwaarden aan binnen het bestaande instrumentarium voor zonevreemde functiewijzigingen. Die zijn strikt en kunnen in agrarisch gebied slechts in uitzonderlijke gevallen worden vervuld. De huidige regelgeving voorziet niet in mogelijkheden om een bedrijfswoning af te splitsen. Het beoordelingskader voor de vergunningen van bedrijfswoningen bij landbouwbedrijven is door de jaren heen verstrengd met een scherpere juridische afbakening van wat als noodzakelijk kan worden beschouwd voor de landbouwactiviteit. De voorbije jaren werd die toetsing nog strikter toegepast, zowel in het vergunningenbeleid als in de rechtspraak.

In de periode 2019-2024 is het aantal aanvragen om landbouwbedrijven om te zetten naar zonevreemde woningen verdrievoudigd. In 2024 waren het er 727. Brouns maakte vroeger al duidelijk dat hij zonevreemde functiewijzigingen in de open ruimte wil koppelen aan kwaliteitseisen en voorwaarden die het ruimtebeslag actief terugdringen.

Gebiedseigen activiteiten

Gedesaffecteerde bedrijfswoningen moeten volgens de minister mogelijk zijn, maar altijd met respect voor en met aanvaarding van de gebiedseigen activiteiten. Met betrekking tot woningen in het landbouwgebied wordt ook het geurkader bekeken. Brouns zei dat zijn focus ligt op de functiewijziging naar wonen en landbouwverwante activiteiten.

In dat opzicht kijkt hij uit naar de besprekingen die de komende weken zullen plaatsvinden in de commissie Leefmilieu. Minister Brouns realiseert zich dat een bedrijfswoning een ‘appeltje voor de dorst’ is waar de landbouwer zijn hele leven aan heeft gewerkt. Hij wenst geen kapitaalsvernietiging, maar wil tegelijkertijd landbouwgebied behouden voor landbouw. De minister vindt het belangrijk dat er wordt getoetst of een bedrijf nog een landbouwtoekomst heeft. Hij zegt dat als dat niet het geval is, er kritisch dient nagedacht te worden over heel het gebied dat daar verhard is en dat de bijhorende landbouwgrond maximaal moet terugkeren naar landbouw.

Evenwichtige oplossing

Zone-eigen activiteiten mogen volgens minister Brouns niet bijkomend onder druk komen te staan. Dat staat ook in relatie tot het geurkader. Anders ontstaat als het ware een soort concurrentie tussen landbouwers, of tussen voormalige en actieve landbouwers. Volgens Brouns is het belangrijk dat de zone-eigen activiteiten alle voorrang krijgen en dat gezocht wordt naar een evenwichtige oplossing waarbij de zonevreemde functiewijziging hand in hand gaat met een redelijke ontharding en met de toegang tot de landbouwgrond, die in eerste instantie bij de landbouwer moet blijven.

Minister Brouns rondde de discussie af met de hoop dat er over enkele maanden klare wijn kan geschonken worden. De komende weken zullen in de commissie Leefmilieu besprekingen plaatsvinden waarbij een conceptnota van commissielid Callaerts (N-VA) aan bod komt. De nota handelt onder andere over de functiewijziging naar wonen en landbouwverwante activiteiten.

Fons Jacobs

Lees ook in Actueel

Meer artikelen bekijken