België werkt aan vaccinatiestrategie tegen vogelgriep
De Federale Overheidsdienst voor Volksgezondheid heeft een werkgroep opgericht om een geschikte vaccinatiestrategie te ontwikkelen tegen vogelgriep.

De Vlaamse pluimveesector is in de ban van de vogelgriep. Deze winter waren er al 20 uitbraken, waarbij vooral de provincie West-Vlaanderen het hard te verduren krijgt. De vogelgriep was een van de onderwerpen op de commissie Gezondheid van het federale parlement van 21 januari. Daar kondigde federaal minister van Landbouw David Clarinval aan dat ons land werkt aan een vaccinatiestrategie tegen vogelgriep. “De kosten-batenverhouding van een vaccinatiecampagne tegen hoogpathogene vogelgriep in België wordt momenteel geëvalueerd door de werkgroep van de FOD Volksgezondheid”, zegt minister Clarinval.
Nog obstakels te overwinnen
Hij ziet vaccinatie als een extra maatregel in een bredere strategie om vogelgriep te bestrijden. “Er moeten evenwel nog grote obstakels worden overwonnen voordat grootschalige vaccinatie in België kan worden overwogen”, stelt minister Clarinval. Hij denkt onder meer aan de beschikbaarheid van geschikte en effectieve vaccins, aan de praktische uitvoerbaarheid ervan, aan handelsbeperkingen opgelegd door derde landen en aan de noodzaak van strenge controle op gevaccineerde bedrijven om te garanderen dat er geen virus wordt geïntroduceerd.
“Deze uitdagingen worden momenteel grondig geanalyseerd op zowel nationaal als Europees niveau. De Wereldorganisatie voor Diergezondheid (WOAH) en de Europese Commissie hebben hun codes bijgewerkt om vaccinatie tegen hoogpathogene aviaire influenza (HPAI of vogelgriep) toe te laten en te reguleren. Op Europees niveau kan het vervoer tussen lidstaten worden toegestaan van gevaccineerd pluimvee bestemd voor de slacht, van broedeieren en eendagskuikens van gevaccineerd pluimvee. Er kan ook vervoer toegestaan worden van producten afkomstig van gevaccineerd pluimvee, als er verscherpte controles zijn in het land van herkomst, als er een gunstig resultaat van een klinische inspectie is of als er specifieke transportvoorwaarden zijn”, duidt de minister van Landbouw.
Gevolgen voor de export
“Derde landen zijn vrij om een embargo op gevaccineerd pluimvee of op producten van gevaccineerd pluimvee in te stellen. Er vinden momenteel gesprekken plaats over dit onderwerp tussen deze derde landen en de Europese Commissie, alsook rechtstreeks tussen de derde landen en de lidstaten die al vaccinatieprogramma's uitvoeren. Het is echter belangrijk om rekening te houden met de gevolgen van vaccinatie voor de export”, meent David Clarinval.
“Zowel het ruimen van besmette bedrijven als vaccinatiecampagnes zijn duur en gaan gepaard met handelsbeperkingen. In Frankrijk bleek vaccinatie uiteindelijk goedkoper dan het bestrijden van uitbraken. Frankrijk vaccineert zijn eenden om de foie gras-productie te beschermen, een product met een zeer hoge toegevoegde waarde”, vertelt minister Clarinval.
Late ruiming door Frankrijk
Hij ging voorts in op de opmerkingen over het laattijdig ruimen van een besmet Frans pluimveebedrijf aan de grens met West-Vlaanderen. “De Franse veterinaire autoriteiten stellen alles in het werk om te zorgen voor de verwijdering van de dieren en voor de reiniging en ontsmetting van de besmettingshaarden. Ik ben momenteel van mening dat de vastgestelde vertraging een geïsoleerd incident was. Indien de problematiek zich zou herhalen, zal het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) overleg plegen met de Franse veterinaire autoriteiten om na te gaan hoe de situatie kan worden verbeterd. Indien dat geen bevredigende resultaten oplevert, zal ik mijn Franse ambtgenoot raadplegen. Er zijn geen aanwijzingen dat de Franse autoriteiten en hun Nationale Agentschap voor Sanitair Veiligheid, het Anses, niet in staat zouden zijn om de situatie te beheersen”, stelt de minister.
Minder budget vanuit Europa
David Clarinval duidt bovendien op de financiering van de strijd tegen vogelgriep. “De Europese cofinanciering voor de strijd op het vlak van dier- en plantgezondheid werd sterk verminderd, van 50% naar 20%. Tijdens het Belgische EU-voorzitterschap hebben wij conclusies aangenomen over een evaluatie van de gevolgen. Als de lidstaten dat deel zelf moeten dragen, riskeren we minder opvolging, minder harmonisatie en een verzwakking van de interne Europese markt en bijgevolg meer sanitaire risico's voor dieren, planten en mensen. Wij zullen die conclusies gebruiken om het debat te starten met het oog op een herwaardering van de cofinanciering in een nieuw Europees meerjarig financieel kader vanaf 2027”, besluit de federale minister van Landbouw.





