Minister bezoekt prijzencommissie in Deinze
Sinds 1961 worden op het stadhuis in Deinze wekelijks de Belgische prijzen bepaald van kippen en konijnen. Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns kwam op 4 maart naar Deinze om zo een vergadering van de Nationale Prijzencommissie van het levend pluimvee en het levend konijn bij te wonen.

De commissie werd 65 jaar geleden opgericht op vraag van het toenmalige ministerie van Landbouw. Deinze werd gekozen omdat er toen in de regio heel wat broeierijen, veevoederbedrijven en pluimveehouders waren. De vijfjaarlijkse Canteclaerstoet is een andere getuige van dat kippen-verleden in Deinze.
Aan de wekelijkse vergadering op het stadhuis gaat telkens nog een informeel voorvergadermoment vooraf. In café Palace op de Markt van Deinze worden om 9 uur al de grote lijnen al uitgezet door de verwerkers en handelaren aan de ene kant en de pluimveehouders aan de andere kant. Maar het is pas tijdens de korte vergadering van 10 uur op het stadhuis dat de prijzen bepaald en genoteerd worden, en het kan er naar verluidt in dat korte tijdsbestek wel eens luid aan toe gaan. Een ambtenaar van de stad Deinze fungeert als scheidsrechter. De samenkosten in het stadhuis zijn - net als die in de Palace - openbaar. Iedereen die dat wil, mag die bijwonen.
Enkele kilometers verder, in Kruisem, is er een gelijkaardige commissie die wekelijks de eierprijzen vastlegt. De eieren op dinsdag in Kruisem, de kippen en konijnen op woensdag in Deinze.
Zes tegen 6
Er worden prijzen vastgelegd voor konijnen, bruine en witte soepkippen, extra zware soepkippen en braadkippen. De prijs voor braadkippen is voor de meeste onderhandelaars de belangrijkste en leidt tot de meeste en hardste discussies. Dat was op 4 maart niet anders. De 6 vertegenwoordigers van de handelaars en slachthuizen vragen een lagere prijs, wat de 6 vertegenwoordigers van de pluimveehouders niet op applaus onthalen.

Daarop worden de argumenten bovengehaald. De verwerkers wijzen naar de prijzen op de internationale markten, waarbij de prijzen van kippenvlees uit Polen, Nederland, Duitsland en Frankrijk dat op onze markt wordt aangeboden lager liggen dan die van kippenvlees uit Vlaanderen. De pluimveehouders beweren dan weer dat dat goedkope kippenvlees van matige kwaliteit is terwijl de klanten hier een betere kwaliteit verwachten en niet de ‘overschot’ die tegen dumpingprijzen wordt aangeboden. De ‘levende kippen’ zouden in Polen tegen dezelfde prijs verkocht worden als hier. Maar hier maken arbeid, normen en energie de omzetting naar braadkip duurder dan in pakweg Polen, zeggen de verwerkers. Uiteindelijk noteert de commissievoorzitter van de stad Deinze een gelijkblijvende prijs voor de braadkippen en een daling voor alle andere categorieën.
Meer dan folklore
De wekelijkse vergadering van producenten en afnemers in Deinze lijkt voor sommigen wat traditie en folklore, maar voor de mensen rond de tafel is het van levensbelang. Het is die prijs die – samen met andere elementen - winst of verlies kan bepalen. De in Deinze vastgelegde prijs wordt bovendien interantionaal gevolgd. Het is niet enkel de wereldmarkt die de prijs in Deinze bepaalt, het is soms ook omgekeerd. De prijsnotering in Deinze is voor de rest van de wereld zo betrouwbaar dat die invloed heeft op andere Europese prijsnoteringen voor kippen.
Landbouwraad gehoord
Minister Brouns volgde de vergadering met veel interesse. Nadien luisterde hij nog naar de bezorgdheden van de aanwezige pluimveehouders en hun afnemers en naar de opmerkingen van de Landbouwraad van Deinze.





