Startpagina Bieten

Ga bij het bietenzaaien niet overhaast te werk

Nu de zaai van de suikerbieten is gestart, wijst het Bieteninstituut (KBIVB) erop dat een zaai die in goede omstandigheden wordt uitgevoerd, positief zal zijn voor de veldopkomst.

Leestijd : 2 min

Een homogene veldopkomst is dan weer van groot belang voor een geslaagde onkruidbestrijding. Dat vermindert echter ook de aantrekkelijkheid van het veld voor bladluizen en zal de oogst en ontkopping vergemakkelijken. Ga daarom niet te overhaast te werk bij het zaaien, adviseert het Bieteninstituut.

Eventuele recente regenbuien maakten vooral de bovenste bodemlaag vochtig. Voordat je met de bodembewerking start, kan je met een ‘spadetest’ de bodemstructuur aan de oppervlakte en in de diepte controleren. Bij het opwerpen van een kluit met een spade, moet deze kluit mooi uit elkaar vallen op de bodem.

Oppervlakkige zaaibedbereiding

De bewerkte bodemlaag (zowel bij het ploegen als bij het ploegloos werken) moet beperkt blijven tot de bovenste opgedroogde laag. Ga niet dieper dan 7 cm het zaaibed klaarmaken, om te voorkomen dat de capillariteit wordt verbroken of dat er vochtige grond naar boven kom. Dat leidt dan tot uitgedroogde, dikke kluiten. De zaaibedbereiding gebeurt ook in een beperkt aantal doorgangen (2 of meer).

Het zaaibed moet goed worden aangedrukt net onder het zaad en moet voldoende fijn zijn, met kleine kluiten. Dit vergemakkelijkt een zaai op een homogene diepte van 2,5 cm. Stel de zaai uit als er regen wordt voorspeld binnen 24 tot 48 uur na het einde van de zaai.

Vooropkomsttoepassing

Nu de eerste bietenpercelen zijn gezaaid, betekent dat ook dat de eerste werkzaamheden met betrekking tot de onkruidbestrijding uitgevoerd kunnen worden.

Een vooropkomsttoepassing uitvoeren gebeurt het best zo snel mogelijk na de zaai, idealiter binnen de 48 uur. Het Bieteninstituut geeft de raad om op te letten met de dosering van het middel Centium in vooropkomst. Overdosering of veel neerslag kort na de toepassing kan een reactie veroorzaken. Het wordt aangeraden om bij ‘normale’ gronden de dosering van 50 ml/ha aan te houden en om de dosering bij lichte gronden te verlagen.

Werkt de suikerbietteler volgens het Conviso Smart-systeem, dan kan het volgens het Bieteninstituut aangewezen zijn om, wanneer er aanzienlijke populaties probleemonkruiden verwacht worden (zoals kamille, klein kruiskruid…) waarvan bekend is dat er reeds ALS-resistente populaties bestaan, ook hier een vooropkomsttoepassing uit te voeren. Zo wordt het risico op resistentieontwikkeling verkleind en zal de naopkomsttoepassing effectiever zijn.

Onkruidherkenning via app

Het Bieteninstituut meldt nog dat de BetaSana-app is uitgebreid met een module voor onkruiden en grassen. Deze is nu beschikbaar via www.irbab-kbivb.be. Dankzij BetaFlora is er een praktisch en overzichtelijk hulpmiddel om onkruiden in de suikerbietenteelt snel te identificeren.

KBIVB/TD

Lees ook in Bieten

EU schort gunstig regime voor import ruwe rietsuiker tijdelijk op

Bieten De lidstaten van de Europese Unie hebben op 30 april een voorstel van de Europese Commissie aangenomen, op initiatief van België, dat tot doel heeft om de druk van goedkope suikerimporten op de Europese markt te verminderen. Dat heeft Waals minister van Landbouw Anne-Catherine Dalcq (MR) bekendgemaakt.
Meer artikelen bekijken