Startpagina Actueel

Wat het verleden leert over de landbouw van morgen

Grote omwentelingen in de landbouw zijn van alle tijden en als antwoord wordt steeds innovatie, onderzoek en onderwijs naar voren geschoven. Maar louter nieuwe technologie of inzichten ontwikkelen is niet voldoende, die kennis moet vertaald en aangepast worden en ook echt haar weg naar het erf vinden. Zo formuleerde hoogleraar Yves Segers, hoogleraar Rurale Geschiedenis (KU Leuven) en coördinator van het Centrum Agrarische Geschiedenis (CAG), na ontvangst van de Sarton-medaille van de Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de Universiteit Gent.

Leestijd : 4 min

De Sarton-medaille is verbonden aan de Sarton Chair of History of Science van UGent, genoemd naar George Sarton (1884–1956), een van de grondleggers van de wetenschapsgeschiedenis als academische discipline en alumnus van de universiteit. Sinds 1984 bekroont het Sarton-comité jaarlijks een leerstoelhouder en medaillewinnaars die met hun onderzoek een bijzondere bijdrage leveren aan de geschiedenis van de wetenschap. En die bijdrage levert Yves Segers zeker. Hij krijgt in binnen- en buitenland immers terecht veel waardering voor zijn onderzoek en kennis over wetenschapsgeschiedenis en voor zijn invloedrijke werk binnen de rurale en agrarische geschiedenis. Hij is intussen ook (mede-)auteur van talrijke publicaties en boeken in dat kader en een veelgevraagd expert over sociale en economische geschiedenis van landbouw en voeding in de 19e en 20e eeuw.

Ter gelegenheid van van deze erkenning door het Sarton-comité bracht Yves Segers een boeiende lezing over landbouwtransities, kennis en over de rol van experten hierbij.

Kennis op zich volstaat niet

De landbouw en het voedselsysteem staan vandaag de dag opnieuw onder zware druk. Klimaatverandering, biodiversiteitsverlies, stikstof, bodemkwaliteit, digitalisering en spanningen in de voedselketen zorgen voor grote uitdagingen. Vaak klinkt het alsof we in een ongeziene overgangsperiode leven. Volgens Segers is dat echter maar een deel van het verhaal. De voorbije 250 jaar kende de landbouw al vaker ingrijpende kantelmomenten. Denk aan de voedselcrisis van de jaren 1840-1850, de agrarische depressie van de late 19e eeuw of de mechanisatiegolf en toenemende schaalvergroting en specialisatie na de Tweede Wereldoorlog.

Wat daarbij opvalt: telkens opnieuw werd de oplossing gezocht in kennis, onderzoek, innovatie en onderwijs. Toch leert de geschiedenis dat nieuwe kennis op zich niet volstaat. De echte vraag is hoe kennis ingang vindt in de praktijk. Waarom wordt sommige kennis snel opgepikt, terwijl andere inzichten nauwelijks doordringen? Wie bepaalt welke kennis gezag krijgt? En wie slaagt erin om die kennis tot bij de landbouwer te brengen?

Vertaling naar de praktijk

Precies daar ligt volgens Segers een belangrijke les uit het verleden. Landbouwverandering kwam zelden tot stand door wetenschap of beleid alleen. “Tussen labo en landbouwbedrijf stonden altijd mensen die kennis vertaalden, aanpasten en verspreidden. Denk daarbij aan landbouwleraren, consulenten, dierenartsen, coöperatieve adviseurs, ingenieurs, lokale staalnemers en zelfs dorpspastoors en leerkrachten. Zij maakten van abstracte, wetenschappelijke inzichten concrete aanbevelingen voor op het veld of in de stal. Zonder zulke brugfiguren bleef vernieuwing vaak dode letter.” Segers omschrijft hen graag als ‘culturele amfibieën’: deze personen spreken de taal van het laboratorium én van de boer. Zij zijn ideale brugfiguren tussen theorie en praktijk. De foto’s die Segers ter illustratie toonde – onder meer uit het archief van de Bodemkundige Dienst van België (BDB) – spraken alvast boekdelen. De BDB beschikte al van bij de start, nu 80 jaar geleden, over een ruim netwerk van staalnemers in alle uithoeken van ons land. Zij hadden een nauwe band met de boeren op het terrein.

Segers benadrukt dan ook dat die experten veel meer waren dan technische specialisten. “Hun gezag hing niet alleen af van diploma’s of van hun band met universiteit of overheid, maar ook van het vertrouwen dat ze geleidelijk wisten op te bouwen in de rurale gemeenschap. Boeren volgden advies pas wanneer het praktisch bruikbaar en economisch een meerwaarde was, wanneer het aansloot bij lokale omstandigheden en tradities en wanneer het kwam van iemand die de sector kende. De geschiedenis toont dus dat expertise nooit automatisch werkt. Ze moet sociaal en cultureel ingebed zijn!”

Yves Segers is een bevlogen verteller en dat bleek ook tijdens deze lezing.
Yves Segers is een bevlogen verteller en dat bleek ook tijdens deze lezing. - Foto: AV

Innovatie komt ook vanuit het veld

Nog een belangrijke conclusie uit de lezing: innovatie ontstaat zelden louter van bovenaf. Ook landbouwers zelf speelden en spelen een actieve rol in de ontwikkeling van oude en nieuwe kennis. Ze testen technieken uit, passen aanbevelingen aan en geven terugkoppeling over wat werkt en wat niet. Segers: “Vernieuwing is dus geen eenrichtingsverkeer van wetenschap naar praktijk, maar een wisselwerking.”

Dat alles maakt deze historische inzichten bijzonder relevant zijn voor vandaag, zo stelt Segers. “De huidige landbouwtransitie zal niet alleen afhangen van nieuwe technologie, strengere regels of bijkomend onderzoek. Ze zal vooral afhangen van sterke kennisnetwerken, geloofwaardige adviseurs, samenwerking tussen instellingen en de actieve betrokkenheid van landbouwers zelf. Verandering moet niet alleen technisch juist zijn, maar ook economisch haalbaar, sociaal gedragen en praktisch toepasbaar!”

De kern van Segers’ boodschap in Gent was dan ook helder. De toekomst van de landbouw wordt niet enkel bepaald door wat we weten, maar vooral door hoe die kennis wordt georganiseerd, gedeeld – met wie en wie niet, en onder welke voorwaarden – en toegepast. Of zoals Yves Segers zijn lezing besloot: “Niet alleen innovatie telt, maar ook de mensen en netwerken die innovatie doen landen op het erf. En wanneer de overheid dit alles ondersteunt met een beleid dat helder is en gericht is op de lange termijn, dan komt de sector ook versterkt uit deze transitieperiode.”

Anne Vandenbosch

Lees ook in Actueel

Voedingsproducten in 2025 vooral teruggeroepen voor chemische risico's

Actueel In 2025 waren chemische risico's de voornaamste oorzaak voor een terugroeping van voedingsproducten. Het kan daarbij gaan om een te hoog gehalte aan residuen van gewasbeschermingsmiddelen of additieven. Microbiologische gevaren waren de op één na grootste oorzaak. Dat meldt het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV).
Meer artikelen bekijken