Startpagina Veeteelt

Duidelijker beoordelingskader voor geur

Bij de beoordeling van een vergunningsaanvraag van een veehouderij behoort geurhinder tot de potentiële hinderaspecten. Wegens de subjectiviteit van geurbeleving wordt er gewerkt met beoordelingskaders.

Leestijd : 2 min

Volgens Vlaams minister Jo Brouns (cd&v) die verantwoordelijk is voor landbouw en leefmilieu, hangt de beleving van geur sterk af van de persoonlijke gevoeligheid of de gewenning en/of de context. Om die reden zijn er in de Vlaamse milieuregelgeving geen harde juridische geurnormen opgenomen en wordt er al lang gewerkt met beoordelingskaders.

Vernieuwde geurkader

De minister antwoordde dat op een vraag die Arnout Doel (N-VA) op 28 april stelde in de commissie Leefmilieu. Recent werd het vernieuwde geurkader gepubliceerd op de website van het Departement Omgeving. Dat document heeft tot doel het bestaande geurbeoordelingskader te verduidelijken en te uniformiseren. Het moet de toepassing ervan in landbouwgebied concretiseren, de bescherming van zone-eigen landbouwactiviteiten verankeren en de wederkerigheid van het geurbeleid benadrukken bij functiewijzigingen naar zonevreemd gebruik.

“Bij de beoordeling van een vergunningsaanvraag van een veehouderij dienen de verschillende potentiële hinderaspecten beoordeeld te worden”, verduidelijkte Brouns. Geurhinder is een van die aspecten. In functie van de transparante en uniforme behandeling van dossiers is er door het Departement Omgeving zo’n geurkader opgemaakt. Daarin werd opgenomen op welke manier de impact van geur wordt beoordeeld door het departement. Dat kader bestaat al enige tijd en kreeg een laatste update begin 2024. Het biedt de advies- of vergunningverlener een leidraad bij de advisering en de beoordeling van aanvragen van omgevingsvergunningen. Het blijft finaal aan de bevoegde overheid om een beslissing te nemen en te motiveren. Dit kader is enkel richtinggevend.

Toetsingswaarden en beoordelingspunten

In navolging van de afspraken in het regeerakkoord werd het geurkader tegen het licht gehouden. Daarbij werden volgens de minister speciaal de toetsingswaarden en de beoordelingspunten geëvalueerd. Twee doelen waren daarbij in het bijzonder belangrijk.

Een eerste was de bescherming van zone-eigen landbouwactiviteiten te verankeren. Het agrarische gebied is nog steeds in de eerste plaats bestemd voor de professionele land- en tuinbouwactiviteiten. In het agrarische gebied moeten zij de ruimte krijgen om te ondernemen. Brouns stelt vast dat agrarische gebied steeds meer onder druk komt te staan door niet-zone-eigen activiteiten. Ten tweede wordt in het aangepaste kader de wederkerigheid van het geurbeleid benadrukt bij functiewijzigingen naar zonevreemd gebruik. Dat kan een zuiver residentiële invulling zijn maar ook andere zonevreemde activiteiten. Een dergelijke functiewijziging kan volgens Brouns worden aanvaard, op voorwaarde dat de woning buiten de toekomstige geurbeoordeling valt. Op die manier kan die nieuwe zonevreemde woning of activiteit de hervergunning van een bestaande veehouderij in de buurt niet meer hypothekeren.

Het vernieuwde kader biedt duidelijkheid en voorspelbaarheid. De voormalige bedrijfswoning die een residentiële woning wordt, wordt in het kader van geur beoordeeld als bedrijfswoning.

FoJ

Lees ook in Veeteelt

Meer artikelen bekijken