Startpagina Veeteelt

Mogelijk toch studie naar impact van windturbines op vee

Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&v) wil samen met de kennisinstellingen bekijken of en hoe een verkennend onderzoekstraject kan worden opgezet voor het bestuderen van de impact van windturbines op de veehouderij.

Leestijd : 3 min

Na een afwijzend antwoord op ongeveer dezelfde vraag van eind vorig jaar/begin dit jaar diende Bart Dochy (cd&v) een nieuwe schriftelijke parlementaire vraag in bij minister Brouns over de mogelijke impact van windturbines op de veehouderij en meer specifiek de zeugenhouderij.

Voorzorgsprincipe hanteren

De huidige beoordeling van windturbineprojecten bij de vergunningsaanvraag richt zich uitsluitend op de impact op de mens. “De minister stelt dat laagfrequent geluid bij moderne types zelden voorkomt. De fysica van blade tower interaction (BTI) leert echter dat laagfrequent geluid inherent is aan windturbines en dat het toeneemt met de omvang van de wieken”, stelt Bart Dochy. Hij wijst op het risico dat de vergunningverlenende overheid economisch cruciale dalingen in fertiliteit en worpgrootte bij vee momenteel over het hoofd ziet, omdat de afwezigheid van spontane schademeldingen hierover geen uitsluitsel geeft zonder dat hier gericht, proactief onderzoek naar wordt gedaan. Bart Dochy vraagt aan minister Brouns om in het kader van het voorzorgsprincipe hierrond onderzoek te laten verrichten en haalt daarbij een nieuwe studie uit Zweden aan.

Elementen die opvolging rechtvaardigen

“Vandaag hebben we geen bewijs dat we economische verliezen over het hoofd zien, maar evenmin kan ik op basis van de huidige stand van de wetenschap met absolute zekerheid stellen dat er géén risico’s zijn. De afwezigheid van formele meldingen betekent niet automatisch dat bepaalde fenomenen uitgesloten zijn. Daarom vind ik het belangrijk om voorzichtig en op basis van feiten te blijven werken. De wetenschappelijke kennisbasis over dit thema is internationaal nog beperkt, zeker voor zeugen en hoogproductieve diercategorieën. De beschikbare literatuur bevat slechts enkele kleinschalige studies, en deze leveren geen eenduidig causaal verband op, maar wel elementen die verdere opvolging rechtvaardigen”, stelt minister Brouns.

Verkennend onderzoekstraject

De minister wil samen met de kennisinstellingen bekijken of en hoe een verkennend onderzoekstraject kan worden opgezet. Dat kan helpen om eventuele onzekerheden te objectiveren, zonder vooruit te lopen op de conclusies. “Ik onderschat het belang van vruchtbaarheid en productiviteit in de veehouderij allerminst. Op dit ogenblik is er geen aanwijzing dat er economische schade verborgen blijft, maar ik ben wél bereid om de lacunes in de beschikbare kennis verder te laten onderzoeken, zodat toekomstige beleidskaders, indien nodig, sterker kunnen gestoeld worden op Vlaams onderzoek”, antwoordt de minister.

ILVO is aangewezen instelling

Het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) beschikt volgens Jo Brouns over relevante wetenschappelijke expertise en ervaring op het gebied van dierenwelzijn en is bereid om studies uit te voeren over het effect van windturbines op welzijn en kengetallen bij landbouwdieren (varkens, pluimvee, rundvee). Daarvoor zou samengewerkt kunnen worden met universiteiten of andere kennisinstellingen (bijvoorbeeld de vakgroep Interne Geneeskunde, Voortplanting en Populatiegeneeskunde (faculteit Diergeneeskunde, Universiteit Gent) voor kennis inzake veterinaire vruchtbaarheid.

FVDL

Lees ook in Veeteelt

Meer artikelen bekijken