Belgische zeevisserij herstelt licht na dieptepunt in 2024
Na een dieptepunt in 2024 voor de Belgische zeevisserij is de totale aanvoer vorig jaar weer licht gestegen: met 0,89% tot 15.168 ton. Dat blijkt uit de jongste cijfers van het Vlaams Agentschap Landbouw en Zeevisserij. De totale aanvoerwaarde bedroeg net geen 88,5 miljoen euro, 5,4% meer dan in 2024.

“Deze lichte stijging betekent hopelijk de start van een heropleving na het historische dieptepunt dat in 2024 bereikt werd”, zegt het Agentschap op 30 april.
De meest gevangen vissoort was opnieuw de inktvis (3.553 ton), gevolgd door tong (2.000 ton) en schol (1.564 ton). Inktvis vertegenwoordigt nu al bijna 30% van alle aanvoer. Op basis van de aanvoerwaarde staat tong veruit op de eerste plaats (35,7 miljoen euro), goed voor een aandeel van 40%.
De rest van de top 10 wordt vervolledigd door rog, poon, zeeduivel, sint-jakobsschelp, schartong, garnalen en haai.
In Oostende was er een toename van de aanvoer met 4,92% tot 5.458 ton, in Zeebrugge bleef de toename beperkt tot 0,15% en 6.527 ton. De grootste stijging was opnieuw voor de haven van Nieuwpoort (+39,5%), maar die vertegenwoordigt slechts een miniem aandeel van 247 ton. Daarnaast is er ook nog aanvoer van Belgische vissers in buitenlandse havens (2.937 ton).
De Belgische havens staan echter garant voor een betere prijszetting, zo blijkt. Gemiddeld krijgen de vissers hier 6,10 euro per kilo, tegen 4,72 euro elders.





