Grondwettelijk Hof vernietigt een artikel van het Mestdecreet
Het Grondwettelijk Hof heeft op 13 mei artikel 8 van het decreet van 20 december 2024 vernietigd. Dat artikel 8 voegde een nieuw artikel 4bis in het Mestdecreet in: een kaderbepaling die de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) aanwees als verwerkingsverantwoordelijke voor persoonsgegevens en die de essentiële elementen van die gegevensverwerking decretaal vastlegde.

De vernietiging komt er omdat de Vlaamse regering een procedurele basisverplichting heeft genegeerd.
Artikel 36(4) van de Algemene Verordening Gegevensbescherming verplicht de wetgever uitdrukkelijk om de Gegevensbeschermingsautoriteit te raadplegen alvorens een wetgevingsmaatregel over gegevensverwerking goed te keuren. Dat is niet gebeurd. Het Hof verwerpt ook het argument van de Vlaamse regering dat eerdere adviezen over uitvoeringsbesluiten konden volstaan: een decreet heeft een ruimere draagwijdte en de tekst verschilde inhoudelijk van wat eerder aan de GBA was voorgelegd. De zaak was bij het Grondwettelijk Hof ingediend door de vzw Belgian Luxembourg Mineral Fertilizer And Biostimulant Association.
Contrast met dagelijkse realiteit
“Dit staat in schril contrast met de dagelijkse realiteit van onze Vlaamse veehouders. Wie als landbouwer ook maar de kleinste fout maakt bij de toepassing van het Mestdecreet, kan rekenen op onmiddellijke en zware sancties“, zegt parlementslid Dries Devillé van Vlaams Belang. “Foutieve registraties, laattijdige aangiften, kleine technische inbreuken: de controles zijn streng, de boetes zijn stevig en de handhaving is onverbiddelijk. Maar wanneer de wetgever zelf een fundamentele procedurele fout begaat bij de totstandkoming van datzelfde decreet, betaalt niemand een prijs. Geen sanctie, geen schadeloosstelling voor wie met die onrechtmatige bepaling geconfronteerd werd, en geen enkele juridische consequentie voor wie de fout maakte.”
Gevolgen
De gevolgen van dit arrest zijn volgens Devillé onmiddellijk. “Het verzoek van de Vlaamse regering om de gevolgen van de vernietigde bepaling tijdelijk te handhaven, werd door het Hof eveneens verworpen. De VLM mist daardoor nu elke decretale grondslag voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het Mestdecreet. Dat raakt rechtstreeks aan de werking van het kunstmestregister, de controletaken van de Mestbank, de taken in het kader van de programmatische aanpak stikstof én de handhaving van het mestbeleid in haar geheel”; stelt Devillé.





