Waarom er geen subsidie is voor een faunamengsel na een winterteelt
Voor een faunamengsel op de akker kan je via de ecoregelingen financiële steun krijgen. Die steun krijg je niet als je het faunamengsel inzaait na een winterteelt. Nochtans zou dat kunnen en nog steeds het doel dienen, stelt Vlaams parlementslid Stefaan Sintobin van Vlaams Belang. Minister Jo Brouns antwoordde in de commissie Landbouw waarom er toch geen steun is na een winterteelt.

Via de ecoregelingen wordt de inzaai van faunavriendelijke teelten ondersteund, met als doel de biodiversiteit op landbouwpercelen te versterken. Het faunamengsel heeft als bedoeling om gedurende de winterperiode voedsel en beschutting te bieden aan akkervogels en wild.
In de huidige richtlijnen van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij staat dat een faunamengsel niet in aanmerking komt voor subsidie wanneer het wordt ingezaaid na een winterteelt, zoals wintergerst. Dat roept volgens Stefaan Sintobin vragen op, wanneer men die situatie vanuit landbouwkundig en ecologisch perspectief bekijkt.
“Wintergerst is een robuuste teelt die minder gewasbescherming vereist dan bijvoorbeeld wintertarwe. Bovendien wordt wintergerst heel vroeg geoogst, vaak al vanaf eind juni. Dat biedt landbouwers de mogelijkheid om onmiddellijk na de oogst een faunamengsel in te zaaien”, stelt Sintobin.
Zou een win-winsituatie zijn
“In de praktijk betekent dit dat een dergelijk faunamengsel gedurende een heel lange periode zichtbaar op het veld aanwezig is, namelijk van half juli tot minstens half maart. Dat komt neer op ongeveer 8 maanden waarin het perceel effectief bijdraagt aan biodiversiteit. Het faunamengsel vervult dus volledig zijn functie: het biedt voedsel en dekking voor fauna tijdens de cruciale winterperiode. De combinatie van wintergerst gevolgd door een faunamengsel vormt een duidelijke win-winsituatie, zowel voor de landbouwer als voor de natuur. Het is dan ook moeilijk te begrijpen waarom die teeltcombinatie vandaag uitgesloten wordt van subsidiëring, terwijl ze net perfect aansluit bij de doelstellingen van de maatregel”, zegt het parlementslid.
“De ecoregeling voor de inzaai van een faunamengsel heeft verschillende doelstellingen. Enerzijds moet het mengsel beschutting en wintervoedsel bieden aan akkervogels. Anderzijds gaat het om een rustgewas in de teeltrotatie, waarbij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet is toegelaten”, begint de minister zijn antwoord.
Risico op onvoldoende zaadzetting
Een faunamengsel bestaat in belangrijke mate uit granen. “Om zijn functie als wintervoedsel voor akkervogels effectief te kunnen vervullen, is het van groot belang dat die granen voldoende kunnen afrijpen en zaad kunnen zetten voor de winter. Bij een late inzaai na de oogst van wintergerst bestaat het risico dat die zaadzetting onvoldoende of onvolledig is. In dat geval zou het faunamengsel zijn achterliggende functie niet ten volle kunnen vervullen”, zegt minister Jo Brouns.
“Daarnaast is er ook een belangrijke GLB-technische en budgettaire reden. De vergoeding voor deze ecoregeling is berekend op basis van het inkomensverlies dat voortvloeit uit het ontbreken van een oogstbaar gewas dat als hoofdteelt geldt op het perceel. Dat is ook de basis waarop deze vergoeding tegenover de Europese Commissie wordt verantwoord. We kunnen niet zomaar een vergoeding toekennen wanneer er op datzelfde perceel al een oogstbare hoofdteelt, zoals wintergerst, werd geteeld. Daarom moet het faunamengsel als hoofdteelt worden aangegeven in de verzamelaanvraag. Dat is niet verenigbaar met de teelt van een wintergewas als hoofdteelt op hetzelfde perceel”, duidt de Vlaamse minister van Landbouw en Omgeving.
Contraproductief voor het draagvlak
Met dat antwoord nam Stefaan Sintobin geen genoegen. “Als een landbouwer zijn wintergerst oogst als groen geoogst wintergraan, dus voor volle rijpheid (teeltcode 385), dan kan hij daarna wel een faunamengsel inzaaien en wel die 1.500 euro per hectare ontvangen. Maar als diezelfde landbouwer zijn wintergerst gewoon laat uitrijpen en dorst, wat agronomisch en economisch de meest logische keuze is, dan krijgt hij geen subsidie voor het faunamengsel dat hij vervolgens inzaait.
Het ecologische resultaat is in beide gevallen identiek, of zelfs beter bij een volledig uitgerijpt gewas. Een faunamengsel dat van half juli 2026 tot minstens 15 maart 2027 aanwezig blijft op het perceel, is goed voor 8 maanden effectieve aanwezigheid als voedsel en dekking voor akkerfauna. Een landbouwer die de geest en de bedoelingen van de faunamengselmaatregel volledig naleeft, wordt bestraft voor het nemen van een agronomisch rationele beslissing. Dat is niet alleen onlogisch, het is ook contraproductief voor het draagvlak van de ecoregelingen in het algemeen”, stelt Sintobin.
“Het punt is dat we de 1.500 euro per hectare betalen als een vervanging van de opbrengst van de hoofdteelt en dan is het ook logisch dat je niet eerst nog een andere hoofdteelt kan oogsten”, herhaalde minister Brouns als besluit van de discussie.





