Startpagina Pluimvee

Vaccinatie vermindert risico op vogelgriepuitbraken

Vaccinatie van leghennen tegen hoogpathogene vogelgriep (HPAI) vermindert virusverspreiding, sterfte en uitbraakrisico’s in de pluimveesector. Dat blijkt uit een meerjarige veldstudie van Wageningen University & Research, Royal GD en Utrecht University naar 2 HVT-gebaseerde H5-vaccins onder Nederlandse praktijkomstandigheden.

Leestijd : 3 min

In Nederland gaat het vogelgriepvirus nog steeds rond. Sinds oktober vorig jaar zijn in Nederland 51 besmette locaties vastgesteld en zijn ruim 2,25 miljoen vogels geruimd. In Marrum (provincie Friesland) werd eind mei vogelgriep vastgesteld op een vleeskuikenbedrijf. De zowat 80.000 dieren op de locatie werden geruimd. Eerder die maand werden 50.000 leghennen geruimd op een bedrijf in Biddinghuizen (Flevoland). Dergelijke besmettingen en de impact ervan op bedrijven tonen het belang aan van vaccinatie tegen vogelgriep.

Aan het begin van het Nederlandse onderzoeks-project naar de effectiviteit van 2 commerciële vaccins tegen hoogpathogene vogelgriep (H5N1) kregen de koppels 1 van de 2 vaccins toegediend: Vaxxitek HVT+IBD+H5 of Vectormune AI. Gedurende meer dan 85 weken werden de gevaccineerde leghennen gevolgd om inzicht te krijgen in het effect van vaccinatie gedurende de volledige productieperiode. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van het Nederlandse ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en werd gefinancierd door het ministerie, samen met de Nederlandse pluimveesector, vertegenwoordigd door Avined.

Minder virusverspreiding en kleinere uitbraken

Tijdens transmissieproeven werd onderzocht hoe effectief vaccinatie is in het beperken van de verspreiding van het vogelgriepvirus binnen koppels. Daarbij werden op verschillende leeftijden groepjes kippen naar de faciliteiten van Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) gebracht, waarna de helft van de kippen werd blootgesteld aan het vogelgriepvirus H5N1.

Uit de studie blijkt dat 1 niet-gevaccineerde volwassen leghen gemiddeld meer dan 6 andere kippen kan besmetten. Bij gevaccineerde kippen verliep de virusoverdracht aanzienlijk langzamer. De mate van verminderde virusoverdracht hing sterk samen met het antistofniveau van de groep kippen: groepen met hoge antistofniveaus vertoonden duidelijk minder transmissie dan groepen waarin meer kippen lagere antistofniveaus hadden.

Op basis van de verzamelde veld- en transmissiegegevens maakten de onderzoekers berekeningen op koppelniveau. “Daaruit blijkt dat vaccinatie de kans op een uitbraak sterk verlaagt”, vertelt onderzoeker Kim Bouwman van Wageningen Bioveterinary Research en projectleider van de studie. Zonder vaccinatie is de kans op een uitbraak na introductie van het virus ongeveer 96%. “Dit percentage daalt naar 10 tot 30% bij gevaccineerde koppels, afhankelijk van de vaccinatiestrategie en het gebruik van een booster.” Ook de omvang van uitbraken neemt aanzienlijk af.

Belang van hoge en stabiele antistofniveaus

Om de afweerrespons van de leghennen te volgen, werden de kippen op de pluimveebedrijven gedurende de studie maandelijks bemonsterd. De gemiddelde antistofniveaus namen toe tijdens de opfokperiode en bleven hoog gedurende de productieperiode. Wel werden fluctuaties waargenomen, vooral bij koppels die alleen een basisvaccinatie kregen. Koppels die daarnaast een booster ontvingen, behielden gedurende de hele productiecyclus constanter hoge antistofniveaus. “Deze resultaten laten zien dat niet alleen vaccineren belangrijk is, maar vooral ook het bereiken en behouden van voldoende hoge en uniforme antistofniveaus binnen een koppel”, aldus Bouwman.

Vaccinatie is veilig

De vaccinatie bleek veilig voor de kippen. Er werden geen zichtbare bijwerkingen vastgesteld, de gezondheid van de koppels bleef stabiel en de sterfte bleef binnen normale waarden voor commerciële houderijsystemen. Ook de eiproductie bereikte normale niveaus. Er werden geen negatieve effecten van vaccinatie op productieprestaties of dierenwelzijn waargenomen.

Omdat vaccinatie de ziekteverschijnselen en sterfte vermindert, kunnen uitbraken minder zichtbaar worden. De onderzoekers benadrukken daarom dat vaccinatie altijd gecombineerd moet worden met actieve monitoring. Zonder monitoring zou slechts een beperkt deel van de uitbraken worden opgespoord op gevaccineerde bedrijven. Met een passend surveillancesysteem kan echter meer dan 93% van de uitbraken tijdig worden gedetecteerd.

Uit meer dan 8.600 bloedtesten bleek bovendien dat veldinfecties bij gevaccineerde koppels goed detecteerbaar blijven met de huidige diagnostische testen. Van de monsters testte 99,8% negatief, wat wijst op de afwezigheid van viruscirculatie. Dit werd bevestigd door negatieve PCR-resultaten van monsters afkomstig van gestorven kippen.

Voedselveiligheid

Ook werd de veiligheid van pluimveeproducten onderzocht. Alleen incidenteel werden PCR-positieve monsters aangetroffen op eierschalen of in weefsels, zonder dat infectieus virus kon worden geïsoleerd. Volgens de onderzoekers wijzen de resultaten op een minimaal risico voor de voedselveiligheid.

De onderzoekers concluderen dat vaccinatie een effectieve aanvullende strategie is voor de beheersing van vogelgriep bij pluimvee. Hoewel vaccinatie virusoverdracht binnen een koppel niet volledig voorkomt, vermindert het de verspreiding van het virus, de sterfte en het risico op grootschalige uitbraken aanzienlijk. In combinatie met gerichte monitoring en de al bestaande bioveiligheidsmaatregelen biedt vaccinatie daarmee perspectief op een duurzamere beheersing van ziektes als vogelgriep, ten gunste van diergezondheid, volksgezondheid en de pluimveesector.

WUR

Lees ook in Pluimvee

Europa laat etikettering van BCC nu toch toe

Pluimvee De retailsector komt zijn zelf aangegane engagementen voor het Better Chicken Commitment niet na en daardoor komen sommige pluimveehouders in de problemen. Minister Jo Brouns meldde in de commissie Landbouw van 22 april dat alvast 1 van de struikelblokken binnenkort weggewerkt wordt.
Meer artikelen bekijken