Startpagina Stikstof

Veelbelovende maatregelen en technieken om de ammoniakuitstoot van pluimvee te reduceren

Tijdens een webinar op 2 april in het kader van het Rambo-project deed onderzoeker Kris Debaere de resultaten uit de doeken van onderzoek van het Proefbedrijf Pluimveehouderij. Zij doen onderzoek naar een aantal veelbelovende technieken en maatregelen om de ammoniakemissie van pluimvee te reduceren.

Leestijd : 5 min

Elke pluimveehouder moet tegen eind 2030 voldoen aan de doelstellingen van het Stikstofdecreet. Om na deze deadline een vergunning van onbepaalde duur te krijgen, zal hij of zij de ammoniakuitstoot uit niet-ammoniakemissiearme stallen met 60% moeten reduceren.

Dat kan door minder dieren te houden, of door een techniek of managementsmaatregel toe te passen om de uitstoot van ammoniak te verminderen. In het kader van het Rambo-project deed onderzoeker Kris Debaere de resultaten van het praktijkonderzoek van het Proefbedrijf Pluimveehouderij naar een aantal veelbelovende technieken en maatregelen uit de doeken.

Aangezuurd strooisel

Strooisel aangezuurd met 20% natriumbisulfaat zorgde bij vleeskuikenstallen voor een aanzienlijke ammoniakreductie, van ongeveer 80 tot 90%. Het effect was het grootst kort na het instrooien, legt Debaere uit, maar extra strooien tijdens de ronde leverde geen bijkomend voordeel op. Integendeel, na een kort positief effect liep de ammonakemissies zelfs hoger op bij het extra strooien.

De reden waarom is niet duidelijk volgens Debaere. “Mogelijk heeft het bijstrooien een effect gehad op het diergedrag, waarbij de kippen meer gaan scharrelen en het strooisel terug wat losser wordt, zodat ammoniak makkelijker kan vervluchtigen.”

Wel een punt van aandacht zijn de gevolgen van aangezuurd strooisel voor het dierenwelzijn. Bij frequente toepassing slaat het strooisel sneller dicht, waardoor de onderzoekers meer voetzoolletsels bij de vleeskuikens vaststelden. Dit was minder uitgesproken wanneer er aangezuurd strooisel wordt bijgestrooid, waardoor deze techniek een mogelijke compromisoplossing kan zijn tussen dierenwelzijn en milieu (de ammoniakemissiereductie met bijstrooien was nog steeds tot 80%). Ook een lagere relatieve vochtigheid in de stal in de eerste weken van de ronde en aangepaste voedersamenstelling kunnen de strooiselkwaliteit verbeteren.

Een sensor om de ammoniakuitstoot te meten.
Een sensor om de ammoniakuitstoot te meten. - Foto: Proefbedrijf Pluimveehouderij

De kostprijs van het aangezuurde strooisel is ongeveer 370 euro/ton. Dat is hoger dan de kostprijs voor andere vaak gebruikte strooiselmaterialen, geeft Debaere toe. “Enerzijds is er de kostprijs van het zuur, anderzijds zijn er extra behandelingen, zoals malen, pelleteren, terug verkruimelen, toevoegen van het zuur nodig.” Dit zorgt voor een hogere kostprijs, maar in de totale kosten van een ronde heeft de strooiselkost maar een klein aandeel.

Momenteel is de maatregel in Vlaanderen nog niet erkend als AER-maatregel, maar er is via de fast lane-procedure een aanvraag ingediend. “Het gebruik van aangezuurd strooisel zou dan toelaten om in bestaande stallen ook zonder grote investeringen te voldoen aan de vereiste emissiereductie.”

Of aangezuurd strooisel ook zo’n groot effect heeft op de ammoniakuitstoot van leghennen en moederdieren, moet nog grondig onderzocht worden. “De leverancier van het strooisel (ImproBed) heeft enkele indicatieve testen gedaan. Hun ervaring is dat het nodig zal zijn om regelmatig bij te strooien met een kleine hoeveelheid”, legt Debaere uit.

Het Proefbedrijf Pluimveehouderij is momenteel het aangezuurde strooisel in hun leghennenstal aan het testen. “We zien dat het reducerend effect na enkele weken verdwijnt. Na het bijstrooien zien we telkens een daling van de emissie, maar er is nog onderzoek nodig om te bepalen hoe vaak en met welke hoeveelheid er het best bijgestrooid wordt.”

Bij moederdieren is er nog geen ervaring met aangezuurd strooisel. Wel loopt er een ander project, met financiering van de provincie West-Vlaanderen en Boerenbond. Daarbij gaat het gebruik van aangezuurd strooisel in combinatie met een warmtewisselaar bij moederdieren getest worden.

Mestbanden en strooiselverwijdering

Het verhogen van de frequentie waarmee mestbanden worden afgedraaid, is volgens het Proefbedrijf Pluimveehouderij en Rambo een eenvoudige, goedkope en ‘bijzonder doeltreffende’ maatregel om de ammoniakemissie van leghennen in verrijkte kooien te verminderen. Drie keer per week afdraaien levert een gemiddelde emissiereductie van 65% op ten opzichte van één keer per week. Twee keer per week afdraaien zorgde voor een reductie van 44%.

De uitfasering van kooisystemen vormt een uitdaging voor pluimveehouders. “In Vlaanderen is vastgelegd dat na 1 januari 2036 geen leghennen meer mogen gehouden worden in verrijkte kooien. Elk bedrijf heeft op basis van de PAS-referentie 2030 een maximaal ammoniakemissieplafond, maar de emissie vanuit de gangbare volièresystemen is veel hoger dan uit verrijkte kooien. De omschakeling naar alternatieve systemen zal dan ook een grote uitdaging zijn”, legt Debaere uit.

Om onder hun emissieplafond te blijven, zullen pluimveehouders dan moeten kiezen tussen terug minder dieren houden, ofwel bijkomende technieken moeten implementeren om de uitstoot van ammoniak te verlagen.

Het Proefbedrijf Pluimveehouderij testte het effect van het frequenter verwijderen van het strooisel van de vloer in een volièreafdeling.
Het Proefbedrijf Pluimveehouderij testte het effect van het frequenter verwijderen van het strooisel van de vloer in een volièreafdeling. - Foto: Proefbedrijf Pluimveehouderij

Jammer genoeg leverde het frequenter verwijderen van de strooisellaag in volières slechts een beperkte ammoniakreductie op van 8 à 9%. Tijdens de proef verwijderden de onderzoekers het strooisel in de gangpaden om de 2 weken in plaats van om de 6 weken. Het strooisel onder het volièresysteem bleef liggen.

Nog frequenter de strooisellaag verwijderen kan wellicht voor een hogere ammoniakemissiereductie zorgen, maar hoeveel er haalbaar is, is nog niet bekend, aldus Debaere. “Om dit praktisch en economisch haalbaar te maken in grote stallen, zal het wel nodig zijn om dit volledig te automatiseren met bijvoorbeeld een schuif- of schrapersysteem. Anderzijds is het omwille van het scharrelgedrag en dierenwelzijn wel nodig om in de stallen voldoende strooisel te behouden.”

Wat is haalbaar?

De Duurzaamheidsmatrix is een Excel-tool die ontwikkeld is in het kader van het Rambo-project. Het moet Vlaamse en Nederlandse varkens- en pluimveehouders helpen om haalbare (ammoniak)emissiereducerende maatregelen te vinden. De tool geeft een overzicht van mogelijke erkende emissiereducerende maatregelen of technieken op maat van het bedrijf. Veehouders moeten dan ook enkele kenmerken van hun bedrijf invullen om de best aansluitende maatregelen te vinden.

De tool is te vinden op de website van Vemis en wordt geüpdatet wanneer er nieuwe technieken erkend worden. Veehouders die een oudere versie van de Duurzaamheidsmatrix hebben gedownload, worden dan via e-mail op de hoogte gehouden van de meest recente versie.

De ontwikkelaars waarschuwen er wel voor dat de tool enkel richtinggevend is en niet telt voor de berekening van de PAS-referentie 2030. Ze raden veehouders aan om altijd contact op te nemen met een adviseur of met een bevoegde instantie voor ze een maatregel of techniek toepassen op hun bedrijf.

Vroeger gaven consulenten betrokken bij het Rambo-project individueel advies op maat, maar het is niet meer mogelijk om daarvoor aanvragen in te dienen. In plaats daarvan verwijzen ze veehouders door naar het Veekompas, dat dit jaar van start is gegaan.

Daar kunnen veehouders gratis advies inwinnen en zich laten begeleiden om de emissiereductiedoelstellingen te halen. De focus is ammoniak, maar er wordt rekening gehouden met andere emissies, zoals broeikasgassen en geur. Ook wordt het financiële kader en eventuele trade-offs zoals energie, water, dierenwelzijn en arbeid in overweging genomen. De opdracht van het Veekompas loopt nog tot 31 januari 2030.

Rambo/ThD

Lees ook in Stikstof

Meer artikelen bekijken