Startpagina Bedrijfsnieuws

Vijfde generatie komt aan het roer bij wolbedrijf DVA

In België is er nog slechts één grote opkoper van geschoren wol. Landbouwleven ging langs voor een gesprek met zaakvoerders Alexia Dubaere en Simon Hongenaert om een aantal misverstanden over de wolsector uit de wereld te helpen.

Leestijd : 5 min

Alexia en Simon zitten al in de zaak van haar vader Luc Dubaere. Hij blijft nog een paar jaar aan boord, maar kijkt al uit naar zijn pensioen. Alexia en Simon vormen inmiddels de vijfde generatie. Het bedrijf werd gestart in 1890 door Henri Dubaere. In 2040 viert het bedrijf zijn 150ste verjaardag. Het bedrijf uit Tielt verwerkt en verhandelt elk jaar zowat 5.000 ton wol. Met een gemiddelde wolopbrengst van 2,5 kg per schaap, is dat goed voor zowat 2 miljoen schapen.

Groeiende vraag

Wol is een interessante sector. “Er zitten heel wat golfbewegingen in de sector. Soms neemt de vraag toe of af, soms is er minder aanbod of net meer. Zoals in wel meer sectoren in de brede landbouw zijn het vaak de paar procenten tekort of te veel op de markt die de prijs voor het geheel bepalen. Momenteel neemt de vraag opnieuw licht toe op wereldschaal. Wol wordt maatschappelijk opnieuw heel breed aanvaard en keert bovendien terug in de technische toepassingen. Decennialang heeft men wol vervangen door kunststofvezels, die men dan nog moest nabehandelen met bijvoorbeeld brandvertragende middelen. Vandaag hebben heel wat sectoren ontdekt of herontdekt dat wol van nature brandvertragend werkt. En zo zie je wol terugkeren in de binnenbekleding van auto’s, al dan niet gecombineerd met andere vezels. Die terugkeer van heel wat verschillende technische en andere industrieën naar natuurlijke vezels als wol, vlas, katoen en hennep zet zich wereldwijd steeds sterker door”, vertellen Luc en Simon.

Voor wol zijn er nog meer toepassingen die vaak weinig bekend zijn. Als thermische en akoestische isolatie van gebouwen, in piano’s en medische zalven, in filters voor vloeistoffen en gassen, in vilt voor hoeden, voor tapijten… “Recent zien we ook dat wol tot korrels geperst wordt als meststof voor in de tuin. Maar omdat het gebruik daarvan beperkt blijft tot particulieren en niet door de reguliere landbouw opgenomen wordt, blijven de volumes daarvan voorlopig beperkt”, weet Luc Dubaere. Wol voor kledij kent eveneens een revival, maar op die markt zit DVA minder.

Inzake afzet is er voor DVA nog een klein deel wolverwerkende bedrijven in België. Het overgrote deel van de Belgische wol wordt verkocht op de internationale markt. Bij de aankoop is het een gelijklopend verhaal. In ons land is DVA naar eigen zeggen de enige overgebleven opkoper van schapenwol, maar in de buurlanden zijn er nog concullega’s. De uitbraken van blauwtong en andere schapenziektes hebben overal in Europa het aanbod van geschoren wol licht doen teruglopen, wat samen met de gestegen vraag voor een kleine prijsstijging heeft gezorgd.

Kosten van het scheren

De vraag naar wol groeit licht en de prijstrend is stijgend. Toch hebben heel wat Belgische schapenhouders het gevoel dat de wol van hun schapen ‘bijna niets waard’ is. “Lange tijd was het zo dat de opbrengst van de wol de kosten van het scheren van de schapen betaalde, vaak met nog een extraatje voor de schapenhouder. Je zit daar met 2 verschillende zaken. Het scheren van schapen, dat is hoofdzakelijk arbeid. De wol, dat is een grondstof. Arbeid wordt – toch al zeker in ons land – elk jaar een stukje duurder, door de indexering van de lonen en de stijging van de levensduurte. De prijs van een grondstof – zoals wol – wordt op de wereldmarkt bepaald. Die wereldmarkt hangt af van vraag en aanbod, maar die stijging of daling van de grondstoffen prijs gaat nooit zo snel als de stijging van de lonen. Als je dat op langere termijn bekijkt, zie je dat de prijs voor wol als grondstof eerder stabiel is. Dat de verkoop van de wol de arbeid van de schaapscheerder kan vergoeden, die tijd zal waarschijnlijk niet meer terugkeren”, zeggen Luc en Simon.

Vocht en verontreinigingen

“Maar dat wil zeker niet zeggen dat geschoren wol niets waard zou zijn. Schapenhouders die hun wol leveren, krijgen een correcte en marktconforme prijs. Men mag daarbij niet vergeten dat wij werken voor de internationale markt en moeten voldoen aan internationaal geldende standaarden en normen. Daar komt voor ons als bedrijf nog heel wat handenarbeid aan te pas. De geleverde wol wordt manueel geselecteerd op kleur, op lengte en dikte van vezels, op vochtigheid, op verontreinigingen (stro in de wol), op vetgehalte… Vooral het vochtgehalte en de verontreinigingen zijn blijkbaar niet makkelijk bij de schapenhouders en –scheerders die aan ons leveren. Slechts de helft van de wol die binnengebracht wordt, kunnen we als ‘goed’ aanduiden. Na de selectie worden homogene loten in balen geperst en opgeslagen. Of bewerkt: carboniseren, tops maken (de stap voordat de woldraden gemaakt worden), kammen, kleuren, mengen met synthetische vezels... Voor al die bewerkingen werken wij met onderaannemers”, vertelt Simon Hongenaert.

De geleverde wol wordt manueel geselecteerd.
De geleverde wol wordt manueel geselecteerd. - Foto: FVDL

Vleesprijs bepaalt opbrengst

Houden we in België wel de juiste schapenrassen? Je hoort soms dat wij vooral ‘vleesrassen’ zouden houden. “Tot een hele tijd geleden zag je in Vlaanderen en Nederland bijna overal hetzelfde ras. Dat was dan het Texel-schaap. Dat was voor ons misschien net iets makkelijker werken bij het selecteren van de geleverde wol. Vandaag is het schapenbestand in ons land heel divers geworden. Je ziet een heel breed palet van rassen en kruisingen in relatief kleine kuddes. Een kudde van 200 schapen is bij ons al relatief groot. Het onderscheid tussen vlees- en wolrassen ligt ver achter ons. Misschien zijn er ergens in Australië of Nieuw-Zeeland nog een paar schapenhouders met gigantische kuddes – tot wel 40.000 schapen – van hetzelfde schapenras, die dan kunnen zeggen dat ze vooral van de opbrengst van de wol leven. Maar eigenlijk kan je stellen dat wereldwijd elke schapenhouder vooral opbrengst heeft van het lamsvlees”, stelt Simon.

In België worden steeds meer alpaca’s gehouden. Die moeten ook geschoren worden. “Voor ons bedrijf is dat voorlopig geen interessante markt. In de eerste plaats omdat alpacawol een nog fijnere vezel heeft dan schapenwol. Dan zit je meer op de textielmarkt. Bovendien zijn de kuddes vaak bijzonder klein en dan nog gevarieerd in kleur, terwijl wol echt een markt is van de grote volumes”, besluit Luc Dubaere.

FVDL

Lees ook in Bedrijfsnieuws

Meer artikelen bekijken