Startpagina Veeteelt

Nieuwe regels voor afvoer van IBR-positieve runderen

Voor runderen met een positief statuut inzake IBR (infectieuze boviene rhinotracheïtis) gelden vanaf 1 november nieuwe regels voor de afvoer naar het slachthuis. Els Sterckx van Vlaams Belang ziet in de nieuwe regels een probleem inzake dierenwelzijn. Dat wordt echter door anderen ontkend.

Leestijd : 3 min

Parlementslid Els Sterckx is verontrust over de lange wachttijden die slachtdieren moeten ondergaan, op basis van haar contacten met rundveehouders en transporteurs.

Als laatsten in de slachtplanning

“Runderen met een IBR-positief statuut moeten straks op bevel van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) verzegeld afgevoerd worden naar erkende slachthuizen. In de praktijk brengt de bevoegde FAVV-ambtenaar de verzegeling van het transport doorgaans vroeg in de ochtend aan. Tegelijkertijd schrijven de dierenwelzijnsregels voor dat dieren na aankomst in een slachthuis eigenlijk zo snel mogelijk moeten worden geslacht, om onnodig lijden te voorkomen. Voor IBR-runderen geldt echter vanuit sanitaire, diergeneeskundige procedures dat zij als laatsten in de dagelijkse slachtplanning worden opgenomen. Dat heeft tot gevolg dat deze dieren na een vroege verzegeling vele uren moeten verblijven in de transportwagen of in de wachtruimte van het slachthuis, en niet direct kunnen worden geslacht. Dat valt niet te rijmen met het basisprincipe dat dierenleed ook in de laatste levensfase maximaal dient te worden beperkt”, stelt Els Sterckx.

Zij stelt voor dat de verzegeling en het laden van het transport later op de dag worden ingepland, afgestemd op het verwachte slachtmoment. Dat zou de verblijfsduur in transport en wachtruimte aanzienlijk kunnen beperken, zonder afbreuk te doen aan de noodzakelijke sanitaire procedures.

Geen dieren bijladen

Het klopt volgens Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) dat vanaf 1 november van dit jaar het transport naar het slachthuis vanuit een veebedrijf met een besmet statuut inzake IBR met een verzegeld transportmiddel moet gebeuren. “Dat wil dus zeggen dat dieren van een besmet bedrijf rechtstreeks naar het slachthuis moeten worden afgevoerd. Die vrachtwagen moet worden verzegeld. Er mogen geen andere dieren bij worden geladen, wat evident is, ook vanuit veterinair oogpunt, om te voorkomen dat andere dieren besmet zouden worden. De FOD Volksgezondheid geeft de transporteurs en veehouders de tijd om zich ook logistiek voor te bereiden op die nieuwe procedure. Volgens de door het FAVV ingevoerde procedure kan de verzegeling van de vrachtwagens plaatsvinden tussen 7 en 17 uur. Mijn administratie zegt mij dat de instructies van het FAVV niet zouden opleggen dat dergelijke runderen van een besmet bedrijf in alle gevallen als laatste geslacht moeten worden. Dat is dus niet zo”, antwoordt minister Weyts.

Meenemen naar overleg

Desalniettemin zal hij dat onderwerp op de agenda zetten van zijn driemaandelijkse overleg met het FAVV, om te bekijken of er risico’s zijn voor het dierenwelzijn. “De dierenartsen met opdracht (DMO’s), die in de slachthuizen toekijken op het dierenwelzijn, zullen sowieso mee toezicht houden op de naleving van het dierenwelzijn zodra die federale bijkomende diergezondheidsvoorschriften van kracht worden. Want ook al wordt een dier geslacht, ook al is een dier besmet met een heel vies virus, dan nog verdient het tot op het laatste ogenblik respect en een zo goed mogelijke behandeling”, stelt de minister.

Geen verplichting voor late slacht

Parlementslid Bart Dochy (cd&v) vult aan dat uit de contacten die hij heeft, zowel bij handelaars als bij slachthuizen, bevestigd wordt dat er geen verplichting is om dieren met een IBR-positief statuut op het einde te slachten. “Het is wel zo dat er heel veel bekommernis is over de reiniging van de vrachtwagens. Er zal in het slachthuis geen besmetting van andere dieren meer gebeuren en het IBR-virus is niet gevaarlijk voor mensen, dus dat is niet het probleem. De verzegeling is belangrijk om ervoor te zorgen dat er niet wordt bijgeladen. Er moet gegarandeerd worden dat het transport gewoon van punt A naar punt B gaat. Het verzegelen op zich vergt wel een klein beetje tijd, maar het is ook niet zo dat het een proces is dat uren duurt”, duidt Bart Dochy.

“De transporteurs hebben er overigens ook geen belang bij om dieren ‘s ochtends aan te voeren en de vrachtwagen dan te laten wachten. Dat is economisch voor hen geen gezonde situatie”, geeft Dochy nog aan.

Filip Van der Linden

Lees ook in Veeteelt

Water, de onzichtbare schakel in varkensgezondheid en rendement

Varkens Een vleesvarken van 100 kg bestaat voor ongeveer de helft uit water, een pasgeboren big zelfs voor meer dan 80%. Toch blijft drinkwaterkwaliteit op veel bedrijven onderbelicht, zeker vergeleken met de aandacht die naar voer of genetica gaat. Ten onrechte, want problemen met waterkwaliteit of de beschikbaarheid ervan hebben directe gevolgen: lagere prestaties, gezondheidsproblemen en zelfs gedragsstoornissen.
Meer artikelen bekijken