Hidde Boersma: “In een ideaal landbouwsysteem is er geen plaats voor bio”
Meer doen met minder is dé manier om zowel de landbouw als de natuur een plek onder zon te gunnen volgens het 'landsparing'-principe. “Verder intensiveren is de boodschap”, zegt voorstander Hidde Boersma. “Maar ik ben geen apologeet voor het huidige landbouwsysteem.”

De Nederlandse wetenschapsjournalist en eeuwige vooruitgangsoptimist Hidde Boersma herhaalt naar eigen zeggen al 10 jaar lang hetzelfde mantra: “Een duurzaam voedselsysteem betekent zoveel mogelijk doen op zo weinig mogelijk ruimte. De boodschap is intensiveren om ruimte vrij te maken voor de natuur.” Het is het zogenaamde ‘landsparing’-principe: landbouwgrond sparen voor de natuur.
Meer nog dan vervuiling door pesticiden of kunstmest, is habitatvernietiging immers de belangrijkste oorzaak van de achteruitgang van de biodiversiteit volgens Boersma. “De grootste schadepost is gewoon het feit dat we heel veel bos en moeras in cultuur hebben gebracht. Maar nu we proberen natuur en landbouw te verenigen in de 21ste eeuw, wordt er niet naar land gekeken. Raar dat het landbouwdebat vaak vergeet dat ook land een input is, en nog een schaarse bovendien.”
Onze landbouwminister verklaart graag dat landbouw en natuur perfect samen kunnen, maar eigenlijk moeten ze zoveel mogelijk uit elkaar gehouden worden?
Het gaat de verkeerde kant uit met het klimaat en de biodiversiteit, maar de oplossing die naar voren geschoven wordt, extensieve landbouw, maakt het probleem alleen maar erger. Hoe natuurvriendelijk je ook boert, de biodiversiteit op een akker is gewoon marginaal vergeleken met wilde natuur, en geen enkel ecosysteem is zo goed in CO2 opnemen als de natuur.
Op elk politiek niveau staat extensieve landbouw centraal, maar dat is echt de verkeerde richting. Als je een biologische akker met een gangbare vergelijkt, is er inderdaad meer biodiversiteit op de biologische. Maar uit onderzoek blijkt dat extensieve landbouw meer land nodig heeft om dezelfde hoeveelheid voedsel te produceren.
Opbrengst is bijna een vies woord geworden. Ik snap het, de grootste milieuschade vond plaats in de 20ste eeuw, een tijd van intensivering. Dat alle grutto’s toen verdwenen, moest wel de schuld zijn van intensivering. Maar dat was ook de periode dat we van 2 naar 8 miljard mensen gingen en belachelijk veel voedsel nodig hadden. Niet intensiveren was een erger alternatief. Het blijft een van de grootste wonderen van de wetenschap dat tijdens de grootste bevolkingsgroei, de honger het hardst afnam.
Nu de bevolkingsgroei afvlakt, kunnen we nadenken over het teruggeven van land aan de natuur. Daarom moeten we juist intensiveren.
Betuttelende overheid
Bepalen wat intensieve landbouwgronden wordt, en wat natuurgronden, lijkt me een moeilijke discussie die heel wat politieke moed vergt.
Daar kom je bij het grootste probleem. Het ontbreekt in ons tijdgewricht aan een daadkrachtige overheid die keuzes durft maken over welke boerengebieden uit productie genomen worden. Om zo’n ‘landsparing’-beleid uit te voeren, heb je lef nodig.
Een betuttelende overheid, een overheid die durft in te grijpen, geeft haar burgers juist vrijheid. Het debat in Nederland gaat enkel over negatieve vrijheid, de vrijheid van interventie door de overheid. Maar dat is niet ultiem vrij zijn. De gordel is beperkend, maar geeft vrijheid omdat je blijft leven. Dat principe geldt net zo goed voor je bord en ruimtelijke ordening.

De helft van de boeren in Nederland en België heeft geen opvolger. Daar liggen kansen. Zelfs met een 'landsparing'-beleid zullen de meeste boeren die door willen, dat ook echt kunnen. Maar er zullen misschien enkele moeten verhuizen.
Het debat wordt erg op de spits gedreven, alsof morgen alle boeren onteigend worden. ‘Landsparing’ is beleid dat over een generatie uitgevoerd moet worden.
Is er politiek animo voor op dit moment?
Heel lang waren er in Nederland 2 smaken: ofwel was je voor biologische landbouw, ofwel was je tegen duurzaamheid. Heel het concept van intensiveren om duurzaam te zijn is nieuw. Bij de vorige verkiezingen stond het al in de verkiezingsprogramma’s van 3 partijen. Dat er met ‘landsparing’ een extra richting bijkomt, een met vooruitgang en economische groei als basis, is goed voor het debat rond duurzaamheid.
Er is dus zeker aandacht voor, maar ik merk hoe moeilijk het is om een nieuw idee naar de maatschappij te brengen. 'Landsharing' (n.v.d.r. natuur en landbouw proberen verenigen op dezelfde plek door natuurvriendelijk boeren) is in de jaren 70 begonnen met de opkomst van de milieubeweging. Hun standpunten zijn pas 50 jaar later beleid, en iemand die al 30 jaar ‘landsharing' aanhangt, gaat niet snel van gedachte veranderen. Het is mijn levenswerk om het verhaal van ‘landsparing’ als een sneeuwbal aan het rollen te krijgen, maar het zal nog lang duren voordat het beleid wordt.
Het middenveld
Je moet niet alleen de politiek meekrijgen, maar ook de landbouw- en natuurorganisaties. Is het een verhaal dat beide kan overtuigen?
In Nederland is de glastuinbouw helemaal mee. De sector doet ontzettend veel op weinig ruimte en met weinig inputs. Zij waren dan ook gefrustreerd dat ze nooit voorkwamen in het duurzame verhaal.
Algemeen krijgen landbouwers te weinig erkenning voor wat ze de laatste 40 jaar gepresteerd hebben. De Nederlandse akkerbouw is veel duurzamer geworden, met veel hogere opbrengsten, terwijl het kunstmest- en bestrijdingsmiddelengebruik is gehalveerd. Daar krijgen landbouwers te weinig erkenning voor, waardoor er veel frustratie is in de sector. In ‘landsparing’ vinden ze een narratief waarin ze zichzelf herkennen.
Pas op, landbouworganisaties doen soms aan cherrypicken. Ze zijn dan wel voor intensivering, maar weigeren landbouwgrond uit productie te nemen. Dan kom je er natuurlijk niet. Ik moet erover waken dat mijn verhaal niet gekaapt wordt.

Landbouwgrond wegnemen om natuur van te maken leidt in Vlaanderen telkens tot protest.
Achter die frustratie zit een diepere problematiek. Plattelandsbewoners hebben gelijk wanneer ze zeggen de verliezers te zijn van 40 jaar globalisering en kenniseconomie. Hun grond wordt niet alleen onteigend, maar hun leven is daadwerkelijk minder geworden. Veel banen zijn verloren gegaan op het platteland, terwijl de steden welvarender werden. Bushaltes en scholen zijn verdwenen.
Door die terechte frustratie heerst er wantrouwen tegen de Haagse overheid, zeker als we dan nog eens komen voor hun land om er natuur van te maken. Veel plattelanders zijn eigenlijk best tevreden over hoe hun dorp eruitziet en hebben minder behoefte aan meer natuur. Dat blijft vaak een geneugte van de stad.
Is het debat ‘natuur-landbouw’ daarom zo geparalyseerd?
Totaal. Het is stad versus platteland, winnaars versus verliezers van de globalisering. Wij, de rijken, die het gaan opleggen aan het platteland dat struggelt.
Amsterdammers kunnen ook met veel bravoure zaken beweren over het platteland, terwijl we er niets van kennen. Bijvoorbeeld dat het allemaal wel kan zonder beschermingsmiddelen en kunstmest. De huidige beleidsmakers zijn de eerste generatie zonder familielid die boer is. Daar zit een discrepantie in kennis.
Het gaat om een veel bredere frustratie dan enkel dat stukje land. Dat maakt deze discussie zo verschrikkelijk moeilijk.
Landbouwers zijn misschien dan wel te vinden voor 'landsparing', maar volgen milieuorganisaties ook?
Totaal niet. De meesten zijn echt geïnvesteerd in extensieve landbouw. Er zit ook meer achter hun liefde voor biologische landbouw dan alleen het voordeel voor de biodiversiteit. Het gaat hen niet alleen om wat het beste werkt volgens de wetenschap, maar om wat de beste manier is om een samenleving in te richten. Ze voelen zich ongemakkelijk bij de moderne maatschappij: we zijn te welvarend, te technologisch en te geïndividualiseerd geworden. Met zijn allen een voedselbos uitbaten moet ons terug gemeenschapszin geven.
Is jouw verhaal dan onideologisch?
‘Landsparing’ is 100% een ideologisch keuze. Ik ben fan ervan omdat weinig boeren die veel produceren handen vrijmaakt voor de trek naar de stad en voor andere economische activiteiten. Modernisering is de weg naar een beter leven. Ik ben daarom ook nog altijd fan van de Groene Revolutie. Dat is een ideologische keuze natuurlijk, maar agro-ecologie net zo goed.
Het moet schuren
In Vlaanderen raakt het drinkwater vervuild met triazolen, onder andere afkomstig van pesticiden. Zijn het bijvoorbeeld drinkwatergebieden die bespaard moeten worden van intensieve landbouw?
Daar komt je bij een moeilijk punt. Lokale gezondheid is bijna een trade-off bij hoogproductieve landbouw. Globaal is het beter, maar lokaal slechter. Mijn visie focust op klimaat en milieu, maar als het gaat om gezondheid, weet ik nog niet eens of mijn visie de beste is. Ik zou niet naast een bollenveld willen wonen. Daar wordt echt veel gespoten, omdat de bollen niet resistent zijn.
De eerlijke gesprekken over trade-offs worden ook niet gevoerd. Er wordt vaak gedaan alsof er maar een oplossing is voor alle problemen.
Wordt de impact lokaal niet juist groter als de landbouw op een kleiner oppervlakte nog meer geïntensiveerd wordt?
Een ultiem ‘landsparing’-programma zou volgens studies tot 70% van de landbouwgrond in Europa kunnen teruggeven. Dan krijg je hele kleine landbouwgebieden met grote, aaneengesloten natuurgebieden. Dan los je het probleem op veel plekken op. Dat mogen we niet vergeten. Maar op plekken waar dan wel nog aan landbouw gedaan wordt, blijft het problematisch.
Ik ben geen apologeet voor het huidige landbouwsysteem. De conventionele landbouw moet en kan nog steeds veel beter. Kassen moeten dicht. Het kan niet dat er nog middelresten uit komen. Doe eens een beetje je best. Hetzelfde geldt voor akkerbouw. Het al is veel beter dan vroeger, maar die trend moet onverminderd worden doorgezet.

Maar het is duurzamer om de conventionele landbouw nog verder te verduurzamen met behulp van agro-ecologische technieken en nieuwe veredelingsmethoden, dan een systeemverandering naar bio. Versnelde veredeling met Nieuwe Genomische Technieken om resistenties tegen ziektes in te bouwen? Let’s go! Raar dat stadsmensen ertegen zijn.
Een van de vervelendste zaken aan het debat is de bewering dat met agro-ecologie al onze problemen zijn opgelost. Dat is natuurlijk niet zo. There are no solutions in agriculture without trade-offs. Ook een biologisch systeem heeft hartstikke veel impact op de omgeving omdat het geen natuur is. Er bestaat geen absoluut systeem.
Wat is nog de plaats van biologische, agro-ecologische, regeneratieve… landbouw in ‘landsparing’ ?
De conventionele landbouw heeft veel geleerd van de biologische landbouw. Omdat bioboeren het zichzelf moeilijk maken, moeten ze innovatiever zijn. Biologische en conventionele boeren werken ook prima samen, die haten elkaar niet. Politiek is de strijd groter dan in de praktijk.
Het is goed dat verschillende systemen naast elkaar bestaan en schuren. Conventionele landbouw hoeft geen monopolie te hebben. Een systeem dat niet uitgedaagd wordt, wordt gemakzuchtig. Kijk maar naar het kapitalisme toen communisme wegviel. Ik wil bio behouden in een onderzoekssetting, omdat er nuttige dingen uit komen.
Maar in een ideaal landbouwsysteem is er geen plaats voor bio. West-Europese biologische landbouw is nog altijd te intensief voor boerenlandvogels als de grutto en kievit. Daarvoor is heel extensieve landbouw nodig, nog extensiever dan bio, in aparte boerenlandvogelreservaten.
Kleine veestapel
Gaat de oproep om te intensiveren ook op voor de veeteelt?
Enkel voor de akkerbouw en glastuinbouw. Het aantal stuks vee moet gewoon drastisch minder, omdat het heel veel land inneemt. Maar ik geloof dat het pas gebeurt als er innovaties zoals kweekvlees en precisiefermentatie zijn. We worden niet opeens moreel betere mensen.
Het debat errond is enorm gepolitiseerd en vervuild. In Hongarije en Italië is kweekvlees zelfs verboden, omdat het concurrentie voor de veeteelt zou zijn. Maar er stoppen al zoveel boeren en er is een stijgende vraag naar vlees. Ze kunnen prima naast elkaar bestaan. Kweekvlees en precisiefermentatie zijn er nog niet eens. Als het alleen al de meervraag kan opvangen de komende 20 jaar, zou het een godswonder zijn.
Over verloop van tijd moet onze vleesconsumptie wel drastisch dalen. De grote hendel zit bij de veeteelt: 70% van de landbouwgrond wordt gebruikt voor veeteelt.
Er is ook een enorme trade-off met dierenwelzijn. Plofkippen mogen dan wel het duurzaamst zijn, toch kom ik er niet aan. Gek genoeg eet ik wel biologisch vlees, omdat ik dierenwelzijn toch een stuk belangrijker vind dan het klimaat. Natuurlijk zorgt ook de conventionele Nederlandse melkveehouder goed voor hun dieren. Ik was het laatst in Picos de Europa (n.v.d.r. bergketen in Spanje), waar koeien nog aan hun neus vasthangen. Het is echt al verbeterd, maar over het algemeen gaat het nog op dat hoogproductieve veeteelt wel het meest duurzaam is, maar niet per se het meest diervriendelijk.

Is het dan een goed idee dat Nederland veehouders nu betaalt om minder koeien te houden?
Dan kom je terug in het extensiveringsverhaal. De hoop is dat dit soort maatregelen de grutto terugbrengt, maar het is niet genoeg. Die vogel is te kieskeurig. Dit soort maatregelen verplaatst een deel van de productie naar het buitenland, en het helpt niet eens onze natuur.
Minder koeien is ook minder stikstof en minder broeikasgassen. Is innovatie dan de oplossing volgens u?
Het moet met minder vee, maar echt veel minder, zodat grote delen van die weides uit productie genomen worden. Ik ben gevoelig voor het argument dat de productie dan ergens anders naartoe gaat, maar op een gegeven moment moet je ergens beginnen. Nederland is een van de meest dichtbevolkte landen, met de hoogste concentratie koeien, varkens en kippen. Dat is onhoudbaar. Innovatie maakt een verschil, maar te weinig. De oplossing is een kleinere veestapel.
De politiek geeft dan het verkeerde signaal. Alleen al het Europees niveau: vleesbenamingen voor veggieproducten zijn verboden en het Europees Parlement kwam met haar eigen visie voor de veeteeltsector die inzet op productiviteit.
Politici durven gewoon niet! Er zit een ontzettend krachtige lobby achter. Daar moet je doorheen durven knallen.
Er zijn natuurlijk legitieme zorgen dat bepaalde boeren niet meekunnen met de globalisering. Maar boeren hebben het zwaar door een gebrek aan modernisering. Kweekvlees is de vijand niet.
Die innovaties gaan ook gewoon door. Als je nu uit schrik voor de conservatieve boerenachterban de innovatieknop niet durft in te drukken, word je uiteindelijk afhankelijk van China. Die zet wel volop in op kweekvlees in haar nieuwe vijfjarenplan. Dan moet je niet verbaasd zijn dat we in dezelfde situatie belanden als bij de zonnepanelen en elektrische auto’s, want als het uiteindelijk betaalbaar en lekker is, eten we het hier toch. Dan wordt het gewoon geïmporteerd.

