Startpagina Politiek

Veggieburger niet verbannen uit Europese winkels

Veggieworsten en -burgers blijven onder die naam in winkelrekken liggen. Na maandenlange onderhandelingen is de zogeheten veggieburgerban deels van tafel. Er wordt opgelucht gereageerd.

Leestijd : 3 min

Het voorstel om de vleestermen burger en worst voor plantaardige voedingsproducten te verbieden is weggestemd tijdens onderhandelingen tussen de Europese Commissie, de lidstaten en de Europese Commissie op 5 maart.

Het was oorspronkelijk de Europese Volkspartij (EVP) die het wetsvoorstel voorlegde aan het Europees Parlement. Een verbod op vleesbenamingen voor vegetarische producten zou volgens de voorstanders van de wetswijziging consumenten en boeren moeten beschermen. Met een nipte meerderheid nam het Parlement het voorstel aan op 8 oktober 2025.

Het voorstel zorgde toen voor heel wat ophef. Een burgerinitiatief van Avaaz verzamelde bijvoorbeeld bijna 130.000 handtekeningen uit heel Europa tegen het voorstel. Ook organisaties voor consumentenbescherming en bedrijven in de voedingsindustrie bekritiseerden het mogelijke verbod.

Van verschillende kanten wordt er opgelucht gereageerd nu onderhandelingen tussen de Europese instellingen de veggieburgerban van tafel heeft geveegd. “Ik ben erg opgelucht”, zegt het Duitse Europarlementslid Peter Liese. “Zulke regels hebben we echt niet nodig. Als op de producten ‘vegetarisch’ staat, kan elke redelijk verstandige consument zien dat deze producten geen vlees bevatten.” Liese is lid van de Europese Volkspartij, maar Duitsland sprak zich eerder al uit tegen de wetswijziging. Het land heeft de grootste markt van Europa voor plantaardige alternatieven.

“Gelukkig is het de conservatieve woordenpolitie niet gelukt om de vegaburger te verbieden”, zegt de Nederlandse Anna Strolenberg, die voor de Europese Groenen hoofdonderhandelaar was op dit dossier. De liberale en socialistische fracties hadden zich eerder ook al tegen het verbod uitgesproken.

Kweekvlees

Wel zijn enkel de benamingen burger en worst niet weerhouden van de lijst van beschermde vleestermen. Producten die de naam van dieren dragen, zoals kip of varken, moeten in de toekomst uit vlees van deze dieren worden gemaakt, waardoor ‘vegetarische kippenstukjes’ niet langer meer mogelijk zijn. Ook bewoordingen als spek, vleugel of steak mogen niet langer gebruikt worden voor plantaardige producten. In totaal staan een dertigtal benamingen op de zwarte lijst. Die vegetarische producten zullen een nieuwe naam nodig hebben.

“Dat was naar mijn mening niet nodig, maar het is een compromis dat ik nog kan accepteren”, zegt Liese. Ook Strolenberg noemt het feit dat een aantal woorden toch op een zwarte lijst zijn beland zonde. “Europa zou innovatieve ondernemers juist moeten steunen in plaats van blokkades opwerpen.”

Céline Imart, een Frans Europarlementslid voor de EVP die het voorstel in het Europees Parlement lanceerde, noemt de uitkomst van de onderhandelingen ‘een onmiskenbaar succes voor onze veehouders’. “De vandaag bereikte overeenkomst erkent de waarde van het werk van veehouders en beschermt hun producten, die het resultaat zijn van unieke knowhow, tegen een vorm van oneerlijke concurrentie.”

Tot slot mag ook kweekvlees volgens de nieuwe regels in de toekomst niet langer vlees worden genoemd. “Het is absurd dat we nu al de naamgeving proberen te reguleren van producten die nog niet eens op de Europese markt zijn”, zegt Strolenberg. Hiermee blokkeert de Europese Commissie een hele sector voordat die überhaupt van de grond is gekomen, aldus de Nederlandse.

Betere positie voor boeren

Het wetsvoorstel moest oorspronkelijk de positie van boeren in de voedselvoorzieningsketen versterken, maar het debat werd gekaapt door de discussie rond de veggie-ban. Boeren trekken dan ook met deze uitkomst alsnog aan het kortste eind, zegt Strolenberg. “Al deze tijd hadden we moeten besteden aan het verbeteren van hun onderhandelingspositie en het versterken van hun contracten. Dat is nu veel te weinig gebeurd.”

Uiteindelijk maakt de nieuwe wet schriftelijke contracten tussen landbouwers en afnemers verplicht. Die moeten ook een herzieningsclausule bevatten, zodat langetermijnscontracten rekeningen kunnen houden met marktontwikkelingen en schommelende kosten.

Daarnaast moet de wettelijke erkenning van producentenorganisaties eenvoudiger, kunnen lidstaten extra financiële steun eraan verlenen en worden jonge en nieuwe landbouwers aangemoedigd om zich aan te sluiten bij erkende producentenorganisaties.

Tot slot wordt het gebruik van marketingtermen als ‘eerlijk’, ‘billijk’ en ‘korte toeleveringsketen’ niet langer vrijblijvend, wat duidelijkheid moet scheppen voor zowel producenten als consumenten.

Zowel de lidstaten als het Europees Parlement moeten het compromis nog definitief goedkeuren.

Thor Deyaert/Belga

Lees ook in Politiek

Meer artikelen bekijken