Nieuwe middelen in het aanbod bij Certis Belchim
Tijdens het jaarlijks bezoek aan het proefplatform van Certis Belchim kon deze met Flexum en Ampli nieuwe producten voorstellen. Daarnaast focusten ze op de inzet van Proman en Areli.

Maud Buggenhout en David Dermaut, respectievelijk Crop Manager en Technical Advisor bij Certis Belchim, gaven toelichting tijdens dit bezoek.
Flexum met 2 actieve stoffen
In de groenteteelt is dit jaar een nieuw product gelanceerd, namelijk Flexum, een insecticide op basis van 2 actieve stoffen (flonicamid en D-limoneen). De eerste actieve stof is bekend vanuit het handelsmiddel Teppeki. De tweede stof is sinaasappelolie, ook bekend als biologisch insecticide Limocide.
Flexum is een opvallende, gepatenteerde combinatie van een chemische en een biologische component. Maud Buggenhout wees ook op de combinatie van contactwerking en nawerking met Flexum en op de specifiek uitgekiende formulering. De co-formulanten in een product zijn heel belangrijk, dat kan dan gaan over schuimvorming, stabiliteit van de spuitoplossing, maar ook over hoe snel het van een blad afrolt of erop blijft kleven. Naast de effectieve werkzaamheid van Flexum is dus ook hard gewerkt in de ontwikkeling richting praktische toepasbaarheid.
Flexum heeft toelatingen in kolen, fruitteelt en sierteelt. In kolen werkt Flexum tegen melige koolluis, perzikluis en witte vlieg. Het advies bedraagt respectievelijk 1 l/ha tegen melige koolluis en 1,35 l/ha tegen witte vlieg. Twee toepassingen zijn erkend en Certis Belchim adviseert om in afgeharde omstandigheden een olie toe te voegen voor een betere werking.
Maud Buggenhout merkte op dat in hun gamma ook Teppeki zit. Nu is hun insecticidegamma dus verruimd met Flexum. Dit nieuwe middel werkt volgens haar beter op ‘moeilijke’ plagen zoals witte vlieg en melige koolluis. Het is echter niet de bedoeling om beide middelen elk 2 keer in te zetten, want dan komen we in problemen met zowel residu’s als resistenties. Daarom adviseert Certis Belchim om ‘maximum 2 flonicamid-toepassingen in totaal in kolen’ toe te passen. Het advies luidt zelfs om tweemaal Flexum toe te passen, omdat daardoor de moeilijke insecten beter te raken zijn door de contactwerking en er dus een effectievere bestrijding is.
Ampli: nieuwe adjuvant
David Dermaut kon met Ampli een nieuwe adjuvant voorstellen waarvoor er een erkenning is in heel wat teelten. Ampli is de combinatie van ammoniumsulfaat en een veresterde koolzaadolie. Op zich zijn deze 2 stoffen geen groot nieuws, maar wel de combinatie van de 2. Daardoor zien ze bij Certis Belchim onder andere een verbeterde werking van herbiciden in maïs, specifiek richting de bestrijding van knolcyperus.
Om deze problematiek aan te pakken wees David Dermaut op de sterkte van onder meer de herbiciden Onyx (pyridaat) en Osorno (mesotrione). “In het verleden werd daar vaak een olie aan toegevoegd, wij zien nu in onze proeven dat Ampli toevoegen aan het onkruidbestrijdingsschema voor een verhoogde effectiviteit van de bespuiting zorgt. Specifiek voor de bestrijding van knolcyperus raad ik 2 naopkomstbehandelingen aan, eventueel gecombineerd met een vooropkomstbehandeling. Zo gaan we naar een maximale bestrijding. Het beste advies of misschien zelfs het enige correcte is om als tweede bespuiting een onderbladbespuiting te doen. Zo kunnen we onder de maïs spuiten en heeft die maïs geen ‘paraplu-effect’ op de knolcyperus. Spuiten met veel water (400 l/ha) heeft hier zijn meerwaarde, omdat je zo de knolcyperus goed kan raken. De eerste onkruidbespuiting in maïs mag niet te laat gebeuren, omdat de knolcyperus dan nieuwe knolletjes kan aanleggen en zich zo kan verspreiden. De knolcyperus mag maximaal 10 cm groot zijn.”
De ammoniumsulfaat in Ampli zorgt volgens Dermaut voor een betere opname van de herbiciden in het blad van de onkruiden, waardoor de effectiviteit van de behandeling verhoogt.
Ampli is, naast in maïs, nog erkend in onder andere aardappelen, bieten, granen, uien, kolen. Het kan bijvoorbeeld ook toegevoegd worden aan de tankmix tijdens een plaagbespuiting in aardappelen. De adviesdosering ligt op 0,5 tot 1 l/ha, al ligt de officiële erkenning hoger.
Onkruidbestrijding aardappelen
De onkruidbestrijding in aardappelen is dit jaar wat gewijzigd door het wegvallen van middelen op basis van de actieve stof metribuzine en eind dit jaar verdwijnen middelen op basis van flufenacet. Herbiciden in aardappelen op basis van metobromuron – zoals Proman – zullen volgens Dermaut nog belangrijker worden in de toekomst. “Dit heeft een goede werking op zwarte nachtschade, doornappel, kamille en melganzenvoet, 4 belangrijke onkruiden die we in aardappelen tegenkomen. Proman gaat onder alle omstandigheden werken, onafhankelijk van of de bodem nu supernat of superdroog is, of van of het zware grond of lichte grond is... De werkzaamheid onder alle omstandigheden is een sterk punt. Natuurlijk is het een bodemmiddel, met de aanwezigheid van meer water, gaat er dus een hogere werking zijn.”
Een ander sterk punt van Proman is de flexibiliteit in toepassing. Het kan volgens Dermaut gewasveilig worden toegepast tot tegen de opkomst van de aardappelen. “Er kunnen natuurlijk wel andere middelen in het spuitschema zitten die fytotoxiciteit laten zien, maar dat is niet aan Proman op zich gelinkt. Door Proman in de tankmix gaan andere actieve stoffen uit die mix ook effectiever werken. Proman is de basis geworden voor wie onkruid bestrijdt in de vooropkomst in aardappelen”, gaf David Dermaut aan.
Correcties in naopkomst
In het kader van correcties in naopkomst wees hij er- op dat Certis Belchim het afgelopen voorjaar gebruik kon maken van een 120 dagenregeling voor het herbicide Onyx. Samen met Titus en Trend is dit volgens Dermaut een mooie oplossing om in de naopkomst onkruid in aardappelen te bestrijden. Aan de reguliere erkenning, na de nooderkenning, wordt verdergewerkt. Onyx aan een dosis van 0,375 l/ha was 2 keer erkend in de aardappelen in de naopkomst, maar het advies van Certis Belchim is om maar 1 keer te behandelen.
Dermaut hamerde erop om de onkruidbestrijding in aardappelen anders aan te pakken door het wegvallen van metribuzine. “Vroeger deed men veelal een onkruidbestrijding in vooropkomst en later werd er tijdens de plaagbehandelingen nog eens een correctiebespuiting richting onkruid uitgevoerd. Dat kon omdat metribuzine gewasveilig was, maar dat kan nu niet meer. Er moet een andere houding komen en de opvolging moet strikter. Correctiebespuitingen naar onkruid zijn enkel mogelijk rondom de opkomst of kort na de opkomst van de aardappelen, met het oog op selectiviteit voor de aardappel en effectiviteit op het onkruid. Groter onkruid bespuiten is sowieso minder effectief.”
De technisch adviseur erkende dat, hoewel de onkruidbestrijding scherp opgevolgd wordt, er nog altijd doornappel kan opduiken in het perceel. “Dat is nu eenmaal een onkruid dat nog laat in het seizoen kan kiemen, daar moeten we mee kunnen omgaan. Al deze die reeds zijn weggespoten, moeten we het echter niet meer manueel gaan verwijderen.”
Tot slot wees hij op verschuivingen in de fungicidemarkt bij aardappelen. “Certis Belchim blijft hier sterk aanwezig met Areli, een co-formulatie van 2 actieve stoffen (valifenalaat en cyazofamide). Daardoor zitten we met een heel robuust fungicide dat actief is op alle plaagstammen. Vergeet ook niet dat het een preventief middel is dat nieuwe groei beschermt en snel regenvast is.” Voornoemd fungicide is tevens onder de naam Horia op de markt.





