Corteva introduceert nieuwe middelen
Vorig jaar kondigde Corteva tijdens een bezoek aan haar proefplatform enkele veelbelovende nieuwe herbiciden aan. Erkenningen zijn er ondertussen gekomen, waardoor ze dit jaar haar nieuwigheden daadwerkelijk diepgaand kon toelichten.

Een eerste nieuw middel dat gepresenteerd werd door Frederik De Witte (technisch specialist bij Corteva) was Rinpode, een nieuw herbicide in suiker- en voederbieten. Enige trots was hier op zijn plaats, want het gebeurt niet vaak dat er een nieuwe werkzame stof wordt erkend.
Rinpode is de handelsnaam voor de nieuwe groeistof florpyrauxifen-benzyl. Om deze moeilijke naam te omzeilen heeft Corteva zelf er de naam ‘Rinskor Active’ aan gegeven. Deze stof is in 2023 voor het eerst gelanceerd met het grasklaverherbicide Proclova en kreeg dit voorjaar een erkenning met het nieuwe herbicide Lortama in maïs.
Fractioneren moet
Rinpode wordt aan een lage dosering toegepast. De erkende dosering is 80 ml/ha en moet (met de nadruk op moet) gefractioneerd toegepast worden in 3 of 4 keer. Frederik De Witte gaf aan dat wanneer er gefractioneerd mee gestart wordt voor de onkruidbestrijding in bieten, dat er ook mee moet doorgegaan worden. “Het doel is dat ieder onkruid effectief de letale dosis krijgt. Doe je dat niet, dan kan het zijn dat de onkruiden niet dodelijk geraakt worden. Ik benadruk nogmaals dat het gefractioneerd moet worden, doe je dit niet, dan ben je niet gewasveilig bezig.” De erkende dosering komt neer op 2 g actieve stof/ha.
De toepassingsperiode van Rinpode is van het kiemlobstadium tot 9 bladeren.
Mengpartners zoeken
Het werkingsspectrum van Rinpode overlapt volgens zijn toelichting met dat van de actieve stof fenmedifam en deels met het ingetrokken handelsmiddel Safari. Dat laatste werkte goed op schermbloemige en kruisbloemige onkruiden. Groot akkerscherm en hondspeterselie worden hiermee dus bestreden, maar ook melganzenvoet. “De sterke werking van Rinpode op melganzenvoet vormt een grote meerwaarde in de onkruidbestrijding. Honds-peterselie, duivenkervel, kleefkruid, paarse dovenetel, kleine brandnetel en fluweelblad worden goed bestreden. Als je amarant in een jong stadium kan bespuiten met Rinpode, is ook daar een goede werking op.
Kamille, kruisbloemigen, veelknopigen (perzikkruid, zwaluwtong, varkensgras) zijn niet gevoelig aan Rinpode. Er zullen dus partners moeten gezocht worden in het onkruidbestrijdingsschema. Een voordeel hierbij is dat Rinpode goed mengbaar is met andere middelen, met uitzondering van grassenmiddelen. Rinpode heeft ook een meerwaarde tegen PSII resistente melganzenvoet, waartegen het klassieke FAR-schema minder efficiënt is.
Belang van spuittechniek en biostimulant
Frederik De Witte wees ook op het belang van een goede spuittechniek bij het toepassen van Rinpode. “Dit is een contactmiddel en heeft geen nawerking. Een spuitdruppel die naast het onkruid valt, werkt dus niet. Gebruik hiervoor genoeg water en spuit bij een hoge luchtvochtigheid.”
In de onkruidbestrijdingsproef in suikerbieten werd ook eens de biostimulant Kinsindro Grow + gespoten. Het advies van Frederik De Witte is om dit eenmaal te spuiten tijdens het uitvoeren van de onkruidbestrijding. “Zo geef je de bieten een groeistimulans mee. Een stressreactie die de biet ondervindt, wordt hiermee verholpen. Er kunnen meerdere oorzaken aan de basis van die stress liggen. Dat kan een herbicidebehandeling zijn, maar ook hagelschade of aardvlooien.”
Uit de proefveldwerking blijkt dat Venzar en Centium 360 CS belangrijke partners voor Rinpode zijn voor de onkruidbestrijding in bieten. Dankzij Rinpode in de tankmix kan Centium 360 CS gewasveiliger of hoger gedoseerd toegepast worden én is er een betere bodemwerking.
Matrigon is ook een mogelijkheid om in het onkruidbestrijdingsprogramma in bieten in te plannen. Het heeft niet enkel een werking op distels, maar ook op onkruiden zoals kamille, klein kruiskruid en veelknopigen. “Matrigon is geen middel dat op zichzelf alles bestrijdt, maar in de tankmix heeft het zeker zijn bijdrage.”
Wijzigingen bij de onkruidbestrijding in cichorei
In de onkruidbestrijdingsproef in cichorei werd als allereerste gewerkt rond het inwerken van middelen voor zaai, zoals het herbicide Boa. Daarnaast is er een aanpassing in de erkenning van het middel Titus. Het voordeel van een middel inwerken voor het zaaien is een stabiel resultaat in droge jaren. Het succes van de naopkomstbehandelingen is meer afhankelijk van de weersomstandigheden.
“Bij de naopkomstbehandelingen in cichorei kan de tandem Titus en Boa heel veel onkruid bestrijden”, legde Frederik De Witte uit. “Samen zorgen ze voor bijna een volledige bestrijding van bingelkruid. Boa is sterk tegen doornappel, zwarte nachtschade en melganzenvoet.”
Een wijziging in de erkenning van Titus brengt met zich mee dat het middel hoger gedoseerd kan worden (van 60 naar 70 g/ha) en het spuitinterval is verkort van 10 naar 7 dagen. Dit biedt dus mogelijkheden om de strategie in de onkruidbestrijding te wijzigen in de toekomst. Corteva is nog voorzichtig om al zware conclusies te formuleren, maar Frederik De Witte bemerkte wel al dat door de hogere dosering klein kruiskruid beter te bestrijden is.
Hij wees op nog een nieuwigheid tijdens het bezoek aan de onkruidbestrijdingsproef in cichorei, namelijk de herziene erkenning van Vivolt (en Trend 90) het afgelopen voorjaar. “Nu mogen we maar 1 hulpstof per teelt cichorei meer inzetten. Dat is geen positieve evolutie, want je hebt ze nodig voor een bevredigend resultaat.”
Nieuw herbicide Viballa
In de cichoreiteelt kon Frederik De Witte ook het nieuwe herbicide Viballa demonstreren met als actieve stof halauxifen-methyl. “Door deze groeistof te spuiten kan de onkruidplant zijn eigen groei niet meer regelen en sterft hij finaal af. AZ500 bleek in de proef een goede mengpartner voor Viballa te zijn.”
Hij benadrukte dat het belangrijk is om het nieuwe herbicide correct in te zetten. “Bij een te hoge dosis of te korte intervallen kan er gewasreactie bij cichorei ontstaan. We kunnen volwaardige onkruidbestrijdingsprogramma’s uitwerken in cichorei, maar er zijn limieten. Maak je te zware combinaties, dan werk je niet meer zo gewasveilig voor de cichorei.”





