De positie van de Vlaamse agrovoeding versterken, is een gezamenlijk doel
Eind mei hield VLAM haar jaarvergadering in het iconische Havenhuis in Antwerpen. Deze locatie werd niet toevallig gekozen. “Het Havenhuis symboliseert perfect waar VLAM voor staat, namelijk Vlaanderen verbinden met de wereld en nieuwe markten openen voor onze producten”, zo opende VLAM-voorzitter Guy Vandepoel de bijeenkomst.

Het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) gelooft sterk in de kracht van verbinding. “We willen daarom alle schakels in de keten – producenten, exporteurs, sectororganisaties en beleidsmakers – samenbrengen rond één gemeenschappelijk doel: de internationale positie van Vlaamse agrovoeding versterken.”
Oog voor thuismarkt én exportmarkt
Volgens Vandepoel zal de nieuwe marketingstrategie van VLAM zich meer richten op de thuismarkt. Weliswaar verliest VLAM daarbij de exportmarkt niet uit het oog. “Export is vandaag belangrijker dan ooit voor onze Vlaamse landbouw-, tuinbouw- en voedingssector, en net daarom staat dit thema centraal tijdens deze jaarvergadering”, benadrukte de voorzitter.
Vandepoel dook enkele klinkende exportcijfers op die het belang aantonen van het agrocomplex voor de Vlaamse export en economie. “Vlaanderen is meer dan ooit een netto-exporteur van agrarische producten. Dat gaat om een totale waarde van 56,7 miljard euro, wat overeenstemt met ongeveer 15% van de totale Vlaamse export. Het Vlaamse aandeel in de totale Belgische uitvoerwaarde van agrarische producten bedraagt 85%.
We mogen Vlaanderen ook een wereldspeler noemen. In absolute cijfers is Vlaanderen immers de vijftiende exporteur ter wereld en de vijfde grootste exporteur binnen de Europese Unie. Het aandeel van Vlaanderen in de EU-handel van agrarische producten zit rond de 7%.
Het seminarie in het Antwerpse Havenhuis stond dan ook grotendeels in het teken van deze export. Voor Vandepoel is netwerking nuttig om inzichten te delen en kansen te creëren voor samenwerking rond export en internationalisering. “Netwerking is essentieel in een exportverhaal. Sterke internationale resultaten beginnen immers vaak met sterke lokale connecties.”
Onze haven staat op de (wereld)kaart
Startspreker van het seminarie Tineke Van de Voorde van Port of Antwerp-Bruges speelde een thuismatch. Van de Voorde heeft 20 jaar ervaring in maritieme logistiek. Zij benadrukte dat er voor het havenbedrijf gelijkaardige doelen bestaan als voor VLAM: verbinden, vertrouwen en Vlaamse producten op de (wereld)kaart zetten. Van de Voorde etaleerde dan ook enkele cijfers. “In 2025 was Port of Antwerp-Bruges de tweede grootste haven van Europa, na Rotterdam. Niet minder dan 20.237 zeeschepen meerden er aan, goed voor 266 miljoen ton overslag. Onze haven is zelfs de Europese topper in Europa inzake export: bijna de helft van de overslag is bestemd voor export. Het is ook een zeer grote werkgever, want niet minder dan 162.000 jobs zijn direct en indirect met de haven verbonden.”

Het is dus niet voor niets dat het economische belang van de haven regelmatig op het voorplan komt bij beslissingen binnen de Vlaamse regering…
Van de Voorde belichtte ook het effect van vrijhandelsovereenkomsten (free trade agreements of FTA) op de goederenstromen in de haven. “Hoewel er in heel wat regio’s een trend bestaat naar meer protectionisme, waren er in het voorbije decennium meer FTA dan ooit. Deze paradox moeten we in ons voordeel gebruiken.” Volgens de cijfers van Van de Voorde zorgden de meeste FTA uiteindelijk zelfs voor meer trafiek in de Port of Antwerp-Bruges. “Het Europese beleid heeft met andere woorden een gunstig effect op onze goederenstromen.” Eén uitzondering valt hierbij op. De oorlog in Oekraïne heeft een grote negatieve impact op de logistieke corridors. De volumes in kader van dat handelsakkoord gingen serieus achteruit. Voor Van de Voorde is het echter duidelijk: “Onze haven is de barometer van de wereldhandel. Het is een plaats waar de wereld samenkomt.”
Vlaanderen is logistieke topregio
Ook Steven Allaerts, directeur van Foodcareplus, vindt dat we meer chauvinistisch moeten zijn. Foodcareplus ondersteunt bedrijven die een internationale markt opzoeken. ‘Onze rol als logistieke draaischijf maakt van Vlaanderen dé springplank naar weerbaarheid’ lezen we op zijn startscherm. Voor Allaerts is de handel in voeding en landbouwproducten een wereld apart. “Je gaat met deze producten anders om dan met iedere andere koopwaar, want iédereen in de keten is ook zélf consument van deze producten.”
Hij wees op grote troeven van Vlaanderen. “Onze landbouwproducten hebben een hoge kwaliteit én betrouwbaarheid. Deze eigenschappen moeten wel tot de eindbestemming optimaal gegarandeerd blijven. En ook daar kunnen wij voor zorgen, want gelukkig zijn we ook een logistieke topregio. De afstand tussen akker en haven bedraagt hier slechts enkele tientallen kilometers. Die combinaties vind je elders in de wereld niet. Onze logistieke efficiëntie en kosteneffectiviteit zijn daardoor optimaal. Op dat vlak liggen onze kosten tot driemaal lager dan in de Verenigde Staten.”
Allaerts vulde nog aan dat we trots mogen zijn op de brede waaier specialisaties waarover we hier beschikken. Hij pikte nog in op de vrijhandelsakkkoorden. “We zitten in een free trade renaissance… Rusland wilde onze Conférence-peren niet meer, maar intussen vonden ze wel hun weg naar China, waar ze op handen worden gedragen. Ook onze appels werden er nu toegelaten. Volgens mij verdienen onze producten overal een plek!” Allaerts deed dan ook een oproep om onze krachten en troeven te bundelen om onze exportambities waar te maken.
Impact van gewijzigd consumentengedrag
Peter De Keyzer, econoom, auteur en opiniemaker, bevestigde: “Wat we hier doen of maken heeft kwaliteit! We leveren veel toegevoegde waarde per vierkante meter.”
De Keyzer confronteerde de aanwezigen echter met enkele stellingen. Ondanks onze kwaliteiten ziet hij te weinig ambitie om te groeien. “We zullen zélf bepalen of en hoeveel we groeien… of niet. We moeten daarbij niet steeds verwijzen naar het beleid of naar anderen om het al dan niet waar te maken.”
De spreker wees onder meer op de sterk veranderende wereld inzake voeding. Hij gaf daarbij enkele voorbeelden. “Het toenemende gebruik van Ozempic (n.v.d.r. geneesmiddel voor diabetici, maar in opmars als afslankingsmiddel) en varianten hiervan zal ertoe leiden dat mensen minder en anders zullen eten. De volumes zullen dalen, met minder opname van verwerkte voeding, suiker en alcohol. Ook impulsaankopen worden bij deze gebruikers onderdrukt. Kortom: mensen zullen anders eten.” Dat zal volgens De Keyzer een impact hebben op het terrein, in de winkel, de distributie...
Daarnaast kennen we momenteel ook een ‘gezondheidshype’ omtrent eiwitten. Dat effect zien we in de zuivelsector. “De weiproductie neemt fel toe en de prijzen ervan stijgen navenant. Wordt kaas binnenkort misschien het bijproduct van wei, in plaats van omgekeerd?”, schetste De Keyzer de snelle evoluties door een gewijzigd consumentengedrag.
Europa hinkt achterop tegenover andere werelddelen
Het stoort Peter De Keyzer dat Europa vandaag de dag achterophinkt. “Het is belangrijk dat Europa terug doorbreekt, de belangrijkste beslissingen worden immers momenteel elders in de wereld genomen. Zo is China is op een recordtijd dominant geworden. Vandaag de dag is het dé wereldspeler geworden waarmee iedereen rekening moet houden. Europa verloor op een kwart eeuw (2000-2024) menig handelspartner. Bij China zien we de omgekeerde beweging. Ze zijn ondertussen dé belangrijkste handelspartner voor Oceanië, Rusland en vele landen in Afrika en Zuid-Amerika. Europa verliest daar overal terrein. Ons continent is trouwens momenteel in geen enkele technologie nog dominant, terwijl China dat is in 37 van de 44 kritische technologieën.”
De Keyzer toonde hoe Europa ook achterloopt tegenover de Verenigde Staten. Het aantal jonge bedrijven (minder dan 50 jaar) met een kapitaal van 10 miljard is in Europa ‘peanuts’ in vergelijking met de VS. Onze ‘oude’ industrie redt het niet meer. De spreker wees in dat kader op de (handels)belemmeringen die we hier onszelf aandoen. “Kijk eens naar onze wetgeving en administratieve lasten. Probeer hier maar eens een bedrijf op te starten, men stuurt je van het kastje naar de muur en weer terug!”
Voor de Keyzer is er maar een manier om dit te veranderen. “Het zal hard werken vergen, voor iedereen! We moeten meer ambitie tonen door zelf de lat hoger te leggen. We moeten groter durven dromen én we moeten het ook harder willen.” Volgens de Keyzer zijn we vandaag de dag veel te individualistisch ingesteld. “De gehele maatschappij moet er samen voor gaan.“ Hij besloot met een veelzeggende slogan: Life is 10% what happens to you, and 90% how you respond to it.
Samenwerken loont
Voor Filip Fontaine, CEO van VLAM, was dit een mooie voorzet om het geslaagde seminarie te besluiten.

“Internationale zichtbaarheid komt niet vanzelf. VLAM zorgt ervoor dat onze producten wereldwijd opvallen en erkend worden voor hun kwaliteit. Alle sprekers toonden aan dat dit enkel lukt door samen te werken en te geloven in ons kunnen. En samenwerken is exact wat VLAM doet!”





